Skip to main content
  • Ontdek hieronder de meestgestelde vragen en antwoorden over financieel, fiscaliteit en subsidies
Voka Community -

Vraag het @ Voka

Financiering

Kunnen particulieren investeren in mijn kmo a.d.h.v. een vriendenaandeel?

Een manier om als particulier te investeren in een kmo, een coöperatieve of een burgerinitiatief zijn de vriendenaandelen. Je kan tot maximaal 75.000 euro investeren en je krijgt daar 5 jaar lang een fiscaal voordeel van 2,5% per jaar. Als onderneming kan je zo maximaal 300.000 euro kapitaal verwerven. Het recht op de eenmalige belastingvermindering geldt voor 5 jaar. 

De kapitaalverstrekker mag geen werknemer van de onderneming zijn, kan niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner zijn en geen bestuurder of zaakvoerder van de onderneming. Voor kleine aandeelhouders (met maximum 10% van de aandelen) wordt het wel toegelaten om kapitaal te verstrekken onder een win-winformule. Op deze manier wordt het ook een interessant instrument voor coöperatieven en burgerinitiatieven. Een groep buren die een vervallen theaterzaal willen ombouwen tot gemeenschapscentrum kunnen op die manier samen bijvoorbeeld die investeringen doen. Of een groep ouders die beslissen om samen te investeren in jeugdlokalen kunnen ook deze manier van vriendenaandelen gebruiken. 

Een voorwaarde is dat er in de twee voorafgaande jaren en gedurende deze periode geen kapitaalverminderingen zijn. Er kunnen dividenden uitgekeerd worden als de onderneming succesvol is en winsten maakt.  
 
Meer info 

Wat is een startlening? En komt mijn onderneming ervoor in aanmerking?

Wat is een startlening?

De Startlening van PMV is een lening voor startende ondernemers die tot 4 jaar actief zijn als zelfstandige in hoofdberoep. 

De lening kan voor maximum 100.000 euro aangevraagd worden, met een beperking tot 4 keer de eigen inbreng van de ondernemer in het te financieren project. De eigen inbreng zijn nieuwe financiële middelen die de ondernemer inbrengt of inbreng in natura die gewaardeerd is door een bedrijfsrevisor. Verder kan een winwinlening een alternatief zijn voor de eigen inbreng tot maximum 10.000 euro. 

De lening kan gebruikt worden voor de financiering van materiële, immateriële en financiële vaste activa alsook voor oprichtingskosten, werkkapitaal, aanleggen van een voorraad en overname van een handelsfonds. 

Wat niet kan gefinancierd worden zijn onderzoeks- en ontwikkelingskosten. Indien het gaat om een transportbedrijf kan ook geen financiering voor de aanschaf van transportmiddelen gevraagd worden. 

In principe worden geen waarborgen gevraagd aan de ondernemer tenzij PMV hier een concrete motivatie rond heeft. 

De lening is een achtergestelde lening. Dit betekent dat bij vereffening PMV een achtergestelde schuldeiser is en dat hij in de volgorde van schuldeisers achter de gewone schuldeisers komt. Dit achtergesteld karakter heeft een positieve impact op uw schuldcapaciteit bij banken. 

De looptijd van de lening kan aangevraagd worden tussen de 3 en 10 jaar. Standaard krijgt u daarbij 1 jaar van uitstel van kapitaalaflossing. 

De interestvoet is vast en bedraagt 3%.  

Wat zijn de voornaamste criteria? 

De voornaamste criteria opdat u in aanmerking komt voor dergelijke lening zijn 

  • De ondernemer en zijn eventuele medevennoten zijn maximum 4 jaar actief als zelfstandige in hoofdberoep. 

  • De ondernemer op het moment van de aanvraag zelfstandige in hoofdberoep. 

  • De vennootschap is geen onderneming in moeilijkheden en heeft geen negatief eigen vermogen. 

  • Er is een eigen inbreng van minstens 1/4e van het gevraagde bedrag. 

  • De ondernemer heeft een uitgewerkt business en financieel plan. 

  • Het financieel plan toont een terugbetalingscapaciteit aan. 

Hoe vraag ik een startlening aan?   

Om de aanvraag in te dienen dient u te beschikken over een concreet business en financieel plan (in de format die PMV vooropstelt). 

Deze zullen geëvalueerd worden op basis van professionaliteit, realistische cijfers, terugbetalingscapaciteit, kennis en ervaring van de ondernemer, kwaliteit van het marktonderzoek, de marktbenaderingstrategie, de juridische structuren en aandachtspunten, de concurrentie-analyse,… 

Een aanvraagprocedure duurt gemiddeld 2 maanden. 

Verder vindt u hier alle informatie, alsook de aanvraagdocumenten. 

Voka-leden kunnen een startlening indienen via Voka. Wij geven in dat geval u het nodige advies en feedback over uw aanvraag en dienen de documenten in bij PMV. 

Fiscaliteit

Wat is de Tax Shelter?

Tax Shelter is een fiscale stimulans die in 2004 door de Federale Regering in het leven werd geroepen om ondernemerschap aan te stimuleren. Door te investeren in start-ups die in aanmerking komen kan u tot 45% van uw investering recupereren door middel van een belastingvermindering.

In mei 2014 werd de Tax Shelter-wetgeving hervormd en vereenvoudigd voor bedrijven die een Tax Shelter-operatie wensen te doen. 

Alle Belgische ondernemingen of Belgische filialen van een buitenlandse vennootschap die onderworpen zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting. 

De totale potentiële winst verkregen door de Tax Shelter omvat twee onderdelen: 

1. Fiscaal voordeel

Uw vennootschap geniet van een fiscale vrijstelling van 421% op het geïnvesteerde bedrag. Dat betekent een fiscale besparing van 105,25% van het geïnvesteerde bedrag (op basis van een VenB van 25%, dus een netto rendement van 5,25%.

2. De bijkomende premie

Hierbij geniet uw vennootschap van een bijkomende financiële premie, binnen de 18 maanden na uw investering**.

Lies hier welke bedrijven in aanmerking komen: https://www.spreds.com/nl/tax-shelter 

Meer info: https://www.taxshelter.be

Sociale bijdragen laten betalen door uw vennootschap?

Sociale bijdragen privé betalen

Privé aftrekbaar. Zover was u natuurlijk ook al. Betaalt u uw sociale bijdragen zelf, dan zijn deze (net als uw VAPZ) bij u privé aftrekbaar van uw belastbaar inkomen.

Uw BV betaalt uw sociale bijdragen

Privé belastbaar en aftrekbaar! Het feit dat uw vennootschap uw privé sociale bijdragen betaalt, is in eerste instantie een privé belastbaar voordeel, net zoals voor uw auto van de vennootschap. U wordt er dus privé bijkomend op belast, maar tegelijkertijd blijven ze ook privé aftrekbaar.

Houdt u uw loon zoals het is en laat u uw sociale bijdragen ineens door uw vennootschap betalen, dan geeft u zichzelf een loonsverhoging. Bij de eindafrekening van de sociale bijdragen over inkomstenjaar 2021, die u in principe eind 2022 zal ontvangen, zal uw sociale kas rekening houden met het hoger belastbaar inkomen. 

Meer belastingen. U zal op dit voordeel ook de normale personenbelasting moeten betalen.

Wilt u uw sociale bijdragen toch door uw vennootschap laten betalen zonder dat u bijkomend sociale bijdragen en personenbelasting moet betalen, laat dan uw loon dalen met het bedrag dat uw vennootschap van uw privé sociale bijdragen ten laste neemt. Dan maakt het geen verschil meer uit.

Impact op pensioenopbouw?

In principe wel. Dat is die 80%-regel die zegt dat de aftrek van een premie groepsverzekering en/of VAPZ samenhangt met het maandelijkse loon dat u opneemt. Hoe meer loon, hoe groter de aftrekbare premie.

Toch is er hier geen probleem. De sociale bijdragen die niet per maand, maar per kwartaal betaald worden door de vennootschap, mogen met andere woorden meegeteld worden als loon om de aftrekbare premie te berekenen. Laat u echter uw loon niet zakken, dan verhoogd uw loon door het ten laste nemen van de sociale bijdragen. U kunt dan ook meer premie storten in uw groepsverzekering.

Fiscaal gezien maakt het geen enkel verschil uit wie de sociale bijdragen betaalt, tenminste als u in het voorkomende geval uw loon laat dalen met hetzelfde bedrag. Voor uw groepsverzekering en/of VAPZ is dat laatste trouwens geen probleem.

Bron

Hoeveel interesten mag u in 2021 toekennen op een rekening-courant?

Herkwalificatie als dividend

Geld uit de vennootschap halen

Wanneer een bedrijfsleider (eerste categorie) of aandeelhouder gelden aan de eigen vennootschap verstrekt via een lening, dan wel op een andere manier een vordering op de vennootschap heeft, bijvoorbeeld op grond van een uitstel van betaling, dan zou u op een kunstmatige manier een hoog bedrag aan interesten kunnen uitkeren uit de vennootschap, om zo fiscaal voordelig geld uit de vennootschap te halen.

Interesten ondergaan immers een fiscaal gunstigere behandeling dan dividenden die een aandeelhouder zou ontvangen. Interesten vormen – in tegenstelling tot dergelijke dividenden – een fiscaal aftrekbare kost in hoofde van de vennootschap. De belastingdruk op interesten en dividenden bij privépersonen loopt in principe parallel – ze zijn beide onderworpen aan een tarief roerende voorheffing van 30%. Hierop zijn evenwel uitzonderingen mogelijk, met name indien toepassing gemaakt kan worden van de VVPR-bis-regeling, of wanneer u liquidatiereserves na een wachttijd van vijf jaar uitkeert.

Ook de bezoldiging die de bedrijfsleider ontvangt, vormt een fiscaal aftrekbare kost in hoofde van de vennootschap. De belasting die een interestvergoeding ondergaat, blijft evenwel beperkt tot 30%, daar waar een bezoldiging niet alleen onderworpen wordt aan de progressieve tarieven in de personenbelasting, maar bovendien ook onderhevig is aan sociale bijdragen.

Herkwalificatie: gevolgen

Om te vermijden dat bedrijfsleiders en aandeelhouders – op een kunstmatige manier – leningen verstrekken aan de vennootschap waaraan ze verbonden zijn, en/of hierop hoge interesten aanrekenen, wordt paal en perk gesteld aan de omvang van de (aftrekbare) interestvergoeding die een vennootschap aan haar bedrijfsleider(s) en aandeelhouder(s) mag toekennen. Eens de vooropgestelde grenzen overschreden worden, wordt de overdreven interestvergoeding in hoofde van beide betrokken partijen als een dividend geherkwalificeerd. Voor de vennootschap leidt dit tot de niet-aftrekbaarheid van de betaalde vergoeding. In hoofde van de bedrijfsleider/aandeelhouder blijft – binnen het huidige wetgevende kader – eenzelfde belastingdruk van toepassing.

Herkwalificatiegrenzen

Excessieve leningen

De herkwalificatie vindt uitwerking zodra er sprake is van excessieve leningen of van excessieve interesten. Er is sprake van excessieve leningen wanneer het totaalbedrag van de ‘besmette voorschotten’ hoger ligt dan het eigen vermogen van de vennootschap, gedefinieerd als de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk, verhoogd met het gestort (fiscaal) kapitaal aan het einde van dat tijdperk. De besmette voorschotten bestaan uit de vorderingen op naam van de bedrijfsleider(s) en/of de aandeelhouder(s)-natuurlijke perso(o)n(en).

Ook vorderingen van echtgenoten en kinderen (ingeval de ouders het wettelijke genot hebben over de inkomsten van deze kinderen) van de bedrijfsleider(s) en aandeelhouder(s)-natuurlijke perso(o)n(en) worden als ‘besmette voorschotten’ aangemerkt.

Definitie voorschotten

In het verleden rezen er vaak discussies over de vraag welke lading de notie ‘voorschot’ dekt. De wet definieerde voorheen een voorschot als “elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening”. Die definitie liet ruimte voor interpretatie, zeker als een rekening-courant ontstond naar aanleiding van een uitstel van betaling.

Om de discussies over het concept van geldlening kort te sluiten, werd de bestaande definitie in de laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting gewijzigd en vervangen door “elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde vordering”. Het gebruik van de term ‘vordering’ noopt tot een ruime economische invulling van het begrip ‘voorschot’, eerder dan de beperkte juridische, burgerrechtelijke invulling die in het verleden vaak gebruikt werd. Ook vorderingen ontstaan naar aanleiding van een uitstel van betaling, vallen daardoor op heden onbetwistbaar binnen het toepassingsgebied van de herkwalificatieregel.

Excessieve interesten

De herkwalificatie vindt eveneens uitwerking als de overeengekomen rentevergoeding een excessief karakter heeft. In het verleden bestond vaak discussie over de vraag welk rentetarief een marktconform niveau vertoonde. De wetgever heeft in het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting daarom een concrete referentiemarktrente vooropgesteld voor een niet-gewaarborgde rc zonder vaste looptijd. De wetgever verwijst daarvoor naar de rentevoet die de Belgische monetaire instellingen aanrekenen (de MFI-rentevoet) voor leningen tot € 1 miljoen met een variabel tarief en een initiële rentebepaling tot een jaar, verstrekt aan niet-financiële vennootschappen in november van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben. Die rente mag forfaitair verhoogd worden met 2,50%.

Voor boekjaar 2021 moet derhalve rekening gehouden worden met de MFI-rente van 1,57% van november 2020 – verhoogd met 2,50%, hetgeen impliceert dat interesten betaald op de rc van de bedrijfsleider/aandeelhouder in 2021 aftrekbaar zijn voor zover zij niet hoger liggen dan 4,07%. Voor 2020 gold een maximum van 4,06%.

Voor andere interesten (zoals voor vorderingen met vaste looptijd) wordt het marktconforme niveau nog steeds niet verder gedefinieerd en blijft de referentie de niet nader gedefinieerde ‘marktrente’.

Berekening bedrag herkwalificatie

Ondernemer A is aandeelhouder/bedrijfsleider van BV X. De vennootschap heeft op 01.01.2021 op basis van de balans opgesteld op 31.12.2020 een belaste reserves van € 40.000. Het gestort (fiscaal) kapitaal van de vennootschap bedraagt op 31.12.2021 € 10.000. Bij het aftoetsen van de herkwalificatiegrens moet dus rekening gehouden worden met een fiscaal eigen vermogen van € 50.000.

Ondernemer A heeft over volledig kalenderjaar 2021 een rc van € 75.000 uitstaan, waarvoor de vennootschap een vergoeding van 5,07% (of € 3.802,50 op jaarbasis) betaalt.

Deze lening heeft vooreerst een excessief karakter; zij overschrijdt immers het fiscaal eigen vermogen van de vennootschap. De interestvergoeding op de exces € 25.000 (= € 75.000 - € 50.000) of € 1.267,50 zal als een dividend aangemerkt worden.

Daarnaast zal ook de excessieve rente op het niet-excessieve gedeelte van de lening als dividend aangemerkt worden. Vermits de overeengekomen rente 1% hoger ligt dan de marktrente, zal bijkomend een bedrag van € 500 (1% × (€ 75.000 - € 25.000) als dividend aangemerkt worden.

Van de interestvergoeding van € 3.802,50 zal derhalve € 1.767,50 (€ 1.267,50 + € 500) niet aftrekbaar zijn. Het resterende saldo van € 2.035 (= € 50.000 × 4,07%) zal wel het karakter van aftrekbare interest behouden.

Subsidie

Komt mijn onderneming in aanmerking voor subsidies?

Als Vlaamse onderneming kan u in aanmerking komen voor subsidies wanneer u plannen hebt om te internationaliseren, te innoveren, personeel aan te werven en/of te investeren in duurzaamheid. De subsidiedatabank van het Agentschap Innoveren en Ondernemen geeft een overzicht van subsidies voor ondernemers van de provinciale, Vlaamse, federale en Europese overheden.  

Daarnaast vindt u in deze subsidiedatabank ook het overzicht van de financieringsmaatregelen die de overheden treffen voor startende en mature ondernemers. 

Welke subsidies zijn er mogelijk voor KMO's op vlak van innovatie?

Op vlak van innovatie zijn er enkele mogelijke subsidies voor kmo's. Hou er rekening mee dat veel subsidies pas mogelijk zijn vanaf een bepaalde kostprijs van het project. 

Eerst en vooral is er de Strategische transformatiesteun voor investeringen van min. €1 miljoen euro waarvoor een basissteun van 8% kan verkregen worden. Het gaat om investeringen in nieuwe vestigingen, diversificatie van de activiteiten, aanboren van nieuwe markten,… Met deze zelfde subsidie kan ook steun verkregen worden voor de bijhorende opleidingen die nodig zijn. Zo kan 20% steun verkregen worden voor opleidingsprojecten vanaf 100.000 euro. 

De investeringen en opleidingen moeten essentieel zijn voor het doorvoeren van het transformatieproject. Dat betekent dat investeringen in activa die verband houden met de oprichting van een nieuwe vestiging of een diversificatie van de activiteiten in een bestaande vestiging in aanmerking kunnen komen voor de strategische transformatiesteun, op voorwaarde dat de nieuwe activiteit niet dezelfde is als of vergelijkbaar is met de huidige activiteiten. Er kan maximum 1 miljoen euro steun aangevraagd worden. 

Specifiek voor de aanwerving van een strategisch profiel en/of het inwinnen van strategisch advies dat nodig is voor uw transformatie-/innovatie- of internationaliseringstraject is er de KMO Groeisubsidie. Hierbij kan tot 50% van de loonkosten van de nieuwe medewerker en/of tot 50% van de kosten van advies gerecupereerd worden. Er kan max. 50.000 euro subsidie aangevraagd worden per jaar per groeitraject. Indien een nieuwe medewerker aangeworven zal worden, moet de subsidie aangevraagd worden alvorens de zoektocht naar deze werknemer mag aanvangen. Bij de evaluatie van deze subsidieaanvraag zal veel aandacht gaan naar het profiel van de gewenste medewerker of het niveau van het advies, en naar het effect van het hele project op uw onderneming. Wij merken dat deze aanvragen een hoge succesgraad hebben, dus het loont zeker de moeite waard om deze piste te bekijken. 

Tenslotte kan u ook aankloppen bij het Innovatiecentrum voor subsidies voor onderzoeks- en/of ontwikkelingsprojecten. Zo kan steun verkregen worden voor de kosten van onderzoek, haalbaarheidsstudies, opleidingskosten, advies, strategische aanwervingen en investeringen. Enerzijds is er een subsidie voor onderzoeksprojecten die 50% steun biedt voor projecten van minimum 10.000 euro met een maximum van €25.000. Anderzijds is er ook steun voor ontwikkelingsprojecten van min. 50.000 euro. Hierbij kan 35% steun verkregen worden met een maximum van 250.000 euro. 

Subsidies voor starters, welke bestaan er?

Eerst en vooral kunnen startende ondernemers vaak een premie krijgen van de stad waar ze gevestigd zijn. In Gent bekomt een starter een premie van €5000 bekomen van het OOG via het zogenaamde starterscontract. In Aalst is er een starterscontract die een premie van €3500 inhoudt. 

Bent u bezig met iets innovatiefs kan u bij Vlaanderen ook aankloppen voor subsidies voor onderzoeks- en/of ontwikkelingsprojecten. Zo kan steun verkregen worden voor de kosten van onderzoek, haalbaarheidsstudies, opleidingskosten, advies, strategische aanwervingen en investeringen. Enerzijds is er een subsidie voor onderzoeksprojecten die 50% steun biedt voor projecten van minimum 10.000 euro met een maximum van €25.000. Anderzijds is er ook steun voor ontwikkelingsprojecten van min. 50.000 euro. Hierbij kan 35% steun verkregen worden met een maximum van 250.000 euro. 

Wanneer u gaat internationaliseren, digitaliseren, innoveren of duurzaam gaat ondernemen, kan u via de kmo-groeisubsidie steun bekomen voor strategische aanwervingen tot €25.000 en het inwinnen van strategisch advies tot €25.000. Er is een oproep in maart-april voor bedrijven die werken rond digitalisering en in november-december voor innovatieprojecten. 

Tenslotte, voor de financiering van aanwervingen, zijn volgende steunmaatregelen interessant. 

Naast subsidies, kan u als starter ook overheidssteun bekomen in uw financiering. 

  • Startlening: Een achtergestelde lening tot 100.000 euro voor startende ondernemers met een rentevoet van 3% en een looptijd tot 10 jaar. 

  • WinWinlening: Een fiscaal voordeel voor de privépersoon die geld uitleent aan uw onderneming (fiscale stimulans).  

Een compleet overzicht van alle steunmaatregelen van de Vlaamse overheid vindt u hier.

Wat zijn de meest gekende subsidies?

Kmo-portefeuille 
De kmo-portefeuille is een maatregel waardoor je, als ondernemer, financiële steun krijgt voor de aankoop van diensten die de kwaliteit van je onderneming verbeteren. 
Concreet zijn dat opleidingen (van personeel) en adviesdiensten zoals bijvoorbeeld het opstellen van een communicatieplan voor je bedrijf. 

Kmo groeisubsidie 
De kmo-groeisubsidie is een subsidie-instrument waarmee ondernemingen advies kunnen inkopen of extra personeel aanwerven om bijvoorbeeld een nieuwe strategie uit te rollen, nieuwe markten te verkennen of nieuwe producten te lanceren. Deze is sinds 1 januari 2021 hervormd.

Onderzoek en ontwikkeling 
Ontwikkelingsproject: dit is een financiële steun voor het realiseren van een innovatieve vernieuwing. 
Onderzoeksproject: deze subsidie is bedoeld voor bedrijven die actief bezig zijn met de uitbouw of het versterken van hun onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten. 
Het project vertrekt daarbij van een innovatief idee waarvoor nieuwe kennis nodig is en onderzoeks- en eventueel ook ontwikkelingsactiviteiten uitgevoerd moeten worden. 

Zijn subsidies vrijgesteld van belastingen?

Over het algemeen worden subsidies belast. Binnen de vennootschaps- en personenbelasting geldt namelijk het principe dat elke subsidie die een onderneming ontvangt van de overheid (zowel regionale, federale als Europese subsidies) belast wordt als een opbrengst.  
Alle overheidssubsidies worden in één keer belastbaar op het ogenblik van ontvangst, behalve de kapitaalsubsidies, die geleidelijk belast worden volgens het afschrijvingsritme van het gesubsidieerde actiefbestanddeel. 
 
Bepaalde gewestelijke subsidies worden evenwel vrijgesteld: deze vrijstelling geldt momenteel voor de investeringssteun instrumenten Ecologiepremie+, Strategische ecologiesteun, Strategische transformatiesteun (enkel investeringssteun en Strategische transformatiesteun COVID-19.  
 
Andere voorbeelden van subsidies die vrijgesteld zijn van belasting zijn de Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) voor werknemers en de VOP voor zelfstandigen. Ook de Aanwervingsincentive voor langdurig werkzoekenden wordt door deze wet vrijgesteld van vennootschapsbelasting. 
Voor meer informatie rond vrijgestelde subsidies, klik hier

Hoe verwerk ik subsidies boekhoudkundig?

We kunnen stellen dat de boekhoudkundige verwerking van de subsidies afhangt van de wijze waarop de activa en/of de kosten waarvoor de subsidies gegeven worden, worden geboekt. 
 
De subsidies hebben betrekking op investeringen (te activeren uitgaven). De subsidies worden onder de post “15” op het passief opgenomen voor het totaal verworven bedrag in het jaar van verwerving. Daarna worden de subsidies op periodieke basis via de post “753” als financiële opbrengst in de resultaten getoond volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de activa waarvoor de subsidies werden toegekend. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen heeft deze methodiek uitdrukkelijk gedocumenteerd en uiteengezet in haar advies 125/8. 
 
De subsidies hebben betrekking op in de kosten te nemen uitgaven. Indien de uitgaven waarvoor de subsidies werden toegekend, betrekking hebben op interesten (te boeken onder code “65”), dienen de daarop toegekende subsidies opgenomen te worden als rentesubsidies via de post “753” in hetzelfde boekjaar als de interesten geboekt worden. Indien de uitgaven waarvoor de subsidies werden toegekend, betrekking hebben op algemene kosten (te boeken onder code “60” tem “64”), dienen de daarop toegekende subsidies opgenomen te worden als bedrijfssubsidies via de post “74” in hetzelfde boekjaar als de algemene kosten geboekt worden. 

Hoe gebruik ik werkbaarheidscheques om mijn telewerkbeleid te implementeren?

Werkbaarheidscheques dienen om de werkbaarheid binnen eenmanszaken, kmo’s en grote ondernemingen in kaart te brengen aan de hand van een meting of scan. Daarnaast kunnen ondernemingen zich ook laten begeleiden bij het uitvoeren van een scan of meting of het opstellen van een werkbaarheidsplan. De onderneming is verplicht om de verbeterpunten effectief uit te voeren, maar de kosten daarvan kunnen niet worden betaald a.d.h.v. de cheques.  

N.a.v. de coronacrisis heeft de Vlaamse overheid beslist om de subsidie tijdelijk toch toe te kennen aan het uitvoeren van een aantal verbeterpunten die betrekking hebben op het psychosociaal welbevinden van de medewerkers. Dit gaat o.a. over de aanpassingen van de werkpost en arbeidsorganisatie, het versterken van de competenties van medewerkers en acties die het psychisch welbevinden van de werknemers en werkgevers moeten verbeteren. Daarnaast kunnen de cheques ook gebruikt worden om een telewerkbeleid uit te werken.  

Ondernemingen kunnen maximaal € 10.000 krijgen en tot 3 keer steun aanvragen. Daarnaast kunnen werkbaarheidscheques enkel gebruikt worden bij samenwerking met geregistreerde dienstverleners van de kmo-portefeuille en dienstverleners met een kwaliteitsregistratie van Werk en Sociale Economie. Indien de ondernemingen het financiële plafond hebben bereikt, kunnen ze eenmalig maximaal € 5.000 aanvragen voor acties rond werkbaar werk. 

De cheques kunnen tot eind december 2021 worden aangevraagd

Meer informatie kan je hier vinden.

Contactpersoon

Stel uw vraag via:

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat