Onder meer met de onwaarschijnlijke fratsen van Trump lijkt de aandacht van onze beleidsmakers de voorbije weken wat verschoven naar het internationale toneel. Na de pijnlijk moeizame begrotingsonderhandelingen van vorig jaar blijft het maar de vraag of de partijen van de federale regering nog veel zin hebben om een nieuwe ronde hervormingen op te starten. Toch blijft dat heel erg nodig om onze welvaart op langere termijn veilig te stellen.
België is geen topland in internationale ranglijsten
Uit de analyse van verschillende internationale ranglijsten blijkt dat België lang geen topland is op internationaal vlak. Op een gecombineerde rangschikking op basis van 10 internationale ranglijsten, gaande van het World Happiness report, over de IMD World Competitiveness ranking tot de World Bank Government effectiveness indicator, komt ons land pas op een 19e plaats. Daarmee staan we op gelijkaardige hoogte als Frankrijk, maar blijven we ver achter op toplanden als Denemarken, Zwitserland en Zweden. Daarbij scoren we nog vrij goed (in de buurt van de top 10) op het vlak van geluk en menselijke ontwikkeling, wat nauw gelinkt is aan ons hoge algemene welvaartsniveau. Maar voor indicatoren die meer bepalend zijn voor onze toekomstige welvaart, zoals onze algemene concurrentiepositie, innovatie en onze digitale concurrentiekracht, scoren we eerder zwak (rond de 20e plaats). Voor de effectiviteit van de overheid en de gezondheid van onze overheidsfinanciën presenteren we ronduit zwak (rond de 30e plaats op 35 landen).
België moet beter kunnen
Ondertussen blijft onze economie rustig groeien. In 2025 kwam die groei uit op 1%. Daarmee lijken we wat vast te hangen in dat groeipatroon. De voorbije drie jaar schommelde onze economische groei rond 1%. En volgens de huidige vooruitzichten blijft dat ook de komende jaren het geval. Voor de periode 2023-2030 zouden we uitkomen op een gemiddelde groei van 1,1% per jaar. Dat blijft positieve groei, maar is eigenlijk te weinig om de uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden, zoals de veroudering van de bevolking, de internationale beweging weg van globalisering, de nodige opkuis van onze overheidsfinanciën en de noodzakelijke investeringen in de energie-infrastructuur, defensie en de duurzame transitie, op te vangen. Tegen die achtergrond hebben we de komende jaren meer economische groei nodig, niet minder. Maar die extra groei zal niet vanzelf komen.
Vicieuze cirkel dreigt
Het grootste gevaar van die lage groei is dat onze samenleving terecht komt in een soort zero-sum mentaliteit. In een wereld zonder (of met zeer lage) economische groei kunnen bepaalde individuen of groepen in de samenleving er enkel op vooruit gaan ten koste van anderen. Dan krijg je een samenleving waarin bepaalde groepen zich meer en meer gaan afzetten tegen elkaar om zelf een groter deel van de koek binnen te halen. Zo een zero-sum klimaat is een ideale voedingsbodem voor extreme partijen. Tegen de achtergrond van de lage economische groei zijn extreme partijen in de meeste westerse landen in opmars. Maar op economisch vlak realiseert hun aanpak zelden of nooit de beloofde resultaten. Onderzoek van het Kiel Instituut identificeerde 51 populistische leiders (zowel links als rechts) in de periode 1900-2020, en concludeerde dat de economische resultaten van populisme op de middellange termijn tegenvielen. Na 15 jaar lag de economische activiteit per hoofd in de betrokken landen gemiddeld 10% lager dan in een alternatief scenario zonder populistische leiders.
Op die manier dreigen we in een soort vicieuze spiraal terecht te komen waarbij lage economische groei het pessimisme, de polarisatie en het extremisme voedt, waarbij die dan op hun beurt de groei verder afremmen enzovoort. Om die nefaste dynamiek te vermijden, moeten we dringend meer gaan focussen op een strategie voor sterkere economische groei.
Opportuniteiten grijpen
Ondanks de moeilijke omstandigheden blijven er opportuniteiten voor onze economie. Ook nu de VS niet meer meewillen, blijven er mogelijkheden voor internationale handel, onder meer via nieuwe vrijhandelsakkoorden (cfr. Mercosur en India). Maar dat vereist wel dat we de concurrentiepositie van onze bedrijven versterken. De verdere digitalisering, en zeker de AI-revolutie, houdt een enorm economisch potentieel in. Maar om dat waar te maken, zullen wel belangrijke extra investeringen in digitale infrastructuur en enorme opleidingsinspanningen nodig zijn. Ook de duurzame transitie houdt opportuniteiten in, maar daar blijft het een dunne lijn tussen snel genoeg evolueren en niet te snel willen gaan met allerlei extra regels. Sowieso zijn daarvoor belangrijke investeringen noodzakelijk, onder meer in duurzame energie-infrastructuur, waarbij de overheid een deel van de last op zich moet nemen (wat dan weer echte keuzes in de overheidsbudgetten vereist).
Het besef dat business-as-usual voor de komende jaren geen optie is, zou breder moeten doordringen bij beleidsmakers, en zeker ook in de bredere samenleving (bijvoorbeeld ook bij de treinstakers van deze week). Er blijven mogelijkheden om ons groeipotentieel te versterken, maar dan moeten we wel wat zaken grondig anders gaan aanpakken. De regering De Wever heeft op dat vlak al een paar stappen gezet, maar eigenlijk is dat nog maar het begin. Dit jaar moeten nog belangrijke bijkomende hervormingen in gang gezet worden, maar voorlopig blijkt daar nog weinig appetijt voor. Toch is het van moeten, willen we onze toekomstige welvaart vrijwaren (laat staan versterken).



