De stroomgebiedbeheerplannen (SGBP) vormen het centrale kader voor het Vlaamse waterbeleid en geven uitvoering aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Ze bepalen per stroomgebied hoe de doelstellingen moeten worden bereikt en in goede toestand blijven en welke maatregelen daarvoor nodig zijn.
De Europese Kaderrichtlijn Water had als algemene doelstelling om een goede toestand te bereiken tegen 2015, met mogelijkheid tot verlening tot 2021 en 2027. Momenteel loopt SGBP 3, voor de periode van 2022 tot en met 2027. Doordat Vlaanderen de oorspronkelijke doelstellingen niet heeft gehaald en ook tegen 2027 verschillende waterlichamen de goede toestand niet zullen bereiken, wordt binnen de voorbereiding van SGBP 4 gewerkt aan de doelfasering en termijnverlening.
Het uitgangspunt is dat waterlichamen een goede toestand moeten bereiken. Als dat niet meteen haalbaar is, kan men het doel in stappen benaderen. Daarbij wordt per waterlichaam bepaald welke vooruitgang tegen 2033 realistisch is, welke maatregelen daarvoor nodig zijn en voor welke doelstellingen een afwijking juridisch moet worden onderbouwd.
Voka ondersteunt een ambitieus SGBP 4, dat aantoonbaar leidt tot een betere waterkwaliteit en grotere waterzekerheid, maar vraagt dat elke doelstelling en maatregel juridisch robuust, brongericht, risicogebaseerd, technisch uitvoerbaar en economisch proportioneel wordt uitgewerkt. Vooral de grootste milieuwinst per geïnvesteerde euro moet centraal staan.
Een overkoepelende bronanalyse
Een gebiedsgerichte aanpak is nuttig voor lokale bronnen en maatregelen, maar vormt niet voor elke probleemparameter het juiste schaalniveau. De toestand van een waterlichaam wordt immers niet uitsluitend bepaald door activiteiten binnen het betrokken gebied. Voor verschillende stoffen, denk maar aan stikstofverbindingen en metalen, is er ook aanvoer via atmosferische depositie, bovenstroomse waterlopen, erosie, grondwater, historische waterbodems en grensoverschrijdend transport. De emissie kan daardoor tientallen of honderden kilometers verder plaatsvinden dan de plaats waar de overschrijding wordt gemeten.
Voor dergelijke parameters volstaan lokale maatregelen niet noodzakelijk om de milieukwaliteitsnorm te halen. SGBP 4 moet daarom voor iedere probleemparameter eerst onder de loep nemen wat de belangrijkste bronnen zijn. Pas daarna kan worden bepaald op welk beleidsniveau maatregelen het meest doeltreffend zijn. Ondernemingen mogen niet worden belast met dure maatregelen wanneer hun bijdrage beperkt is en het effect op de toestand van het waterlichaam verwaarloosbaar blijft.
Een programmatische aanpak
Daarnaast moet SGBP 4 duidelijk uitwerken hoe de vooropgestelde systeembenadering zal doorwerken in nieuwe vergunningen en hervergunningen. Wanneer het concept onvoldoende concreet wordt uitgewerkt, kan vrijwel iedere nieuwe lozing worden geweigerd omdat het ontvangende waterlichaam de goede toestand nog niet bereikt. Ook een zeer beperkte of tijdelijke emissie kan dan problematisch worden, zelfs wanneer de onderneming de best beschikbare technieken toepast en haar bijdrage verwaarloosbaar is tegenover historische, diffuse of grensoverschrijdende bronnen. Dit zou nieuwe investeringen, uitbreidingen, innovatieprojecten en hervergunningen ernstig kunnen bemoeilijken.
Om een algemene vergunningenstop te vermijden, moet Vlaanderen bij Europa pleiten voor een aanpak die rekening houdt met zijn sterk verstedelijkte en geïndustrialiseerde context. Een programmatische aanpak, naar analogie met stikstof, kan aantonen dat Vlaanderen voldoende ambitie toont zonder elke nieuwe activiteit afzonderlijk verantwoordelijk te stellen voor de volledige toestand van een waterlichaam.
Binnen bestaande vergunningen wordt momenteel gekeken welke bijkomende inspanningen van ondernemingen kunnen worden gevraagd. Voka vraagt dat minstens dezelfde mate van onderbouwing, proportionaliteit en opvolging geldt voor maatregelen bij andere betrokken actoren en voor diffuse bronnen. Hoe wordt verzekerd dat maatregelen voor verschillende stakeholders op een vergelijkbare en transparante manier worden beoordeeld?
Verplaatsing van polluenten
De Europees aangepaste Kaderrichtlijn Water biedt onder strikte voorwaarden ruimte voor tijdelijke negatieve effecten en voor de verplaatsing van verontreinigd water of sediment zonder netto toename van de verontreinigingslast. Dit is relevant voor onder meer baggerwerken, drainagewerken en bepaalde saneringsprojecten. SGBP 4 moet verduidelijken hoe Vlaanderen deze Europese mogelijkheden toepast in de vergunningverlening.
Haalbaarheid voor extreem persistente stoffen
SGBP 4 moet bovendien verduidelijken hoe vergunningen worden beoordeeld voor persistente stoffen waarvoor de doelstellingen door hun eigenschappen, historische aanwezigheid of grensoverschrijdende aanvoer gewoonweg niet haalbaar zijn. Voor sommige stoffen kan het herstel veel langer duren, zelfs nadat alle technisch haalbare maatregelen zijn



