Steeds meer mensen keren na een kankerbehandeling terug naar de werkvloer. Dat is positief, maar blijkt soms ook een uitdaging voor werkgevers. Vermoeidheid, concentratieproblemen en onzekerheid maken dat een re-integratie voor ex-kankerpatiënten vaak anders verloopt dan bij andere langdurige afwezigen. “Opnieuw beginnen werken doen ze niet zomaar”, zegt Jan Robrechts, voorzitter van Alegria vzw. “Het vraagt begrip, dialoog en een aanpak op maat.”
Alegria groeide de voorbije jaren uit tot een erkende vrijwilligersorganisatie van de Vlaamse overheid die mensen met en na kanker ondersteunt via inloophuizen, lotgenotencontact, een luisterend oor en tal van activiteiten. Daarnaast bouwt de organisatie ook bruggen naar de arbeidsmarkt. “We informeren en sensibiliseren werkgevers en HR-professionals en brengen hen in contact met experten zoals Emino, Repartenza externe preventiediensten, de Stichting tegen Kanker en Kom op tegen Kanker”, vertelt Robrechts. “Zo helpen we bedrijven om een duurzaam re-integratiebeleid uit te bouwen waarin open communicatie en wederzijds vertrouwen centraal staan.”
Concentratie- en geheugenproblemen
Volgens coördinator Anne Sas onderschatten veel werkgevers én werknemers de impact van een kankerbehandeling. “Mensen kijken er vaak enorm naar uit om opnieuw aan de slag te gaan”, legt ze uit. “Werk betekent opnieuw deel uitmaken van een team en het normale leven hervatten. Maar de realiteit is dikwijls anders. Veel mensen blijven kampen met aanhoudende vermoeidheid, concentratie- en geheugenproblemen – het zogenaamde chemobrein – of andere blijvende klachten. Daardoor botsen ze soms sneller op hun grenzen dan ze zelf hadden verwacht.”
Samen een traject uitstippelen en waar nodig bijsturen, dat creëert de beste voorwaarden voor een duurzame terugkeer naar de werkvloer.
Anne Sas, coördinator Alegria vzw
Geen standaarddraaiboek
Ook voor werkgevers is dat niet altijd eenvoudig. “Er is veel begrip, maar tegelijk leeft de verwachting dat iemand na zijn terugkeer snel weer op hetzelfde niveau zal functioneren”, weet Sas. “Dat is lang niet altijd het geval. Daarom zijn open communicatie, een geleidelijke opbouw van de werkuren en de bereidheid om taken tijdelijk aan te passen zo belangrijk. Re-integratie na kanker laat zich moeilijk in een standaarddraaiboek gieten. Elke situatie is anders en vraagt – nog meer dan bij de re-integratie van een klassieke langdurig zieke - maatwerk. Samen een traject uitstippelen en waar nodig bijsturen, creëert de beste voorwaarden voor een duurzame terugkeer naar de werkvloer.”
















