Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 20/05/2026

Vanaf 1 januari 2027 wordt het mobiliteitsbudget verplicht voor bedrijven met meer dan vijftig werknemers die al minstens 36 maanden één of meer bedrijfswagens aanbieden. Eén jaar later, op 1 januari 2028, wordt die verplichting verder uitgebreid naar ondernemingen vanaf 15 werknemers.

Met de zomer voor de deur rest er nog weinig tijd voor een concrete en werkbare invulling van het vernieuwde mobiliteitsbudget. Hoewel bedrijven zich volop voorbereiden, blijven nog heel wat operationele en technische vragen onbeantwoord. Ondernemingen willen vooruit, maar botsen op grote onzekerheid over de concrete toepassing van de wetgeving.

Uit een recente enquête van PwC blijkt dat het federale mobiliteitsbudget steeds meer ingeburgerd geraakt, maar ook door veel bedrijven ervaren wordt als een administratieve nachtmerrie, die veel tijd en middelen vergt. Bovendien komt uit de enquête naar voren dat heel wat bedrijven bezorgd zijn over een gevoel van ongelijkheid onder werknemers, want niet iedereen komt in aanmerking voor dezelfde voordelen. De ene werknemer kan huisvestingskosten laten terugbetalen, de andere niet. Salarisruilwagens vallen buiten het systeem, terwijl klassieke bedrijfswagens wel onder het toepassingsgebied vallen. De trend om thuiswerk terug te schroeven, zet de huidige aftrek van huisvestingskosten onder druk. 

Vanuit de praktijk klinkt daarom steeds vaker de vraag om flexibeler om te gaan met de terugbetaling van huisvestingskosten en bijvoorbeeld terugbetaling van huisvestingskosten ook toe te laten voor wie dichtbij een treinstation woont en met de trein pendelt.

Met de zomer voor de deur rest er nog weinig tijd voor een concrete en werkbare invulling van het vernieuwde mobiliteitsbudget.

Ook de berekening van de zogenaamde Total Cost of Ownership (TCO) blijkt voor veel ondernemingen nodeloos complex. Volgens de PwC-enquête maakt meer dan 80% gebruik van de forfaitaire berekening van de TCO van het voertuig en ongeveer 75% doet dat op basis van een referentievoertuig in plaats van op een individuele basis. Dat toont aan dat de huidige methodiek te ingewikkeld en te weinig werkbaar is. Om het mobiliteitsbudget praktisch beheersbaar te houden, zien veel ondernemingen zich bovendien verplicht om bijkomende digitale tools of betalende apps te gebruiken. Dat verhoogt niet alleen de administratieve lasten, maar ook de kosten. Een grondige vereenvoudiging dringt zich dan ook op. 

Voka roept minister Crucke op om nog vóór de uitbreiding van het toepassingsgebied werk te maken van een eenvoudiger, duidelijker en administratief haalbaar systeem. Ook de Nationale Arbeidsraad wees eerder al op de nood aan een vereenvoudiging van de TCO-berekening en een vermindering van de administratieve complexiteit.

Maak vóór de uitbreiding van het toepassingsgebied werk van een eenvoudiger, duidelijker en administratief haalbaar systeem.

Het mobiliteitsbudget kan een krachtig instrument zijn om duurzame mobiliteit te stimuleren, maar dan moet het systeem wel werkbaar blijven voor ondernemingen én begrijpelijk zijn voor werknemers. Zonder vereenvoudiging dreigt een goed bedoeld instrument te verzanden in administratieve rompslomp. De keuze is duidelijk: ofwel maken we van het mobiliteitsbudget een toegankelijk en werkbaar instrument, ofwel dreigt het een complexe regeling te worden die zijn doel - verduurzaming van mobiliteit - voorbijschiet.

Contactpersoon

Freija Fonteyn

Expert Logistiek en Mobiliteit, Teamlead Duurzaamheid

imu - vzw - sdworx
imu - vzw - pom
ING
Orange
SDWorx