Er blijft heel wat onzekerheid over hoe de situatie in Iran verder zal evolueren. Er zijn tekenen dat de VS de oorlog snel wil afronden, maar anderzijds lijkt Iran bereid (en in staat) om de internationale energiemarkten langdurig te verstoren.
Hoe dan ook is er nu al een stevige energieschok, en er is een ernstige kans dat die de komende weken en maanden nog erger wordt. In vergelijking met het begin van dit jaar ligt de olieprijs in Europa vandaag 60% hoger en de gasprijs 80% hoger (dat is de voorbije dagen ook al veel meer geweest, de volatiliteit blijft hoog). Dat laat zich al voelen aan de pomp en voor bestellingen van stookolie. Het Planbureau stelde haar inflatievooruitzichten voor dit jaar al opwaarts bij naar 2,6% (in vergelijking met een raming van 1,9% voor het conflict begon), maar dat is nog op basis van lagere energieprijzen. Meer dan waarschijnlijk zullen de inflatiecijfers dit jaar nog hoger gaan. Met die hogere inflatie zit er ook opnieuw een hogere indexering aan te komen.
Déjà vu all over again
We hebben deze film al eerder gezien, dus het zou geen verrassing mogen zijn wat er zal komen. Een schok voor de olie- of gasaanvoer, hogere energieprijzen, grote politieke verklaringen over het beschermen van de koopkracht, dure maatregelen om gezinnen te helpen met de energiefactuur, maar ondertussen ook stijgende lonen en uitkeringen door de automatische indexering die het grootste deel van de hogere energiekosten compenseert, en dan uiteindelijk een groter begrotingstekort en een loonhandicap voor onze bedrijven. Die loonhandicap ondergraaft dan onze concurrentiepositie met negatieve gevolgen voor onze export, investeringen, werkgelegenheid, algemene economische activiteit en welvaart op langere termijn.
Dat is telkens weer het patroon bij externe energieschokken, onder meer in de tweede helft van de jaren ‘70 en recenter nog in 2022-2023. Met de oorlog in Iran zien we exact hetzelfde patroon, en dezelfde domme fouten, alweer terugkomen.
Collectieve verarming
Net als de vorige keren is deze energieschok een externe schok voor onze economie waar we op zich weinig aan kunnen doen. Tenzij we erin slagen gevoelig minder (ingevoerde) energie te verbruiken (op korte termijn niet haalbaar, maar moet zeker op langere termijn de ambitie zijn), kunnen we niet anders dan de hogere prijs te betalen. Dat betekent sowieso een verarming voor onze economie. De enige ‘keuze’ die we hebben, is hoe we die factuur verdelen onder gezinnen, overheid en bedrijven.
Zonder ingrijpen wordt het grootste deel van die factuur bij de bedrijven gelegd via de automatische loonindexering. Daardoor worden de gezinnen al vrij snel (en veel sneller dan in andere Europese landen) grotendeels gecompenseerd voor de duurdere energie. Als overheden een stuk van de extra kosten opvangen via lagere accijnzen, maximale brandstofprijzen of directe steun, wordt een deel van de factuur doorgeschoven naar toekomstige belastingbetalers (via extra overheidsschuld).
De pijnlijke realiteit is dat hogere energieprijzen voor de gezinnen niet permanent weggetoverd kunnen worden. Via de automatische loonindexering en/of steun vanuit de overheid kan de impact tijdelijk weggemoffeld worden, maar die komt op langere termijn onvermijdelijk terug onder de vorm van lagere economische activiteit (door minder investeringen of werkgelegenheid) en/of extra rentebetalingen op de hogere overheidsschuld. Het risico is reëel dat die impact dan structureel wordt.
Dwaze uitspraken
Ondanks het feit dat we deze film al meermaals eerder gezien hebben, doken er de voorbije dagen toch alweer heel wat economisch onzinnige reacties op.
Hieronder de opmerkelijkste:
- ‘De overheid mag haar zakken niet vullen met oorlogsgeld’
Dat onze overheid ‘rijk’ zou worden van de oorlog (via de hogere energieprijzen), daar hoeft niemand zich zorgen over te maken. Deze energieschok zal onze economische groei ondermijnen. Daarnaast zit ook de rente in de lift. Als de huidige situatie langer aanhoudt, kan dat makkelijk een extra budgettaire put van zo’n 5 miljard euro betekenen. Dat komt boven op het begrotingstekort van al 33 miljard.
- ‘De index is de beste bescherming van de koopkracht’
Op langere termijn loopt de koopkracht in ons land gelijk met die in landen als Nederland en Duitsland, waar er geen automatische indexering is. De enige echte bescherming van de koopkracht is economische groei. Hogere lonen, bijvoorbeeld op basis van indexering, zijn een illusie als die niet gebaseerd zijn op economische groei. De focus op de indexering leidt af van het enige dat er echt toe doet voor onze koopkracht op langere termijn.
- ‘Geld afpakken van de mensen om cadeaus te geven aan de bedrijven, dat gaan we niet doen’
Bedrijven worden zelf geconfronteerd met hogere energiekosten en krijgen ook nog eens de energiefactuur van hun werknemers voorgeschoteld via de automatische loonindexering. Die indexering afzwakken (bijvoorbeeld via een indexsprong) is geen cadeau voor de bedrijven, maar eerder het een beetje eerlijker verdelen van de extra energiekosten.
- ‘Koopkracht is cruciaal voor onze economie’
Koopkracht is inderdaad belangrijk voor onze economie, maar indexering in reactie op een externe prijsschok creëert geen extra koopkracht, maar schuift gewoon de factuur door. In de mate dat bedrijven die geconfronteerd worden met de hogere loonkosten noodgedwongen gaan ingrijpen in hun investeringen of personeelsbestand, weegt dit op de economie.
- ‘Aan de index wordt niet geraakt’
We hebben in België een lang trackrecord van bijsturingen van de indexering: bij de devaluatie begin jaren ‘80, met het Globaal Plan begin jaren ‘90 en met de indexsprong in 2015. Samen met Luxemburg zijn wij het enige land in Europa met een systeem van automatische indexering dat geldt voor nagenoeg alle werknemers. En historisch is er een duidelijk patroon dat dat systeem de neiging heeft om ons met een loonhandicap op te zadelen (vooral bij externe prijsschokken). Om dat tegen te gaan werd in het verleden herhaaldelijk ingegrepen in de indexering.
Hogere lonen, bijvoorbeeld op basis van indexering, zijn een illusie als die niet gebaseerd zijn op economische groei.
Nadenken over een nieuwe indexsprong
Zonder ingrijpen wordt de factuur van een externe energieschok in ons land vooral bij de bedrijven gelegd. Daardoor zullen de loonkosten bij ons opnieuw sneller stijgen dan in de buurlanden. Na deze crisis zullen dan weer jaren van loonmatiging nodig zijn om de concurrentiepositie te herstellen. Maar ondertussen dreigt er wel structurele schade, vooral voor de industrie die vandaag al zwaar onder druk staat. Dat is een gekend patroon.
De economisch zinvolle manier om te reageren op deze schok is om de extra energiefactuur gelijkmatiger te verdelen over gezinnen, overheid en bedrijven. De facto betekent dat in ons land dat de gezinnen onvermijdelijk een groter deel van de schok moeten dragen (net als in de meeste andere Europese landen), en concreet kan dat best geregeld worden via een klassieke indexsprong (die dan trouwens in de plaats kan van het gedrocht van de centenindex).
Helaas lijkt het waarschijnlijker dat we opnieuw zullen gaan voor de populistische aanpak, met bijhorende economische schade op langere termijn.

