De laatste tijd duiken alarmerende nieuwsberichten op over een dalende vraag naar universitairen. Het doembeeld doet denken aan de jaren ’80: minstens vier jaar studeren, gevolgd door een jaar wachten in de werkloosheid, zonder enige werkervaring. Speculatief worden uiteenlopende verklaringen naar voren geschoven, zoals een afkoelende arbeidsmarkt, een slabakkende economie en sinds kort ook een allesverklarende passe-partout: artificiële intelligentie.
Een blik op de cijfers brengt echter nuance. Aan de vraagzijde kunnen de bij VDAB geregistreerde vacatures worden ingedeeld naar scholingsgraad. De curves volgen de voorbije tien jaar een inmiddels bekend patroon: een gestage toename tot aan corona, met maand na maand vacaturerecords en een absoluut hoogtepunt net voor de pandemie. Daarna volgde een scherpe terugval, vrijwel onmiddellijk gevolgd door een krachtige heropleving tot 2022, waarna een geleidelijke daling inzette. Die tendens is zichtbaar voor alle studieniveaus - hoog en laag, lang en kort - en wijst nauwelijks op structurele verschuivingen.
Aan de aanbodzijde is het beeld een spiegel. Een jarenlange daling van de werklozen met een heropleving sinds 2023, de keerzijde van een licht afgenomen vraag. Daarbinnen is er een verschuiving naar scholingsgraad zichtbaar. Waar kortgeschoolden in 2011 nog bijna de helft van de werkzoekenden uitmaakten, is dat in 2025 gedaald tot 41%. Omgekeerd steeg het aandeel hooggeschoolden van 16,6% naar 23,3%. Als het beeld vernauwt tot enkel jongeren en schoolverlaters zijn de cijfers voor hooggeschoolden nog steeds zeer positief met een aandeel van slechts 11% onder de werkzoekende jongeren al lijkt er sinds kort een stijging merkbaar. Zo telde VDAB in 2022 slechts 2.573 hooggeschoolde werklozen. In 2025 waren dit er gemiddeld 3.845 en in december 2025 was dit 4.184.
Arbeidsmarktpositie van schoolverlaters
Uiteraard is de ene hooggeschoolde de andere niet. VDAB publiceert jaarlijks cijfers over de arbeidsmarktpositie van schoolverlaters. In 2023 ging het om 73.000 jongeren, waarvan er na één jaar nog 7% als werkzoekende stond ingeschreven. Wie het rapport induikt, ziet grote verschillen tussen studieniveaus en -richtingen. Professionele bachelors doen het bijzonder goed: gemiddeld is slechts 2,3% na één jaar nog werkzoekend, gevolgd door masters met 2,4%. Een hoog studieniveau loont, al kunnen de verschillen sterk oplopen naargelang richting en domein. Uitschieters met quasi volledige tewerkstelling zijn geneeskunde, handelswetenschappen, industriële wetenschappen en rechten. Minder gunstig is de situatie voor onder meer politieke en sociale wetenschappen, taal- en letterkunde, archeologie, beeldende kunst en wijsbegeerte, met percentages werkzoekenden na één jaar tussen 5 en 12%.
De grote vraag naar STEM-profielen op het niveau van zevende jaren, HBO5 en bachelors, evenals de uitstekende tewerkstellingsresultaten van professionele bachelors en bepaalde graduaatsopleidingen, verdienen meer plaats in het beleidsdebat. Tegelijk roept de stijgende participatie in het hoger onderwijs - met jaar na jaar meer masters en een toenemende ‘vermastering’ van opleidingen - fundamentele vragen op. Is dit altijd nodig en wenselijk? In een context van relatief lage economische groei en een groeiambitie van 2% of meer, dringt een kritische reflectie zich op: hoeveel masters, professionele bachelors en graduaten hebben we nodig, en in welke studierichtingen? Is meer of hoger altijd beter? Nee. De relatieve toename van hooggeschoolde werkzoekenden is geen drama, maar wel een belangrijk signaal over de reële noden van onze kenniseconomie.
Wat als hoger onderwijs niet alleen diploma’s uitreikt, maar actief meebouwt aan het talent dat onze Vlaamse economie morgen nodig heeft?
Nood aan een sterk observatorium
Dat vraagt om visie op het hoger onderwijs, gebaseerd op een scherpe analyse van de cijfers. Het idee dat AI massaal jobs van hooggeschoolden wegkaapt, is als verklaring te kort door de bocht. Wat wel nodig is, is een sterk observatorium dat tendensen opvolgt, evoluerende noden analyseert en helpt om kraptes op de arbeidsmarkt gerichter aan te pakken, in die domeinen en ecosystemen die onze economie doen groeien.
Daarin speelt het hoger onderwijs een sleutelrol. Wat als hoger onderwijs niet alleen diploma’s uitreikt, maar actief meebouwt aan het talent dat onze Vlaamse economie morgen nodig heeft? Voka bereidt momenteel een paper voor over hoe hogescholen en universiteiten die rol sterker kunnen opnemen. Niet alleen via een doordachte programmatie en financiering van het initiële opleidingsaanbod, maar ook door een stevigere positie in levenslang leren en een strategische visie op internationaal talent. De paper pleit voor een hoger onderwijs dat sneller kan schakelen, gerichter samenwerkt met het werkveld en talent voorbereidt op loopbanen die steeds minder lineair verlopen.





