In het kader van de begrotingsopmaak regent het de jongste weken allerlei ideetjes voor extra belastingen. Nog los van het feit dat daarbij nogal vlot voorbijgegaan wordt aan de realiteit van de jarenlange stijging van de overheidsuitgaven, is er daarbij opmerkelijk weinig aandacht voor het totale plaatje van ons belastingstelsel, de samenhang tussen verschillende belastingen en al helemaal niet voor de potentiële impact van die extra belastingen op onze economie. Hieronder een aantal van die ideetjes wat dichter bekeken.
1. Salariswagens, eco- en maaltijdcheques, warranten…
In ons belastingstelsel hebben we een hele reeks speciale regelingen om de belastingdruk op arbeid wat te verlichten. Dat zijn stuk voor stuk regelingen waarbij zeker vragen te stellen zijn over hun economische zinvolheid. Maar die regelingen werden wel uitgewerkt voor een zeer specifieke reden, met name de zware belastingdruk op arbeid. Voor bovengemiddelde lonen loopt de totale belastingdruk op extra loon op tot bijna 70%, met voorsprong de hoogste onder de industrielanden. Elke verstrenging (of afschaffing) van de regelingen om die zware druk wat te verlichten, betekent meteen een zwaardere belastingdruk op arbeid, wat we kunnen missen.
2. Managementvennootschappen
Vooruit pakte deze week uit met de oproep om managementvennootschappen zwaarder te belasten. In de mate dat dat gaat om het vermommen van inkomen uit arbeid als vennootschapsinkomsten tegen te gaan, is dat een valabele piste. Het probleem daarbij is dat managementvennootschappen op zich niet bestaan, en dat het moeilijk is om het onderscheid te maken tussen ondernemers met een vennootschap zonder personeel en schijnzelfstandigen. Een algemene hogere belasting op vennootschappen zonder personeel dreigt vooral veel echte ondernemers te treffen, met negatieve gevolgen voor onze economie. Daarbij wordt bovendien ‘vergeten’ dat we in België al de meeste inkomsten uit vennootschapsbelastingen halen van heel Europa, op een aantal speciale landen (zoals Ierland, Luxemburg en Cyprus) na.
3. Rijkentaks
Een hogere bijdrage van de sterkste schouders is een populair voorstel aan linkerzijde. De idee lijkt daarbij te zijn dat we makkelijk miljarden extra belastinginkomsten kunnen halen via belastingen op de rijken zonder dat dat enige noemenswaardige economische impact zou hebben. Dat gaat voorbij aan het feit dat de totale inkomsten uit allerlei belastingen op vermogen in ons land al de hoogste van heel Europa zijn, en ook aan het feit dat in de landen die zo’n pure vermogensbelasting al geprobeerd hebben de inkomsten steevast tegenvielen. Nog belangrijker is het feit dat dit soort voorstellen geen rekening houden met de impact op de investeringen, het ondernemerschap en uiteindelijk de economische activiteit. Onze economie wordt al gekenmerkt door een gebrek aan ondernemerschap. Nog een extra laag belastingen leggen op succesvol ondernemerschap (denk aan snel groeiende scaleups) dreigt dat nog verder te ondermijnen.
4. Btw
De grote lijnen van ons belastingstelsel tonen aan dat we relatief veel inkomsten halen uit belastingen op arbeid en uit belastingen op kapitaal, terwijl we relatief weinig inkomsten halen uit btw. Dat laatste ligt niet aan het standaard btw-tarief, maar aan de vele uitzonderingen daarop. Als je in de begrotingsoefening iets wil doen aan de inkomstenkant (wat gezien de omvang van de budgettaire uitdaging onvermijdelijk is, ook al moet het zwaartepunt aan de uitgavenkant liggen), dan kun je best kijken naar de btw. Belangrijk daarbij is dat de impact van elke btw-verhoging op de indexering geneutraliseerd moet worden. Zoniet wordt de btw-verhoging grotendeels betaald door de bedrijven (via de automatische loonindexering), en wordt dat een extra concurrentiehandicap.
Ons hele belastingstelsel blijft een veel te complex kluwen van allerlei uitzonderingen, met vaak perverse economische effecten.
Miljarden aan extra belastinginkomsten?
Vanuit vakbondshoek en vanuit de linkse oppositie worden al die voorstellen vlot samen gegooid. Zo heeft het ABVV een alternatief plan voor de begroting, waarmee ze ook naar hun nationale betoging trekken, voor zo’n 21 miljard euro. Voor 20 miljard gaat dat om extra belastinginkomsten, vooral vanuit belastingen op werken, ondernemen en risico’s nemen. Ook de PS lanceerde al gelijkaardige ideeën. Daarbij ‘vergeten’ ze te vermelden dat we met die extra belastingen naar de zwaarste totale belastingdruk van Europa zouden gaan. De idee dat dat zou lukken zonder belangrijke schade voor onze economie is een gevaarlijke illusie.
Ons hele belastingstelsel blijft een veel te complex kluwen van allerlei uitzonderingen, met vaak perverse economische effecten. In die zin blijft er nood aan een grote fiscale hervorming. Het uitgangspunt daarbij moet niet zijn om miljarden extra belastinginkomsten op te halen, maar vooral om een veel effectiever belastingstelsel uit te werken dat minder schade toebrengt aan onze economie. Dat zou resulteren in een beter draaiende economie die uiteindelijk meer belastinginkomsten zou genereren, via sterkere economische activiteit. De blauwdruk daarvoor ligt al langer klaar (het plan Delanote), maar politiek blijkt dat vooralsnog niet haalbaar. Zo’n globale hervorming is nochtans de weg vooruit.
De huidige reeks belastingideetjes dreigt ons belastingstelsel nog complexer te maken, en vooral voor belangrijke economische schade te zorgen waardoor de belastinginkomsten dan uiteindelijk lager zouden uitvallen dan verhoopt. Dat kan niet de bedoeling zijn.






