De Vlaamse vergunningverlening zit muurvast en de oorzaak ligt niet alleen in Vlaanderen. De Standaard kopte op 30 maart 2026 dat minister Jo Brouns het voorstel doet om een aantal Europese richtlijnen onder de loep te nemen, om de werkbaarheid ervan voor de Vlaamse vergunningverlening te verbeteren. Via een non-paper wilde de minister een duidelijk standpunt innemen. Helaas zonder een finaal afgeklopt standpunt, hoewel de finale ontknoping van de vergunningenknoop enkel op Europees niveau te vinden valt.
Voka roept de Vlaamse regering dan ook op om dringend werk te maken van een krachtig en eenduidig Europees standpunt. Heragendeer de non-paper.
Minister Brouns treft doel met zijn non-paper
De non-paper van minister Brouns raakt een fundamenteel punt. Naast het Actieprogramma Vergunningen en de noodzakelijke uitvoering ervan, is het duidelijk dat een structurele oplossing niet uitsluitend op Vlaams niveau kan worden gevonden. Vlaanderen moet werk maken van haar eigen vergunningshervorming, maar zonder een aangepaste Europese context blijft elke hervorming onvolledig.
De kernboodschappen van Voka zijn duidelijk:
- De rigiditeit van de Europese Unie bemoeilijkt de Vlaamse Vergunningverlening: Europese instrumenten zoals de Habitat- en Vogelrichtlijnen, de Kaderrichtlijn Water, de Project- en Plan-MER-richtlijnen en de Natuurherstelwet schrijven vaak op zeer rigide wijze voor hoe een vergunningverlenende overheid met vergunningsaanvragen moet omgaan. Dat gebrek aan flexibiliteit is zeer snijdend. De vergunningverlening bereikte in Vlaanderen, maar ook andere Europese regio’s, een breukpunt. Wat begon als een stikstofprobleem en ondertussen verwentelde tot een waterproblematiek, heeft zich ontpopt tot een veel dieper systeem knelpunt. Op Europees niveau is er sprake van een onderliggende systeemfout op vlak van vergunningverlening, veroorzaakt door de opeenstapeling van de vele EU-richtlijnen en verordeningen. Dit dichte web van wetgeving maakt bijna elk project kwetsbaar voor juridische betwistingen, wat leidt tot onzekerheid en verlamming.
- Durf de Europese vergunningskaders zelf te viseren: recente Europese initiatieven zoals de Net Zero Industry Act, Environmental Omnibus en de Industrial Accelerator Act zullen deze patstelling alvast niet oplossen. Ze voegen sectorspecifieke procedureaanpassingen en uitzonderingen toe, maar pakken de onderliggende oorzaken niet aan. Deze instrumenten voegen nieuwe regels toe bovenop bestaande, zonder een samenhangend en overkoepelend kader te bieden dat ecologische, ruimtelijke en economische doelstellingen met elkaar verzoent. In plaats van bestaande richtlijnen te vervangen of te harmoniseren, creëren ze juist extra complexiteit. Wat Europa nodig heeft, zijn geen bijkomende geïsoleerde of sectorgebonden versoepelingsmaatregelen, maar een structurele hervorming van de vergunningenkaders uit onder meer de Habitat- en Vogelrichtlijnen, de Kaderrichtlijn Water, de Richtlijn Industriële Emissies, de Plan- en Project-MER-Richtlijnen en de Natuurherstelwet.
- Zet in op meer flexibiliteit op vergunningsniveau: de opeenstapeling van regelgeving, versnipperde regels en het gebrek aan beleidsruimte voor lidstaten zorgen ervoor dat strategische projecten onaanvaardbare vertragingen blijven oplopen, zelfs wanneer ze bijdragen aan klimaatdoelstellingen en het algemeen belang. Veel Europese richtlijnen en verordeningen schuiven hun doelstellingen vandaag door naar het niveau van individuele vergunningen. Dat is een fundamentele weeffout. Een individuele initiatiefnemer kan onmogelijk verantwoordelijk worden gehouden voor het realiseren van brede maatschappelijke doelstellingen zoals biodiversiteit of waterkwaliteit, die verantwoordelijkheid ligt bij de lidstaat. Net daarom is meer beleidsruimte voor lidstaten essentieel. Zij moeten bij de uitvoering van Europese regelgeving de mogelijkheid krijgen om context-specifieke en evenwichtige afwegingen te maken. Het huidige systeem laat die ruimte echter nauwelijks. Het absolute verslechteringsverbod en de bindende verbeteringsverplichtingen creëren een rigide kader dat weinig flexibiliteit toelaat. Daardoor wordt het bijzonder moeilijk om een werkbaar evenwicht te vinden tussen biodiversiteitsdoelstellingen en socio-economische noden.
De gevolgen van de huidige vergunningenknoop zijn ernstig: minder vergunningsaanvragen, stilgevallen investeringen in industrie, hernieuwbare energie, de circulaire economie en woningbouw, en een groeiende kloof in concurrentievermogen met andere wereldregio’s.
Een Europese omnibus on permitting als structurele oplossing
Voka pleit voor een fundamentele Europese hervorming via een omnibus on permitting. Zo’n initiatief mag zich niet beperken tot het toevoegen van nieuwe regels boven op een al complex systeem, maar moet de kern van het probleem aanpakken: de structuur van de Europese vergunningskaders zelf. In dat opzicht sluit Voka zich aan bij de oproep van minister Brouns.
Voka pleit voor een fundamentele Europese hervorming via een omnibus on permitting.
Daarnaast vindt dit idee ook duidelijk ingang op Europees niveau. Tijdens de Europese top van staats- en regeringsleiders, die volgde op de informele top in Alden Biesen, werd officieel beslist dat prioritair werk moet worden gemaakt van nieuwe omnibus pakketten waarbij expliciet gekeken wordt naar het versnellen en stroomlijnen van vergunningsprocedures. De non-paper van minister Brouns past volledig in deze context.
Een dergelijke hervorming moet zorgen voor meer samenhang en duidelijkheid in de regelgeving, met een stabiel kader dat op lange termijn werkt. Tegelijk moeten lidstaten de nodige instrumenten krijgen om een doeltreffend en werkbaar vergunningenbeleid uit te bouwen.
Het doel is helder: niet de Europese ambities in vraag stellen, maar wel de uitvoering ervan mogelijk maken. Vandaag zit het systeem die ambities te vaak zelf in de weg.
Daarom dringt Voka aan op een heragendering van de non-paper en vraagt het de Vlaamse regering om eindelijk te komen tot een duidelijk en krachtig standpunt. Alleen zo kan Vlaanderen op Europees niveau pleiten voor een structurele hervorming van de vergunningenregels.

