Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 23/09/2026

Wie ondernemingen wil overtuigen om sneller te investeren in de energietransitie, moet zorgen voor duidelijke, eenvoudige en voorspelbare spelregels. Bij de hervormde groene investeringsaftrek is dat vandaag nog onvoldoende het geval. De maatregel is belangrijk, maar dreigt door onduidelijke regels en onvolledige procedures minder effect te hebben dan beoogd.

Sinds 1 januari 2025 kunnen ondernemingen voor bepaalde groene investeringen een verhoogde investeringsaftrek krijgen. Het gaat onder meer om investeringen in energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, emissievrij vervoer en milieu, zoals grondstoffenbeheer. Ook ondersteunende digitale investeringen komen in aanmerking.

Voor natuurlijke personen en kleine vennootschappen bedraagt de thematische aftrek 40%. Voor andere vennootschappen geldt een tarief van 30% voor de aanslagjaren 2025 en 2026. Vanaf aanslagjaar 2027 stijgt dat tarief ook voor hen naar 40%. Dat is een belangrijke stimulans om ondernemingen mee te trekken in de groene transitie.

Aan de aftrek zijn wel verschillende voorwaarden verbonden. De investering moet voorkomen op een limitatieve investeringslijst. Er zijn afzonderlijke lijsten voor energie, mobiliteit en milieu. Voor zeven van de negen energiecategorieën is bovendien een energiestudie of energieaudit vereist.

Om de verhoogde aftrek te kunnen toepassen, heeft de onderneming ook een attest nodig. Dat wordt afgeleverd door de overheidsdienst met de vereiste technische expertise. De FOD Mobiliteit en Vervoer behandelt bijvoorbeeld investeringen in groene mobiliteit. Voor bepaalde milieu-investeringen is het Vlaamse Departement Omgeving bevoegd.

Het uitgangspunt van de maatregel is terecht. De energie- en klimaattransitie vraagt de komende jaren aanzienlijke investeringen van ondernemingen. Een fiscale stimulans kan projecten sneller rendabel maken. Ze kan er ook voor zorgen dat ondernemingen investeringsbeslissingen vervroegen. Maar zo’n stimulans werkt alleen wanneer een onderneming bij haar beslissing weet waarop ze kan rekenen.

Investeren doe je vandaag, niet over twee jaar

De voorbije maanden zijn stappen gezet om de aanvraagprocedures operationeel te maken. Aanvragen voor energie-attesten kunnen in Vlaanderen sinds mei 2026 bij het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap worden ingediend. De FOD Mobiliteit en Vervoer behandelt sinds april 2026 meerdere categorieën van koolstofemissievrij vervoer. Er geldt ook een tijdelijke regeling. Ondernemingen mogen de aftrek voorlopig in hun belastingaangifte opnemen wanneer nog geen valideringsattest beschikbaar is. Ze moeten daarvoor wel de nodige bewijsstukken bewaren.

Die vooruitgang neemt de onzekerheid echter niet volledig weg. De fiscale regeling geldt al sinds 1 januari 2025, maar de technische attestering is nog altijd niet volledig operationeel. Het vereiste samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de gewesten is ondertekend. De instemmingsprocedures zijn echter nog niet overal afgerond. Daardoor kunnen nog geen definitieve attesten worden afgeleverd. Voor sommige milieu-investeringen ontbreken bovendien nog definitieve interpretatienota’s. Ook is er niet voor elke investering al een werkend loket waar een attest kan worden aangevraagd.

Voor geïntegreerde investeringsprojecten wordt het snel bijzonder complex. Denk aan een bedrijf dat tegelijk zonnepanelen, een batterij, laadpunten, een transformator en een energiebeheersysteem installeert. De onderneming moet dan uitzoeken hoe ze de kosten moet opsplitsen, hoeveel attestaanvragen nodig zijn en welke administratie/agentschap voor elk onderdeel bevoegd is. De tijdelijke regeling voorkomt dat ondernemingen hun aftrek onmiddellijk verliezen door de vertraging. Toch biedt ze nog geen volledige rechtszekerheid. De onderneming heeft later nog altijd een positief attest nodig. Wordt dat attest geweigerd, dan kan de toegepaste aftrek alsnog worden verworpen.

Dit dossier legt een breder probleem bloot. Ons investeringsbeleid wordt te vaak bekeken vanuit de logica van de overheid. Eerst wordt regelgeving gemaakt. Daarna volgen afspraken tussen de verschillende beleidsniveaus. Pas vervolgens worden de uitvoeringsregels en aanvraagprocedures uitgewerkt. Voor een onderneming begint het verhaal op een ander moment. Zij moet vandaag beslissen of ze morgen enkele honderdduizenden of zelfs miljoenen euro’s investeert. Op dat beslissingsmoment moet duidelijk zijn welke steun ze mag verwachten en aan welke voorwaarden ze moet voldoen.

Wie van bedrijven verwacht dat zij deze omslag versnellen, moet hen een betrouwbaar investeringskader bieden.

De overheid moet haar eigen ambitie waarmaken

Het regeerakkoord bepaalt dat de groene investeringsaftrek eenvoudiger en toegankelijker moet worden. Die ambitie verdient steun, maar moet nu ook in de praktijk worden gebracht. De energie- en klimaattransitie vraagt de komende jaren grote investeringen van onze ondernemingen. Wie van bedrijven verwacht dat zij deze omslag versnellen, moet hen een betrouwbaar investeringskader bieden.

Voka vraagt daarom in de eerste plaats snelheid in de uitvoering. De instemmingsprocedures moeten zonder verder uitstel worden afgerond. De bevoegde diensten moeten ook alle interpretatienota’s, formulieren en aanvraagkanalen afwerken. Daarnaast moet de ontbrekende lijst voor ondersteunende digitale investeringen snel worden gepubliceerd. Er is ook één herkenbare toegangspoort nodig, zoals voorzien in het samenwerkingsakkoord. De federale en gewestelijke diensten kunnen het dossier vervolgens achter de schermen verdelen. Over grensgevallen moeten zij samen beslissen.

Een onderneming mag de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en beleidsdomeinen niet zelf moeten ontwarren. Alleen met snelheid, eenvoud en rechtszekerheid kan de groene belastingkorting de investeringen losmaken waarvoor ze is bedoeld.

Contactpersoon

Karl Collaerts

Expert Fiscaliteit en Begroting

imu - vzw - wallonie
imu - vzw - polestar
imu - vzw - bebat
imu - vzw 100jo
ING
Orange
SDWorx