West-Vlaanderen blijft achterop hinken op het vlak van directe buitenlandse investeringen (DBI). In 2025 telt de provincie slechts 24 DBI-projecten, goed voor 266 aangekondigde jobs en een investeringsbedrag van 278 miljoen euro. Daarmee vertegenwoordigt West-Vlaanderen amper 8 procent van het totale aantal Vlaamse DBI-projecten en bengelt de provincie onderaan het Vlaamse klassement.
Deze cijfers bevestigen een structureel probleem. Ondanks een sterke industriële basis en exportgerichte economie slaagt West-Vlaanderen er onvoldoende in om nieuwe internationale investeerders aan te trekken. De investeringen die wél plaatsvinden, zijn voornamelijk productiegericht en wijzen vooral op een verdere verankering van bestaande spelers, eerder dan op een brede instroom van nieuwe buitenlandse bedrijven.
Het relatief hoge investeringsbedrag is bovendien sterk geconcentreerd. Zo is meer dan driekwart ervan toe te schrijven aan één grote investering van de Canadese multinational McCain, die in 2025 een investering van 225 miljoen euro aankondigde in dochteronderneming Lutosa, goed voor 100 bijkomende jobs. Zonder deze investering zou het beeld voor West-Vlaanderen nog een stuk minder gunstig zijn.
“De verankering van bestaande internationale spelers is cruciaal en absoluut positief”, zegt Bert Mons, gedelegeerd bestuurder van Voka - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen. “Maar als we onze welvaart en economische dynamiek op lange termijn willen vrijwaren, moet West-Vlaanderen ook aantrekkelijker worden voor nieuwe sectoren en nieuwe internationale investeerders.”
Volgens Voka West-Vlaanderen vergt dat een gerichte aanpak van een aantal hardnekkige structurele knelpunten. In de eerste plaats is er het nijpende tekort aan beschikbare bedrijventerreinen. Daarnaast blijft de krappe arbeidsmarkt een belangrijke drempel, wat vraagt om een doortastend Vlaams arbeidsmarktbeleid, inclusief het aantrekken van internationaal talent. Ook snellere en voorspelbare vergunningsprocedures en een sterkere internationale positionering van de provincie zijn essentieel.
West-Vlaanderen beschikt nochtans over uitgesproken troeven. Als enige Vlaamse provincie met twee zeehavens en twee regionale luchthavens heeft ze alle mogelijkheden om haar internationale groeidynamiek te versterken. Dat potentieel wordt vandaag echter onvoldoende benut. Willen we buitenlandse investeringen aantrekken én bestaande spelers blijven verankeren, dan moeten de basisvoorwaarden om te ondernemen dringend hoger op de beleidsagenda worden geplaatst.





