Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 01/07/2026

Nieuwe cijfers van het Departement Omgeving en VLAIO bevestigen opnieuw dat de ruimte voor industrie en bedrijvigheid in Vlaanderen steeds verder onder druk komt te staan. Op amper twee jaar tijd verdween ongeveer 300 hectare aan industriegebied, terwijl de ruimtevraag van ondernemingen jaarlijks met ongeveer 259 hectare blijft toenemen. Tegelijk raakt het beschikbare aanbod uitgeput. Als Vlaanderen geen antwoord biedt op deze groeiende ruimtenood, dreigt het investeringen en economische activiteit te verliezen aan regio's zoals Noord-Frankrijk, Nederland en Wallonië. Net in een periode waarin economische groei en strategische autonomie meer dan ooit afhangen van een doordacht economisch ruimtebeleid. 

Het verhaal van een dood-door-duizend-sneden

Zowel VLAIO als het Departement Omgeving publiceerden recent nieuwe cijfers, telkens met dezelfde conclusie: de schaarste aan bedrijfsruimte neemt verder toe. VLAIO stelt expliciet dat de ‘schaarste aan bedrijfsruimte in Vlaanderen blijft toenemen ondanks efficiënt ruimtegebruik’.

De cijfers tonen aan dat Vlaanderen, buiten de (lucht)havens, tussen 2024 en 2026 ongeveer 300 hectare planologisch bestemd industriegebied verloor. Bovendien werd in alle provincies meer industriegebied geschrapt dan nieuw bestemd. Het economisch ruimteaanbod wordt dus stelselmatig afgebouwd. Op zichzelf zijn dergelijke ingrepen vaak beperkt, maar cumulatief leiden ze tot een uitholling van de ruimte voor bedrijvigheid: een dood door duizend sneden.

Ook het effectieve aanbod blijft verder afnemen. Vandaag is in heel Vlaanderen nog slechts 522,2 hectare onbebouwd bedrijventerrein onmiddellijk beschikbaar. Dat aanbod is vaak te klein of onvoldoende kwalitatief. In de referentieregio Antwerpen resteren nog amper vijf onbebouwde percelen, samen goed voor ongeveer 2,6 hectare. In zowel West- als Oost-Vlaanderen is nog slechts één perceel groter dan vijf hectare beschikbaar.

Tegelijk daalde de leegstaand op bedrijventerreinen met ongeveer 200 hectare op één jaar tijd. Dat wijst erop dat ook ondernemingen steeds betere inzetten op reconversie en intensiever gebruik van bestaande terreinen. Die strategie is noodzakelijk, maar kent duidelijke grenzen. Vandaag is al 82% van de totale oppervlakte aan bedrijventerreinen effectief ingenomen door economische activiteiten of de daarvoor noodzakelijke infrastructuur. De resterende reserve wordt daardoor steeds kleiner en zal kwalitatief en kwantiatief niet volstaan om de toekomstige ruimtevraag nog op te vangen. 

De resterende reserve zal kwalitatief en kwantitatief niet volstaan om de toekomstige ruimtevraag op te vangen

De gevolgen van deze evolutie worden steeds duidelijker voelbaar. De schaarste aan bedrijfsruimte bemoeilijkt niet alleen de vestiging van nieuwe ondernemingen, maar ook de uitbreiding, herstructurering en herlocalisatie van bestaande bedrijven. Steeds vaker vinden ondernemingen in Vlaanderen geen geschikte locatie om hun investeringsplannen te realiseren. In de praktijk leidt dat ertoe dat projecten worden uitgesteld, afgeblazen of verschuiven naar regio's buiten Vlaanderen.

Steeds vaker vinden ondernemingen in Vlaanderen geen geschikte locatie om hun investeringsplannen te realiseren

Wat is er cruciaal?  

Voka berekende vorig jaar dat Vlaanderen, buiten de (lucht)havens, tot 2050 jaarlijks ongeveer 259 hectare extra aanbod nodig heeft voor niet-verweefbare industrie en bedrijvigheid. Hoewel dat aanzienlijk lijkt, vertegenwoordigt die volledige ruimtevraag slechts 0,49% van de Vlaamse landoppervlakte. Tegelijk kan die ruimte, op basis van de huidige gemiddelde economische prestaties van Vlaamse bedrijventerreinen, een potentiële jaarlijkse toegevoegde waarde van minstens extra €19,3 miljard genereren.

Om die uitdaging aan te pakken, lanceerden minister-president Matthias Diependaele en minister Jo Brouns vorig jaar het Actieplan Ruimte voor Bedrijvigheid. Dat plan is een belangrijke stap vooruit, want een ambitieus economisch beleid is onmogelijk zonder een doordacht grond- en ruimtebeleid. Voka spreekt daarom opnieuw haar vertrouwen uit in dit actieplan, maar benadrukt dat snelle terreinrealisaties hierbij onontbeerlijk zijn. De nood aan bijkomende bedrijfsruimte is acuut.

Tegelijk werkt de minister Brouns aan het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Dat biedt plan de uitgelezen kans om de ruimtevraag van ondernemingen structureel te verankeren binnen het ruimtelijk beleid. Voka vraagt daarom om minstens de volgende principes op te nemen in het BRV:

  1. Ontwikkel een futureproof ruimtelijk-economisch beleid: het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moet niet alleen bepalen waar economische activiteiten vandaag plaatsvinden, maar ook waar Vlaanderen de economie van morgen wil ontwikkelen. Dat betekent keuzes maken over strategische economische knooppunten, regio's met de grootste ruimtenoden en de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met grensoverschrijdende economische ecosystemen, zoals de economische corridors richting Eindhoven en Duinkerke.
  2. Veranker de structurele ruimtevraag voor bedrijvigheid: neem de jaarlijkse behoefte van 259 hectare bijkomende ruimte tot 2050 op als strategische doelstelling in het BRV. Die ruimte moet gericht worden ingezet waar zij de grootste economische en maatschappelijke meerwaarde creëert, met aandacht voor ruimtelijke efficiëntie, strategische waardeketens en toekomstgerichte economische ecosystemen. Dat vraagt een combinatie van het activeren van slapend aanbod, een intensiever gebruik van bestaande bedrijventerreinen en, in ieder geval, nieuwe bestemmingen. Daarnaast is ook schuifruimte noodzakelijk: een beperkt overaanbod dat ruimte geeft aan bedrijven die willen herlocaliseren.
  3. Voer een één-op-één-compensatiebeleid in: naar het voorbeeld van de provincie Antwerpen pleit Voka ervoor om elke hectare geschrapt industriegebied te compenseren met minstens één nieuwe hectare bedrijventerrein op een andere, geschikte locatie. Dat vergt een transparante ruimteboekhouding in plaats van de huidige planologische compensatieregels. Zo’n systeem is cruciaal om een verdere dood door duizend sneden te voorkomen en ruimtelijke verschuivingsoperaties te faciliteren.  

Wie dieper wil ingaan op de analyse en de beleidsvoorstellen, vindt meer informatie in de Voka Paper ‘Ruimte om te Ondernemen’.

Contactpersoon

Robin Verbeke

Expert Omgeving en Ruimtelijke Ordening

imu - ov - Adverteren bij Voka
imu - vzw - breda
imu - vzw - pom
imu - vzw - automotive
Gent Festival
imu - vzw - sd
imu - vzw - wolters