Ruimte geven om te ondernemen

28/06/2017 , Steven Betz - Milieu en Ruimtelijke Ordening

Om onze economie in Vlaanderen te laten floreren, moeten we over voldoende bedrijventerreinen beschikken die goed ingericht en beheerd worden. Hoewel iedereen dat principe onderschrijft, moeten we vandaag vaststellen dat bepaalde regio’s kampen met een structureel tekort aan ruimte om te ondernemen en we lopen dus het risico dat we investeringen mislopen. Als de filosofie van de ijzeren voorraad volledig wordt verlaten, dreigt dat tekort nog groter te worden.

Voka is er van overtuigd dat er altijd een nood zal zijn aan een goed geografisch verspreide voorraad aan bedrijventerreinen.

 

  • Voor de helft van de zogenaamde ‘bestemmingsvoorraad’ van onbenutte bedrijventerreinen is het hoogst onzeker of ze ooit benut kunnen worden.
  • Er is geen publiek toegankelijke databank van de ‘ijzeren voorraad’ aan terreinen bestemd voor ondernemingen.
  • De risico’s op een tekort aan bedrijventerreinen nemen alleen maar toe.

Verwarrend is dat de Vlaamse regering regelmatig signalen uitstuurt die suggereren dat we in Vlaanderen over meer dan voldoende bedrijventerreinen zouden beschikken. Mensen uit de praktijk reageren op zo’n verklaringen dan weer vol onbegrip. Nuancering van de gehanteerde cijfers dringt zich daarom op.

Het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) wijst er op dat in 2014 de bestemmingsvoorraad van onbenutte bedrijventerreinen ruim 10.000 hectare bedroeg. Minder dan een vijfde daarvan zou actief aangeboden worden, maar dat aanbod is niet geografisch verspreid. Soms staan bedrijfspanden leeg omdat ze totaal onaantrekkelijk zijn geworden omwille van de ligging, de prijs, of doordat er te beperkende (milieu)voorschriften gelden. Ongeveer bij de helft van voornoemde 10.000 hectare is het hoogst onzeker of ze ooit benut kunnen worden door bedrijven. Een correcte monitoring is daarom noodzakelijk waarbij beschikbare én ontwikkelbare oppervlakte aan bedrijventerreinen correct in kaart worden gebracht. Hoe kan je het immers eens geraken over wat nodig is, als er geen duidelijkheid bestaat over wat er is?

De filosofie van de ijzeren voorraad

Eigenlijk moest deze monitoring al lang op punt staan en zo de basis vormen voor de filosofie van de ijzeren voorraad zoals opgenomen in het Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen (RSV) uit 1997 en zoals bevestigd in het Pact 2020 uit 2009. Het doel van deze voorraad is om ten allen tijde een buffer te voorzien van 1.400 hectare bestemde oppervlakte aan bedrijventerreinen, aangevuld met een oppervlakte van minimaal 1.400 hectare bestemde en onmiddellijk ontwikkelbare bedrijventerreinen. Beide uiteraard evenwichtig verdeeld over Vlaanderen. Zo’n systeem moet voorkomen dat bepaalde regio’s kampen met een tekort aan ruimte om te ondernemen. Ook deze ‘buffer’ moet daarom permanent opgevolgd worden vermits er - zodra er subregionaal een tekort optreedt - een signaal moet verzonden worden naar de ruimtelijke planners om via een nieuw planningsinitiatief de ijzeren voorraad opnieuw aan te vullen.

Maar… tot op heden is er geen publiek toegankelijke en overzichtelijke databank ter beschikking. En de vaststelling blijft dat bepaalde regio’s blijven klagen over een tekort aan ruimte om te ondernemen.

Minimumvoorraad blijft steeds noodzakelijk

Het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) stelt dat de ijzeren voorraad van bedrijventerreinen zal evolueren naar een aanbodbeheer dat proactief rendement en verhogende investeringen begeleidt. In hun gezamenlijk advies van 22 februari 2017 over het witboek pleitten de Vlaamse Milieu- en Natuurraad (Mina-Raad) en de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening (SARO) “voor een doordacht transitieproces vermits het belangrijk is dat economische opportuniteiten kunnen worden benut als deze zich aanbieden. Lopende initiatieven tot verbetering en versnelling van vergunnings- en planningsprocessen hebben uiteraard een rechtstreekse impact op dit aanbodbeheer en zullen het aanbod faciliteren. Probleem is uiteraard dat dit vandaag nog niet het geval is waardoor een geleidelijke evolutie naar een proactief aanbodbeheer wenselijk is.“

Het maatschappelijk middenveld is m.a.w. eensgezind dat een abrupte stopzetting van de ijzerenvoorraadfilosofie moet vermeden worden. Voka is er van overtuigd dat er altijd een nood zal zijn om een goed geografisch verspreide voorraad aan bedrijventerreinen te behouden. Dat deze misschien van een andere grootteorde mag zijn dan ten tijde van het RSV, valt eventueel nog te bespreken. Maar een minimum aan voorraad zal altijd noodzakelijk blijven.

Daarbij komt dat de risico’s op tekorten aan bedrijventerreinen alleen maar toenemen doordat het witboek BRV voorstelt dat er geen afzonderlijke oppervlaktedoelen worden bepaald voor bestemmingen die ruimtebeslag impliceren (huizen, industrie, wegen, … maar ook parken, tuinen en recreatiegebieden). Hierdoor is het risico reëel dat de resterende hectaren voor bedrijventerreinen opgesoupeerd worden door andere bestemmingen. Als dat gebeurt, rest er geen ruimte meer voor economische ontwikkeling en zullen job- en welvaartverlies het gevolg zijn. Daarom blijft Voka pleiten om de nodige hectaren te reserveren voor bedrijven, met toepassing van de filosofie van de ijzeren voorraad.