Terwijl een handvol lokale besturen komaf maakt met creatieve bedrijfsbelastingen zoals die op drijfkracht of pylonen, verhogen 15 van de 63 steden en gemeenten in Vlaams-Brabant hun opcentiemen op de onroerende voorheffing. Tel daar de opmars van de gedifferentieerde opcentiemen bij, en de globale fiscale druk op onze bedrijven stijgt opnieuw.
Alle 285 Vlaamse steden en gemeenten hebben eind vorig jaar hun meerjarenplan 2026-2031 goedgekeurd. Daarin leggen ze hun ambities, beleidsdoelstellingen en bijhorende budgetten vast. Naast een strategische nota bevat zo’n meerjarenplan ook een financiële nota. Welke inkomsten verwacht de gemeente uit belastingen, subsidies en dotaties? Welke uitgaven plant ze voor diensten, personeel en investeringen? Hoeveel kan ze zelfstandig investeren zonder nieuwe leningen te moeten aangaan?
In heel wat steden en gemeenten verliep de opmaak van dit meerjarenplan niet zonder slag of stoot. Terwijl de noden en uitdagingen groot zijn, dreigen hun ontvangsten lager uit te vallen dan verwacht. Met dank aan de federale tax cut en de lagere inkomsten uit de personenbelasting - door het optrekken van de belastingvrije som genereert dit minder federale én lokale inkomsten.
Kris Claes, gedelegeerd bestuurder Voka-KvK Vlaams-Brabant
Voka-KvK Vlaams-Brabant heeft de meerjarenplannen en -begrotingen van de 63 steden en gemeenten in deze provincie geanalyseerd, met een focus op hun twee belangrijkste inkomstenbronnen:
- Aanvullende personenbelasting (APB): dit is een toeslag van de gemeente op de federale personenbelasting. Elke gemeente bepaalt zelf het percentage (meestal tussen 0% en 9%).
Voorbeeld: als je basispersonenbelasting 4.000 euro bedraagt en je gemeente een toeslag van 7 procent hanteert, betaal je in totaal 4.280 euro aan belastingen, waarvan de FOD Financiën 280 euro naar je gemeentebestuur doorstort. - Opcentiemen op de Onroerende Voorheffing (OOV): dit is een toeslag van de gemeente op de onroerende voorheffing die het Vlaams Gewest op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen van je eigendom oplegt. Elke gemeente bepaalt zelf het aantal opcentiemen (meestal tussen 500 en 1.300).
Voorbeeld: als je basis onroerende voorheffing 500 euro bedraagt en je gemeente een toeslag van 900 opcentiemen hanteert, betaal je in totaal 4.500 euro aan belastingen, waarvan het Vlaams Gewest 4.000 euro naar je gemeentebestuur doorstort.
De belangrijkste conclusies uit de analyse van Voka-KvK Vlaams-Brabant zijn:
Gemiddelde personenbelasting daalt miniem
- Met een gemiddelde van 7,30 procent blijft de aanvullende personenbelasting (APB) in de 63 steden en gemeenten in Vlaams-Brabant dit jaar op hetzelfde niveau als vorig jaar. De volgende jaren daalt dit percentage licht, naar gemiddeld 7,26 procent in 2031.
- Waar Beersel en Grimbergen hun APB dit jaar verhogen, voeren Kraainem, Lennik, Sint-Pieters-Leeuw, Wemmel en Wezembeek-Oppem een verlaging door. Lennik en Beersel plannen hun APB-verlaging later (in respectievelijk 2029 en 2030).
- Op arrondissementsniveau zien we in Vlaams-Brabant een verschil: waar de 33 steden en gemeenten in het arrondissement Halle-Vilvoorde dit jaar een gemiddelde APB-toeslag van 7 procent optekenen, is dat in de 30 steden en gemeenten in het arrondissement Leuven 7,5 procent.
Eén op de vier lokale besturen verhoogt opcentiemen
- 15 steden en gemeenten in Vlaams-Brabant verhogen hun opcentiemen op de onroerende voorheffing. Het gaat om Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Kapelle-op-den-Bos, Kraainem, Lennik, Machelen, Roosdaal, Sint-Pieters-Leeuw, Wemmel, Wezembeek-Oppem en Zaventem in het arrondissement Halle-Vilvoorde, en Glabbeek, Hoegaarden en Leuven in het arrondissement Leuven.
- Gemiddeld heffen de 63 lokale besturen in Vlaams-Brabant dit jaar 820 opcentiemen, tegenover 785 vorig jaar. Vanaf 2027 stijgen dit gemiddeld licht, om de twee laatste jaren van de legislatuur terug miniem te dalen (tot gemiddeld 833).
- Op arrondissementsniveau zien we ook hier dat de 33 lokale besturen in Halle-Vilvoorde iets meer opcentiemen heffen dan de 30 steden en gemeenten in het arrondissement Leuven. Over de hele legislatuur gaat het om een jaargemiddelde van respectievelijk 805 tegenover 850.
- Op gemeentelijk niveau zijn de verschillen veel groter. Kapelle-op-den-Bos, Beersel, Leuven en Halle spannen de kroon, met gemiddeld bijna 1.200 opcentiemen voor hun bedrijven. Dat is het dubbele van Zaventem, Keerbergen, Wezembeek-Oppem, Lubbeek, Tervuren en Overijse (gemiddeld 581 opcentiemen).
- Alle parameters in beschouwing genomen zitten Sint-Pieters-Leeuw, Sint-Genesius-Rode en Machelen in het koppeloton van fiscaal vriendelijkste gemeenten voor bedrijven. Ook Boutersem en Keerbergen rijden voorop, ook al is daar vandaag nauwelijks een vierkante meter industriegrond voor handen.
- Een handvol steden en gemeenten snoeit in haar ‘creatieve’ bedrijfsbelastingen. Zo verdwijnt de belasting op drijfkracht - notabene een taks op stoommachines die dateert uit de 19de eeuw – in Beersel, Steenokkerzeel en Tienen (vanaf 2027). Andere steden en gemeenten snoeien dan weer in de belasting op masten en pylonen (Beersel en Dilbeek), terrassen (Halle), banken en wegwijzers (Meise), tankstations en geldautomaten (Sint-Pieters-Leeuw) en luxepaarden (Hoeilaart).
Opmars gedifferentieerde opcentiemen
- Een opvallende vaststelling in Vlaams-Brabant is de opmars van de gedifferentieerde opcentiemen. Dat zijn opcentiemen op de onroerende voorheffing die niet voor alle gebouwen gelijk zijn, maar verschillen naargelang het type onroerend goed of het gebruik ervan (woningen, tweede verblijven, leegstaande panden, bedrijven, kantoren…).
- Na Dilbeek en Londerzeel voeren nog eens acht lokale besturen in Vlaams-Brabant gedifferentieerde opcentiemen in: Beersel, Halle, Kapelle-op-den-Bos, Machelen, Steenokkerzeel, Ternat, Wemmel en Leuven. Zo heft deze laatste stad voor de meeste vastgoedcategorieën 975 opcentiemen op de basis onroerende voorheffing, en past ze voor bedrijfspercelen en commerciële panden een hoger tarief van 1.170 opcentiemen toe. Het prijskaartje voor de Leuvense bedrijven is aanzienlijk: net geen 20 miljoen euro tijdens de hele bestuursperiode.
- Lokale besturen gebruiken dit instrument om beleidskeuzes te maken, bijvoorbeeld om wonen betaalbaar te houden, om een bepaalde economische activiteit te stimuleren of net zwaarder te belasten, of om ongewenst gedrag zoals leegstand en verkrotting te ontmoedigen. Gedifferentieerde opcentiemen zijn niet onbeperkt toegestaan, maar moeten objectief verantwoord zijn, niet-discriminerend en binnen de decretaal vastgelegde categorieën blijven.
Na de zware regulering door Europa en de recente federale saneringsoefening komen onze bedrijven nu dus in het vizier van de lokale besturen. In een periode waarin ze al zwaar worden belast, hun kosten van tewerkstelling en energie tot de hoogste van Europa behoren, en de conjunctuur kwakkelt, kunnen ze deze zoveelste aanval op hun portemonnee missen als kiespijn. Daarvoor staat het water hen te zeer aan de lippen. Maar ook de lokale besturen schieten zichzelf op termijn in de voet. Tenslotte is tewerkstelling ook voor hen de beste garantie op stabiele inkomsten, economische groei en welvaart.
Kris Claes, gedelegeerd bestuurder van Voka-KvK Vlaams-Brabant












