Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 21/10/2026

De aangekondigde herstructurering bij GSK, waarbij tot 1.217 banen bedreigd zijn, is een bijzonder pijnlijke boodschap voor de betrokken medewerkers en hun gezinnen. België heeft onder meer door fiscale stimulansen een indrukwekkend farmaceutisch ecosysteem opgebouwd. Fiscale stimulansen zijn noodzakelijk maar op zich onvoldoende: het ecosysteem staat onder druk. We missen investeringen. Die investeringen zijn essentieel: ze zorgen voor economische groei en leveren zo belastinginkomsten op.  

De aankondiging van GSK raakt aan een van de kroonjuwelen van onze Belgische industrie. Met meer dan 8.000 medewerkers en een jaarlijkse investering van 300 miljoen euro blijft GSK een belangrijke economische speler. De Belgische vestigingen staan nog steeds in voor meer dan de helft van de wereldwijde vaccinproductie van de groep. Maar de wereld verandert. GSK heroriënteert zijn middelen naar nieuwe kankerbehandelingen en past zijn industriële organisatie aan. Dat is niet alleen een Belgisch verhaal: het is een wereldwijde investeringsrace.

In die race worden miljarden verdeeld. In november 2025 kondigde Eli Lilly een investering van 3 miljard dollar aan voor een nieuwe productiesite in Katwijk, Nederland. Goed voor 500 nieuwe productiebanen en 1.500 jobs tijdens de bouw. Twee jaar eerder koos hetzelfde bedrijf voor een investering van 2,5 miljard dollar in het Duitse Alzey. In Denemarken kondigde Novo Nordisk in 2023 meer dan 42 miljard Deense kroon aan voor de uitbreiding van zijn productiecapaciteit in Kalundborg. Eind 2024 kwam daar nog eens 8,5 miljard kroon bij voor een nieuwe site in Odense. Bovendien zorgt het agressieve Amerikaanse en Chinese beleid voor oneerlijke concurrentie die gans Europa pijn doet.

Een voorsprong die decennialang rendeert

En zo missen we miljarden. België heeft nochtans alle troeven in handen om in deze internationale competitie mee te spelen. In 2024 investeerde onze biofarmaceutische sector meer dan 6 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling. Volgens de OESO vertegenwoordigt farmaceutisch onderzoek in België meer dan 20% van alle O&O-uitgaven van ondernemingen. Het OESO-gemiddelde bedraagt amper 8%.

De investeringen in onderzoek zijn niet uit de lucht komen vallen. Dankzij fiscale voordelen voor onderzoek en ontwikkeling bouwden niet enkel ondernemingen maar ook universiteiten, onderzoekscentra en overheden aan een bijzonder sterk ecosysteem. Het effect gaat veel verder dan enkel grote farmaceutische bedrijven. Het omvat innovatieve kmo’s, universitaire spin-offs, artsen en ziekenhuizen. Ook patiënten profiteren ervan door vroegtijdige toegang tot innovatieve behandelingen via klinische studies. De fiscale stimuli voor onderzoek zijn essentieel voor het rijke farma-ecosysteem.

We mogen de markt niet uit het oog verliezen

Wie denkt dat een aantrekkelijk fiscaal onderzoeksregime op zichzelf volstaat om nieuwe miljardeninvesteringen aan te trekken vergist zich. Belangrijker is het aantal innovatieve geneesmiddelen dat op de markt is, en de terugbetaling ervan. Farmaceutische bedrijven investeren immers niet alleen waar ze goed kunnen onderzoeken. Ze kijken ook naar een voorspelbaar ondernemingsklimaat: krijgen we een correcte prijs? Hoelang duurt het voor een geneesmiddel ook effectief op de markt geraakt? Wordt het geneesmiddel ook effectief terugbetaald?  

Op die economische parameters loopt België stevig achter. Uit de jongste Europese W.A.I.T.-indicator blijkt dat slechts 49% van de 168 nieuwe geneesmiddelen die tussen 2021 en 2024 Europees werden goedgekeurd, in België werd terugbetaald. In Duitsland bedraagt dat aandeel 93%. In verhouding tot de zes referentielanden die RIZIV gebruikt voor terugbetaling, scoren Duitsland (93%), Oostenrijk (85%), Frankrijk (60%) en Denemarken (55%) aanzienlijk beter dan België. Belgische patiënten moeten gemiddeld 552 dagen wachten tussen de Europese goedkeuring en de beschikbaarheid via terugbetaling (pharma.be, 2026). Duitsland regelt dat op 158 dagen.

De combinatie van onderzoek en snellere terugbetaling zou ons land veel aantrekkelijker maken voor de miljardeninvesteringen van de farmasector.

Een snellere en betere beoordeling

Niet dat we voortaan zomaar elk nieuw geneesmiddel halsoverkop moeten terugbetalen tegen om het even welke prijs. Integendeel. Publieke middelen moeten doelmatig worden ingezet en de therapeutische meerwaarde van nieuwe behandelingen moet zorgvuldig worden beoordeeld. Dat vraagt om een performant beoordelingssysteem, waarin klinische expertise, gezondheidseconomie en de belangen van patiënten centraal staan.  

Ons land versnelde de procedure voor het vastleggen van de prijs van een geneesmiddel via Pharma Boost. Maar daarmee is de terugbetaling nog niet geregeld. Die terugbetaling verloopt via de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen. Er valt heel wat te zeggen over de samenstelling en werking van deze commissie. Zeker wanneer de academische experten door politiek en ziekenfondsen worden overstemd.  

Als het gaat om de terugbetaling van nieuwe geneesmiddelen zijn we traag, laten we weinig nieuwe geneesmiddelen toe en hebben we geen goed beslismodel om dat te verbeteren. 

Farma brengt de begroting miljarden op

Er is nog een tweede hardnekkige misvatting. In het publieke debat wordt de farmaceutische industrie geframed als kost: naast belastingvoordelen weegt de farma op onze gezondheidsbegroting. Geneesmiddelen worden alsmaar duurder en de druk om uitgaven te beheersen neemt toe. Alleen: het budget is vastgeklikt op 17.3% van het RIZIV-budget en overschrijdingen van dat budget moeten door farmabedrijven worden terugbetaald via een hard 'claw back' systeem. Keiharde budgettaire grenzen.  

Uit een kosten-batenanalyse van pharma.be blijkt dat de biofarmaceutische sector in 2024 goed was voor 6,8 miljard euro aan directe en indirecte belastingen. Dat zijn inkomsten, geen uitgaven. Daartegenover stond 4,6 miljard euro aan geneesmiddelenuitgaven. Zo zorgde de farma in 2024 voor een positief saldo over van meer dan 2 miljard euro. Met andere woorden: de economische activiteit van onze farma betaalt niet alleen het volledige geneesmiddelenbudget, ze draagt netto 2 miljard bij aan de begroting. 

Een grotere economie, geen strijd om de kruimels

Dat brengt ons bij de essentie van de nieuwe toekomstvisie van Voka: Switch naar groei 2035. Voka formuleert concrete voorstellen om de economische groei structureel op te trekken van 1 naar 2% per jaar. Die ambitie kan de Vlaamse economie tegen 2035 bijna 50 miljard euro extra bruto toegevoegde waarde opleveren. Die groei zorgt voor een betere economische basis om onze gezondheidszorg, pensioenen en andere maatschappelijke uitdagingen te financieren. Onze farma is bij uitstek een ecosysteem dat aan die ambitie kan bijdragen. De economische en maatschappelijke return van onze farma overstijgt zelfs de kosten.  

Om de volgende miljardinvestering naar België te halen zijn de fiscale stimuli voor onderzoek en ontwikkeling onmisbaar. Maar er is méér nodig. We hebben een samenhangend beleid nodig dat innovatie ondersteunt én patiënten toegang biedt tot innovatieve geneesmiddelen. De combinatie van stimuli voor onderzoek en snellere terugbetaling zou ons land veel aantrekkelijker maken voor de miljardeninvesteringen van de farmasector. Het is tijd om industrieel beleid en gezondheidsbeleid niet langer als twee gescheiden werelden te behandelen. 

Contactpersoon

Daan Aeyels

Expert Welzijns- en Gezondheidsbeleid

imu - vzw - automotive
imu - vzw - breda
imu - vzw - bpost
Advertisement
imu - vzw - hillewaere
imu - vzw 100jo
imu - vzw - redcorp
ING
Orange
SDWorx