Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 04/02/2026

De Clean Industrial Deal is nu bijna een jaar oud. Hoewel we zien dat in woorden de Europese politici alvast het beste voor hebben voor de industrie, zien we op het vlak van daden nog te weinig resultaat. Hoge energieprijzen, stijgende koolstofkosten en oneerlijke concurrentie wegen vandaag op investeringsbeslissingen en op het behoud van industriële activiteiten in Europa. De actie op het terrein moet zo snel mogelijk voelbaar worden: Voka ziet vijf korte termijnprioriteiten die geen uitstel meer dulden. 

Korte termijn prioriteiten

  1. Voor energie-intensieve ondernemingen is de energiefactuur vandaag de grootste competitieve handicap. Europese kaders zoals CISAF creëren ruimte voor gerichte ondersteuning, maar de vertaalslag naar concrete maatregelen verloopt te traag. Veel bedrijven kijken nog altijd aan tegen onzekerheid, terwijl investeringsbeslissingen vandaag genomen worden, niet in 2026. De Europese Commissie moet dit sneller goedkeuren zodat de impact sneller voelbaar is op het terrein.  
  2. Ook binnen het Europese emissiehandelssysteem knelt het schoentje. De permanente invalidatie van emissierechten via het marktstabiliteitsmechanisme ondergraaft de bescherming tegen carbon leakage, precies in een fase waarin een grondige ETS-hervorming pas na 2030 effect zal hebben. Een tijdelijke opschorting van die invalidatie kan op korte termijn ademruimte creëren, zonder afbreuk te doen aan de klimaatambitie.
  3. Open handel blijft cruciaal voor een exportgerichte economie zoals de Vlaamse economie, maar openheid veronderstelt wel een gelijk speelveld. Dat evenwicht staat vandaag zwaar onder druk. Gesubsidieerde importen, vooral uit China, drukken prijzen en marges in sector na sector, van staal tot chemie. Instrumenten om oneerlijke handel aan te pakken bestaan, maar zijn te traag en te omslachtig. Antidumpingprocedures, die meer dan een jaar aanslepen, komen vaak te laat om schade te voorkomen. Handelsverdediging moet sneller, eenvoudiger en uitvoerbaarder worden. Niet principiële verklaringen, maar operationele slagkracht zal bepalen of Europese waardeketens behouden blijven.
  4. Europa zet steeds explicieter in op het verankeren van industriële productie via voorkeuren in steunmaatregelen en publieke aanbestedingen. Voor een open economie als de Vlaamse economie voelt dit intuïtief ongemakkelijk, maar de realiteit is dat deze koerswijziging ingezet is. De vraag is niet of dit beleid er komt, maar hoe het wordt ingevuld. De uitdaging bestaat erin om ‘Made in Europe’ pragmatisch te houden: scherp afgebakend, juridisch robuust, tijdelijk waar mogelijk en zonder nieuwe administratieve complexiteit. Het doel moet zijn om investeringen en opschaling in Europa te ondersteunen, niet om nieuwe barrières op te werpen die kosten verhogen en besluitvorming vertragen.
  5. Europa moet inzetten op doelgerichte financiering om nieuwe industriële projecten aan te trekken. Een sterke en schaalbare financieringshefboom, zoals een Industrial Decarbonisation Bank, kan daarbij het verschil maken. Door middelen uit bestaande fondsen te bundelen en gericht in te zetten, kan Europa investeringen opnieuw richting geven. Snelheid en voorspelbaarheid zijn daarbij cruciaal. 

De actie op het terrein moet zo snel mogelijk voelbaar worden.

Een radicaal andere mindset

Om deze punten ook echt in beleid om te zetten, is een radicaal andere mindset nodig. Maar precies daar wringt het vandaag: de energiekosten zijn te hoog, maar het tijdelijk temperen van de koolstofkosten blijft taboe. De vergunningsverlening moet dringend worden rechtgetrokken, maar de habitatrichtlijn of de natuurherstelwet herbekijken? Onbespreekbaar. Onze markten worden overspoeld met, vaak Chinese, dumping en toch kiezen we eerst voor een onderzoek dat veertien maanden aansleept. Er is een overmaat aan regelgeving, maar noem het vooral geen deregulering wanneer men dat probleem eindelijk wil aanpakken: voor de goede vrede houden we het liever bij ‘simplificatie’. En als er eindelijk eens wordt doorgepakt met een broodnodig Mercosur-akkoord, dan gaat het Europees Parlement opnieuw op de rem staan.  

Met andere woorden: er is nood aan een doortastend versnellen en het opnieuw durven winnen, ook wanneer dat politiek ongemakkelijk is. Zonder die omslag blijft Europa gas geven met de handrem stevig aangetrokken.  

Contactpersonen

Maarten Libeer

Expert EU Affairs

Philippe Nys

Expert Economie, Industrie & Innovatie

imu - vzw - reno
imu - vzw - bebat
ING
Orange
SDWorx