Morgen, 4 juli, is het 250 jaar geleden dat de Verenigde Staten zichzelf onafhankelijk verklaarde van Groot-Brittannië. Deze verjaardag krijgt wereldwijd veel aandacht, met een hoogtepunt op het feest van ambassadeur Bill White afgelopen zondag in Brussel. Niet alleen omdat het om de Verenigde Staten gaat, maar ook omdat de relatie tussen de VS en de rest van de wereld in die tweeënhalve eeuw ingrijpend veranderd is.
België onderhoudt sinds de Belgische Revolutie diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten. Van de 250-jarige Amerikaanse geschiedenis delen beide landen dus ruim 200 jaar diplomatieke relaties. Die start verliep niet zonder spanningen. Na de Belgische Revolutie eisten de Verenigde Staten een schadevergoeding voor vernielde Amerikaanse eigendommen. België weigerde aanvankelijk te betalen, maar ging uiteindelijk toch overstag nadat de Amerikanen met handelssancties dreigden.
Net zoals 200 jaar geleden, staat die handelsrelatie vandaag ook onder druk, weliswaar blijft ze economisch bijzonder belangrijk. Door de internationalisering van de Vlaamse havens is ook de rol van Vlaanderen in de handel met de Verenigde Staten aanzienlijk toegenomen.
Door de internationalisering van de Vlaamse havens is ook de rol van Vlaanderen in de handel met de Verenigde Staten aanzienlijk toegenomen
Handel met de Verenigde Staten krijgt klappen
De Vlaamse export naar de Verenigde Staten bedroeg in 2019 ongeveer 16 miljard euro. In 2022 steeg dat bedrag tot 27 miljard euro, voornamelijk dankzij een sterke groei van de chemische en farmaceutische export als gevolg van de uitvoer van COVID-19-vaccins. In 2023 en 2024 bleef de export stabiel rond 26 miljard euro, maar in 2025 volgde een forse terugval tot 20 miljard euro.
De invoer uit de Verenigde Staten bedroeg in 2019 ongeveer 25 miljard euro. Na een tijdelijke daling bereikte die in 2023 een recordniveau van 33 miljard euro. In 2024 en 2025 bleef de invoer vrijwel stabiel op ongeveer 32 miljard euro. Dit allemaal in nominale bedragen.
In 2025 voerden de Verenigde Staten hogere handelstarieven in om hun negatieve handelsbalans met de rest van de wereld te verkleinen. Op Europees niveau kent de Europese Unie inderdaad een goederenoverschot ten opzichte van de Verenigde Staten. Voor Vlaanderen ligt dat anders. Vlaanderen had tussen 2019 en 2024 al een negatieve handelsbalans met de Verenigde Staten van 3 tot 9 miljard euro. In 2025 liep dat tekort verder op tot bijna 11 miljard euro.
Grote verschillen per sector
De chemische en farmaceutische industrie blijven de belangrijkste exportsector naar de Verenigde Staten, maar werden in 2025 ook het zwaarst getroffen. De uitvoer daalde van 15 naar 9 miljard euro, terwijl de invoer steeg van 13 naar 16 miljard euro. Daardoor neemt deze sector het grootste deel in van de sterke verlaging van de Vlaamse handelsbalans langs Vlaamse kant. Machines en elektrisch materieel vormen de tweede grootste exportsector en zetten weliswaar hun groeitrend voort, met een nominale exportstijging van 7,8% tussen 2024 en 2025.
Minerale producten blijven een structureel handelstekort vertonen van ongeveer 2 miljard euro en behoren, samen met chemie, tot de grootste negatieve bijdragen aan de handelsbalans. De Vlaamse handel in wapens en munitie met de Verenigde Staten blijft daarentegen verwaarloosbaar, met slechts 191.000 euro export en 1,95 miljoen euro import in 2025.
Europese handelstarieven op Amerikaanse industriële goederen op 0% gezet
Op 28 juli 2025 sloten Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en de Amerikaanse president Donald Trump het zogeheten Turnberry-akkoord. Daarin werd afgesproken dat de Europese Unie de invoerrechten op Amerikaanse industriële goederen tot nul zou herleiden. Het Europees Parlement verzette zich aanvankelijk tegen deze afspraak, waardoor een akkoord met de Europese Commissie uitbleef. Na maanden van onderhandelingen bereikten beide instellingen uiteindelijk eind mei een compromis, weliswaar onder een aantal voorwaarden.
Eén van die voorwaarden is de goedkeuring van een pakket tariefverlagingen. De Europese Unie schaft de resterende invoerrechten op Amerikaanse industriële goederen af, verlaagt de tarieven voor bepaalde Amerikaanse visserij- en niet-gevoelige landbouwproducten via tariefcontingenten en verlengt de opschorting van invoerrechten op (verwerkte) kreeft voor alle handelspartners volgens het meestbegunstigingsbeginsel (Most Favoured Nation). De exacte goederencodes zijn terug te vinden in dit document.
De nultarieven zijn echter niet noodzakelijk definitief. De Europese Commissie moet tegen december een evaluatierapport voorleggen over de Amerikaanse invoerheffingen op metalen. Blijven die Amerikaanse tarieven ongewijzigd, dan kan het Europees Parlement beslissen om de Europese nultarieven opnieuw op te trekken tot hun oorspronkelijke niveau. De handelsstabiliteit die het Turnberry-akkoord beoogde te creëren, blijft daardoor onzeker.
De nieuwe regels verbeteren de toegang van Amerikaanse producten tot de Europese markt door invoerrechten op een brede waaier van goederen af te schaffen of te verlagen, wat enerzijds de concurrentie verhoogt, maar ook de invoerkosten voor Europese bedrijven kan doen dalen. Tegelijk blijft er onzekerheid en zijn de nultarieven niet noodzakelijk definitief: als de Verenigde Staten de afspraken uit het Turnberry-akkoord niet naleven of de omstandigheden wijzigen (lees: extra VS handelstarieven), kan de Europese Commissie de tariefverlagingen opnieuw opschorten.







