- 02/07/2026
"Wie de arbeidsmarkt structureel wil versterken, moet beginnen bij de basis: onderwijs"
De Limburgse economie kende begin dit jaar nog een heropleving. Die expansieve beweging lijkt echter alweer over haar hoogtepunt heen.
Op basis van de huidige vooruitzichten dreigt de conjunctuur tegen het einde van de zomer terug te vallen. Die afkoelende economische dynamiek vertaalt zich ook op de arbeidsmarkt. Vooral het aantal nieuwe vacatures valt sterk terug. Het is geleden van het coronajaar 2020 dat er in mei nog minder vacatures werden geregistreerd.
Ook het aantal openstaande vacatures daalt verder. Die combinatie is zorgwekkend. De Limburgse economie groeit te traag, de arbeidsmarkt verliest dynamiek en ondernemingen blijven tegelijk kampen met een tekort aan de juiste profielen. Dat weegt op investeringen, innovatie en productiviteit. Wie de arbeidsmarkt structureel wil versterken, moet daarom beginnen bij de basis: onderwijs en talentontwikkeling. Het hoger onderwijs speelt daarin een sleutelrol.
Limburg heeft nood aan hogescholen en een universiteit die niet louter diploma’s afleveren, maar gericht inspelen op de noden van de arbeidsmarkt, technologische veranderingen en de productiviteitsuitdaging van onze economie.
“Om het hoger onderwijs te hervormen staan vier hervormingen centraal: een actueler en sterker gestuurd studieaanbod, gerichtere studiekeuzes, levenslang leren als kernopdracht en een ambitieuzer beleid rond internationalisering en talentretentie. Alleen door onderwijs, arbeidsmarkt en economie beter op elkaar af te stemmen, kan het hoger onderwijs opnieuw een motor worden van innovatie, productiviteit en duurzame groei.” - Johann Leten, gedelegeerd bestuurde Voka - KvK Limburg

Starters: mei kan niet overtuigen
In mei 2026 werden in Limburg 550 nieuwe starters geregistreerd, wat neerkomt op opnieuw een dalende trend tegenover mei vorig jaar (574). Daarmee tellen we voorlopig -5,1% minder starters dan in 2025. Daarmee kon nog geen enkele maand van dit jaar het beter doen dan in 2025.
Export kent stagnerende trend tot najaar
In mei krimpt het aantal afgeleverde exportattesten met -6.4% tot 1502. Voor de periode tot november dient zich vervolgens niettemin een voorzichtige opwaartse trend aan die de activiteit tegen dat moment kan opdrijven tot net onder de 1600 attesten. Dit is zowat het niveau dat in april gerealiseerd werd. Voor de periode april-november mag dus praktisch gesproken uitgegaan worden van een stagnerende trend. De year-to-year differential blijft positief en neemt van 1.4% tot 3%. De exportwaarde valt met -10.1% terug tot €68.9 miljoen. Het is ondertussen reeds geleden van 2012 dat in mei nog een lager zakencijfer gerealiseerd werd (€66.9 miljoen). Tot november lijkt de trend in de verdere ontwikkeling positief maar niet erg significant. Onder optimale omstandigheden is tegen dat moment een omzet van om en bij de €76 miljoen niet uitgesloten. De year-to-year differential blijft negatief en verruimt nog van -0.16% tot -1.7%.
Opvallende terugval in alle bouwsegmenten
In februari (meest recente gegevens) worden -17.5% minder bouwvergunningen uitgereikt dan in januari. Dit is een opvallend sterke terugval: voor de periode sinds 2010 bedraagt de gemiddelde maand-tot-maand verandering in februari amper -2.8%. Verder was alleen in 2015 in februari een sterkere krimp aan de orde (-24.1%). De residentiële nieuwbouw (-22.9%) en de niet-residentiële renovatie (-18.5%) leveren de sterkste bijdrage tot de huidige krimp, voor de residentiële renovatie (-11.8%) en de niet-residentiële nieuwbouw (-10.3%) is de terugval beperkter. Tot november wordt de sector gedomineerd door licht neerwaartse trends die voor de totale markt in de richting van een stagnerende trend rond dit activiteitsniveau lijken te werken. Dit patroon is sterk analoog aan dat van een jaar geleden. De differential voor de residentiële nieuwbouw blijft negatief (-6.4%). Vorige maand werd hier nog -2.6% gerapporteerd. De marges voor de residentiële renovatie (13.3%) en de niet-residentiële nieuwbouw (15.8%) blijven positief en verruimen ten opzichte van vorige maand toen 10.5% resp. 2.7% gerapporteerd werden. De marge voor de niet-residentiële renovatie krimpt van 42.1% naar 26.2%. De year-to-year differential voor de totale markt blijft per saldo positief (3.3%) maar krimpt wel licht ten opzichte van vorige maand (1.2%).
Voertuigen: lichte krimp met uitschieter bij vrachtwagens
In mei werden 3060 nieuwe voertuigen ingeschreven of -2.7% minder dan in april. Voor de personenwagens blijft de krimp beperkt tot amper -0.2%, voor de bedrijfsvoertuigen en vrachtwagens en opleggers loopt die op tot -12.3% resp. -25%. Tot november vertonen de trends in de verdere ontwikkeling van het aantal inschrijvingen van bedrijfsvoertuigen en personenwagens een zwak dalend verloop. De vrachtwagens en opleggers moeten het stellen met een stagnerende trend. Op het niveau van de totale markt ontstaat per saldo dezelfde zwak neerwaartse trend als een jaar geldeden. De year-to-year differential voor de personenwagens blijft positief (1.2%) maar wordt wel gehalveerd ten opzichte van vorige maand (2.8%). De marge voor de bedrijfsvoertuigen blijft negatief en verruimt licht van -7.4% tot -8%. De marge voor de vrachtwagens en opleggers maakt een stevige duik van 16% naar een marginaal negatieve -0.8%. De differential voor de totale markt glijdt eveneens in de rode zone (-0.6%). Vorige maand kon in dit verband nog 1.3% gerapporteerd worden.
Nieuwe vacatures opvallend diep in het rood
In mei waren er 24.596 werkzoekende werklozen, waarvan 12.593 mannen en 12.003 vrouwen. Voor de mannen impliceert dit een krimp met -3.5%, voor de vrouwen een met -2.3%. Deze bewegingen zitten qua orde van grootte helemaal in de lijn der verwachtingen. Tijdens de periode juni-november ontstaat per saldo een significant opwaartse trend. Alle year-to-year differentials blijven nagenoeg stabiel op het niveau van vorige maand. De marge voor de mannen evolueert van -4.4% naar -4.3%, die voor de vrouwen van -3.3% naar -3.7%. In mei worden -7.5% minder vacatures uitgeschreven dan in april. Dit is een nogal opvallende beweging: sinds 2016 deed zich in mei tot dusver alleen in 2024 een beperkte maand-tot-maand krimp voor (-1.7%). Het jobaanbod strandt nu op 2.134 vacatures. Het is geleden van coronajaar 2020 dat in mei nog minder vacatures uitgeschreven werden (2001). Voor de periode tot november dient zich een licht opwaartse trend aan. De year-to-year differential krimpt tot een negatieve -4.3%. Eind mei blijven 5.296 vacatures oningevuld of -7.9% minder dan in april. De krimptendens die zich reeds ettelijke maanden op rij laat voelen zet dus verder door. In de loop van de tweede jaarhelft lijken de openstaande vacatures te stagneren rond de 5.500 stuks. De year-to-year differential blijft negatief (-48%) en verruimt nog relatief sterk ten opzichte van vorige maand (-36.8%).
Stijging cijfers toerisme na winters dieptepunt
De toeristische activiteit kent in januari zijn seizoenale dieptepunt. Na deze dip neemt het aantal aankomsten in februari (meest recente gegevens) met 27.6% tot 109.318. Het aantal overnachtingen loopt op tot 292.913, wat een aangroei met 29.3% impliceert. Niettemin zijn de activiteitsniveaus voor beide indicatoren goed voor goud in de februari-ranking sinds 2005. De activiteit stevent af op het seizoenale hoogtepunt in juli: voor de aankomsten zou dit zich dit jaar manifesteren bij ruim 203.000 eenheden, voor de overnachtingen bij 833.000. Deze topwaarden zitten respectievelijk 6% en 2.1% boven de maxima van vorig jaar. De year-to-year differential voor de aankomsten blijft met -4.3% status quo op het niveau van vorige maand (-4.4%), de marge voor de overnachtingen verruimt licht van 2.5% naar 3%. Voor de bezettingsgraden is nog steeds geen betrouwbare update van de inputcijfers beschikbaar.










