Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 31/03/2026

Tijdens het staatsbezoek aan Noorwegen vorige week werd één zaak bijzonder concreet: Carbon Capture & Storage (CCS) is daar vandaag al dagelijkse praktijk. Als Vlaanderen zijn eigen CCS-waardeketen wil opstarten, is snel en doortastend beleid nodig. De Vlaamse regering moet daarom dringend werk maken van de implementatie van contracts for difference.

Lessen uit Noorwegen

Wat in Noorwegen gebeurt, laat weinig ruimte voor twijfel. In Brevik zagen we hoe Heidelberg Materials CO₂ afvangt in een operationele fabriek. In Øygarden, bij Northern Lights, wordt die CO₂ vervolgens opgeslagen onder de zeebodem. Daartussen zit een werkende transportketen.

Die drie schakels (afvang, transport en opslag) vormen in Noorwegen één geïntegreerd systeem, en precies dat maakt het verschil.

Opvallend is ook de rol van de overheid als mede-architect van de CCS-waardeketen. De Noorse overheid heeft vanaf het begin mee geïnvesteerd, risico’s gedeeld en duidelijkheid gecreëerd. Daardoor konden bedrijven effectief investeringsbeslissingen nemen.

Dat is misschien de belangrijkste les: CCS komt er niet vanzelf. Het vraagt bewuste keuzes, coördinatie en durf van bedrijven én van de overheid.

CCS komt er niet vanzelf. Het vraagt bewuste keuzes, coördinatie en durf van bedrijven én van de overheid.

Hoe moeten we hiermee in Vlaanderen aan de slag?

De inzichten uit Noorwegen sluiten nauw aan bij de ambitie die in Vlaanderen werd vastgelegd via de ‘Mons Declaration’, een initiatief van Voka en AKT for Wallonia. Die legt de basis, maar de volgende stap is uitvoering. 

Volgens Voka zijn dit de drie belangrijkste prioriteiten: 

  1. Zet in op samenwerking en risicobeperking: CCS is geen project van één bedrijf of één sector, maar een keten die alleen werkt als alle schakels tegelijk bewegen. Dat vraagt nauwe samenwerking tussen industrie, overheden op verschillende niveaus en spelers in transport- en opslaginfrastructuur. Cruciaal daarbij is het beperken van risico’s. Bedrijven investeren alleen als er voldoende zekerheid is over regelgeving, infrastructuur en afzet.
  2. Operationaliseer de Vlaamse contracts for difference zo snel mogelijk: contracts for difference zijn een essentiële hefboom om projecten van de grond te krijgen. Idealiter ligt er nog voor de zomer een uitgewerkt framework, zodat dit daarna kan worden voorgelegd aan de Europese Commissie. Zonder dat soort instrumenten blijft de businesscase voor veel projecten te onzeker. Een gerichte en doordachte CfD kan het verschil maken voor de eerste investeringen.
  3. Zet in op koplopers en schaalvergroting: in de beginfase moet de focus liggen op bedrijven die bereid zijn om te investeren en zo de keten op gang trekken. Zonder die eerste projecten blijft CCS een theoretisch verhaal. Die koplopers zorgen voor de eerste kritische volumes, wat een positief domino-effect kan creëren en de nodige schaal oplevert.

Contactpersoon

Maarten Libeer

Expert EU Affairs

Adverteren bij Voka
imu - vzw - automotive