Gisteren trokken de Amerikanen naar de stembus voor de zogenoemde midterms. Alle 435 zetels van het Huis van Afgevaardigden en 35 van de 100 Senaatszetels zijn opnieuw verkozen. Terwijl alle stemmen nog niet geteld zijn, staat het vast dat een Blue Wave doorheen Amerika getrokken is, met een duidelijke overwinning in het Huis van Afgevaardigden en een comfortabele overwinning in de Senaat. De republikeinen zijn hun meerderheid in beide kamers van het congres dus definitief kwijt. Welke gevolgen kan dit hebben voor het Amerikaanse beleid op vlak van handel, economie en de relaties met Europa?
Voor Europese en Vlaamse ondernemingen hadden deze verkiezingen een duidelijke economische inzet. Sinds Trumps terugkeer naar het Witte Huis zijn invoertarieven opnieuw een centraal instrument van het Amerikaanse handelsbeleid. Een Democratische meerderheid in het Congres kan de president meer tegenwind bezorgen, de vraag is of het ook echt een ommekeer zal betekenen voor de EU-VS relaties.
De Trumptarieven vonden geen weerstand in een congres met Republikeinse meerderheid
Op 2 april 2025 kondigde President Trump tijdens zijn zogenoemde 'Liberation Day' een brede reeks invoerheffingen aan. Wat volgde, was een periode van tariefdreigingen, uitstel en onderhandelingen. Dat de president zulke ingrijpende handelsmaatregelen zonder een nieuwe stemming in het Congres kon aankondigen, hangt samen met een geleidelijke delegatie van bevoegdheden. Volgens de Amerikaanse grondwet is het Congres bevoegd voor invoerrechten en internationale handel. Via verschillende wetten heeft het de uitvoerende macht echter ruimte gegeven om onder specifieke voorwaarden in te grijpen. Zo laat Section 232 van de Trade Expansion Act van 1962 maatregelen toe tegen invoer die de nationale veiligheid bedreigt. Section 301 van de Trade Act van 1974 biedt mogelijkheden om op te treden tegen oneerlijke buitenlandse handelspraktijken. Voor de brede heffingen van Liberation Day beriep Trump zich op de noodbevoegdhedenwet IEEPA uit 1977, waarbij hij de Amerikaanse handelstekorten als een nationale noodsituatie bestempelde. De president beschikt dus over aanzienlijke handelsbevoegdheden.
Een politiek akkoord met de Europese Unie, het zogeheten ‘Turnberry Agreement’ bracht enige stabiliteit aan de handelsrelatie. Het is echter duidelijk dat er vanuit het Amerikaans congres met een republikeinse meerderheid nooit geloofwaardige signalen klonken om komaf te maken met deze handelstarieven politiek. De president beschikt dus dankzij de gratie van het congres over aanzienlijke handelsbevoegdheden.
De Democratische overwinning betekent niet noodzakelijk een snelle afbouw van Trumps handelstarieven.
Wat kan de Democratische meerderheid veranderen?
De Democratische overwinning in beide kamers zou in de eerste plaats de parlementaire controle versterken. Wie de meerderheid heeft, bepaalt de agenda van de commissies en kan hoorzittingen en onderzoeken organiseren. Daardoor kan de regering uitvoeriger ter verantwoording worden geroepen over de economische gevolgen en de uitvoering van haar handelsbeleid.
Dat kan het debat verschuiven naar de kosten voor Amerikaanse ondernemingen en gezinnen. Importeurs moeten immers de invoerrechten voldoen en beslissen vervolgens hoeveel zij zelf dragen, doorrekenen aan klanten of proberen af te wentelen op leveranciers. Het debat in de VS hierover ligt nu voornamelijk over het jobbehoud dankzij de handelstarieven in plaats van de verhoging van het algemeen prijspeil.
Door deze Democratische overwinning kunnen we meer hoorzittingen en stemmingen verwachten over voorstellen om invoertarieven terug te draaien. Dat verhoogt de politieke druk op de regering en kan Republikeinse congresleden ertoe bewegen zich duidelijker uit te spreken over de gevolgen voor hun kiezers en ondernemingen. Om die druk ook in gewijzigd handelsbeleid om te zetten, moeten de Democraten evenwel verschillende institutionele drempels overwinnen.
Een andere meerderheid in het Congres verandert immers niets aan de eerder gedelegeerde handelsbevoegdheden van de president. Om die te beperken of te herzien, is nieuwe wetgeving nodig waarmee beide kamers moeten instemmen. Vervolgens kan Trump zo’n wetsvoorstel met een veto tegenhouden.
Om dat veto te doorbreken, is in beide kamers een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Een gewone Democratische meerderheid volstaat bijgevolg niet om tegen de wil van de president tarieven af te schaffen of zijn handelsbevoegdheden fundamenteel in te perken. Aangezien de Democraten geen tweederdemeerderheid hebben gehaald is daarvoor ook aanzienlijke Republikeinse steun nodig.
Voorbereiden op een voortzetting van de huidige handelspolitiek
Deze Democratische overwinning kan de bewegingsruimte van Trump verkleinen en onderhandelingen afdwingen, maar biedt geen garantie op een terugkeer naar de vroegere handelsvoorwaarden. In de decennia vóór Trump vond vrijhandel doorgaans meer steun bij de Republikeinen, terwijl binnen de Democratische Partij de bescherming van werknemers en de eigen industrie zwaarder doorwoog. Kritiek op Trumps tarieven betekent dus niet automatisch steun voor een opener handelsbeleid.
Bovendien draaide de verkiezingscampagne in de VS vooral om koopkracht, de oorlog met Iran en immigratie. Het Amerikaans Handelsbeleid was eigenlijk in mindere mate een prioriteit voor de Amerikaanse kiezer. Een Democratische overwinning kan daarom moeilijk worden geïnterpreteerd als een uitgesproken kiezersmandaat voor meer vrijhandel.
Vlaamse ondernemingen doen er goed aan een voortzetting van de huidige Amerikaanse handelspolitiek als uitgangspunt te nemen. De midterms bieden weinig aanleiding om op een snelle afbouw van de invoertarieven te rekenen. Nu de verkiezingscampagne achter de rug is, kan bovendien de electorale terughoudendheid tegenover nieuwe heffingen afnemen. Bijkomende tarieven blijven dus een scenario waarop bedrijven zich moeten voorbereiden. Een lame duck President – een President die in zijn laatste 2 jaar van zijn mandaat zit zonder een meerderheid in het Huis en Senaat – houdt zich daarenboven ook vaker bezig met het buitenland.
Dat vraagt om een helder beeld van de blootstelling aan de Amerikaanse markt: welke producten kunnen door nieuwe heffingen worden geraakt, wie draagt de kosten en hoeveel ruimte bieden contracten om prijzen aan te passen? Een bredere spreiding van afzetmarkten kan de kwetsbaarheid voor plotse beleidswijzigingen beperken. De Amerikaanse markt blijft belangrijk, maar ondernemingen baseren hun investeringen en commerciële afspraken best op blijvende handelsdrempels.
Ook Europa moet vanuit die realiteit handelen. Voorspelbare afspraken met Washington blijven noodzakelijk, naast het openen van nieuwe exportmarkten en het versterken van de Europese concurrentiepositie. Voor Vlaamse ondernemingen biedt een strategie die rekening houdt met aanhoudende handelsspanningen meer houvast dan de verwachting van een politieke ommekeer.





