In deze rubriek gaat Hilde Schuddinck, co-ceo Voka Oost-Vlaanderen, op zoek naar mensen die haar inspireren, enthousiasmeren en motiveren. Deze keer ging ze op pad met Tim Vandecasteele. Van software schrijven die leest als poëzie tot historische gebouwen nieuw leven inblazen: Tim bouwt graag. Eerst aan Silverfin, daarna aan die van de boekhouding en vandaag ook aan de toekomst van de Gentse Rommelaere-campus. Met een West-Vlaamse nuchterheid, een bijna mathematische rust en het geloof dat bijna alles oplosbaar is.

Tekst Hilde Schuddinck – foto Wannes Nimmegeers
Dag Tim, merci dat je even de poorten wil openen van je prachtige nieuwe project Rommelaere in Gent.
Tim Vandecasteele: “Met plezier, ik ben trots dat ik het mag tonen.”
Kan je kort even uitleggen waar we nu precies zijn?
“Het is een eerder onbekende, maar wel één van de mooiste campussen van UGent naast De Bijloke. Het wordt al eens vergeleken met Zweinstein (het kasteel en de toverschool uit J.K. Rowlings zevendelige boekenserie Harry Potter, red.)
Het gebouw is ontworpen door Louis Cloquet, ook de architect van het voormalig postgebouw aan de Korenmarkt. De rode baksteen en de torentjes zijn bijvoorbeeld heel typerend.
Het werd gebouwd in 1899 toen De Bijloke nog een ziekenhuis was. De naam van de campus komt van de Gentse arts Willem Rommelaere (ook lijfarts van Marie Henriëtte, echtgenote van Leopold II, red.) Een van zijn patiënten hielp hem om de bouw van het complex te financieren. Eerst werd het gebruikt om medisch onderzoek te doen. Tot voor kort stond een groot deel van de lokalen en laboratoria leeg. Er zaten enkel nog een paar mensen die behoren tot verschillende onderzoeksgroepen en opleidingen.”
Maar UGent besloot om het te verkopen …
“Klopt, ik zag vooral veel potentieel om dit gebouw terug te geven aan de buurt. Ik heb een dossier ingediend om er nieuw leven in te blazen en dat bleek aan te slaan.”
Proficiat alvast, ik weet zeker dat het gebouw in goede handen is. Is dit ook een kinderdroom die in vervulling gaat?
“Goh, niet echt. Ik heb nooit uitgesproken dromen of doelen gehad. Ik keek wel enorm veel naar films en wilde ooit naar het RITCS om regisseur te worden. Enerzijds nam ik deel aan kunstprojecten in mijn tienerjaren en anderzijds zat ik in de tuin vanaf mijn twaalfde code te lezen. Computers en het internet hebben me altijd gefascineerd. Toen ik droomde van het RITCS, deed ik tegelijkertijd ook toelatingsproeven voor burgerlijk ingenieur. Mijn vader zei heel nuchter: “Doe eerst ingenieur. Dat neemt niemand je nog af.” Achteraf bekeken was dat misschien geen slechte raad. Hij wist ook dat ik daarna geen zin meer zou hebben om nog voor regisseur te gaan (lacht).”
Joris en ik waren als een sinus en een cosinus."
Tim Vandecasteele
Een typisch Vlaamse vaderlijke raad lijkt me dat …
“Zeker, ik ben opgegroeid in een heel gewoon West-Vlaams gezin. Mijn vader werkte bij het Gemeentekrediet en later bij het OCMW. Mijn moeder zorgde thuis voor vier kinderen. Niets uitzonderlijks, maar wel een heel warm gezin. Vandaag wonen we bijna allemaal in Gent. Mijn ouders hebben hier zelfs een appartement ondertussen. Dat maakt dat we elkaar nog heel vaak zien.”
En je ouders zijn wellicht trots op het parcours dat je ondertussen aflegde.
“Ja, dat denk ik wel, al zijn ze natuurlijk trots op alle vier hun kinderen. Mijn mama zegt soms dat ze niet kan bevatten wat ik precies doe. Dit project is wel iets tastbaarder en bevattelijker dan wat ik deed bij Silverfin of nu bij die van de Boekhouding.”
Precies, hier kan je tenminste gewoon een glas wijn komen drinken ...
“Ja. Toen ze hier voor de eerste keer kwamen, hebben ze ook wel onmiddellijk gezegd dat dit project van hun zoon is. Dus ze zijn wel trots.”
Maar dat toelatingsexamen burgerlijk ingenieur is dus gelukt en uiteindelijk koos je voor elektrotechniek?
“Klopt, maar toen was ik ook al vaak aan het programmeren. Mensen denken vaak dat programmeren iets puur technisch is, terwijl ik dat net heel creatief vind. Soms noemen ze programmeurs ook software writers. Als je echt mooie code leest, lijken dat bijna gedichten. Dat klinkt misschien heel nerdy, maar ik geloof echt dat creativiteit belangrijker en belangrijker zal worden. Het gaat daarbij niet enkel over kunst, maar ook: Hoe vul je dit gebouw op een creatieve manier in?”
Je straalt ook altijd ontzettend veel rust uit. Terwijl je toch gigantische projecten trekt. Eerst Silverfin, nu je huidige bedrijf die van de boekhouding, dit gebouw en je eigen woning met een cultureel project. Hoe doe je dat?
“(Lacht) Ik ben inderdaad nogal rationeel. Misschien zelfs té rationeel. Ik heb eigenlijk zelden stress.”
Nooit?
“Spanning wel. Maar stress nauwelijks. Ik slaap altijd goed. Misschien komt dat doordat ik risico's graag vooraf bereken. Ingenieurs denken nu eenmaal vaak in scenario's. Wat is het worstcasescenario? En meestal blijkt dat best mee te vallen. Een ingenieur is een probleemoplosser en dat is exact wat je bij dit soort projecten moet doen. Een leeg blad of een leeg gebouw heeft ongelooflijk veel potentieel. Je begint met iets dat ‘niets’ is en probeert daar stap voor stap iets waardevols van te maken. Dat proces vind ik misschien nog leuker dan het eindresultaat.”
Je kan het vooral goed relativeren.
“Ik heb geleerd dat bijna alles oplosbaar is. En als het niet oplosbaar is, dan hoef je er ook niet wakker van te liggen. Dat klinkt misschien simplistisch, maar zo zit ik echt in elkaar. Misschien ook omdat ik besef dat ik met gebouwen bezig ben. Niet met mensenlevens. Ik heb vrienden die arts zijn. Dat lijkt mij pas een enorme verantwoordelijkheid. Hier gaat het dus louter om stenen die je koopt. Daarin zit ook de waarde en het risico dat je draagt. Als je een financieel plan kunt maken, kan je goed berekenen welk risico je draagt.”
En zat dat ondernemen er vroeg in bij jou?
“Ik heb nog vriendschapsbandjes verkocht en ik heb met een vriend ook nog strips willen verkopen, maar de clou is dat ik helemaal niet kan tekenen (lacht luid).”
Als je mooie code leest, lijken dat bijna gedichten. Dat klinkt misschien heel nerdy, maar ik geloof echt dat creativiteit steeds belangrijker zal worden.”
Tim Vandecasteele
Wij kennen elkaar al 15 jaar, van het begin van Bryo, het netwerk voor bright young entrepreneurs van Voka. Ik ‘koppelde’ je toen aan Joris Van Der Gucht. Het bleek een match made in heaven waaruit het straffe Silverfin-verhaal is gegroeid.
“Ja, Bryo was de max. Ik had toen al een paar kleine projectjes zoals een app voor sportploegjes om vlot af te spreken. Tegenwoordig gebeurt zoiets met Whatsapp, maar toen had dat wel wat gebruikers. Ik werkte bij Philips en besefte dat ik niet wou werken voor iemand. Tijdens Bryo ben ik naar een pure development job geswitcht. Ik ging ervan uit dat, als ik een bedrijf wou oprichten, het waarschijnlijk handig was dat ik goed kon programmeren. Dat leerde ik mezelf vooral tijdens die 9-to-5-job én tijdens de vele uren op de trein. En dat is heel nuttig gebleken bij het verhaal van Silverfin.”
Hoe kijk je daar vandaag op terug?
“Vooral met heel veel plezier. Mensen verwachten soms spectaculaire verhalen over diepe dalen of zware crisissen, maar eerlijk? Het waren tien fantastische jaren. Er waren natuurlijk moeilijke momenten. Deals die niet doorgingen. Klanten die afhaakten. Maar de positieve momenten overheersen enorm.”
Wat was zo'n moment waarop je dacht: dit wordt echt groot?
“Ik herinner me vooral nog heel goed dat Joris mij belde omdat we opnieuw een klant hadden binnengehaald en ik me een heel beperkt loontje kon uitkeren. Want de eerste omzet ging naar Joris omdat ik toen nog werkte in loondienst.”
Dat was zo afgesproken?
“Ja. Ik nam toen niet echt een groot risico. Want ik had een betaalde job en als burgerlijk ingenieur wist ik dat ik altijd werk zou vinden. Maar de mooiste momenten beleefden we toen we voelden dat er tractie op de verkoop zat. Joris belde iedere keer als er weer een klant bij kwam. Weer één, weer één. Dat was echt een zalig gevoel. Of toen we op de 40ste verdieping in Londen een handshake gaven voor een groot partnership. Dan vraag je je wel eens af: ‘Hoe zijn we hier in godsnaam terechtgekomen’? Alsof we in de serie Suits zaten (lacht).”
Wat was jullie succesformule?
“Hard werken, nog belangrijker: echt luisteren naar onze partners. Dat zit zowel in Joris’ als in mijn DNA. Dan pas kan je hun problemen oplossen.”
En jullie hadden nooit een exit-plan?
“Nooit. Dat is achteraf bekeken misschien naïef, maar wij waren daar totaal niet mee bezig. We wilden gewoon samen een beter product bouwen. Groeien was geen doel op zich.”
De samenwerking met Joris is cruciaal gebleken?
“Absoluut. Zonder elkaar was er geen Silverfin geweest. Dat jij ons met elkaar in contact bracht binnen Bryo is ons geluk geweest. Wij kenden elkaar voordien niet. Achteraf zeggen mensen vaak dat je je co-founder zorgvuldig moet kiezen, maar eerlijk: wij hadden gewoon ongelooflijk veel chance dat het zo goed klikte. Het was geen vlekkeloos parcours, maar echte dieptepunten hebben we niet gekend. Joris en ik, wij waren als een sinus en een cosinus. Altijd elkaar terug naar boven trekken als het nodig was.”
Ik heb geleerd dat bijna alles oplosbaar is. En als het niet oplosbaar is, dan hoef je er ook niet wakker van te liggen.”
Tim Vandecasteele
De perfecte blind date ...
Zeg maar gerust: Blind Getrouwd (lacht), maar we mogen onze handjes kussen dat het zo’n geslaagd huwelijk was met een prima verstandhouding. En weet je, ik was toen 28, dan lijkt het leven oneindig. Het zou ook helemaal niet erg geweest zijn mocht dat fout gelopen zijn.”
Na Silverfin kwam plots een heel andere vraag: wat doe je met die middelen?
“Ja. Dat was voor mij belangrijker dan de exit zelf. Je krijgt plots een stevig bedrag op je rekening. Dan vraag je je af: ‘Hoe ga ik daar op een verstandige en verantwoordelijke manier mee om?’”
En zo kwam campus Rommelaere op je pad.
“Inderdaad. Ik wilde geen project dat voortdurend geld zou opslorpen. Het moest economisch gezond zijn, maar tegelijk ook iets betekenen.”
Wat betekent maatschappelijke impact voor jou?
“Ik geloof niet dat je moet kiezen tussen commercieel en maatschappelijk. Integendeel. Volgens mij versterken beide elkaar net.”
Je hebt hier dan ook heel bewust gekozen voor een mix van functies.
“Ja. Er komt horeca, maar liefst met een sociale insteek, bijvoorbeeld via een maatwerkbedrijf. Er is al een Freinetschool die hier gerust mag blijven én er komt ook een crèche. En verder jonge bedrijven die ook iets willen teruggeven aan de samenleving. Dat kunnen echte impactbedrijven zijn die bezig zijn met duurzame koffie, maar net zo goed mijn eigen bedrijf waarmee je bijvoorbeeld afspreekt om 1% van de omzet te besteden aan de planeet. Ik vind het mooi wanneer heel verschillende mensen en werelden elkaar op één plek ontmoeten.”
Dat is veel meer dan vastgoed ontwikkelen …
“Voor mij wel. Natuurlijk moet het plaatje financieel kloppen. Anders hou je het niet vol. Maar ik wil bewijzen dat erfgoed ook opnieuw een maatschappelijke rol kan spelen. Geld is ook nooit mijn grootste drijfveer geweest. Het geeft vrijheid om dingen mogelijk te maken. Dat vind ik interessanter.”
Ondertussen ben je opnieuw een softwarebedrijf gestart: die van de boekhouding.
(lacht) Ja, sexy naam, hé. Blijkbaar kan ik het toch niet laten en omdat ‘bouwen’ gewoon leuk is. Maar deze keer hebben mijn vennoot Domien (ze leerden elkaar kennen bij Silverfin, red.) en ik wel één heel duidelijke afspraak gemaakt.
Welke?
“Het moet altijd plezant blijven.”
Dat klinkt eenvoudiger dan het is …
“Toch is het voor ons de belangrijkste regel. We willen alleen samenwerken met mensen die ons energie geven. Dat geldt voor collega's, maar ook voor klanten.”
Dus je zegt soms bewust nee?
“Regelmatig zelfs. Dat zou ik tien jaar geleden nooit gedaan hebben. Toen wilden we iedereen helpen. Vandaag weet ik dat blijven samenwerken alleen werkt als je elkaar ook graag tegenkomt.”
Dat is de ondertussen veertigjarige Tim die spreekt, denk ik dan.
“Ja. Vroeger dacht ik vooral aan bouwen en groeien. Vandaag denk ik veel meer na over met wie ik dat doe. Met jou praten vind ik bijvoorbeeld leuk en dan maak ik er graag tijd voor. Als het als een verplicht nummer zou aangevoeld hebben, had ik zeker gezegd dat het niet lukte.”
Haha, bedankt voor het compliment. Maar jullie ambitie blijft wel groot ...
“(lacht) Ja, natuurlijk. We willen opnieuw verdubbelen. Dat zit nu eenmaal in mijn karakter. Alleen hoeft dat voor mij niet meer met honderden medewerkers. Dankzij AI kun je vandaag met een veel kleiner team veel meer realiseren. We kunnen ook nu veel vlotter seniors aanwerven waardoor zaken toch sneller en beter vooruitgaan.”









