In deze rubriek gaat Hilde Schuddinck, co-ceo Voka Oost-Vlaanderen, op zoek naar mensen die haar inspireren, enthousiasmeren en motiveren. Deze keer ging ze op pad met Claire Tillekaerts. Claire Tillekaerts is voor Voka Oost-Vlaanderen allesbehalve een onbekende. In 2022 riepen we haar uit tot Voka Legende. Terecht. Ze bouwde een indrukwekkend parcours uit als advocaat, academica en topvrouw van Flanders Investment & Trade. Tot voor kort was ze ook voorzitter van de Regentenraad van de Nationale Bank. Een gesprek over ambitie en plichtsbesef, vrouwen en leiderschap, verlies en veerkracht, ouder worden en waarom ze het reizen verrassend genoeg niet mist.

Tekst Hilde Schuddinck – foto Nathalie Dolmans
Van een agenda die jarenlang van ’s morgens tot ’s avonds gevuld was tot een actief pensioen waarin ze opnieuw zelf haar tijd bepaalt. De uitgelezen persoon dus om mee op pad te gaan, en deze keer namen we nog een viervoeter mee: haar lieve truffelhond, Vinci.
Claire, waarom koos je de Damvallei in Destelbergen als plek van afspraak?
“Ik woon in de buurt en kom hier bijna dagelijks wandelen met Vinci. Twee tot vijf kilometer per dag. Het geeft me rust, beweging. De natuur is bovendien een prachtig decor voor een goed gesprek op deze mooie herfstdag.”
Bedankt trouwens om even tijd voor me te maken.
“Met plezier, ik ben met pensioen, dus ik heb tijd, hé (lacht).”
Klopt, maar als ik lees wat je allemaal nog doet, klinkt dat niet als stilzitten.
“‘Actief pensioen’, zo noem ik het (lacht). Ik had tot voor kort nog negen mandaten. Dat zijn er nu wat minder. Imec doe ik bijvoorbeeld nog altijd, maar ik ben ook voorzitter van het Filmfestival, dus oktober is altijd erg druk. Maar het grote verschil zit voor mij vooral in de verantwoordelijkheid. Een mandaat vraagt veel voorbereiding en engagement, maar je draagt niet meer elke dag de eindverantwoordelijkheid voor een grote organisatie en voor alle mensen die erin werken. Zeker bij mijn rol als ceo van FIT heb ik toch wakker gelegen van bepaalde onveilige situaties in de wereld, omdat je team daar soms ook middenin zit.”
Dus je pensioen werd een vorm van opluchting?
“Voor een stuk wel. Wat ik niet mis, is het vele reizen. Dat had ik echt wel gehad. Mensen mis je natuurlijk wél. Je brengt tijdens je carrière uiteindelijk meer tijd door met sommige collega’s dan met je vrienden. Maar toen ik vertrok, heb ik heel bewust beslist om niet als een soort schoonmoeder in de schaduw aanwezig te blijven. Ik heb bijvoorbeeld mijn privéadres niet zomaar aan iedereen gegeven. Als je vertrekt, moet je de mensen die na jou komen ook de ruimte geven.”
Wat was het moeilijkste aan die nieuwe fase in je leven?
“(denkt even na) Mijn eigen structuur vinden. Ik was heel mijn leven gewend aan een agenda die van ’s morgens tot ’s avonds gevuld was en waarbij heel veel voor mij georganiseerd werd. Plots moet je dat allemaal zelf doen. Zelf mijn eigen agenda bijhouden: dat was wennen (lacht). Mijn ritme is ook helemaal veranderd. Ik was vroeger echt een nachtmens. Dat is vanzelf beginnen te kantelen naar de ochtend. Ik vermoed door ouder te worden.”
Heb je het lastig met ouder worden?
“Voorlopig niet, het leven blijft boeiend. Je hebt veel meer zelfvertrouwen, je maakt je minder snel druk en je hebt ondertussen voldoende meegemaakt om bepaalde situaties sneller te herkennen. Ook mensen leer je beter lezen. Hoe meer ervaring je hebt, hoe gemakkelijker dat wordt. En dat is een zegen, maar er zijn natuurlijk ook nadelen aan ouder worden. Fysiek of mentaal afhankelijk worden van anderen vind ik nog altijd een moeilijke gedachte. Dementie, bijvoorbeeld, vind ik beangstigend. Daarom probeer ik actief te blijven. Ik doe yoga, pilates en zwem elke dag. Fysiek actief dus, maar zeker ook geestelijk. Die mandaten helpen daarbij. En ik ben opnieuw naar de academie gegaan om te schilderen.”
Liever een bitch dan een schaap.”
Claire Tillekaerts
Aha, een nieuwe roeping?
“Nee, dat artistieke heeft er altijd ingezeten, maar ik heb uiteindelijk toch maar rechten gekozen om ‘iets’ te doen (lacht). Ik had heel graag iets artistieks gedaan, architectuur bijvoorbeeld. Mijn grootvader was een heel creatieve man: hij schilderde, maakte beelden en speelde toneel. Maar mijn moeder vond die artistieke wereld niet ernstig genoeg.
Studeren aan de universiteit stond bij ons niet ter discussie. Mijn vader droomde ervan dat mijn broer arts zou worden en ik apotheker. Dan kon ik later de kinderen in de ‘achterwinkel’ zetten (lacht). Ik vraag me soms af wat mijn moeder van mijn keuze voor Dirk (Dirk Brossé, haar man en internationaal bekend componist-dirigent, red.) zou gevonden hebben. Al had Dirk zijn strepen al verdiend toen ik hem leerde kennen. Dus misschien zou het dan wel goed geweest zijn (lacht).”
Het viel me op dat je daarnet sprak over ‘voldoende meegemaakt’. Dan heb je het wellicht ook over het zware verdriet van het verlies van de papa van je kinderen én je dochter. Wil je daarover praten?
“Ik heb inderdaad een paar serieuze klappen geïncasseerd in mijn leven. Ik verloor mijn man toen de kinderen nog heel klein waren en mijn dochter in 2013. Ik denk niet dat je zoiets ooit helemaal verwerkt. Dat merk je op onverwachte momenten. Zelfs wanneer iets heel moois gebeurt, zoals mijn andere dochter die aankondigt dat ze zwanger is. Dat is ontzettend emotioneel, het idee dat zij dit niet meer kunnen meemaken.”
Ik word er zelf emotioneel van. Hoe heb je getracht om met dat zware verdriet om te gaan?
“Na zo’n verlies moet je op een bepaald moment proberen jezelf weer samen te rapen en opnieuw te functioneren. Niet omdat het verdriet weg is. Je draagt het altijd mee, het is een rugzak voor het leven.”
Heeft je job je daarin kunnen helpen?
“In zekere zin wel. Kijk, ik ben een maand thuis geweest nadat Aurore gestorven is. En ik zat daar dus te staren tot ik dacht: dit kan toch niet meer. Ik moet terug aan de slag. Niet omdat werk het verdriet oplost, absoluut niet. Maar het zorgt er wel voor dat je niet vierentwintig uur per dag uitsluitend daarmee bezig bent. Je moet functioneren, mensen rekenen ook op je, er zijn beslissingen te nemen.
Misschien ben ik heel goed geworden in het onderdrukken van bepaalde emoties. Of dat altijd goed is, weet ik niet. Maar sommige dingen draag je de rest van je leven mee.”
En dan was er ook nog borstkanker …
“Ik kreeg op mijn 44ste borstkanker. Ik heb chemo gehad en daarna antihormoontherapie. Daardoor ben ik heel abrupt in de menopauze terechtgekomen. Dat was extreem, ik wist amper wat me overkwam. Daarom vind ik het goed dat daar vandaag veel opener over gesproken wordt. Dat was vroeger veel minder het geval. Het is lang verzwegen en zwaar onderschat geweest.”
Je was in het begin van je carrière advocate in familierecht. Ik veronderstel dat je daar ook in contact kwam met moeilijke situaties en mensen met een rugzak.
“Absoluut, en ik heb dat ook altijd heel graag gedaan. Niet zozeer om het juridische aspect, maar omdat je mensen kunt helpen. Als advocaat krijg je een inkijk in de maatschappij die je op weinig andere plekken krijgt. Je leert op heel korte tijd enorm veel informatie verwerken, analyseren en je argumenten verdedigen. Maar ik nam de problemen van mensen ook te veel mee naar huis. Zeker toen ik zelf kinderen kreeg, werden sommige dossiers heel zwaar. Er zijn een aantal zaken die mij getekend hebben en die er ook voor gezorgd hebben dat ik op een bepaald moment besefte: dit blijft te hard hangen. Dan moet je afstand nemen.”
(lees verder onder de foto)

Ik ben zelf ook lekenrechter in het Arbeidshof. Het houdt je inderdaad telkens met de voetjes op de grond als je een aantal schrijnende zaken voorgeschoteld krijgt.
“Zeker, want wij leven tenslotte in een geprivilegieerde wereld. Ik was opgegroeid in een heel beschermde omgeving, dus de confrontatie met bepaalde zaken was soms heftig. Te heftig na een tijdje.”
En dan ben je in de internationale wereld beland?
“Eerst heb ik nog een aantal jaren voor de hogeschool gewerkt en daarna is FIT vrij toevallig op mijn pad gekomen. Jaren vooraleer ik bij FIT terechtkwam, ontmoette ik tijdens een reis naar Japan mensen die voor de toenmalige exportorganisatie werkten. Ik kende die wereld nauwelijks. Zij hebben mij uitgelegd wat ze deden en blijkbaar is dat blijven hangen. Toen er jaren later een vacature passeerde, heb ik mij kandidaat gesteld. Dat was ook de eerste keer dat ik een assessment moest doen.”
Er zijn twee voorwaarden wanneer iemand mij nog voor iets vraagt: het moet me interesseren én ik moet het gevoel hebben dat ik nog iets kan bijdragen.”
Claire Tillekaerts
Wat heb je het liefste gedaan? De advocatuur of FIT?
“Goh, moeilijk om te kiezen omdat het twee totaal verschillende werelden zijn. De advocatuur heeft mij enorm veel geleerd over mensen en over de maatschappij. En het was een manier om een vorm van menselijkheid in bepaalde zaken te kunnen brengen. Maar bij FIT haalde ik natuurlijk veel voldoening uit heel concrete resultaten. Met Vlaamse bedrijven naar het buitenland gaan en zien dat ze daar succes boeken. Buitenlandse investeringen aantrekken en weten dat daar economische activiteit en welvaart uit voortkomen. Dat gaf me enorm veel voldoening. Want dat soort positieve berichtgeving lees je nu heel weinig in de media. En het maakt me ook kwaad dat er zo weinig respect is in onze maatschappij voor ondernemers.”
Dat kunnen we vanuit Voka alleen maar beamen. De rol van de media daarin is vaak heel gekleurd. Er worden te veel excentrieke verhalen gebracht.
“Zeker, alsof bedrijfsleiders allemaal mensen zijn met een groot fortuin waarop ze geen belasting moeten betalen. Die framing vind ik totaal fout. En dat is al lang een probleem in onze maatschappij. Als je met je hoofd over het maaiveld uitsteekt, moet je opletten dat de grasmachine niet passeert. Terwijl ondernemen natuurlijk veel meer is dan een bedrijf hebben en daar geld mee verdienen. Het begint met een creatief idee. Vervolgens neem je een risico. Je geeft misschien een vaste job op, investeert geld en energie en weet niet of het gaat lukken. En daarna moet je vooral ongelooflijk hard werken. Dus die minachting is totaal ongepast, net als voor mensen die in het onderwijs staan. Veel respect verdienen ze. Een onderneming bouw je niet door vanuit je appartement naar de zee te zitten turen, zoals in sommige van die tv-programma’s wordt voorgesteld.”
Dat heb jij allicht nooit veel gedaan, uren naar de zee zitten kijken?
“Ik heb altijd hard gewerkt, dat komt wellicht door mijn opvoeding. Ik denk dat ik geconditioneerd ben om altijd mijn uiterste best te doen. Alleen het beste was goed genoeg bij ons thuis. Omdat mijn vader ook heel hard heeft moeten werken om hogerop te geraken. Op het einde van zijn loopbaan was hij advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie. Maar ook bescheidenheid is ons met de paplepel ingegeven, én een groot plichtsbesef met een stevige dosis perfectionisme.”
Dat zijn toch mooie waarden?
“Zeker, maar misschien heeft de generatie van mijn ouders en die van mij soms te weinig evenwicht gezocht tussen werk en ontspanning. Iets waar de nieuwe generatie werknemers veel meer naar kijkt. Heb ik daar spijt van? Nee. Absoluut niet. Maar ik kan er nu wel erg van genieten.”
Ben je in je job ook vaak gebotst tegen mensen die de lat minder hoog leggen dan jijzelf?
“Zeker, en als je baas bent, sta je op het einde altijd alleen. Dat is een ontnuchterende vaststelling, maar het is wel zo. Ik ben een heel sociaal mens. Bij mij heeft niemand ‘mevrouw’ moeten zeggen. Je kunt heel goed overeenkomen met de mensen met wie je werkt, samen koffiedrinken en een heel fijne sfeer creëren. Maar uiteindelijk ben jij degene die de verantwoordelijkheid draagt en sta je dus alleen.”
Ik ga in deze rubriek altijd op zoek naar vrouwen die volop voor hun carrière gegaan zijn. Was het voor jou evident om dat pad te kiezen?
“Kijk, ik heb van thuis uit altijd meegekregen dat de financiële onafhankelijkheid van een vrouw even belangrijk is als die van een man. En lang heb ik gedacht: vrouwenrechten, dat hebben onze grootmoeders en moeders toch geregeld? Tot je zelf in bepaalde omgevingen terechtkomt en merkt dat het toch niet zo eenvoudig is.”
Studeren aan de universiteit stond bij ons niet ter discussie. Mijn vader droomde ervan dat mijn broer arts zou worden en ik apotheker."
Claire Tillekaerts
Bijvoorbeeld tijdens de vele reizen die je maakte.
“Absoluut, maar ook door vast te stellen dat bij elke crisis – kijk maar naar corona – het altijd eerst de vrouwen zijn die thuis zullen blijven of wier rechten op de schop gaan. We moeten daar alert voor blijven, want het gaat momenteel zelfs nog achteruit.”
Ongepaste situaties meegemaakt tijdens je loopbaan?
“Natuurlijk, zoals zoveel vrouwen. Maar op de een of andere manier ben ik daar allemaal vlot tussendoor geglipt, wellicht omdat ik altijd onmiddellijk gereageerd heb. Een onnozele, zogezegd grappige maar ongepaste opmerking lijkt soms iets kleins, maar daar begint het. Als niemand reageert, wordt dat soort gedrag normaal. Dan mag men mij lastig vinden.”
(lees verder onder de foto)

Je zei het daarnet iets kleurrijker.
“(lacht) Ja.”
‘Liever een bitch dan een schaap.’
“Voilà. Van een quote gesproken. En dat geldt niet alleen voor vrouwen. Als er in mijn aanwezigheid racistische opmerkingen gemaakt worden, zal ik daar evengoed op reageren. Mensen reduceren tot hun afkomst, religie, gender of seksuele geaardheid: daar kan ik niet tegen. We moeten mensen in de eerste plaats als mensen blijven zien. Anders zijn we heel ver afgegleden.”
Jij hebt zowat de hele wereld gezien. Als ik je zou vragen om morgen ergens anders te gaan wonen, waar dan?
“Dat is een moeilijke. Met Italië voel ik mij heel verbonden. Japan vind ik fantastisch – ik heb zelfs Japans geleerd. En wat mij totaal verrast heeft, is Ibiza. Mijn dochter heeft daar een plekje en als je wegblijft van het feestgedruis, is het qua natuur en rust echt prachtig. Als ik écht moet kiezen? Dan wordt het waarschijnlijk toch Italië.”
Heb je die nieuwsgierigheid voor de wereld altijd gehad?
“Die heb ik dankzij mijn ouders meegekregen. Als wij vroeger reisden, was het cultuur, cultuur, cultuur. Opera, concerten, musea ... Ze namen ons mee naar plekken die toen nog helemaal niet toeristisch waren. Daar ben ik hen altijd heel dankbaar voor geweest. Literatuur, kunst, reizen: dat geeft je bagage. En die bagage helpt je om andere culturen en andere manieren van denken gemakkelijker te begrijpen.”
En wat ligt er nu nog voor Claire Tillekaerts in de toekomst?
“Wat komt, komt. Er zijn twee voorwaarden wanneer iemand mij nog voor iets vraagt: het moet me interesseren én ik moet het gevoel hebben dat ik nog iets kan bijdragen. Ervaring heeft waarde. Maar je moet ook beseffen dat hoe langer je ergens weg bent, hoe minder actueel sommige van die ervaringen worden. Als je niet meer dagelijks in het heetst van de strijd zit, valt je relevantie ook wat weg, vind ik. Hoeveel kranten ik ook lees, daar moet je je gewoon bewust van zijn.”
En binnenkort wacht nog een compleet nieuwe functie.
“(lacht) Ja. Ik word grootmoeder.”
Na al die directeurs-, bestuurs- en voorzittersfuncties: klaar voor die rol?
“Zeker. Ik kijk enorm uit naar de komst van mijn kleinzoon.”
En hoe moet de kleinzoon jou straks noemen?
“Bonnie, zoals mijn moeder. Sommige dingen geef je blijkbaar toch gewoon door.”
Ik wens je enorm veel (grootmoeder)vreugde en nog vele prachtige jaren met Dirk in uitstekende gezondheid!








