Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 30/09/2026

Welke impact heeft de Septemberverklaring op de Vlaamse ondernemingen? Met die vraag voor ogen analyseert Voka de Septemberverklaring die Vlaams minister-president Matthias Diependaele op woensdag 30 september uitsprak. Hoe beoordelen we de aandacht voor talent? 

Werk als kind van de rekening

Het begrotingsakkoord vrijwaart Onderwijs, maar Werk is het kind van de rekening. Boven op de besparingen die bij de start van deze Vlaamse regering al werden doorgevoerd, komt nu een bijkomende forse besparingsronde. Dat het onderwijs buiten besparing bleef, lijkt in eerste instantie een begrijpelijke keuze gezien de dalende kwaliteit van het onderwijs met de dalende PISA-rangschikking. Tegelijk behoren de uitgaven voor het secundair onderwijs tot de hoogste in Europa, net als het gemiddeld aantal leerkrachten per leerling. Dat wijst erop dat er geen gebrek is aan middelen, wel aan de efficiënte inzet ervan.  

Inzetten op een hogere onderwijskwaliteit hoeft efficiëntiewinsten dan ook niet uit te sluiten. Integendeel, een verdere professionalisering van de schoolbesturen, een doorlichting en rationalisering van het onderwijsaanbod kunnen ruimte creëren om middelen doelgerichter in te zetten. Dit was overigens ook het opzet van de lopende Spending Review of Uitgavetoets voor Onderwijs die in het bijzonder focust op het secundair onderwijs (naast het levenslang leren, zie verder). Het onderwijsdomein vertegenwoordigt quasi 30% van de totale Vlaamse begroting waardoor een volledige uitsluiting van besparing de impact elders des te groter maakt, zo blijkt.  

Binnen het beleidsdomein Werk sneuvelt er één en ander.  

Sectorconvenanten

De sectorconvenanten verdwijnen volledig. Via deze convenanten kregen sectoren middelen om onder meer te werken aan inclusie en diversiteit, competentiemanagement en duaal leren. Nu deze middelen verdwijnen rijst de vraag wat hiervan de impact zal zijn op de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Dat geldt in het bijzonder voor de verdere uitbouw van duaal leren, de opleiding van praktijkleerkrachten en de ondersteuning en opleiding van mentoren op de werkvloer. Welk alternatief komt hiervoor in de plaats? Meer dan ooit moet de brug tussen onderwijs en arbeidsmarkt verder worden versterkt samen met de ambitie om meer in te zetten op STEM en de herwaardering van technisch, beroeps- en arbeidsmarktgericht onderwijs. 

RSZ-kortingen

De RSZ-kortingen verdwijnen eveneens volledig. De 6de staatshervorming maakte Vlaanderen in 2014 bevoegd voor het doelgroepenbeleid met een toenmalig corresponderende uitgave van meer dan 600 miljoen euro. Daarin werd al stevig bespaard met het schrappen van de korting voor ouderen en jongeren. De laatste 45 miljoen euro, die bestemd was voor onder andere langdurig werklozen en bepaalde sectoren, verdwijnt nu ook. Het schrappen van deze hefboom maakt het onmogelijk om de RSZ-korting te hertekenen in de richting van het activeren van langdurig zieken, een groep die in omvang de werklozen ver voorbij is gegaan. De forse uitgaven voor Sociale Economie blijven vooralsnog onaangetast. 

Dienstencheques

Ook het stelsel van de dienstencheques wordt hervormd door het aantal cheques te beperken en de prijs te verhogen. De eerste schijf van 175 cheques kan aangekocht worden aan 12 in plaats van 10 euro, de volgende 125 cheques aan 13 euro. Een terechte uitzondering wordt voorzien voor éénoudergezinnen en personen met een handicap. Na jaren zonder prijsaanpassing was een bijsturing van het systeem verdedigbaar wat eerder al gebeurde door het schrappen van het fiscaal voordeel. Maar een forse verhoging van de prijs had vermeden kunnen worden mocht de prijs eerder stapsgewijs aangepast zijn, samen met de evolutie van de index. Het wordt nu dus zaak om de impact op het terrein nauwgezet op te volgen, in het bijzonder op de tewerkstelling van laaggeschoolde vrouwen, voor wie de dienstenchequesector een belangrijke toegang tot de arbeidsmarkt vormt. 

Vlaams Opleidingsverlof

Tot slot wordt ook een besparing doorgevoerd in het Vlaams Opleidingsverlof (VOV), dat krimpt tot 30 miljoen euro en zou worden hervormd naar een omscholingsmaatregel/leerkrediet. Ook dit betreft één van de nieuwe bevoegdheden die Vlaanderen verwierf met de 6de Staatshervorming (voorheen gekend als Betaald Educatief Verlof). Het blijft afwachten hoe de juiste modaliteiten eruit zullen zien maar de quasi halvering van dit budget op enkele jaren tijd, valt moeilijk te rijmen met de ambitie om een Vlaams Talentoffensief uit te bouwen.

In het verleden werd al stevig gesnoeid in de opleidingen die recht gaven op het VOV en ook voor ondernemingen een belangrijk vehikel vormde om mensen goed opgeleid en inzetbaar aan het werk te houden. Nog maar dit voorjaar werd de maatregel grondig hervormd met onder andere een decretale verankering van het gemeenschappelijk initiatiefrecht, een verhoging van het werkgeversforfait en het schrappen van diverse opleidingen. De vraag is wat hiervan over blijft?

Meer nog: Voor Voka is een ambitieus opleidingsbeleid voor de beroepsbevolking onontbeerlijk om Vlaanderen door de vele technologische en andere transities (AI) te loodsen en de productiviteitsgroei te versterken en dit in een context van meer mensen langer aan het werk. Ook hier is een uitgavetoetsing lopende die de arbeidsmarktgerichte opleidingen van Syntra, VDAB en Volwassenonderwijs in het vizier neemt. Daarbij rijst de vraag hoe publiek-private samenwerking kan worden georganiseerd richting opleidingen die beter aansluiten bij de economische en innovatieve ecosystemen.  

Wanneer maatregelen onvoldoende doelmatig blijken, is het terecht om ze bij te sturen of stop te zetten. Maar schrappen alleen volstaat niet. De vraag is weerom welk alternatief in de plaats komt om mensen langer inzetbaar te houden in een economie die onder invloed van AI en andere technologische ontwikkelingen snel verandert. Besparen kan, op voorwaarde dat daar een duidelijke beleidsvisie tegenover staat en de onderliggende uitdagingen daadwerkelijk worden aangepakt.

Wat is de impact op zorg en welzijn?

Op Vlaams niveau groeit het budget in welzijn en gezondheid sneller dan de economische draagkracht. De uitgaven binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) stegen van 10,39 miljard euro (in 2015) naar 17,97 miljard euro (in 2026). Dat is een stijging met ongeveer 7,58 miljard euro, of +73% inclusief inflatie (27% boven reële economische groei en 13% meer dan de consumptieprijsindex). De Vlaamse regering besliste om de eerder vooropgestelde bijkomende investeringen te halveren.  

Uitbreidingsbeleid welzijn gehalveerd

De Vlaamse regering sprak bij het begin van deze legislatuur een groeitraject af van meer dan 1 miljard over de gehele legislatuur. Het gros van die maatregelen diende nog uitgevoerd worden: zowat 655 miljoen euro. In het begrotingsakkoord 2027-2029 werd afgesproken om dat groeitraject te halveren tot 330 miljoen. De sectoren van personen met een beperking, kinderopvang, ouderenzorg, jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg zullen minder sterk groeien dan eerder beloofd. Het is uiteraard mogelijk dat er nog verschuivingen zullen plaatsvinden binnen de Welzijnsbegroting.  

Het Groeipakket

Het Groeipakket is met 5 miljard euro de grootste uitgavenpost binnen Welzijn. Gerekend aan een consumptieprijs van zowat 4%, stijgen de dotaties in 2027 met 200 miljoen euro. Vanaf 2027 wil de Vlaamse regering 350 miljoen besparen in het Groeipakket. In eerste instantie gebeurt dat door het recht op het Groeipakket met 2 jaar te beperken tot 23 jaar in plaats van eerder 25 jaar. Het startbedrag van 1.300 euro bij de geboorte van elke nieuw kind wordt dan weer beperkt tot het eerste kind. Er zou tot slot ook een rem komen op de groei van het Groeipakket voor kinderen geboren voor 2019: deze kinderen zullen net als de kinderen geboren na 2019 steeds hetzelfde basisbedrag ontvangen. Voka beschouwt de begrotingsmaatregelen rond het groeipakket als weinig gericht: meer dan 80% van het groeipakket, omgerekend zowat 4 miljard euro wordt uitgegeven aan het basisbedrag. Die middelen kunnen meer gericht ingezet worden. 

Vlaams Interprofessioneel Akkoord

De Vlaamse regering vond in dit begrotingsakkoord 150 miljoen euro voor een zevende Vlaams Interprofessioneel Akkoord vanaf 2029. Dat akkoord werd al lang aangekondigd, maar bleef tot hiertoe een dode letter bij gebrek aan middelen. Voka ziet geen heil in een loonsverhoging of verder vastleggen van loonvoorwaarden. De verloning van ons zorgpersoneel is – terecht – al hoog. Onderzoek wees uit dat extra loon in ons land niet leidt tot meer prestaties noch meer werkbaar werk. In tegendeel: we zien een verlies aan productiviteit omdat zorgverleners kiezen om voor hetzelfde loon … minder te werken. Voka ziet meer heil in het aanboren van een ruimere arbeidsmarkt. Zorg dat het mogelijk wordt om zorgpersoneel met een veel bredere achtergrond dan enkel zorgberoepen aan te werven. Versterk de productiviteit door in te zetten op levenslang leren, digitale vaardigheden, artificiële intelligentie en innovatie.  

Subsidies binnen welzijn

Er diende bijna 60 miljoen gevonden te worden in subsidies binnen de welzijnsbegroting. Het is nog niet helemaal duidelijk welke subsidies in welzijn en zorg geschrapt zouden worden. De subsidies aan zorgondernemingen lijken buiten schot te blijven. Wel zou gedacht worden aan de lange lijst subsidies die naar tussen- en koepelstructuren gaan. Voka ziet ruimte om te schrappen in de tussenstructuren: er is veel overlap en velen van hen voegen slechts zeer beperkt waarde toe voor patiënten. Zo zijn met name de zorgraden voor vele patiënten een nobele onbekende ook al ontvangen deze samen met hun koepel zowat 15 miljoen euro. Voka maakt een uitzondering voor preventie en kwaliteit en drong aan op extra investeringen.  

Verbod op winst

Het verbod op winst op zorg staat niet in de begrotingstabellen, maar dreigt de Vlaamse regering met een financiële kater op te zadelen. Het regeerakkoord vermeldt een decretale verankering van het verbod op winst. Een dergelijk verbod wordt in 2027 binnen de Vlaamse regering uitgewerkt. Het lijkt alsof winst en zorg elkaars tegenpolen zijn. Dat zijn ze niet. De eerste winst van zorg is uiteraard gezondheidswinst. De tweede winst kan gevonden worden in meer transparantie en een gelijk speelveld waar dezelfde regels gelden voor openbare besturen, non-profit en profit. Een derde winst zit in de winst die zorgondernemingen maken. We hebben zorgondernemingen nodig die kunnen investeren, die talent aantrekken, die nieuwe businessmodellen ontwikkelen en die meer doen met schaarse middelen. Zonder financieel gezonde ondernemingen krijg je ook geen duurzame zorg. Geen investeringen, geen innovatie.  Een verbod op winst in de zorg is een te betreuren initiatief. Voka roept de Vlaamse regering dan ook op om dit initiatief van tafel te halen. Het zal helpen om de begroting in evenwicht te houden en de investeringen voor een vergrijzende bevolking helpen dragen.

Contactpersonen

Sonja Teughels

Expert Arbeidsmarkt, Teamlead Talent

Veerle Van Nieuwenhuysen

Expert Arbeidsmarkt

Daan Aeyels

Expert Welzijns- en Gezondheidsbeleid

imu - vzw - wallonie
imu - vzw - bebat
imu - vzw 100jo
imu - vzw - breda
imu - vzw - polestar
”Advertisement”
imu - vzw - automotive
ING
Orange
SDWorx