Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Waarom 5 verplichte opleidingsdagen invoeren achterhaald en incoherent is
opleiding
  • 20/04/2021

Waarom 5 verplichte opleidingsdagen invoeren achterhaald en incoherent is

Federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne legt een wetsontwerp op tafel dat wil voorzien in een interprofessionele doelstelling van 5 dagen formele opleiding per voltijds werkende werknemer per jaar. Dit gaat uit van een verouderde visie op vorming. Bovendien is wisselwerking met de Vlaamse beleidsaanpak zoek. We geven 3 grote kanttekeningen.

Het voorstel komt er na de eerdere 'wet op wendbaar en werkbaar werk'. Die zette eerder al zo'n ambitie uiteen, zij het in meer algemene zin. Het lijkt daarin nog een stap verder te gaan met naast een interprofessionele doelstelling ook een individueel recht op opleiding. Het ontwerp geeft aan dat als er geen sectorale cao is die 5 dagen zal bepalen, de werknemer een eigen opleidingsrecht heeft van 5 dagen opleiding.

Het wetsontwerp staat volledig naast het Vlaamse beleid en houdt geen enkele rekening met de beleidstrends en de wijzigende realiteit op het terrein, met name digitale en modulaire vorming. De wisselwerking met de Vlaamse beleidsaanpak is bovendien zoek.  

2021, het jaar van de opleiding

Het belang van vorming kan niet genoeg worden onderschreven. Meer zelfs, het is één van de hefbomen in de ambitie om te evolueren naar een hogere werkzaamheid en productiviteit. Talent, de inzetbaarheid van mensen, hun skills en competenties is immers de enige echte grondstof die ons land telt.

Terecht zette Vlaanderen daarom 2021 in als het jaar van de opleiding met de lancering van een Partnerschap Levenslang Leren dat een nieuwe Vlaamse visie en hefbomen wil uitwerken om te komen tot een versnelling op het terrein.

Drie kanttekeningen

Maar deze visie dreigt nu te worden doorkruist door dit wetsontwerp om meerdere redenen:

1. Vorming en ontwikkeling is meer dan formeel opleiden. Het gebeurt hoe langer hoe meer op de vloer of in de praktijk, door de dingen te doen, in een soms informele setting waar de werkcontext uitnodigt tot ontwikkeling, exploratie en leren. Daarbij is er een trend naar het doorbreken van de cesuur tussen ontwikkelen en werken maar gaan de beiden hand in hand, in een duale of verweven vorm. 

2. Waar er toch sprake is van formeel opleiden, zien we een evolutie die is versterkt en versneld door de coronacrisis. Opleidingen worden meer en meer digitaal aangeboden, zijn modulair ter beschikking, nodigen uit tot leren op eigen tempo en maken het dankzij technologie mogelijk om inhoud en niveau aan te passen op maat van de medewerker. Ze moeten de kloof dichten met de werknemers die niet steeds overtuigd zijn van vorming, het nut er niet steeds van inzien of opzien tegen de inspanningen.

Concepten als gamefication, blended learning, microlearning maken meer en meer hun opmars om mensen aan te zetten tot leren en staan zowat haaks op de idee van mensen x dagen per jaar te verzamelen in een klaslokaal met een externe instructeur. Meer zelfs. De digitale omslag in het leren leidt er zelfs toe dat er meer mensen dan voorheen bereikt worden met een opleiding en dat de impact van de opleiding groter is. Maar in het licht van het wetsontwerp van minister Dermagne en de daar gehanteerde definitie, zullen het er mogelijks minder zijn dan voorheen. Wat primeert: ontwikkeling of cijferfetisjisme? 

3. Los van die trends, kan ook de vraag gesteld worden op welk beleidsniveau het vormingsbeleid nu best wordt aangestuurd. Vlaanderen is reeds bevoegd voor een arsenaal aan opleidingsmaatregelen en stimuli waaronder het Vlaams OpleidingsVerlof (VOV). Het erkent eigen opleidingen en richt het vormingslandschap in. Het erkent elders verworven competenties en stuurt met beroepskwalificaties. Het stimuleert sectoren via de convenant-werking tot sector-overschrijdende opleidingen. Het wil met allerhande competentiechecks en tools inzicht en sturing bieden aan werkgevers en werknemers. Het wil met een leerrekening mensen zelf meer en meer aan het stuur zetten van hun eigen loopbaan. 

Als de federale regering haar plan doorduwt richting 5 dagen per jaar, hoe zal dit zich dan verhouden ten aanzien van de Vlaamse instrumenten? We gaan er van uit dat het Vlaams OpleidingsVerlof hiertoe kan ingezet worden maar stellen ons de vraag wat de budgettaire repercussies zullen zijn. Zo niet, dreigt een onnodige bijkomende kost voor de ondernemingen en dat in volle postcorona periode. 

Coherente visie nodig

Als talentontwikkeling de hefboom is naar een beter functionerende arbeidsmarkt met meer kansen voor iedereen, is er vooreerst nood aan een globale coherente visie zoals Vlaanderen nu uitwerkt. Een visie die niet zozeer vertrekt van formele verplichtingen, wel van de vraag hoe werknemers en werkgevers zo optimaal mogelijk kunnen worden ondersteund.

Dit met een investeringsplan gericht op het ondervangen van de vele transformaties zoals digitalisering, de Green Deal en de vergrijzing. Daartoe behoort op zijn minst een naadloze afstemming tussen de vele instrumenten. 

Contactpersoon

Sonja Teughels

Senior Adviseur Arbeidsmarkt

VZW_IMU_GROUPS
VZW - IMU - Multiburo
VZW_IMU_ALTEZ
ING
SD  Worx