De energienorm krijgt eindelijk concrete invulling. Een doelgerichte reductie op de transmissienettarieven verlaagt de elektriciteitskosten voor industriële verbruikers. Een federale accijnsverlaging moet tegelijk vermijden dat andere ondernemingen de rekening gepresenteerd krijgen. Dat is een cruciale stap voor onze industriële competitiviteit. Maar de structurele elektriciteitskostenhandicap is daarmee nog niet weggewerkt.
Van jaarlijkse vergelijking naar concrete maatregel
De energienorm werd in 2021 ingevoerd om de verschillende onderdelen van de Belgische elektriciteitsfactuur jaarlijks met die in de buurlanden te vergelijken. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) kreeg daarbij de opdracht om aanbevelingen te formuleren voor maatregelen die de concurrentiekracht van ondernemingen vrijwaren. Lange tijd bleef het echter vooral bij monitoring: de wet legde geen automatisch plafond op en verplichtte de overheid niet om vastgestelde verschillen meteen weg te werken.
Een eerste concrete uitvoeringspiste werd, mede op aansturen van Voka, in 2023 uitgewerkt en in 2024 in de Elektriciteitswet opgenomen. Het plan was om Elia een openbare dienstverplichting op te leggen: de transmissienetbeheerder zou bepaalde grote industriële afnemers financieel compenseren, waarna die kosten via een specifieke financiering zouden worden terugbetaald. De uitvoering was uitdrukkelijk afhankelijk gemaakt van goedkeuring onder de Europese staatssteunregels en liep uiteindelijk daarop spaak.
Eind 2025 koos de nieuwe federale regering vervolgens voor een combinatie van twee instrumenten: een structurele reductie op de transmissienettarieven als tariefmaatregel en tijdelijke elektriciteitskostensteun via het Europese CISAF-kader. CISAF laat lidstaten toe om onder voorwaarden de elektriciteitskosten van internationaal blootgestelde, energie-intensieve sectoren te verlagen.
Na advies van de Raad van State begin 2026 werd het CISAF-luik evenwel een gewestelijk traject. De federale overheid behield wel haar bevoegdheid over de transmissietarieven en de federale accijnzen en ging daar verder mee aan de slag.
Reductie voor stabiel en anticyclisch verbruik
De wettelijke basis voor de tariefmaatregel werd gecreëerd door de wet van 24 april 2026. Die voegde aan de Elektriciteitswet een tarifair richtsnoer toe die de CREG toelaat om transmissietarieven te differentiëren in functie van het verbruiksprofiel van de netgebruiker. De CREG werkte de concrete methodologie eerst uit voor de tariefperiode 2028-2031 en nam ze op 24 september 2026 ook op in de lopende tariefmethodologie voor 2024-2027.
Industriële installaties die voorspelbaar en gelijkmatig elektriciteit afnemen, of vooral verbruiken wanneer het net minder belast is, maken efficiënter gebruik van de transmissie-infrastructuur en kunnen daarom een reductie krijgen van hun tarieven.
Om in aanmerking te komen, moet een site of toegangspunt jaarlijks meer dan 10 GWh gecorrigeerde elektriciteit verbruiken en aan minstens een van twee profielvoorwaarden voldoen:
• Een stabiel profiel heeft een jaarlijkse gebruiksduur van minstens 7.000 uur
• Een anticyclisch profiel neemt minstens 55% van zijn gecorrigeerde elektriciteitsverbruik af tijdens de daluren. Daaronder vallen de uren tijdens weekends en feestdagen en, op de overige dagen, de 32 kwartieren met de laagste prijzen op de day-aheadmarkt
Netbeheerder Elia beoordeelt de voorwaarden per toegangspunt of voor toegangspunten van dezelfde netgebruiker op één geografische site. Ook een gesloten distributienet kan daarbij als één toegangspunt worden behandeld. Rechtstreeks op het distributienet aangesloten ondernemingen vallen evenwel niet onder de tarifaire maatregel. Productie- en opslaginstallaties komen evenmin in aanmerking.
Geen vooraf vastgelegde reductie
De reductie is geen vast bepaald forfaitair percentage. Elia berekent voor elk in aanmerking komend toegangspunt eerst welke netkosten rechtstreeks aan die gebruiker kunnen worden toegerekend. Daarvoor wordt gekeken naar een theoretisch minimaal fysiek traject tussen het toegangspunt en de dichtstbijzijnde geschikte productie-eenheid.
Vervolgens wordt per categorie, stabiel of anticyclisch, een gemiddeld reductiespercentage bepaald. Elia voert de berekeningen uit en past de door de CREG gevalideerde reductie toe op de facturatie. De CREG controleert de toelatingsvoorwaarden en de berekeningen en publiceert jaarlijks de lijst van begunstigden en de bijbehorende kortingspercentages.
De vermindering geldt voor de toegangstarieven van Elia, maar niet voor de injectietarieven, het tarief bij overschrijding van het ter beschikking gestelde vermogen of de tarieven voor bijkomende reactieve energie. Ook de aansluitingstarieven blijven volledig verschuldigd. De maatregel verlaagt dus een belangrijk deel van de transmissiefactuur, maar niet de commodityprijs, de distributiekosten, belastingen of alle overige systeemkosten.
Momenteel staat het regulatoire kader vast, maar moeten de concrete reductiespercentages en de definitieve lijst van begunstigden nog via een geactualiseerd tariefvoorstel van Elia door de CREG worden goedgekeurd. De CREG mikt op toepassing vanaf 1 november 2026.
Accijnsverlaging beschermt de andere ondernemingen
Een reductie voor bepaalde Elia-klanten mag niet leiden tot een hogere eindfactuur voor ondernemingen die niet aan de voorwaarden voldoen. De niet-geïnde tarieven worden immers over andere netgebruikers verdeeld. Dat risico treft in het bijzonder bedrijven die op het distributienet zijn aangesloten en zelf geen toegang hebben tot de tariefkorting.
Daarom koppelt de federale regering de tariefmaatregel aan een verlaging van de accijnzen op elektriciteit voor zakelijk verbruik. De ministerraad keurde het voorontwerp daarover op 18 juli 2026 in tweede lezing goed. Duizenden bedrijven op midden- en laagspanning die geen rechtstreekse aansluiting op het Elia-net hebben worden (grotendeels) gecompenseerd door de solidarisering van de tariefmaatregel.
De beoogde inwerkingtreding is eveneens 1 november 2026, al blijft de effectieve toepassing wel afhankelijk van de parlementaire afronding en publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Cruciale stap, maar geen eindpunt
Voka ijvert al jaren voor een concrete energienorm en competitieve industriële elektriciteitskosten. De combinatie van een gerichte transmissiereductie en een flankerende accijnsverlaging is dan ook een belangrijke doorbraak.
De elektriciteitskostenhandicap van Belgische bedrijven is echter breder dan de transmissietarieven alleen. Ook de commodityprijs, de indirecte CO₂-kosten, de distributienettarieven en extra heffingen bepalen of nieuwe investeringen en elektrificatieprojecten in Vlaanderen competitief zijn.
Daarom blijft een ambitieuze elektriciteitskostenagenda nodig.
Ten eerste moet Vlaanderen de compensatie van indirecte emissiekosten (ICL) maximaal benutten. De Europese Commissie breidde de doelgroep eind 2025 uit met bijkomende sectoren en verhoogde de maximale steunintensiteit voor de eerder toegelaten sectoren van 75 naar 80%. Hiervoor is bijkomend budget nodig.
Ten tweede moet ook het CISAF-kader worden ingezet waar het een toegevoegde waarde biedt, in het bijzonder voor energie-intensieve bedrijven die buiten het ICL-kader vallen. CISAF blijft tot eind 2030 beschikbaar en laat tijdelijke elektriciteitskostensteun toe.
Ten derde moeten ook de distributienettarieven worden aangepakt. Heel wat industriële en middelgrote ondernemingen zijn niet rechtstreeks op het transmissienet aangesloten en blijven daardoor geconfronteerd met stijgende tarieven.
De energienorm is daarmee eindelijk meer dan een jaarlijkse vergelijking op papier. Ze wordt een concrete hefboom voor industriële competitiviteit. Nu komt het erop aan om ze snel, juridisch robuust en zonder afwenteling uit te voeren, en tegelijk de rest van de elektriciteitskostenagenda ambitieus aan te pakken.










