Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 11/09/2026

De Vlaamse regering heeft definitief beslist om vanaf 1 januari 2027 geen groenestroomcertificaten (GSC) en warmtekrachtcertificaten (WKC) meer toe te kennen voor productie tijdens kwartieren met negatieve elektriciteitsprijzen. De maatregel geldt niet alleen voor nieuwe projecten, maar ook voor bestaande installaties die nog certificatensteun ontvangen. Volgens de Vlaamse regering dalen de steunkosten tussen 2027 en 2035 daardoor indicatief met 179,1 miljoen euro. Voka erkent de systeemlogica en het positieve effect op de elektriciteitsfactuur, maar betreurt dat ook bestaande investeringen worden geraakt.

Rechtszekerheid en investeringszekerheid zijn voor Voka essentieel. Ondernemingen moeten erop kunnen vertrouwen dat de spelregels waarop zij langetermijninvesteringen baseren niet tijdens de rit worden gewijzigd. Daarom hadden bestaande installaties voor ons buiten deze ingreep moeten blijven. Dat neemt niet weg dat het vanuit systeemperspectief moeilijk te verantwoorden is om elektriciteitsproductie te blijven ondersteunen wanneer de marktprijs negatief is. Dat de maatregel tegelijk de elektriciteitsfactuur helpt verlagen, is positief. Lagere kosten mogen evenwel niet worden betaald met minder investeringszekerheid. Een stabiel en voorspelbaar investeringskader blijft essentieel”, zegt Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka.

Ondernemingen moeten erop kunnen vertrouwen dat de spelregels waarop zij langetermijninvesteringen baseren niet tijdens de rit worden gewijzigd

Frank Beckx

Wat heeft de Vlaamse regering beslist?

Vandaag worden voor bepaalde installaties pas geen certificaten toegekend wanneer de Belgische day-aheadprijs gedurende minstens zes opeenvolgende uren negatief is. Vanaf 1 januari 2027 wordt die regeling aanzienlijk aangescherpt: zodra de day-aheadprijs gedurende minstens één kwartier negatief is, worden voor de productie tijdens die periode geen GSC of WKC meer toegekend.

De nieuwe regeling geldt voor alle nieuwe en lopende projecten, ongeacht hun startdatum. Ook ondernemingen die hun installatie jaren geleden in gebruik namen en nog certificatensteun ontvangen, vallen dus onder de knip. De wijziging heeft wel uitsluitend betrekking op toekomstige productie vanaf 2027. Reeds toegekende certificaten worden niet teruggenomen.

Kleinere installaties worden vrijgesteld. Voor installaties die vóór 1 januari 2026 in dienst zijn genomen, geldt de regeling vanaf een bruto nominaal elektrisch vermogen van 400 kW. Voor installaties die vanaf 1 januari 2026 in dienst zijn genomen, ligt de grens op 200 kW.

De nieuwe regeling geldt voor alle nieuwe en lopende projecten, voor productie vanaf 2027

Waarom wordt de regeling aangepast?

Negatieve elektriciteitsprijzen ontstaan wanneer het aanbod aan elektriciteit tijdelijk groter is dan de vraag. Dat gebeurt steeds vaker op momenten met veel productie uit zon en wind en een relatief lage elektriciteitsvraag.

De Vlaamse regering wil vermijden dat certificatensteun producenten stimuleert om te blijven produceren wanneer de marktwaarde van die elektriciteit negatief is. De ingreep moet productie sterker laten reageren op marktprijzen, overproductie beperken en de integratie van hernieuwbare energie in de elektriciteitsmarkt verbeteren. Tegelijk wil Vlaanderen zijn steunregeling in overeenstemming brengen met de Europese staatssteunregels.

Vanuit het energiesysteem is die redenering begrijpelijk. Productie blijven ondersteunen op momenten waarop elektriciteit een negatieve marktwaarde heeft, geeft immers een verkeerd prijssignaal en vermindert de prikkel om productie te verschuiven, af te regelen of elektriciteit op te slaan.

Impact verschilt sterk naargelang het steunregime

De maatregel raakt installaties die vandaag nog groenestroom- of warmtekrachtcertificaten ontvangen, waaronder grotere PV-installaties, windturbines, biogasinstallaties en warmtekrachtkoppelingen. De financiële impact verschilt evenwel sterk naargelang het steunregime waaronder een installatie valt.

Voor veel projecten met een startdatum vanaf 1 januari 2013 wordt de steun bepaald via de zogenaamde onrendabele top en de bandingfactor. Bij de actualisatie daarvan zal het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) rekening houden met de impact van de nieuwe regeling. Daarbij wordt zowel gekeken naar het effect op de gemiddelde elektriciteitsprijs als naar het productievolume waarvoor geen certificaten meer worden toegekend. De financiële impact van de knip kan voor deze projecten dus via de berekening van de onrendabele top worden meegenomen in de toekomstige steunberekening.

Anders ligt dat voor oudere installaties, in het bijzonder PV-installaties van vóór 2013. Voor die projecten wordt de steun niet via een periodieke actualisatie van de onrendabele top bijgestuurd. Net daar situeert zich dan ook het grootste rechtstreekse financiële effect van de maatregel.

De Raad van State plaatste in zijn advies ook kanttekeningen bij de toepassing van de nieuwe regeling op bestaande en vooral oudere installaties. De Vlaamse regering houdt na bijkomend onderzoek niettemin vast aan de toepassing op zowel nieuwe als lopende projecten.

Volgens de impactanalyse van de Vlaamse regering zal de maatregel tussen 2027 en 2035 leiden tot 651.016 minder groenestroomcertificaten en 1.750.632 minder warmtekrachtcertificaten.

Op basis van de geldende minimumsteun wordt de vermindering van de steunkosten indicatief geraamd op 179,1 miljoen euro. Vooral bij PV is de impact sterk geconcentreerd bij oudere installaties. Van de geraamde 98,9 miljoen euro lagere steunkosten bij zonnepanelen komt meer dan 97% voor rekening van installaties met een startdatum vóór 1 januari 2013.

Dat komt niet alleen door hun steunregime. Negatieve elektriciteitsprijzen vallen ook relatief vaak samen met momenten van hoge zonneproductie en een lage elektriciteitsvraag, bijvoorbeeld tijdens weekends en feestdagen. Volgens de Vlaamse impactanalyse vond de voorbije jaren ongeveer 20% van de productie van de onderzochte PV-installaties plaats tijdens periodes met negatieve prijzen.

Ook windprojecten, biogasinstallaties en WKK's worden geraakt. Voor WKK-installaties speelt mee dat zij vaak gekoppeld zijn aan industriële processen met een warmtevraag en daarom niet altijd zonder gevolgen kunnen worden stilgelegd. Tegelijk hebben WKK's belangrijke brandstofkosten, waardoor er vandaag al een economische prikkel bestaat om tijdens negatieve prijsperiodes terug te schakelen wanneer het productieproces dat toelaat.

Lagere kosten in de elektriciteitsfactuur

Minder toe te kennen certificaten betekent ook lagere kosten binnen het certificatenstelsel. Volgens de Vlaamse regering kan zo over de periode 2027-2035 indicatief 179,1 miljoen euro uit de elektriciteitsfactuur worden gehaald.

Dat is positief voor gezinnen en ondernemingen die via hun elektriciteitsfactuur mee instaan voor de financiering van het certificatenbeleid. Het gaat wel om een globale raming. De uiteindelijke impact hangt onder meer af van de evolutie van de elektriciteitsprijzen, het aantal negatieve prijsperiodes en de mate waarin producenten hun productie aanpassen. Uit het bedrag kan dus geen individuele besparing voor een onderneming worden afgeleid.

Gemengd gevoel

Voka erkent de systeemlogica achter de beslissing en verwelkomt dat de maatregel de kosten in de elektriciteitsfactuur helpt verminderen. Tegelijk blijft de toepassing op bestaande investeringen problematisch. Ondernemingen hebben investerings- en financieringsbeslissingen genomen op basis van het regelgevend kader en de steunvoorwaarden die op dat moment golden.

Vlaanderen heeft nood aan bijkomende investeringen in hernieuwbare energie, flexibiliteit, opslag en industriële verduurzaming. Een energiesysteem dat producenten sterker laat reageren op marktprijzen is noodzakelijk, net als het verder verlagen van de energiekosten voor ondernemingen. Maar ondernemingen moeten er tegelijk op kunnen vertrouwen dat de uitgangspunten waarop langetermijninvesteringen worden gebaseerd voldoende stabiel blijven.

Contactpersoon

Yannick Van den Broeck

Expert Energie en Klimaat

imu - vzw - natuur
imu - vzw - wallonie
imu - vzw - polestar
imu - vzw 100jo
imu - vzw - bebat
ING
Orange
SDWorx