De Vlaamse begroting lijkt volgens de SERV in 2027 dichter bij het beoogde evenwicht te komen, maar dat beeld wordt sterk beïnvloed door een eenmalige positieve afrekening. De echte uitdaging ligt niet in het bereiken van een (tijdelijk) evenwicht, maar wel om dat aan te houden in de rest van de legislatuur. En dat zonder talentontwikkeling, innovatie en investeringen te fnuiken. Ook een sterkere focus op de uitvoering, onder meer via een Vlaamse Verantwoordingsdag vanaf 2027, moet ervoor zorgen dat het begrotingsbeleid betere resultaten oplevert.
Het jongste SERV-advies over de Vlaamse begroting deed wenkbrauwen fronsen. Exclusief Oosterweel zou het Vlaams begrotingstekort volgend jaar kunnen landen op 285 miljoen bij ongewijzigd beleid. De realisatie van het geambieerde begrotingsevenwicht vanaf 2027 leek zo plots binnen handbereik te komen. Dat cijfer verdient wel duiding. Het bevat immers een geschatte eenmalige positieve afrekening van 428 miljoen euro, het gevolg van de sterker dan verwachte inflatiestijging in de eerste helft van 2026.
Die vertaalt zich slechts een jaar later in een eenmalig verhoogde federale dotatie. Bovendien heeft de Vlaamse regering dit bedrag gereserveerd waardoor het nog onduidelijk is of het al dan niet het begrotingssaldo 2027 zal verbeteren.
Structurele evolutie
Belangrijker is echter om de structurele evolutie van de begroting voor ogen te blijven houden. Die levert minder positief nieuws op.
Het Rekenhof kwam recent al tot de conclusie dat ook het Vlaamse begrotingssaldo, na correctie voor eenmalige effecten, tussen 2019 en 2025 verslechterde. Dat is dus na abstractie te maken van eenmalige relancemaatregelen die de Vlaamse regering in deze periode nam in reactie op de corona-, Oekraïne en energiecrisis.
Was de Vlaamse begroting in 2019 nog in evenwicht, dan vertoonde ze, na zuivering van dergelijke eenmalige maatregelen, een tekort van 2,8 miljard in 2025 (exclusief Oosterweel). In 2026 en 2027 zal het saldo weliswaar verbeteren door al genomen maatregelen. Maar in de daaropvolgende jaren gaan zowel de SERV als de Vlaamse Meerjarenraming 2025-2030 zelf weer uit van een trendmatige verslechtering van het saldo. In 2030 zou het tekort (exclusief Oosterweel) zo weer oplopen tot afgerond 1,7 miljard.
Een begroting in evenwicht
De Vlaamse regering staat dus niet zozeer voor de opdracht om de begroting 2027 eenmalig in evenwicht te brengen. Wel om dat evenwicht ook veilig te stellen in de laatste twee jaren van de legislatuur. Dat vergt de opmaak van een meerjarenbegroting voor de rest van deze legislatuur. Die moet het ook mogelijk maken om enkele doordachte structurele hervormingen geleidelijk te implementeren. Enkele aangekondigde Spending Reviews, bijvoorbeeld over de hervorming van het secundair onderwijs, kunnen daartoe inspiratie bieden.
Daarbij zal het ook zaak zijn om groeibevorderende uitgaven dit keer maximaal te vrijwaren. Uit diezelfde analyse van het Rekenhof blijkt bijvoorbeeld dat de kredieten in het beleidsdomein WEWILS (Economie, Werk, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie) in nominale bedragen slechts met 19,5% toenamen tussen 2019 en 2025. Dat is minder dan de inflatie (+ 25%) en steekt ook schril af tegen het algemene groeipercentage van de Vlaamse uitgaven in die periode (+ 41%). Onderliggend heeft die evolutie onder meer te maken met de gehele of gedeeltelijke afschaffing van doelgroepverminderingen (- 558 miljoen in deze periode).
Ook de middelen voor competentie-ontwikkeling binnen het departement Werk bleven in die periode slechts nominaal constant. En daar waar Vlaanderen in de periode 2019-2021 bijna de 1% bbp-norm aan publieke uitgaven voor O&O aantikte stellen we vast dat de afstand tot deze doelstelling de voorbije jaren eerder toenam. We vragen dan ook dat de engagementen die de Vlaamse regering ter zake nam in haar meerjarenraming integraal worden gehonoreerd.
Versterking van overheidsinvesteringen
De Vlaamse regering moet de volgende jaren ook, zoals aangekondigd, blijven inzetten op een versterking van de overheidsinvesteringen. De SERV stelde in haar jongste begrotingsadvies tussen 2023 en 2026 weliswaar een noodzakelijke toename vast (+ 17% in reële termen) van de directe investeringen (vooral in mobiliteitsinfrastructuur via rechtspersonen als BAM en de Werkvennootschap).
Hierdoor nam het aandeel in procent van het bbp toe met 0,08 procentpunt. Daar staat echter tegenover dat de investeringssteun aan derden afnam in deze periode (- 25% in reële termen). Vooral in 2026 (onder meer door de afschaffing van de MijnVerbouwpremie).
De totale investeringen tonen zodoende volgens de SERV slechts een beperkte reële toename met 4,6% tussen 2023 en 2026. En ten opzichte van het bbp groeit de totale investeringsinspanning slechts met 0,02 procentpunt in deze periode. Een toename van onze in internationaal perspectief te lage investeringsgraad blijft prioritair om de investeringsachterstand in te lopen en de structurele onderhoudsopgave van onze infrastructuur tot een goed einde te brengen. De afloop van het Relanceprogramma Vlaamse Veerkracht volgend jaar zet deze vraag nog kracht bij.
Naast de opmaak van een geloofwaardige meerjarenbegroting is ook de uitvoering van het begrotingsbeleid doorslaggevend.
Naast de opmaak van een geloofwaardige meerjarenbegroting is ook de uitvoering van het begrotingsbeleid doorslaggevend. Een begroting stopt immers niet bij de goedkeuring ervan, maar moet worden beoordeeld op zijn effectieve realisaties, de mate waarin aangekondigde besparingen en hervormingen ook worden uitgevoerd, en de lessen die daaruit worden getrokken voor het volgende begrotingsjaar.
Die focus op de jaarrekening is veel meer ingeburgerd in het bedrijfsleven. Vanuit die logica pleitte Voka in zijn verkiezingsmemorandum voor een structurele hervorming van het begrotings- en verantwoordingsproces via een Verantwoordingsdag op alle beleidsniveaus. Het is alvast zeer positief dat Vlaanderen vanaf 2027 de stap zet van een plenaire Verantwoordings- of Resultatendag in het Vlaams Parlement. Dit naar Nederlands voorbeeld waar dit gebruik al 27 jaar bestaat. Ter inspiratie voor andere overheden in ons land waar de begrotingskraters nog veel groter zijn.






