Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 22/06/2026

Europa staat op een kantelpunt in zijn economische relatie met China. Wat jarenlang vooral een verhaal van groeiende handel en wederzijds voordeel was, is vandaag uitgegroeid tot een strategische afhankelijkheid waarin toegang tot kritieke grondstoffen centraal staat. Nieuwe inzichten uit een recente studie tonen scherp hoe diep die afhankelijkheid zit. Voka pleit voor een realistische en evenwichtige aanpak: open blijven waar mogelijk, maar kordaat optreden waar nodig. 

Download de volledige studie

Europa steeds afhankelijker van kritieke grondstoffen

Kritieke grondstoffen vormen de ruggengraat van de moderne economie. Ze zijn onmisbaar voor digitale toepassingen, hernieuwbare energie en industriële productie. Denk aan batterijen, windmolens, halfgeleiders en defensietoepassingen. Tegelijk is Europa voor een groot deel van die materialen afhankelijk van import, en in het bijzonder van China.

De nieuwe studie van VIVES, ULB, KU Leuven en Solvay Business School die werd voorgesteld bij Voka maakt duidelijk dat deze afhankelijkheid structureel is. Voor een reeks belangrijke grondstoffen haalt Europa een significant deel van zijn import uit China, met in sommige gevallen zelfs zeer hoge concentraties. Bovendien zijn alternatieve leveranciers vaak schaars, wat de strategische kwetsbaarheid verder vergroot.  

Deze afhankelijkheid is niet alleen een kwestie van hoeveel Europa invoert, maar ook van hoe cruciaal die grondstoffen zijn voor de industrie. De Europese economie steunt steeds meer op materialen waarvoor de bevoorrading geconcentreerd is in een beperkt aantal landen.

China domineert de wereldwijde waardeketens

De centrale rol van China zit vooral in de verwerking en raffinage van grondstoffen. In veel gevallen gaat het niet om de ontginning zelf, maar om de stap daarna: het omzetten van ruwe materialen in bruikbare industriële inputs.

China beheerst vandaag een groot deel van die tussenfase in de waardeketen. Zo controleert het bijvoorbeeld een zeer groot aandeel van de raffinagecapaciteit voor zeldzame aardmetalen en de chemische verwerking van batterijmaterialen zoals lithium en kobalt.  

Daardoor ontstaat een structurele afhankelijkheid in de zogenaamde 'midstream' van de keten. Net daar zijn alternatieven moeilijk te ontwikkelen en zijn de kosten om over te schakelen hoog. Tegelijk bouwt China via een industriële strategie, subsidies en exportcontroles bewust aan geopolitieke invloed via grondstoffen. Toegang tot kritieke grondstoffen is een geopolitiek instrument geworden voor China.  

Impact op Europese industrie en welvaart

De afhankelijkheid van China werkt door in een aantal sleutelindustrieën die de toekomst van Europa bepalen. Batterijproductie en elektrische voertuigen zijn afhankelijk van materialen als lithium en kobalt. De halfgeleiderindustrie steunt op grondstoffen zoals gallium en germanium. Hernieuwbare energie en defensietoepassingen vragen dan weer zeldzame aardmetalen en gespecialiseerde metalen.  

Wat deze afhankelijkheid extra problematisch maakt, is dat er vaak weinig substituten zijn. Zelfs kleine verstoringen in de toevoer kunnen daardoor een grote economische impact hebben.  

De studie toont dat de risico’s niet beperkt zijn tot afzonderlijke sectoren, maar zich verspreiden doorheen volledige waardeketens. Daardoor ontstaat een systemisch risico voor groei, innovatie en concurrentievermogen in Europa.

Groep

Voka pleit voor strategisch realisme

Tegen deze achtergrond pleit Voka voor een duidelijke koerswijziging in het Europese beleid tegenover China. Volgens Voka is de relatie fundamenteel veranderd: wat vroeger een relatief evenwichtige economische relatie was, is vandaag geëvolueerd naar een situatie met duidelijke asymmetrie en toenemende afhankelijkheid.  

Voka pleit niet voor een breuk met China. Integendeel, China blijft tegelijk partner, concurrent en in sommige domeinen systeemrivaal. De uitdaging bestaat erin die complexiteit te erkennen en er strategisch mee om te gaan. Daarbij benadrukt Voka dat niets doen geen neutrale optie is. Zonder actie neemt de kwetsbaarheid van Europa automatisch toe.  

Europa moet dus evolueren van een eerder naïeve benadering naar een beleid dat vertrekt vanuit economisch realisme en strategische belangen

Zonder actie neemt de kwetsbaarheid van Europa automatisch toe.

Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder Voka

Naar slimme openheid en meer weerbaarheid

De kern van een economisch realistische China-visie ligt in het vinden van een evenwicht tussen openheid en bescherming. Open markten blijven essentieel voor groei en welvaart, maar ze kunnen alleen functioneren als er sprake is van wederkerigheid en eerlijke concurrentie.  

Concreet betekent dit dat Europa drie prioriteiten moet combineren. Ten eerste moet het inzetten op eerlijke handelsvoorwaarden, met de bereidheid om op te treden wanneer die ontbreken. Daarbij zullen economische kosten gemaakt moeten worden, die dan ook optimaal gecompenseerd moeten worden door de uitdieping van de Europese interne markt. Ten tweede moet het strategische afhankelijkheden afbouwen, zeker in kritieke sectoren zoals grondstoffen door te kiezen voor recyclage en Europese ontginning, en technologie door te kiezen voor innovatie en een soepel regelgevend kader. Ten derde moet Europa zijn eigen economische fundament versterken via innovatie, industriële capaciteit en een goed werkende interne markt. 

Het einddoel is een vorm van 'slimme globalisering': een open economie die tegelijk voldoende weerbaar is om geopolitieke schokken op te vangen. Geen terugplooien op zichzelf, maar een doordachte strategie waarin economische veiligheid en internationale samenwerking hand in hand gaan.

Voor kritieke grondstoffen betekent dit investeren in diversificatie, recyclage en Europese productiecapaciteit, gecombineerd met sterke internationale partnerschappen. 

imu - vzw - wolters
imu - vzw - sd
imu - vzw - automotive
imu - vzw - pom
imu - vzw - breda
ING
Orange
SDWorx