In september vorig jaar besliste de Vlaamse regering plots om vanaf 1 april 2026 geen groenestroomcertificaten meer toe te kennen tijdens negatieve stroomprijsuren. Die beslissing stuitte op protest van Voka wegens contractbreuk en zorgt voor juridisch drijfzand. Nu uit ook de Raad van State kritische bedenkingen. Het gevolg is dat de maatregel voorlopig wordt uitgesteld tot na de zomer, in afwachting van bijkomend onderzoek.
Geen certificaten bij negatieve prijzen: de maatregel uitgelegd
In september 2025 keurde de Vlaamse regering principieel een besluit goed om de steun via groene stroomcertificaten (GSC) en warmtekrachtcertificaten (WKC) stop te zetten voor alle productie tijdens negatieve elektriciteitsprijzen. Concreet zou vanaf 1 april 2026 geen certificatensteun meer worden verleend in elk kwartier waarin de groothandelsprijs onder nul zakt. Dit is een ingrijpende wijziging: tot nu toe kregen producenten nog steun gedurende maximum 6 uur per dag met negatieve prijzen.
Beleidsmatig kadert deze ‘light knip’ in de ambitie om de elektriciteitsfactuur van eindverbruikers te verlichten. Tijdens uren van overschot op het net kunnen prijzen negatief worden. Subsidie toekennen in zulke momenten prikkelt producenten niet om af te schakelen en is vanuit systeemperspectief begrijpelijk. Tegelijk wil men de Vlaamse steunregeling in lijn brengen met de Europese staatssteunregels, die sinds 2022 bepalen dat overheden geen subsidies mogen geven bij negatieve marktprijzen.
Toch is dit Vlaamse besluit uitzonderlijk omdat het lopende contracten aantast. In het Vlaams Regeerakkoord van 2019 of de beleidsnota Energie stond geen expliciete vermelding dat een ‘GSC-knip’ overwogen werd, wat de plotse beslissing des te verrassender maakte. Het doet denken aan een eerdere poging in 2022 van toenmalig minister Zuhal Demir om alle GSC-steun voortijdig stop te zetten wegens mogelijke oversubsidiëring. Die poging strandde op juridische bezwaren: men kreeg toen te maken met het gelijkheidsbeginsel en vooral de onzekerheid door inbreuken op lopende contracten.
Schending van rechtszekerheid en gemiste alternatieven
Voka reageerde meteen afwijzend op de beslissing. Hoewel we het probleem van hoge energiekosten en systeemfouten bij negatieve prijzen erkennen, is dit niet de juiste maatregel. Bedrijven en investeerders in hernieuwbare energie hebben hun businesscases en rendement berekend op basis van gemaakte afspraken met de overheid; een retroactieve, eenzijdige ingreep ondergraaft die garantie.
Hoewel Voka het probleem van hoge energiekosten en systeemfouten bij negatieve prijzen erkent, is dit niet de juiste maatregel.
We zien ook praktisch weinig winst in deze knip. De groenestroomcertificaten hebben de voorbije jaren al een dalende kostentrend ingezet, de duurste oude certificaten vallen tegen 2030-2031 sowieso grotendeels uit de factuur door het verstrijken van hun looptijd. Het gros van de historische subsidies dooft dus binnenkort vanzelf uit.
Constructieve alternatieven werden door Voka bovendien aangereikt. Zo stelden we voor om de maatregel enkel toe te passen op nieuwe projecten, om ze beperkt te houden tot werkelijk op het net geïnjecteerde stroom of om een geleidelijke invoering te voorzien zodat de financiële impact voor investeerders geringer is. Geen van deze verzachtende ingrepen werd echter weerhouden in de principiële goedkeuring.
Er zijn ook andere manieren om energiekosten te verlagen zonder lopende afspraken te doorbreken. Een opkoop van overtollige certificaten met algemene middelen is zo’n optie, bijvoorbeeld voor het overschot aan warmtekrachtcertificaten (WKC) dat de komende jaren nog op de markt zit. Dergelijke uitkoopoperaties zouden de factuur voor iedereen doen dalen zonder het vertrouwen van groene energieproducenten te schaden.
Juridische toetsing: Raad van State vraagt bijsturing
De bezorgdheden over rechtszekerheid krijgen bijval vanuit juridisch hoek. Het ontwerpbesluit is ter advisering voorgelegd aan de Raad van State, die intussen zijn advies bezorgd heeft. Hoewel dit advies confidentieel is, vermoeden we dat de Raad van State om een grondigere onderbouwing heeft gevraagd van de negatieve-prijzen-maatregel en dus onze argumenten over rechtszekerheid minstens deels volgt.
Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) kreeg de opdracht om eerst een nieuwe studie uit te voeren naar de effecten en juridische aspecten van het schrappen van certificatensteun bij negatieve prijzen. Die bijkomende analyse loopt op dit moment en de resultaten worden tegen de zomer van 2026 verwacht. Pas daarna zal de Vlaamse regering oordelen of en hoe ze de maatregel in gewijzigde vorm kan doorvoeren in tweede lezing. De timing is dus erg onzeker geworden. Voorlopig blijft de huidige regeling van kracht, in ieder geval tot na de zomer.



