
De auto blijft veruit het belangrijkste vervoermiddel voor werknemers op de bedrijventerreinen Nolimpark (Pelt) en Kristalpark (Lommel). Dat blijkt uit de jaarlijkse mobiliteitsenquête van Voka – KvK Limburg. De resultaten tonen aan dat werknemers vandaag weinig volwaardige alternatieven hebben. Het openbaar vervoer is vrijwel afwezig, terwijl het gevoel van verkeersonveiligheid op sommige plekken van de bedrijventerreinen toeneemt. De vergelijking tussen de enquêtes van 2025 en 2026 legt drie belangrijke uitdagingen én een duidelijke opportuniteit bloot.
Auto verstevigt zijn dominante positie
Het autogebruik blijft hoog op beide bedrijventerreinen. In Kristalpark daalde het aandeel werknemers dat met de auto naar het werk komt licht van 73,3% naar 72,0%. In Nolimpark steeg het autogebruik daarentegen van 67,4% naar 73,7%. Beide cijfers liggen ruim boven het Vlaamse gemiddelde voor woon-werkverkeer van 64%. Dit is ook bijzonder hoog als we zien dat de gemiddelde woon-werkafstand 16,5 km bedraagt (het Belgisch gemiddelde ligt op 21 km).
Volgens Voka - KvK Limburg zijn deze resultaten grotendeels te verklaren door het beperkte aanbod van openbaar vervoer en de bezorgdheid over de verkeersveiligheid voor fietsers.
Toch zijn er kansen om de afhankelijkheid van de auto te verminderen. Hoewel vandaag nauwelijks werknemers carpoolen, geeft 34,3% van de werknemers in Kristalpark en 25% in Nolimpark aan hiervoor open te staan.
Openbaar vervoer bereikt dieptepunt, shuttlebus als alternatief?
Waar het aandeel openbaar vervoer in 2025 al beperkt bleef tot ongeveer 1%, is het gebruik in 2026 volledig weggevallen. Op beide terreinen geeft geen enkele respondent aan de bus of trein te gebruiken voor het woon-werkverkeer.
Dat gebrek aan gebruik blijkt vooral het gevolg van een ontoereikend aanbod. 88,6% van de werknemers in Kristalpark en 84,4% in Nolimpark geeft aan dat de werkplek niet of nauwelijks bereikbaar is met het openbaar vervoer. Voor werknemers die wel een verbinding hebben, vormt de lange reistijd vaak een bijkomende drempel.
Toch blijft er potentieel bestaan. In Nolimpark geeft één op vijf werknemers aan bereid te zijn om het openbaar vervoer te gebruiken indien de bereikbaarheid verbetert. In Kristalpark bedraagt dat aandeel nog 14,3%, tegenover 21% in 2025. Daarnaast staat ongeveer een kwart van de werknemers op beide terreinen open voor een shuttlebus naar het werk.
Toenemende bezorgdheid over verkeersveiligheid
De enquête wijst ook op een groeiende bezorgdheid over de veiligheid op de bedrijventerreinen. In Kristalpark voelt 31,4% van de werknemers zich soms of altijd onveilig. Opvallend is dat het aandeel werknemers dat zich altijd onveilig voelt op één jaar tijd verdrievoudigde tot 15,7%.
In Nolimpark blijft het aandeel werknemers dat zich altijd onveilig voelt relatief stabiel op 28,1%. Wanneer ook de werknemers worden meegerekend die zich soms onveilig voelen, loopt dit op tot ongeveer 56%.
Vooral de situatie aan de John Cockerillstraat wordt door respondenten uit het Kristalpark als problematisch ervaren.
Het (fiets)licht aan het einde van de tunnel
De fiets blijft het meest kansrijke alternatief voor de auto. Vandaag gebruikt ongeveer een kwart van de werknemers in Kristalpark en een vijfde van de werknemers in Nolimpark de (elektrische) fiets als belangrijkste vervoermiddel.
In Kristalpark steeg het aandeel fietsers het afgelopen jaar met 4 procentpunten. In Nolimpark werd een lichte daling van 2 procentpunten vastgesteld.
De grootste opportuniteit ligt echter bij werknemers die vandaag nog niet fietsen. In Kristalpark geeft ongeveer 40% van de respondenten aan bereid te zijn om de fiets te gebruiken indien de infrastructuur verbetert. In Nolimpark loopt dit zelfs op tot bijna 60%.
Opvallend is de terugkerende vraag naar een betere fietsverbinding richting de John Cockerillstraat, wat de fietsers een kilometerslange omweg zou besparen.
De concrete aanbevelingen van Voka – KvK Limburg:
De mobiliteitsdata leiden tot enkele duidelijke aanbevelingen voor beide terreinen:
1. Zorg voor snelle en comfortabele fietspaden, veilige oversteekplaatsen en goede bewegwijzering richting de bedrijventerreinen. Maak verbindingen met bestaande fietssnelwegen waar mogelijk. Deze investeringen verlagen de drempel om de (elektrische) fiets te nemen voor woon-werkverkeer, zeker gezien de relatief korte afstanden.
2. De afwezigheid van haltes op of nabij de terreinen vormt vandaag een groot obstakel voor openbaar vervoer. Richt nieuwe bushaltes in op het terrein of voorzie een pendelbus van en naar stations zoals Lommel en Pelt.
3. Gebruik fietsvergoedingen, fietsleasing en het mobiliteitsbudget om werknemers duurzame alternatieven aan te bieden. Met de geplande uitbreiding van het mobiliteitsbudget vanaf 2027 krijgen werknemers meer vrijheid om hun woon-werkverkeer af te stemmen op hun persoonlijke situatie. Deze omslag moet echter gebeuren zonder bijkomende lasten voor werkgevers: duurzame mobiliteit stimuleren mag niet leiden tot een verdere stijging van de loonkosten of een aantasting van de concurrentiekracht van onze ondernemingen.










