Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 23/02/2026

Defensie heeft voor het eerst sinds decennia opnieuw financiële slagkracht. En bedrijven worden mee een schakel in onze veiligheid — van hightech toeleveranciers tot consortia tussen concurrenten. Als ze het slim aanpakken, tenminste. We vuurden een salvo aan vragen af op luitenant-generaal Filip Borremans, expert in industrieel-militaire samenwerking.

Luitenant-generaal Filip Borremans © Wannes Nimmegeers

Tekst Sam De Kegel 

Sommige interviews zijn net een tikkeltje spannender dan de doorsneebabbel wegens de setting en het onderwerp van gesprek. Door lokaal gladde wegen melden we ons vijf minuten te laat aan op het militair domein in Evere voor een onderonsje met luitenant-generaal Filip Borremans. Een militair met (vele) strepen wil je niet laten wachten. Na de ID-controle gaat de bareel naar omhoog en spoeden we ons naar ons doelwit. Links en rechts worden we geflankeerd door een tank en gevechtsvliegtuig op leeftijd, die in een sneeuwveld genieten van hun welverdiende rust.

Borremans, ooit als groentje gestart in de kadettenlichting van 1982, is een man met tonnen ervaring binnen de Belgische Defensie. Sinds midden februari 2026 is hij Joint Staf Director ter ondersteuning van de Chef Defensie, daarvoor leidde hij de Algemene Directie Material Resources (DGMR) en was hij Nationaal Bewapeningsdirecteur. “Met 2.300 medewerkers staat de DGMR in voor het invullen van de behoefte aan alle materieel en infrastructuur én voor het aankoop- en bewapeningsbeleid. Een oude vloot van F16’s, bijvoorbeeld, moet je aanpassen aan de operationele vereisten van vandaag, in coördinatie met je internationale partners en de industrie. Dat is niet zomaar een contractje maken, maar een continu denkproces om al het materiaal te onderhouden en te vernieuwen.”

De luitenant-generaal is ook een expert in militair-industriële samenwerking en beseft het enorme belang van samenwerking met het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen. “Je hebt een spervuur aan vragen mee, zie ik.” De toon is gezet met een militaire metafoor.

Voor het eerst sinds lang heeft Defensie weer de tijdsgeest mee. Hoelang is er volgens jou te weinig geïnvesteerd?

Filip Borremans: “35 jaar lang. Het ging veel verder dan desinvesteren: kwartieren werden afgebouwd, capaciteit afgeschaft, militairen gestimuleerd om vijf jaar voor hun pensioen te stoppen met werken met behoud van een groot deel van hun wedde. Doorheen al die jaren is de ondersteunende staf van DGMR gehalveerd en tellen we 75% minder militairen in de eenheden. Daardoor hebben we ook enorm veel competentie verloren en moeten we nu meer beroep doen op externe experten. Vroeger keurden we heel veel materiaal zelf – denk aan munitie – nu doen we toezicht op de kwaliteitssystemen van wapenbedrijven die zelf de keuring moeten doen.”

Zitten we nu op een kantelpunt?

“Een eerste kentering kwam in 2016, toen men besliste om het budget niet verder te doen dalen, maar geleidelijk aan te verhogen. Er kwam een eerste investeringspakket van 9,2 miljard euro, al werd dat niet meteen uitgevoerd. Vergeet ook niet dat tot begin jaren negentig het defensiebudget ruim 2% van het bnp bedroeg. Nu zijn we eindelijk weer zover, tegen 2034 stijgen we naar 2,5%.”  

Ook in de maatschappij overheerst nu het idee dat we ons veel beter moeten beschermen tegen externe dreigingen?

“Er heeft zeker een mentaliteitswijziging plaatsgevonden: vrede en veiligheid zijn niet gratis en gegarandeerd. Ik zie zeker een cultuurverandering, maar die gaat langzaam. Gezamenlijk onderzoek met universiteiten ligt vaak nog moeilijk.”

Omdat die universiteiten op de rem staan om samen te werken met Defensie?

“Omdat men gedurende decennia in Vlaanderen een cultuur heeft gestimuleerd dat militaire activiteiten en toepassingen ‘slecht’ zijn. Die cultuur veranderen lukt enkel door elkaar beter te proberen begrijpen. Nu gaan ze gelukkig meer open communiceren. Zoals UGent, dat enkele jaren geleden zelf een artikel publiceerde over een samenwerking rond sensortechnologie voor het opsporen van zeemijnen. We moeten onze kennis bundelen. Op de website van UGent staat dat dual-use onderzoek toegelaten wordt, maar dat ze niet meewerken aan onderzoek dat uitsluitend militair nuttig is. Vaak is de grens tussen ‘offensief’ en ‘defensief’ ook vaag. De Zweden en Finnen gebruiken zeemijnen als verdedigingsmiddel; als je dan iets maakt om zeemijnen op te sporen en te neutraliseren, dan spreek je eigenlijk over een offensieve operatie. Als ik me wil verdedigen tegen drones of gevechtsvliegtuigen, dan is de beste optie om ze op de grond te vernietigen of te verhinderen dat ze kunnen opstijgen. Als een boogschutter pijlen op je afvuurt, kan je veel beter de boogschutter neutraliseren dan de pijlen uit de lucht schieten. Het eerste wordt beschouwd als offensief, het tweede als defensief.” 

Defensie koopt geen eieren of bloem, maar de afgewerkte taart”

Luitenant-generaal Filip Borremans

Die drones waren plots heet nieuws, toen ze opdoken op verschillende plekken in ons luchtruim. Had iemand vijf jaar geleden verklaard dat we moesten investeren in luchtverdedigingscapaciteit om drones neer te halen, hij werd gek verklaard, vandaag is die urgentie er plots wel?

“Klopt. Vergeet niet dat we die luchtverdedigingssystemen tot eind jaren 80 wél nog hadden. We zijn ook de knowhow kwijtgeraakt om ze in te zetten. Het gaat om coördinatie, commando en controle.”

In een interview met Voka West-Vlaanderen vorig jaar sprak je over dringende aankopen zoals luchtverdedigingscapaciteit. Wat is al aangekocht, wat zit er in de pijplijn?

“In luchtverdediging is een gelaagde aanpak cruciaal, want je hebt verschillende soorten dreigingen. Zo hebben we Piorun-schouderraketten aangekocht voor de zelfbescherming van onze special forces (een deel is al geleverd, red.). We gaan ook NASAMS-luchtafweersystemen aankopen (van Kongsberg, red.) tegen kruisraketten en gevechtsvliegtuigen. Hierbij sluiten we ons aan bij een contract van de Nederlanders. Bij een klassieke aankoopprocedure moet je twee keer naar de ministerraad voor de toestemming én de gunning. Hier doen we dit versneld in één keer (De uitgaven voor militaire aankopen worden vooraf ook gecontroleerd door de Kamercommissie Legeraankopen en de Inspectie Financiën, red.). We nemen ook deel aan SAFE. Via dit vehikel wil de Europese Commissie tot 150 miljard euro lenen om financiering te voorzien voor lidstaten die samen willen investeren om zwakke plekken in de Europese defensie aan te pakken. België zou 8,3 miljard kunnen lenen. In 2025 zagen we eindelijk tastbaar resultaat van grote contracten die in 2018 afgesloten werden, zoals de oplevering van de eerste van 382 zeswielige Griffon-pantserwagens door Mol Cy in Staden (en waar ook Oost-Vlaamse bedrijven aan hebben meegewerkt zoals ACB en C-Mac, red.).”

Van 30 mei tot 1 juni 2025 werd in Sint-Truiden de Drones Hackathon georganiseerd door Innovation for Defence (Inno4Def), het Belgische defensie‑innovatieprogramma. Dit brengt militairen en burgerexperten samen om via hackathons innovatie te versnellen.

Stel: een kmo wil samenwerken met Defensie. Hoe moet die tewerk gaan?

“Bedrijven moeten heel goed beseffen dat wij geïntegreerde oplossingen aankopen. Wij kopen de afgewerkte ‘taart’. Advanced Circuit Boards (ACB), bijvoorbeeld, is een kmo die hightech printplaten maakt. Die zullen we nooit aankopen, maar wel een systeem bij een leverancier die printplaten gebruikt in zijn product. Vergelijk het met een bakker die eieren, bloem en boter nodig heeft voor zijn taarten en daarvoor leveranciers zoekt. Een bedrijf wou ooit aluminium aan ons leveren, maar dat is de maïs voor de kippen die de eieren moeten leggen voor de bakker waar wij die taart gaan aankopen. De eerste boodschap is: ken je plaats in de waardeketen en stel jezelf de vraag: moet ik spreken met Defensie of met een groot defensiebedrijf dat mijn onderdelen kan gebruiken? Heel vaak is dit het tweede. Maar we stimuleren onze grote bedrijven wel om zo veel mogelijk met die kmo’s lokaal samen te werken. Aan onze Griffon-pantserwagens werkten naast Mol Cy nog een dertigtal Belgische toeleveranciers. Naast onze aankopen van grote wapensystemen via overheidsopdrachten hebben we ook heel wat kleinere aankopen via de klassieke aankoopprocedures, bijvoorbeeld voor infrastructuur. Ook daar krijgen we soms het verwijt dat kleine aannemers geen kans krijgen. Onlangs hebben we de landingsbaan van Kleine Brogel vernieuwd. Een grote aannemer legde de toplaag met 80 voertuigen op 3 dagen, maar daarvoor werkte hij wel nauw samen met onderaannemers. We proberen ons beheer zo efficiënt mogelijk te maken waardoor een opeenstapeling van kleine contractjes met kleine aannemers voor ons niet interessant is.”

Bedrijven kunnen ook de krachten bundelen via een consortium?

“Zeker! Denk aan Sioen en Seyntex. Dat zijn twee concurrenten van elkaar, maar voor een openbare aanbesteding rond gevechtskledij hebben ze zich verenigd in een consortium (samen leveren ze operationele kledij voor Defensie via een langetermijncontract). Hadden ze dat niet gedaan, dan werden we wellicht verplicht om over de grens te kijken.”

Onlangs organiseerde Voka Roadshows Defensie. De interesse van bedrijven was enorm. Wat kan dit opleveren in de nabije toekomst?

“Die b2b-events leveren op termijn altijd iets op. Het is heel goed dat we nauwere contacten hebben met Belgische kmo’s én hun competenties kennen omdat we ook buitenlandse bedrijven naar hier halen. We stellen hun expliciet de vraag: hoe kan je een return in België realiseren door onze lokale kmo’s te betrekken? Dan is het cruciaal dat wij beide met elkaar in contact kunnen brengen.”

Bedrijven moeten heel goed beseffen dat wij geïntegreerde oplossingen aankopen. Wij kopen de afgewerkte ‘taart’”

Luitenant-generaal Filip Borremans

Binnen het contract voor de nieuwe mijnbestrijdingsvloot richtte de Franse onderwaterdroneproducent Exail Robotics een Belgische divisie op, met vestigingen in Oostende en Moeskroen. Is dit een schoolvoorbeeld?

“Het gaat zelfs verder. Wij hebben aan Exail Robotics gezegd dat ze hun toeleveringslijn voor de vestiging in Oostende Belgisch moesten maken. Dat zorgde even voor een discussie met het Franse moederbedrijf, maar dat was de voorwaarde. Die supplychain is nu grotendeels Belgisch én resilient. Als een bedrijf door omstandigheden niet meer kan leveren, dan kunnen we op de Franse toeleveringsketen terugvallen en vice versa.”  

Met de komst van de Brusselse European Defense Exhibition (BEDEX) in maart 2026 zet Brussel in op een eigen defensiebeurs. Is een nationale beurs in een sterk geglobaliseerde defensiesector wel zinvol?

“Zeker, we steunen dit privaat initiatief, dat grote buitenlandse bedrijven naar hier loodst zodat er een interactie kan plaatsvinden met onze bedrijven. Nadien zullen we de resultaten evalueren.”

Hoe belangrijk is DIRS (Defence, Industry and Research Strategy) om innovatie aan te zwengelen?

“DIRS heb ik mee ontwikkeld, net als DEFRA (Defence-Related Research Action), een onderzoeksprogramma waarbij kennisinstellingen en industrie verplicht gezamenlijke projecten indienen, net om die kennisoverdracht tussen academici en de industrie te verbeteren. De industrie kan ook een vingertje opsteken als er geen businesscase is voor het voorgestelde onderzoek en als het technisch niet haalbaar is. 
DIRS moet dan weer onze defensie-industrie sterker maken op lange termijn, om ons meer weerbaar te maken maar ook uit economisch en kennisbelang. We moeten meer kennistransfers stimuleren vanuit het buitenland in domeinen waarin we zelf niet zo sterk staan. Wij hebben universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven die in bepaalde niches aan de top staan, maar we kunnen niet in alle domeinen toptechnologie ontwikkelen, zoals de VS en China. We moeten kennis écht durven importeren op Europees en trans-Atlantisch niveau, via topbedrijven. Het is aan de kmo’s om zich onmisbaar te maken in zo’n consortium, in de ontwikkelings-, productie- en ondersteuningsfase. Tot slot, het is niet omdat je het recept van een chef-kok hebt, dat je een topmenu kan koken. Je moet ook de skills verwerven, daarvoor moet je bij hem op stage gaan. Dat geldt zowel voor onze industrie als voor Defensie.” 

Wij hebben universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven die in bepaalde niches aan de top staan, maar we moeten kennis ook écht durven importeren op Europees en trans-Atlantisch niveau”

Luitenant-generaal Filip Borremans

Niet elk bedrijf dat producten maakt met zowel civiele als militaire toepassingen wil daarover communiceren, ondervonden we zelf. Niet zozeer omwille van wat ze maken, maar omdat ze bang zijn voor de reactie van bepaalde actiegroepen?

“Ik begrijp bedrijven die uit veiligheidsoverwegingen of industriële belangen beslissen om onder de radar te blijven. Dat doen wij soms ook (glimlacht). Wat de actiegroepen betreft, iedereen heeft recht op zijn eigen mening. Op sociale media word je getorpedeerd met meningen. Maar hun acties, dat zijn vandalenstreken. Punt.”

Wat dual use betreft, is er niet heel vaak een wisselwerking tussen ontwikkeling op militair en civiel niveau?

“Absoluut. Civiele ontwikkelingen worden nadien voor defensie aangewend, maar even vaak omgekeerd. De microgolfoven, het internet, de GPS: het zijn allemaal voorbeelden van militaire ontwikkelingen met een enorme impact op ons dagelijkse leven. Sabca, nu Sabena Engineering, was betrokken bij de assemblage van de F16’s in Europa. Het verwierf zo skills die het nu kan toepassen op de burgerluchtvaart.”

De M940 Oostende is een mijnenjager van de Marine van de Belgische Defensie.

Oorlogen of conflicten zijn ook altijd een versneller van innovatie geweest …

“Klopt. Als een land of regio zich in een kritieke positie bevindt met non-stop bedreiging, dan nemen mensen risico’s om oplossingen te vinden, en dat stimuleert innovatie. De innovatie van drones in Oekraïne is nu enorm; stel dat we tot een wapenstilstand komen, dan zal die evolutie veel trager vooruitgaan. Los daarvan, het dual use-aspect is essentieel voor innovatie in defensie. Bedrijven hebben een businesscase nodig om te overleven. Nu zijn er veel budgetten voor defensie, op een bepaald moment zullen die weer slinken. Als bedrijf moet je kunnen overleven via civiele toepassingen en eventueel kunnen switchen naar militaire productie wanneer dat nodig is. Zoals een voertuigenbouwer bij een militaire crisis overschakelt naar militaire voertuigen.”

Er staan ook nieuwe militaire ‘Kwartieren van de Toekomst’ in Vlaanderen op de planning, waaronder het oude reservevliegveld van de NAVO in Ursel …

“We willen onze locaties geografisch beter spreiden om de militaire loopbaan van ons personeel attractiever te maken. We vragen aan onze mensen dat ze mobiel zijn, maar op een bepaald moment in je carrière wil je een geografische stabiliteit als je niet op oefening of operatie bent. Dankzij zo’n spreiding zijn we ook meer weerbaar in territoriale verdediging. Weet je, ik was vroeger korpscommandant van de kazerne in Ieper. Die is in 1953 gebouwd om de hoge werkloosheid te keren. Vele kazernes zijn doorheen de jaren echter verdwenen.”

Hoe kunnen lokale bedrijven mee profiteren van nieuwe kwartieren?

“Denk aan onderhoud van gebouwen, groenonderhoud, schilderwerken …

Bij verschillende bestaande kwartieren is het facility management uitbesteed aan één bedrijf, dat op zijn beurt met heel wat toeleveranciers en lokale aannemers werkt, in catering, horeca en logement. Het materieel moet ook onderhouden natuurlijk.”

Voor het Oost-Vlaamse kwartier in Ursel swingen de bezwaarschriften de pan uit. Groen-politica Mieke Schauvlieghe is een grote tegenstander …

“Dit Kwartierplan wordt op de ministerraad besproken, maar de bespreking is al enkele keren uitgesteld. Ursel is sowieso al een militair kwartier, je hoeft er niemand te onteigenen. Bovendien ligt Ursel relatief dichtbij Universiteit Gent en de economische groeipool Gent, wat ook R&D-kansen biedt. Een plan B is er niet echt. Maar niemand wil nog nieuwe bedrijvigheid in zijn ‘achtertuin’.”

Adverteren bij Voka
Proximus
Wintercircus
Soundfield
Deloitte Private
XL Group
ING
Mensura
SDWorx