Veel ondernemingen worden in 2026 geconfronteerd met een onaangename verrassing: de factuur van de afvalwaterheffing stijgt fors. In het bijzonder voor ondernemingen die lozen op de openbare riolering. Hoewel de tariefwijziging geldt voor lozingsjaar 2025, voelen bedrijven dit pas bij de afrekening in aanslagjaar 2026. Dit bedrag kan oplopen tot enkele honderdduizenden euro’s per jaar. Net daarom is dit het moment om je waterhuishouding en je heffingsmethode strategisch te bekijken.
Wat bepaalt jouw afvalwaterheffing?
In Vlaanderen betaalt elke onderneming die water verbruikt of loost een heffing. De heffing is in vele gevallen niet gekoppeld aan de reële vervuilingsgraad van het afvalwater. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ is een mooi principe, maar geldt hier niet steeds.
De grote stijging in 2026: +40% voor rioollozers
Voor ondernemingen die lozen op de openbare riolering stijgt het eenheidstarief fors:
- van € 65,3/VE (heffingsjaar 2025 – lozingsjaar 2024)
- naar € 91,91/VE (heffingsjaar 2026 – lozingsjaar 2025)
Voor lozingen op oppervlaktewater geldt enkel de gebruikelijke indexering (€ 44,29/ VE naar € 45,70/VE). Opgelet voor rioollozers: het gemeentelijk tarief voor de leidingwaterfactuur is gebaseerd op de heffing.
‘De vervuiler betaalt’ geldt niet voor alle situaties
Zonder exacte analyses van het geloosde afvalwater val je terug op een forfaitaire berekening met omzettingscoëfficiënten, op basis van het opgenomen debiet en de sector waarin je actief bent. Dat kan nadelig uitvallen, zeker wanneer je afvalwater in werkelijkheid minder vervuild is dan het ‘sectorgemiddelde’. Je kan elk jaar opnieuw de 2 mogelijke berekeningswijzen afwegen:
- Berekening op basis van een meetcampagne: een erkend labo meet de vervuilingsgraad van het afvalwater gedurende een aantal dagen. Via deze berekening betaal je enkel op je effectieve vuilvracht en – indien het bedrijf het geloosde debiet continu meet – op het effectief geloosde volume.
- Berekening op basis van omzettingscoëfficiënten: via deze forfaitaire methode zonder meetcampagne betaal je op basis van het totaal opgenomen debiet (leidingwater, hemelwater, grondwater, …) en de sector waarin je actief bent. Voor leiding-, grond- en oppervlaktewater wordt dit debiet vastgesteld via tellerstanden.
Ondernemingen met weinig vervuild afvalwater hebben er alle voordeel bij om te werken met een meetcampagne. Als je beschikt over een registratie van de geloosde afvalwaterdebieten, kan je bijkomend de heffing baseren op het geloosde debiet, en niet op basis van het opgenomen debiet.
Snelle winsten: check je tellers
Een mogelijke quick win valt te halen bij het verbruik van hemelwater. Gebruik je hemelwater? Dan loont het om een verzegelde teller te plaatsen. Zonder teller wordt hemelwater forfaitair berekend op basis van de oppervlakte waarop het valt (vaak de oppervlakte va het volledige bedrijf), met een standaardfactor (0,8 m³ per m² per jaar). Dit kan hoog uitvallen. Een hemelwaterteller is vaak een beperkte ingreep met grote impact op de heffing, omdat je de berekende waterinname realistischer maakt.
Voor bedrijven zonder lozing of met een heel beperkte lozing kan het zinvol zijn om een beroep te doen op het statuut van nullozer. Dat statuut stelt je 10 jaar vrij van heffingen.
Wat kan je vandaag doen?
- Bereken je toekomstige heffing: wat betekent +40% eenheidstarief voor jouw site?
- Check tellers: aanwezig, correct, opgevolgd en verzegeld?
- Kies de meest optimale berekeningsmethode van de heffingen.
- Evalueer waterverbruik: bij coëfficiënten loont verbruiksreductie meteen.
- Overweeg een meetcampagne: interessant als je water minder vervuild is dan sectornorm.
- Overweeg investeringen in waterzuivering: dit kan de heffing verlagen én nodig worden om in de toekomst te mogen lozen.
Conclusie
Watergebruik en -lozing worden steeds vaker een aanzienlijke kostenpost. De tariefsprong in 2026 maakt optimalisatie urgent, terwijl de strengere afvalwatertoets tegelijk vraagt om meer inzicht, betere data en een doordachte aanpak. Alle redenen dus om het hoofdstuk water nu onder de loep te nemen.
Danny Wiels





