Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Vlaanderen
  • Septemberverklaring: hoe kijken we naar de maatregelen over competitiviteit?

Septemberverklaring: hoe kijken we naar de maatregelen over competitiviteit?

Voka nationaal
  • 30/09/2026

Welke impact heeft de Septemberverklaring op de concurrentiekracht van Vlaamse ondernemingen? Met die vraag voor ogen analyseert Voka de Septemberverklaring die Vlaams minister-president Matthias Diependaele op woensdag 30 september uitsprak. Hoe kijken we naar de maatregelen over competitiviteit? 

Een begroting op koers

Voka is tevreden dat de Vlaamse regering de ambitie behoudt om vanaf 2027 een structureel begrotingsevenwicht te realiseren en dat evenwicht ook in de daaropvolgende jaren wil aanhouden. Een gezonde begroting is geen doel op zich, maar wel een noodzakelijke randvoorwaarde voor duurzame economische groei. Ze voorkomt dat steeds grotere delen van het overheidsbudget naar rentelasten gaan en creëert ruimte om te investeren in de beleidsdomeinen die onze welvaart ondersteunen. 

Familiale ondernemingen en vennootschappen blijven verankerd in Vlaanderen

Familiebedrijven vormen een pijler van onze economie: zij vertegenwoordigen naar schatting 84% van de ondernemingen met personeel, 39% van de werkgelegenheid en ongeveer 34% van het bbp. De komende tien jaar verwacht meer dan één op drie familiebedrijven een overdracht. Dat komt neer op meer dan 60.000 ondernemingen in België en indicatief 28.000 tot 37.000 in Vlaanderen.  

Voka verwelkomt dan ook de beslissing van de Vlaamse regering om de fiscale vrijstelling bij schenking van een familiale onderneming of vennootschap te vrijwaren. De rechtsonzekerheid die daarover was ontstaan in de dagen voor de besluitvorming werd bijzonder slecht onthaald bij familiale ondernemers. Bedrijfsopvolging vraagt een voorbereiding over meerdere jaren. Ondernemers en hun families moeten daarbij kunnen rekenen op stabiele regels.

Een hogere schenkbelasting op familiale ondernemingen zou de prikkel om het bedrijf bij leven over te dragen gefnuikt hebben. Dit zou ook haaks gestaan hebben op de hervorming uit 2012 die terecht net een tijdige en goed voorbereide bedrijfsopvolging ambieert. Een hogere belasting zou ook liquiditeitsproblemen veroorzaken. Een schenking van aandelen brengt immers geen geld op waarmee de belasting kan worden betaald. De familie had dan moeten lenen of middelen aan de onderneming onttrekken om een schenkbelasting te betalen, fnuikend voor ondernemerschap. Dit stelsel is bovendien niet langer dan één jaar geleden al aangescherpt. Woningen en bouwgronden zijn sindsdien in beginsel uitgesloten waardoor het voordeel strikt werd beperkt tot enkel het ondernemingsvermogen.  

Een efficiëntere overheid  

Op basis van voorlopige informatie zou ongeveer 180 miljoen van de sanering binnen het overheidsapparaat worden gerealiseerd (via een inperking van de personeelskredieten binnen de Vlaamse overheid strictu sensu). Bij een vorige begrotingsronde was sprake van een besparing van 120 miljoen in 2026, onder meer via een tijdelijke beperking van de vervangingsratio tot 1 op 3. Ook de werkingskredieten zouden opnieuw worden geviseerd. Hoe dit vorm wordt gegeven is echter nog onduidelijk. Ook onduidelijk op dit ogenblik is wat de impact van de besparingen is op de overheidstewerkstelling in de bredere overheid (inclusief gesubsidieerde entiteiten zoals bijvoorbeeld De Lijn en VRT, het onderwijs en welzijnsvoorzieningen). 

Aangekondigde maatregelen, zoals een kerntakenanalyse, een lagere vervangingsratio van ambtenaren, een kritischere blik op werkingsmiddelen, besparingen op subsidies en een grotere inzet van digitalisering en artificiële intelligentie, gaan in de juiste richting. Maar ze moeten nu wel concreet worden gemaakt en mogen geen eindstation vormen. De overheid moet net zoals ondernemingen voortdurend zoeken naar manieren om aantoonbaar productiever en efficiënter te werken. Voor Voka is een grondig kerntakendebat prioritair om verdere besparingen op het overheidsapparaat ook in de toekomst blijvend mogelijk te maken. 

Innovatiesteun voor ondernemingen blijft beschermd  

Een ander positief element is dat de Vlaamse regering de kern van haar innovatiebeleid overeind houdt. Uitgaven voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) voor ondernemingen blijven grotendeels behouden. Voor een kleine en open economie als Vlaanderen zijn innovatie en productiviteitsgroei immers cruciaal. Onze toekomstige welvaart zal niet voortkomen uit meer mensen of meer ruimte, maar uit slimmer werken, nieuwe technologieën en meer toegevoegde waarde.

Vanuit dat perspectief betreurt Voka echter dat het afgesproken groeipad verlaten wordt: de voorziene verhoging van de O&O-middelen in deze legislatuur wordt gehalveerd. Dit betekent dat Vlaanderen in verhouding tot het bruto binnenlands product minder zal uitgeven aan O&O in 2029 dan aan het begin van de legislatuur en nog verder verwijderd geraakt van de 1%-overheidsinvesteringen in innovatie. 

Aandachtspunten voor de toekomst

Waar blijven de nieuwe groeihefbomen?

De Vlaamse regering lanceerde eerder in deze legislatuur een productiviteits- en competitiviteitsagenda. Het is positief dat investeringen in innovatie, onderzoek en infrastructuur grotendeels gevrijwaard blijven. Tegelijk stelt Voka vast dat de Septemberverklaring vandaag vooral een verhaal van sanering en begrotingsherstel is.

Minder zichtbaar zijn nieuwe beleidsinitiatieven die expliciet gericht zijn op economische groei en productiviteitsverhoging. Vlaanderen heeft nood aan een sterk groeiverhaal dat verder gaat dan enkel begrotingsdiscipline. Een gezonde begroting is immers een noodzakelijke voorwaarde voor groei, maar geen garantie op groei.

Maak van de groeitoets een vaste reflex  

Voka pleit ervoor om bij alle nieuwe beleidsmaatregelen systematisch een groeitoets toe te passen. Die toets moet duidelijk maken welke impact beslissingen hebben op de concurrentiekracht van ondernemingen en de productiviteit van onze economie. Te vaak wordt beleid beoordeeld vanuit budgettaire of administratieve overwegingen, zonder expliciet stil te staan bij de economische gevolgen op langere termijn. Een groeitoets kan helpen om beleidskeuzes beter af te wegen en ervoor te zorgen dat Vlaanderen zijn concurrentiekracht verder versterkt. 

Competitiviteit vraagt ook investeringen in talent  

Tot slot vormen talent en competenties ook essentiële groeifactoren voor competitiviteit. Voka begrijpt de noodzaak van een begrotingsinspanning, maar stelt tegelijk vast dat verschillende beleidsinstrumenten rond opleiding, competentieontwikkeling en arbeidsmarkt onder druk komen te staan. Instrumenten die werknemers en ondernemingen helpen om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen worden geraakt, in het bijzonder het Vlaams Opleidingsverlof (VOV).

Nochtans zullen de Vlaamse economie en arbeidsmarkt de komende jaren geconfronteerd worden met een dubbele uitdaging: een toenemende krapte en een versnellende technologische transformatie. Een sterk opleidings- en activeringsbeleid blijft daarom een belangrijk onderdeel van een competitieve economie. 

De Septemberverklaring zet een belangrijke stap richting een structureel begrotingsevenwicht en bevat een aantal positieve keuzes voor de Vlaamse competitiviteit, zoals het behoud van het gunstregime voor familiale ondernemingen, de bescherming van innovatie-uitgaven en de inspanningen binnen het overheidsapparaat zelf.

De volgende stap moet echter zijn om het begrotingsherstel te koppelen aan een duidelijke groeistrategie. Uiteindelijk zal Vlaanderen zijn welvaart niet alleen veiligstellen door te besparen, maar vooral door ondernemingen meer ruimte te geven om te investeren, te innoveren en talent te ontwikkelen. Dat is de echte groeitoets voor de komende jaren. 

Contactpersonen

Dieter Somers

Expert Digitale Transformatie, Teamlead Competitiviteit

Karl Collaerts

Expert Fiscaliteit en Begroting

imu - vzw 100jo
imu - vzw - breda
imu - vzw - wallonie
imu - vzw - automotive
imu - vzw - bebat
imu - vzw - polestar
”Advertisement”
ING
Orange
SDWorx