Nog vijf jaar. Dat is alles wat rest om de Sustainable Development Goals (SDG’s) te realiseren. Recente internationale rapporten maken duidelijk dat de vooruitgang onvoldoende is en dat versnelling noodzakelijk blijft. Tegelijk evolueert het ESG-landschap snel, met nieuwe Europese regelgeving en strategische initiatieven rond circulariteit. In dit overzicht bundelen we de belangrijkste feiten en cijfers rond SDG-voortgang, ESG-regelgeving en klimaatrisico’s en wat ze betekenen voor bedrijven en beleidsmakers richting 2030.
SDG-update: vooruitgang blijft te traag
Met nog vijf jaar te gaan tot 2030 bevestigen recente VN-rapporten dat de wereld niet op schema ligt om de SDG’s te realiseren. Minder dan 20% van de SDG-targets bevindt zich op koers, terwijl ongelijkheid, klimaatimpact en een structureel financieringstekort de vooruitgang blijven afremmen. Bovendien verloopt de evolutie sterk regionaal ongelijk: sommige landen boeken vooruitgang, terwijl andere achteruitgaan.
De Verenigde Naties roepen daarom op tot “regroup, recommit, refocus”. Tijdens het ECOSOC Partnership Forum 2026 benadrukte ECOSOC-voorzitter Lok Bahadur Thapa dat sterke, goed functionerende partnerschappen essentieel zijn om deze trend te keren. Wanneer overheden, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties beter samenwerken, stijgt de impact en worden middelen efficiënter ingezet. Partnerschappen vormen daarmee een van de krachtigste hefbomen om de SDG-achterstand richting 2030 te verkleinen.
Het Sustainable Development Goals Report 2025 wijst daarnaast op een fundamenteel probleem: de huidige mondiale financiële architectuur is onvoldoende uitgerust om de noodzakelijke investeringsschaal te realiseren. Zonder diepgaande hervormingen — waaronder betere toegang tot financiering voor lage- en middeninkomenslanden, schuldverlichting en een eerlijker internationaal financieel systeem — dreigt de kloof tussen ambities en beschikbare middelen verder te groeien. Een herziening van het mondiale financiële systeem wordt zo een cruciale voorwaarde om de SDG-doelstellingen haalbaar te houden.
ESG: Europese regelgeving in beweging
Ook op ESG-vlak staan belangrijke evoluties op til. Op 9 februari 2026 publiceerde de Raad van de Europese Unie document CM 1589/26, waarin het Omnibus I-pakket, de vereenvoudiging van zowel de CSRD als de CSDDD, officieel werd geagendeerd voor formele aanneming tijdens de Raadsvergadering van 24 februari 2026. Dit bevestigt dat de eerder politiek overeengekomen tekst klaar is voor definitieve goedkeuring, waarna publicatie in het Publicatieblad en nationale transpositie volgen.
Vanuit ESG-perspectief biedt Omnibus I duidelijke voordelen: het maakt het regelgevend kader werkbaarder, verhoogt de kans op naleving en kan rapportage- en due-diligenceprocessen efficiënter en proportioneel maken. Tegelijk blijven er aandachtspunten. Vereenvoudiging mag niet leiden tot verwatering van ambities, en de impact zal per lidstaat verschillen afhankelijk van de nationale omzetting.
Voor bedrijven, auditors en waardeketens blijft dit dossier dan ook cruciaal om nauwgezet op te volgen. De uiteindelijke wettekst en de nationale implementatie zullen directe gevolgen hebben voor scope, timing, rapportageverplichtingen, cascade-effecten in waardeketens en de praktische toepassing van assurance-vereisten.
Daarnaast werkt de Europese Commissie aan de Circular Economy Act (CEA), gepland voor Q3 2026. Dit nieuwe wetgevend kader moet de overgang van een lineair naar een circulair economisch model versnellen. De CEA wordt niet louter als milieuwetgeving gepositioneerd, maar als een strategisch instrument binnen het Europese industrie- en competitiviteitsbeleid (Clean Industrial Deal).
De wet moet grondstoffen langer in de economie houden, de afhankelijkheid van primaire en kritieke materialen uit derde landen verminderen en zo de strategische autonomie van de EU versterken. Kernpunten zijn onder meer een geharmoniseerde interne markt voor secundaire grondstoffen, uniforme end-of-waste-criteria, versterkte producentenverantwoordelijkheid en stimulansen voor het gebruik van recyclaten. Dit zal de relevantie van rapportage onder ESRS E5 (hulpbronnengebruik en circulaire economie) verder vergroten.
Economische modellen onderschatten klimaatrisico’s
Nieuw onderzoek van de University of Exeter en het Carbon Tracker Initiative, uitgevoerd met 68 internationale klimaatexperts, waarschuwt dat gangbare economische modellen structureel tekortschieten in het inschatten van klimaatrisico’s. Ze focussen te sterk op gemiddelden en houden onvoldoende rekening met extreme gebeurtenissen die in werkelijkheid de grootste schade veroorzaken, zoals hittestress, mislukte oogsten, verwoeste infrastructuur en overstromingen.
Het bruto binnenlands product (BBP), vaak gebruikt als maatstaf voor welvaart, blijkt bovendien een misleidende indicator. Sterfte, ziekte, sociale ontwrichting en verlies van ecosystemen worden nauwelijks meegenomen. Paradoxaal genoeg kan het BBP zelfs tijdelijk stijgen na een ramp door herstelwerkzaamheden, terwijl de samenleving er duidelijk slechter voor staat.
Actuarissen waarschuwen dat de wereldeconomie tussen 2070 en 2090 tot de helft van haar omvang kan verliezen door catastrofale klimaatschokken — een aanzienlijk ernstiger vooruitzicht dan eerdere ramingen suggereerden. Dit onderstreept het belang van een versnelde transitie naar een veerkrachtige, duurzame en toekomstbestendige samenleving.
Samen versnellen richting 2030
De uitdagingen zijn groot, maar de hefbomen zijn dat ook. De komende vijf jaar worden bepalend. Voor bedrijven betekent dit niet alleen inspelen op veranderende regelgeving, maar vooral strategisch inzetten op samenwerking, innovatie en duurzame waardecreatie.



