Voka vindt de verhoging van de verhoogde werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer een verkeerd signaal in economisch moeilijke tijden. Daarom dringt Voka erop aan dat de regering snel werk maakt van een fiscale compensatie voor deze maatregel. Ondernemingen zijn in de eerste plaats zelf het slachtoffer van de externe energieschok. Zij krijgen op verschillende manieren de rekening gepresenteerd. Zo zal door de dure energie de automatische loonindexering forser uitvallen dan begin dit jaar ingeschat. Voka hield eerder al een pleidooi voor een indexsprong, waarbij bij de eerstvolgende loonindexering de eerste 2% niet zou worden toegepast.
De maatregel doet bovendien denken aan de logica van de maaltijdcheques: enkel werkgevers die vandaag al aan het maximum zitten en verder verhogen, komen in aanmerking voor compensatie, terwijl anderen uit de boot vallen. Voor het woon-werkverkeer dreigt een gelijkaardig mechanisme, waarbij enkel bijkomende verhogingen worden ondersteund. Dit creƫert ongelijkheid tussen ondernemingen en zal onvermijdelijk extra druk zetten op het terrein, waar vakbonden werkgevers zullen aansporen om deze tussenkomsten verder op te trekken.
Voka verzet zich tegen het idee van een overwinstbelasting voor energiebedrijven.
Een overwinstbelasting is juridisch drijfzand en zal het investeringsklimaat in Europa geen goed doen door de toenemende rechtsonzekerheid. De vorige overwinstbelasting zoals ingevoerd door de Vivaldi-regering wordt nog steeds aangevochten bij het Grondwettelijk Hof.
In budgettair krappe tijden moet de federale regering volgens Voka prioriteit geven aan besparen op de overheidsuitgaven, het verder uitvoeren van structurele hervormingen en het aanzwengelen van de economische groei.


