Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 04/02/2026

Met een investeringsprogramma van 2 miljard euro zet de Vlaamse regering de grootste industriële stap uit haar geschiedenis. Daarmee geeft ze een duidelijk en broodnodig signaal: Vlaanderen wil zijn energie-intensieve industrie niet laten verdwijnen, maar actief ondersteunen in de decarbonisatietransitie en structureel verankeren in onze economie. Precies dat is wat Voka sinds 2022 naar voren schuift in meerdere onderbouwde papers over de techniek van ‘Contracts for Difference’. 

De Vlaamse en Europese industrie staan onder ongeziene druk. Overproductie in China, geopolitieke afhankelijkheden en torenhoge energieprijzen vallen samen met klimaatdoelstellingen die momenteel niet rendabel zijn. Vooral de energie-intensieve industrie staat door dit alles op een existentieel kruispunt.  

Op lange termijn is decarbonisatie onvermijdelijk en wenselijk, onder meer voor het verminderen van strategische afhankelijkheden. Maar vandaag vertaalt die ambitie zich in investeringen die economisch niet sluitend zijn. Bedrijven worden verplicht miljarden te investeren zonder dat daar op korte termijn een rendabel verdienmodel tegenover staat. Dat transitiefalen ondergraaft investeringsbeslissingen en dus onze concurrentiekracht.  

Dit transitiefalen treft Vlaanderen extra hard. Vlaanderen heeft immers een bovengemiddeld, tot bijna het dubbele, aandeel van de energie-intensieve industrie in vergelijking met onze buurlanden. Bovendien is het een van de meest productieve sectoren: waar de toegevoegde waarde per gewerkt uur in de Vlaamse economie gemiddeld 69 euro bedraagt, is dit voor bijvoorbeeld de (petro)chemie maar liefst 147 euro. Als de investeringspijplijnen van deze sectoren zouden stilvallen en hun omvang in de economie krimpen, doet dit onze vandaag al lage productiviteitsgroei verder dalen.

Met een decarbonisatieportefeuille van 2 miljard euro gespreid over tien jaar erkent de Vlaamse regering die realiteit en neemt ze haar verantwoordelijkheid door het onrendabele deel van de transitie tijdelijk op te vangen. Gezien de hoge productiviteit van deze industrieën en het feit dat de steun expliciet gericht is op toekomstgerichte technologieën, gaat het daarbij geenszins om een blanco cheque. Integendeel: het mechanisme is erop gericht publieke middelen doelgericht en tijdelijk in te zetten.

Dat wordt versterkt door de keuze voor Contracts for Difference (CfD’s), ook wel bijpascontracten genoemd, als instrument om dit investeringsprogramma uit te rollen. Zoals Voka in eerdere papers heeft uiteengezet, zijn CfD’s marktgebaseerde financieringsmechanismen die ontworpen zijn om zowel kapitaalsinvesteringen (CAPEX) als vooral de hogere operationele kosten (OPEX) van net-zero technologieën te ondersteunen. Wanneer deze contracten specifiek inspelen op de koolstofprijs, spreken we van Carbon Contracts for Difference (CCfD’s).

CCfD’s worden doorgaans toegekend via competitieve veilingen en compenseren het kostenverschil tussen klassieke fossiele technologieën en innovatieve koolstofarme alternatieven, afhankelijk van de evolutie van de koolstofprijs. Zo functioneren ze tegelijk als afdekkingsinstrument tegen marktrisico’s en als tijdelijke investeringsondersteuning. In jaren waarin een project nog niet rendabel is, ontvangt het steun conform het contract. Zodra de marktomstandigheden verbeteren en het project rendabel wordt, vloeit die steun (gedeeltelijk) terug. De veilingprocedure garandeert bovendien dat enkel de meest efficiënte projecten worden geselecteerd en dat gezonde concurrentie behouden blijft.

Het is deze techniek die Vlaanderen een eerste keer toepaste in het pilootproject dat in 2025 geveild werd met een budget van 70 miljoen euro voor 10 jaar, zijnde 7 miljoen euro per jaar. Concreet voorziet Vlaanderen nu een opschaling naar 100 miljoen euro in 2028 en 200 miljoen euro vanaf 2029, met de ambitie de inspanning van 200 miljoen per jaar tien jaar aan te houden. Om volledig in lijn met onze buurlanden te zijn, berekende Voka onlangs dat ongeveer 300 miljoen euro nodig zou zijn gedurende 15 jaar. Niettemin is deze opschaling, die Vlaanderen nu heeft beslist, een grote stap voorwaarts om de decarbonisatietransitie competitiever te maken. De precieze modaliteiten van de nu aangekondigde CfD’s worden de komende maanden verder uitgewerkt. Cruciaal is echter dat de tender(s) zo snel mogelijk worden gelanceerd, aangezien zij vooraf nog moeten worden goedgekeurd door de Europese Commissie.

Dat de budgettaire impact pas in 2028 of 2029 voelbaar wordt, betekent allerminst dat er intussen niets te gebeuren staat.

Dat de budgettaire impact pas in 2028 of 2029 voelbaar wordt, betekent allerminst dat er intussen niets te gebeuren staat. Integendeel: bedrijven kunnen pas overgaan tot een finale investeringsbeslissing (FID) wanneer er voldoende zekerheid bestaat over het bestaan en de timing van zulke tenders. Net die investeringszekerheid is vandaag noodzakelijk om sleutelprojecten niet langer uit te stellen. De organisatie van de tenders kan en moet daarom ruim vóór 2028 plaatsvinden. Kortom, au boulot!

Contactpersoon

Philippe Nys

Expert Economie, Industrie & Innovatie

imu - vzw - bebat
imu - vzw - reno
ING
Orange
SDWorx