Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 05/03/2026

Hoewel de frequentie om tweewekelijks een Standpunt te schrijven mij ooit hoog leek, is het vandaag in deze snel veranderende wereld ondertussen peanuts geworden om onderwerpen te vinden. De geopolitiek, de energiemarkten, de handelspolitiek, over de straat rollende ministers, partijvoorzitters en ambassadeurs,… Gelukkig zijn we er opnieuw in geslaagd om de bijzaken van de hoofdzaken te onderscheiden. En één hoofdzaak dringt zich vandaag onmiskenbaar op: de toekomst van onze maakindustrie in Vlaanderen en bij uitbreiding in Europa.

De informele EU-top in februari – in het historische decor van Kasteel van Alden Biesen – markeerde mogelijk een kantelpunt. Althans, zo lijkt het. De boodschap van Ursula von der Leyen was ongewoon scherp: “One Europe, One Market.” Geen vrijblijvende slogan, maar een duidelijke oproep om de interne markt eindelijk te verdiepen, barrières af te breken en bedrijven toe te laten écht op Europese schaal te opereren. 

De urgentie was tastbaar. De Europese industrie verliest terrein. Energie-intensieve sectoren – staal, chemie, cement, glas – zien productiecapaciteit afkalven. Investeringen worden uitgesteld. Import, vaak koolstofintensiever én goedkoper, wint terrein. Terwijl de VS met hun Inflation Reduction Act massaal industrie aantrekken en China strategisch marktaandeel opbouwt, dreigt Europa zichzelf te verstrikken in procedures, onzekerheid en structureel hogere energieprijzen. 

Is het dan eindelijk menens? Von der Leyen kondigde aan dat er tegen maart een concreet actieplan moet liggen, gebouwd rond 5 pijlers: vereenvoudiging, één interne markt, lagere energieprijzen, AI-gedreven transformatie en een sterke handelspolitiek. Vooral de revitalisering van de interne markt en het structureel verlagen van energieprijzen zullen bepalend zijn. Zonder schaal en competitieve energie blijft elk industrieel herstel fragiel. 

Maart wordt meer dan een kalendermaand. Het wordt een ijkpunt. Geen lente van retoriek, maar van uitvoering.

Bert Mons, Gedelegeerd bestuurder

Bovenop dat bredere plan komt de lang aangekondigde Industrial Accelerator Act, onderdeel van de Clean Industrial Deal. Die wetgeving moet innovatie, concurrentiekracht en klimaattransitie met elkaar verzoenen. Ze rust op 2 centrale pijlers. Ten eerste: het versnellen van vergunningsprocedures. Vandaag lopen projecten rond CO₂-opvang, waterstofinfrastructuur en elektrificatie vast in een kluwen van overlappende regels – een ware vergunningslasagne. De Accelerator Act wil dit stroomlijnen via digitale procedures, bindende deadlines en meer uitvoeringscapaciteit. Dat is zonder meer positief. Maar de paradox dreigt dat men een extra laag toevoegt aan een al complexe realiteit. Wat bedrijven nodig hebben is geen bijkomende versnelling naast bestaande trajecten, maar een coherente en horizontale vereenvoudiging. 

Ten tweede: een uitgesproken “Made in Europe”-benadering. Via Europese inhoudscriteria in publieke aanbestedingen, mogelijke minimumaandelen voor Europese componenten en een low-carbon label voor producten zoals staal en cement wil men de vraag naar schone Europese productie versterken. Het idee is helder: wie hier investeert in decarbonisatie moet daar ook een marktsignaal voor krijgen. Toch blijft dit punt politiek gevoelig. Europese voorkeur kan schaalvoordelen creëren en investeringen ondersteunen, maar mag geen karikaturaal protectionisme worden dat waardeketens verstoort, kosten opdrijft of betrouwbare partners vervreemdt. Open strategische autonomie vraagt finesse, geen slogans. 

Wat bovendien schuurt, zijn de herhaalde vertragingen van de Accelerator Act. Eerst gepland in december, dan eind januari, nu opnieuw uitgesteld. Voor bedrijven die vandaag moeten beslissen over investeringen in waterstof, CCS of elektrificatie betekent elke week onzekerheid hogere risico’s, langere terugverdientijden en toenemende concurrentiedruk vanuit de VS en Azië. Tijd is een concurrentiefactor geworden. Toch is er iets fundamenteel verschoven. De toon is veranderd. Waar industriële achteruitgang vroeger werd gerelativeerd als een onvermijdelijke transitie, wordt nu erkend dat een gevaarlijk afkalvende maakindustrie niet alleen economisch, maar ook strategisch onhoudbaar is. Industrie is geen nostalgie. Ze is de basis van welvaart, innovatie en geopolitieke weerbaarheid. 

Maart wordt daarom meer dan een kalendermaand. Het wordt een ijkpunt. Als de Commissie dan effectief met verlossende maatregelen, duidelijke timings en coherente keuzes komt, kan dit het begin zijn van een nieuwe lente voor de Europese industrie. Geen lente van retoriek, maar van uitvoering. Geen nieuw geluid in speeches, maar in vergunningen, energieprijzen en investeringsbeslissingen.

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag
Citymesh
Wiels
Titeca
WV - Accent
ING
SDWorx