
Alden Biesen ademt geschiedenis. Eeuwenlang was deze Landcommanderij een plaats waar grenzen werden bewaakt, waar orde werd georganiseerd en waar strategische keuzes werden gemaakt in het hart van Europa. Volgende week donderdag vormt deze historische site opnieuw het decor voor een cruciaal moment: een Europese topontmoeting over competitiviteit, hier in Limburg. Een bijeenkomst die geen moment te vroeg komt.
Terwijl de wereldpolitiek zich steeds vaker laat gijzelen door het spektakel rond Trump, mogen wij in Europa niet blijven toekijken en praten. Het is tijd om zelf werk te maken van onze economische slagkracht. De interne markt, het grootste Europese project ooit, moet eindelijk functioneren zoals ze bedoeld is: als hefboom voor groei, innovatie en industriële veerkracht.
Want Europa is niet abstract. Ongeveer 70% van alle regelgeving die onze bedrijven raakt, komt uit Europa. De keuzes die daar gemaakt worden, bepalen rechtstreeks het concurrentievermogen van onze ondernemingen.
En de cijfers liegen niet. Ons aandeel industrie in Limburg daalt in sneltempo. Het industriële aandeel binnen de provinciale economie zakte van 16,8% in 2023 naar 15,6% in 2024. Dat komt neer op een daling van 7,1% op jaarbasis, waarmee Limburg de sterkste achteruitgang laat optekenen van alle Vlaamse provincies. Ter vergelijking: in West-Vlaanderen bleef de afname beperkt tot 3,8%, terwijl de overige provincies schommelden tussen een daling van 2% en 4%.
Alden Biesen was ooit een plek waar richting werd gegeven aan Europa. Laat het volgende week opnieuw zo zijn. Het akkoord van Alden Biesen moet een scharnierpunt worden. Voor Europa, voor onze ondernemingen en voor de toekomst van onze industrie.
Johann Leten, gedelegeerd bestuurder Voka - KvK Limburg
Daarbovenop blijkt ook de arbeidsproductiviteit in Limburg verder te zijn teruggevallen, waardoor de provincie inmiddels zelfs onder het niveau van Luik uitkomt. Dit zijn alarmsignalen die we niet naast ons neer mogen leggen. Ze bevestigen wat we al langer zeggen: zonder een fundamentele koerswijziging dreigt onze industriële basis verder weg te eroderen.
Daarom moeten we stoppen met symboolpolitiek en eindeloze discussies, en eindelijk keuzes maken die ondernemingen opnieuw perspectief geven. Snellere en voorspelbare vergunningstrajecten, een pragmatischer regelgevend kader, een verlaging van de lasten op arbeid én het wegwerken van onze energiehandicap zijn geen luxe, maar noodzakelijke voorwaarden.
Vandaag leggen interne handelsbelemmeringen binnen de EU onszelf de facto een invoertarief van 44% op voor industriële goederen. In de Europese dienstensectoren lopen die handelskosten zelfs op tot 110%. Dat is economische zelfkastijding. Wie competitief wil zijn tegenover de VS en China, moet eerst zijn eigen markt op orde brengen.
Ook op energie is meer Europese samenwerking essentieel. Een betere afstemming van de energiestrategie, versterkte netwerken tussen lidstaten en meer gecoördineerde investeringen in hernieuwbare energie moeten het mogelijk maken om die energiehandicap te verlagen.
De aanwezigheid in Alden Biesen van Italiaanse topfiguren als Mario Draghi en Enrico Letta is daarbij betekenisvol. Zij legden de voorbije jaren de blauwdruk voor een sterker en autonomer Europa. Nu is het aan de Europese leiders om die plannen uit te voeren.
Alden Biesen was ooit een plek waar richting werd gegeven aan Europa. Laat het volgende week opnieuw zo zijn. Het akkoord van Alden Biesen moet een scharnierpunt worden. Voor Europa, voor onze ondernemingen en voor de toekomst van onze industrie.
Want wie vandaag geen industrie meer heeft, verliest morgen zijn welvaart. En wie in Alden Biesen bijeenkomt, moet de moed hebben om opnieuw geschiedenis te schrijven.
Johann J.L. Leten
Gedelegeerd bestuurder









