Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 22/10/2026

Recent heeft de Europese Unie verschillende wetten aangenomen die een impact hebben op de volledige waardeketen van je bedrijf en due diligence verplichtingen opleggen. Dit betreft onder andere de "Corporate Sustainability Due Diligence Directive" (CSDDD), de "Forced Labour Regulation" (FLR) en de "Regulation on Deforestation-free products" (EUDR). Aan welke wet - en regelgeving moet je voldoen en tot hoever reikt jouw verantwoordelijkheid? Antwoorden op deze en vele andere vragen vind je hier.

Essentie

Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen winnen aan belang en worden steeds vaker wettelijk verankerd. Recent zijn er verschillende wetten aangenomen die zich richten op het verbeteren van duurzaamheid en ethische normen binnen internationale waardeketens.  Bedrijven worden verplicht om mogelijke risico’s voor mens en milieu in hun waardeketen te identificeren, te onderzoeken en daadwerkelijk aan te pakken, wat bekend staat als due diligence. 
 
De drie meest impactvolle wetgevende initiatieven zijn:
  • De Regulation on deforestation-free products verbiedt Europse bedrijven om vanaf 30 december 2025 bepaalde grondstoffen of producten te verhandelen, importeren of exporteren vanuit of in de EU die bijdragen tot ontbossing.
  • De Corporate Sustainability Due Diligence Directive, afgekort CSDDD, verplicht grote bedrijven om vanaf 2027 due diligence uit te voeren naar zowel hun eigen bedrijfsactiviteiten als die van hun dochterondernemingen en partners in de waardeketen.
  • Forced Labour Regulation, afgekort FLR, verbiedt bedrijven om vanaf 2027 producten die zijn vervaardigd met dwangarbeid te importeren of verkopen op de Europese markt of vanuit de Europese markt te exporteren.

Indien vragen kan je mattis.caboor@voka.be contacteren. 

Nieuw en in de kijker: EUDR-productscope gewijzigd

Welke wijzigingen zijn doorgevoerd?

Op 18 september heeft de EU aanpassingen gedaan aan de producten die vallen onder EUDR. 

Bepaalde producten die onderhevig waren aan EUDR vallen er nu niet meer onder:

  • Runderhuiden, -vellen en leder (HS 4101, 4104 en 4107)
  • Gecoverde banden, grotendeels
  • Artikelen van gevulkaniseerde rubber
  • Transport- en drijfriemen
  • Zaaisoja
  • Zetels voor motorvoertuigen en vliegtuigen

Bepaalde producten werden toegevoegd aan EUDR:

  • Oploskoffie en extracten, essences en concentraten van koffie (GN 2101 11 00)
  • Bevroren runderongen (ex 0206 21 00)
  • Palmoliederivaten (oleochemicaliën): onder meer bepaalde vetalcoholen, glycerol, specifieke zuren en aminen. Het gaat om 14 GN-codes, waaronder ex 3824 99 en ex 3907 29.
  • Zeep gemaakt met palmolie (3401 11 00 en 3401 20)

Uitgezonderd zijn palmoliederivaten voor geneesmiddelen, bepaalde derivaten die als grondstof voor biobrandstoffen dienen, en oliën van andere palmsoorten zoals babassu.

De geactualiseerde productlijst staat in bijlage I, onderaan de tekst:

Vanaf wanneer gaan deze wijzigingen in?

De nieuwe productcategorieën zouden vanaf 30 december 2027 onder de EUDR vallen. Bedrijven hebben dus een beperkte, maar belangrijke periode om hun blootstelling aan de verordening in kaart te brengen, met leveranciers in overleg te gaan, hun traceerbaarheidssystemen te verbeteren en de vereiste documentatie en zorgvuldigheidsprocedures voor te bereiden.

Bedrijven die voorheen niet onderhevig waren aan EUDR en door de wijzigingen wel onderhevig zijn moeten vanaf 30 december compliant zijn. 

Wat met bedrijven waarvan hun producten uit EUDR vallen?

Voor de producten die uit bijlage I geschrapt zijn, gelden sinds 18 september 2026 geen EUDR-verplichtingen meer. Je hoeft voor die producten dus geen geolocatie te verzamelen, geen risicobeoordeling te doen en geen zorgvuldigheidsverklaring in te dienen. Omdat de EUDR pas op 30 december 2026 van start gaat, moest je in de praktijk nog niets doen. Je voorbereiding mag je nu stopzetten.

Let wel op deze punten:

1. Het gaat om je producten, niet om je bedrijf
De vrijstelling geldt per GN-code. Verhandel, importeer of exporteer je ook andere producten uit bijlage I, dan blijf je daarvoor onder de EUDR vallen. Een voorbeeld: maak je autozetels en voer je zelf natuurrubber of gezaagd hout in, dan ben je voor die grondstoffen nog altijd operator.

2. Controleer de exacte afbakening
Sommige schrappingen zijn gedeeltelijk.

  • Bij gecoverde banden blijven de loopvlakken (4012 90 30) onder de EUDR vallen.
  • Zaaisoja valt eruit, maar gewone sojabonen niet.
  • Rundvlees en levende runderen blijven erin, ook al zijn huiden en leder geschrapt.

Kijk je GN-codes daarom na in de geconsolideerde bijlage I.

3. Je klanten kunnen nog altijd informatie vragen
De wettelijke plicht valt weg, maar je afnemers kunnen via contracten nog steeds herkomst- of ontbossingsinformatie van je eisen. Dat kan zijn om eigen duurzaamheidsredenen of in het kader van andere wetgeving, zoals de CSRD en de CSDDD. Heb je zelf engagementen rond ontbossingsvrije ketens, dan blijven die gewoon gelden.

Kan de productscope opnieuw gewijzigd worden?

Er staat momenteel geen nieuwe wijziging van de productscope gepland. Bijlage I ligt vast sinds de publicatie op 17 september 2026, en er is geen nieuw voorstel of ontwerp aangekondigd.

Een wijziging blijft juridisch mogelijk. De Commissie kan bijlage I altijd via een gedelegeerde handeling aanpassen, zoals ze dit jaar deed. Daar is nu niets van aangekondigd. Zo’n handeling gaat ook niet zomaar: ze verschijnt eerst als ontwerp met een publieke consultatie, en daarna hebben het Parlement en de Raad twee maanden om bezwaar te maken. Een wijziging zie je dus ruim op voorhand aankomen. De volgende algemene evaluatie is pas voorzien tegen 30 juni 2030.

Algemene vragen over due diligence

Wat is due diligence?

Due diligence, wat letterlijk 'gepaste zorgvuldigheid' betekent, is een term die vooral bekend is onder accountants en fiscalisten. Het verwijst naar het grondige onderzoek dat vereist is bij fusies of overnames van andere bedrijven. Recentelijk wordt due diligence echter steeds meer geassocieerd met duurzaamheidskwesties en verwijst het naar het proces waarbij bedrijven systematisch en grondig onderzoek doen naar de ESG (evironmental, social & governance) aspecten van de eigen activiteiten en die van de volledige waardeketen. Dit proces helpt bedrijven om potentiële negatieve effecten op mens en milieu te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Het omvat verschillende stappen: 

  1. Risico-identificatie en beoordeling: analyse van de potentiële en werkelijke risico's van alle activiteiten binnen de waardeketen. 
  2. Preventie en mitigatie: ontwikkeling en implementatie van een strategie om deze risico's te voorkomen of verminderen.
  3. Monitoren en rapporteren: monitoring van de effectiviteit van de genomen maatrelen en die ook communiceren.
  4. Herstel en compensatie: herstelling en compensatie van geleden schade. 
Wat wordt bedoeld met waardeketen?

Een waardeketen of “valuechain” is een keten van activiteiten die leveranciers, klanten en eindgebruikers omvat. Meestal wordt dit opgedeeld in 3 verschillende stadia: 

  1. Upstream: Je leveranciers, maar ook de leveranciers van je leveranciers tot aan de producent van de grondstof van het product maken deel uit van de upstream waardeketen. 
  2. Own operations: Dit zijn de activiteiten waar je directe controle over hebt zoals de productie van je goederen. 
  3. Downstream: Je klanten en de klanten van jouw klanten maken deel uit van de downstream waardeketen, maar ook de retour en de recycling processen moeten in ogenschouw genomen worden. De downstream waardeketen eindigt niet dus niet wanneer het product aan de eindklant verkocht wordt. 
Hoe speelt ESG een rol in de waardeketen?

De grootste ESG-risico’s bevinden zich bijna altijd in de waardeketen en niet in de eigen activiteiten: 

  • Environmental: De meeste CO2-uitstoot en milieuvervuiling vindt meestal plaats in de upstreamketen waar grondstoffen gewonnen, geraffineerd en verwerkt worden. Dit is traditioneel de meest impactvolle en risicovolle fase van elke waardeketen. 
  • Social: Mensenrechten, slavernij, gezondheid en veiligheid, en het betalen van een leefbaar loon zijn onderwerpen die meestal goed geregeld zijn in westerse economieën, waar je eigen activiteiten plaatsvinden. De risico's van negatieve impact op deze sociale onderwerpen zitten meestal in je waardeketen in niet-westerse/lage kosten landen. Hetzij tijdens de ontginnings- en productiefase (upstream), of in de "fase na gebruik" (downstream).
  • Governance: Corruptie, omkoping en afzetpraktijken, ... zijn intrinsiek verbonden met zakelijke partnerships, dus met de waardeketen.
Waarom beginnen met due diligence?

Er zijn heel wat redenen waarom je aan de slag zou moeten gaan met due diligence: 

  1. Risicobeheer: Door risico's met betrekking tot milieu, mensenrechten en sociale impact te identificeren en aan te pakken, kunnen bedrijven juridische, financiële en reputatieschade voorkomen.
  2. Wettelijke en Regelgevende Vereisten: Naarmate wetgeving en regelgeving op het gebied van duurzaamheid strenger worden, helpt due diligence bedrijven te voldoen aan de steeds complexere wettelijke verplichtingen.
  3. Marktvraag en Concurrentievoordeel: Consumenten en zakelijke klanten eisen steeds vaker verantwoorde en duurzame producten en diensten. Due diligence kan helpen om aan deze vraag te voldoen en een concurrentievoordeel te behalen.
  4. Investeerders en Financiering: Investeerders en financiers letten steeds meer op de duurzaamheidspraktijken van bedrijven. Due diligence kan de toegang tot kapitaal vergemakkelijken en het vertrouwen van investeerders versterken.
  5. Reputatie en Merkwaarde: Een sterke focus op duurzaamheid kan de reputatie van een bedrijf verbeteren, klantloyaliteit vergroten en bijdragen aan een positief merkimago.
  6. Verantwoordelijkheid en Ethiek: Door due diligence toe te passen, kunnen bedrijven hun ethische verantwoordelijkheden nakomen en bijdragen aan een positieve sociale en milieu-impact.
Hoe beginnen met due diligence?

De OESO due diligence leidraad voor maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt aanzien als het internationale basiswerk voor het opstellen van een due diligence systeem. Het wordt vaak gebruikt als basis voor het opstellen van nationale of internationale wetgeving. De leidraad biedt een gedetailleerd kader dat bedrijven helpt bij het opstellen van een due diligence systeem. Het omvat deze stappen: 

Stap 1: Integreer maatschappelijk verantwoord ondernemen in beleid en managementsystemen

Stap 2: Identificeer en beoordeel risico’s

De risicochecker – tool die een beeld geeft over de risico's in bepaalde landen of sectoren. 

Stap 3 & 4: Stop, voorkom, of beperk risico’s & monitor praktische toepassing & resultaten

Stap 5: Communiceer hoe risico’s worden aangepakt

Stap 6: Zorg voor herstelmaatregelen of werk hieraan mee 

Het volgen van deze zes stappen is niet voldoende om te voldoen aan de Europese wetgeving. Het is een uitstekende basis voor het opstellen van een due diligence systeem, maar elke wetgeving heeft nog bijkomende specifieke verplichtingen (zie verder). 

Overzicht due diligence hulpbronnen

Een overzicht van bronnen die kunnen helpen bij het opstellen van een due diligence systeem:

  1. OESO leidraad – dit is een basiswerk gepubliceerd voor het opstellen van een due diligence stelsel. Op deze richtlijn zijn de due diligence verplichtingen van CSDDD gebaseerd.
  2. Sector specifieke leidraden – handleidingen specifiek voor kledingsector, landbouw, mijnbouw, … 
  3. Nationale contactpunt – elk land die de OESE richtlijnen heeft onderschreven heeft een contactpunt om ondernemers hierin bij te staan. 
  4. Due diligence toolbox – deze toolbox biedt handvaten om praktisch aan de slag te gaan met opstellen van een zorgvuldigheidsstelsel. 
  5. Risicochecker – deze tool geeft je een beeld van risico’s in een land of sector. Hierdoor kan je gericht een plan van aanpak opstellen. 
  6. Leidraad duurzaam internationaal ondernemen – een algemene handleiding over duurzaamheid binnen internationaal ondernemen. 
  7. SER leidraad – bijkomende theoretische en praktische informatie over due diligence systemen.

Regulation on Deforestation-free products (EUDR)

Wat is de EUDR?

De Regulation on Deforestation-free products (EUDR) verbiedt de verkoop van, de invoer naar en uitvoer uit de EU van hout, rubber, runderen, cacao, koffie, oliepalm, soja en specifieke afgeleide producten BEHALVE als ze voldoen aan onderstaande voorwaarden:  

   1.Ontbossingsvrij zijn  

'Ontbossingsvrij' betekent dat relevante producten bestaan uit of zijn gevoederd met relevante grondstoffen die zijn geproduceerd in gebieden waar na 31 december 2020 geen ontbossing heeft plaatsgevonden.

    2.  In overeenstemming zijn met lokale wetgeving  

De EUDR vereist overeenstemming met de relevante sociale - en milieuwetgeving van het land van productie zoals bijvoorbeeld grondgebruiksrechten, milieubeschermingsrechten, arbeidsrechten, … .  

    3. Vergezeld zijn van een zorgvuldigheidsverklaring

Voor elke zending zal een zorgvuldigheidsverklaring moeten opgesteld worden. Met het indienen van deze verklaring geef je aan dat jouw bedrijf aan bovenstaande vereisten voldoet.  

Door de implementatie van een zorgvuldigheidsstelsel kunnen bedrijven aantonen dat hun producten vrij zijn van ontbossing en in lijn zijn met lokale wetgeving.  

EUDR-stappenplan

Stappenplan EUDR

1. Check of je producten eronder vallen
Leg de GN-codes van je producten naast de nieuwe bijlage I. Noteer per product welke startdatum geldt: 30 december 2026, 30 juni 2027 of 30 december 2027.

2. Bepaal je rol en je grootte
Ben je per product operator, downstream operator of handelaar? Ben je een kmo volgens de boekhoudrichtlijn? Daarvan hangt af of je een DDS indient, je registreert of enkel gegevens bijhoudt.

3. Breng je toeleveringsketen in kaart
Ga na welke leveranciers welke grondstoffen leveren, en uit welke landen die komen. Controleer het risiconiveau van die landen: laag, standaard of hoog.

4. Verzamel de gegevens
Vraag je leveranciers om:

  • de geolocatie van de percelen (WGS84, 6 decimalen, een polygoon bij meer dan 4 ha);
  • de productieperiode;
  • bewijs van legaliteit.

Leg dat contractueel vast en begin er meteen mee, want dit kost de meeste tijd.

5. Beoordeel en beperk het risico
Komen je grondstoffen uit een standaard- of hoog-risicoland, dan doe je een risicobeoordeling en neem je maatregelen tot het risico verwaarloosbaar is. Komt alles uit laag-risicolanden, dan volstaat vereenvoudigde due diligence.

6. Registreer je in het informatiesysteem
Maak een EU Login-account aan en registreer je bedrijf met je EORI-nummer. Oefen eerst in de testomgeving.

7. Dien je DDS in en geef het referentienummer door
Doe dit vóór je het product op de markt brengt of uitvoert, en niet op de dag van inklaring. Vermeld het referentienummer in je douaneaangifte met code C716 en geef het door aan je afnemer.

8. Documenteer en evalueer
Bewaar alles vijf jaar en evalueer je systeem jaarlijks. Volg ook de wijzigingen op via www.eudr.be.

Wanneer gaat de EUDR van kracht?

De EUDR is al verschillende keren uitgesteld, maar het ziet er naar uit dat die dit jaar effectief in werking zal treden. 

Een overzicht voor wie de EUDR wanneer geldt:

WieVanaf
Grote en middelgrote bedrijven (operatoren en handelaars)30 december 2026
Micro- en kleine bedrijven met houtproducten die nu onder de EUTR vallen (rondhout, gezaagd hout, pulp, papier)30 december 2026
Andere micro- en kleine bedrijven30 juni 2027
Iedereen, voor de nieuw toegevoegde producten (oploskoffie, palmoliederivaten, zeep, bevroren runderongen)30 december 2027

Er is geen overgangsperiode voor handhaving: vanaf de startdatum kan de douane zendingen tegenhouden.

Welke producten vallen binnen de scope van EUDR?

Update: Op 18 september heeft de EU aanpassingen gedaan aan de producten die vallen onder EUDR. 

Bepaalde producten die onderhevig waren aan EUDR vallen er nu niet meer onder:

  • Runderhuiden, -vellen en leder (HS 4101, 4104 en 4107)
  • Gecoverde banden, grotendeels
  • Artikelen van gevulkaniseerde rubber
  • Transport- en drijfriemen
  • Zaaisoja
  • Zetels voor motorvoertuigen en vliegtuigen

Bepaalde producten werden toegevoegd aan EUDR:

  • Oploskoffie en extracten, essences en concentraten van koffie (GN 2101 11 00)
  • Bevroren runderongen (ex 0206 21 00)
  • Palmoliederivaten (oleochemicaliën): onder meer bepaalde vetalcoholen, glycerol, specifieke zuren en aminen. Het gaat om 14 GN-codes, waaronder ex 3824 99 en ex 3907 29.
  • Zeep gemaakt met palmolie (3401 11 00 en 3401 20)

Uitgezonderd zijn palmoliederivaten voor geneesmiddelen, bepaalde derivaten die als grondstof voor biobrandstoffen dienen, en oliën van andere palmsoorten zoals babassu.

In het algemeen richt EUDR zich op grondstoffen die als voornaamste oorzaken van ontbossing en aantasting van bossen worden beschouwd:

  • Vee  
  • Cacao
  • Koffie  
  • Palmolie
  • Rubber
  • Soja  
  • Hout  

Naast deze 7 grondstoffen vallen ook veel afgeleide producten van deze grondstoffen onder EUDR.  Voorbeelden zijn: vleesproducten, chocolade, koffie, palmnoten, palmolie-derivaten, glycerol, producten van natuurlijk rubber, sojabonen, sojameel en -olie, brandhout, houtproducten, pulp en papier, gedrukte boeken, …).

EUDR is van toepassing op goederen die zijn geproduceerd op of na 29 juni 2023 (met uitzondering van hout en houtproducten, die worden gedekt als ze vóór die datum zijn geproduceerd en vanaf 31 december 2027 op de EU-markt worden gebracht).  

De volledig geactualiseerde productlijst staat in bijlage I, onderaan de tekst.

Welke producten vallen niet binnen de scope van EUDR?

Producten met een GN-code die niet in bijlage 1 staan. Ook niet als ze grondstoffen bevatten die wel binnen EUDR vallen en ook niet als ze mogelijk onderdelen of elementen bevatten die zijn afgeleid van goederen die wel onder EUDR vallen. Zoals bijvoorbeeld auto's met leren stoelen.

Daarnaast is deze verordening ook niet van toepassing op goederen die volledig zijn geproduceerd uit materiaal dat zijn levenscyclus heeft voltooid en anders als afval zou zijn weggegooid.

Relevante grondstoffen en producten die onder andere douaneregelingen vallen dan de 'overgang naar het vrije verkeer' (zoals douane-entrepots, actieve veredeling, tijdelijke invoer of doorvoer), worden niet beschouwd als op de markt gebracht volgens de EUDR en vallen daarom buiten de reikwijdte van deze verordening.

Verpakkingsmateriaal en handleidingen van ingevoerde goederen vallen niet onder de EUDR. Verpakkingsmateriaal dat op de markt wordt gebracht als product op zichzelf, valt wel onder EUDR. 

Welke bedrijven vallen binnen de scope van EUDR?

Of je bedrijf onder de EUDR valt, hangt niet af van je sector of grootte. Het hangt af van wat je doet met een product uit bijlage I. Concreet val je eronder als je in de EU zo’n product op de markt brengt, verhandelt of uitvoert.

De vier rollen

RolWieWat je moet doen
OperatorJe brengt het product als eerste op de EU-markt, door het in te voeren of in de EU te produceren, of je voert het uitVolledige zorgvuldigheid, registratie in het informatiesysteem en een zorgvuldigheidsverklaring (DDS) vóór je het product op de markt brengt of uitvoert
Downstream operator, geen kmoJe verwerkt een product dat al op de EU-markt isRegistratie, leveranciers en klanten bijhouden, referentienummers bewaren en controleren bij gegronde twijfel. Geen eigen DDS
Handelaar, geen kmoJe verkoopt een product dat al op de EU-markt is door, zonder het te verwerkenDezelfde verplichtingen als een downstream operator die geen kmo is
Downstream operator of handelaar, kmoIdem, maar je bent een kmoGeen registratie en geen DDS. Je houdt leveranciers en klanten bij en, als eerste afnemer, ook het referentienummer. Je bewaart alles vijf jaar

Of je als kmo telt, bepalen de criteria van de Europese boekhoudrichtlijn (2013/34/EU). Middelgrote bedrijven krijgen géén uitstel; zij starten ook op 30 december 2026.

Bijzondere gevallen

  • Micro- en kleine primaire producenten in laag-risicolanden dienen een eenmalige vereenvoudigde verklaring in in plaats van een DDS.
  • Ben je een micro- of klein bedrijf dat al op 31 december 2024 bestond, dan start je pas op 30 juni 2027. Dat geldt niet voor hout dat nu onder de EUTR valt.

Wat valt er niet onder

  • Expediteurs, opslagbedrijven en douanevertegenwoordigers, zolang ze de goederen niet zelf op de markt brengen of uitvoeren. Volgens de FAQ van de Commissie zijn douanevertegenwoordigers nooit operator.
  • Particulieren die niet beroepsmatig handelen.
  • Bedrijven die enkel producten buiten bijlage I verhandelen, ook als die producten EUDR-grondstoffen bevatten. Een koekje met chocolade valt bijvoorbeeld onder een bakkerijcode en dus niet onder de EUDR.

Bedrijven buiten de EU

Producenten en exporteurs buiten de EU vallen niet rechtstreeks onder de EUDR. Hun Europese klant, die als operator optreedt, zal wel geolocatie, legaliteitsbewijs en andere informatie van hen vragen. Ze krijgen er dus onrechtstreeks mee te maken.

Wat houden de due diligence/zorgvuldigheidsvereisten in?

De zorgvuldigheidseisen staan in de artikelen 8 tot 13 van de EUDR. Ze gelden vooral voor operatoren, dus wie een product als eerste op de EU-markt brengt of uitvoert. De zorgvuldigheid bestaat uit drie stappen, die je moet doorlopen vóór je de zorgvuldigheidsverklaring (DDS) indient.

Stap 1 – Informatie verzamelen (artikel 9)

Per product verzamel je:

  • de productomschrijving en de handelsnaam; voor hout ook de gangbare en de wetenschappelijke naam van de boomsoort;
  • de hoeveelheid;
  • het land van productie;
  • de geolocatie van alle percelen, en voor rundvee van alle bedrijven waar het dier verbleef;
  • de productiedatum of -periode;
  • naam, adres en e-mail van je leverancier en je afnemer;
  • sluitend en verifieerbaar bewijs dat het product ontbossingsvrij is, dus geen ontbossing na 31 december 2020;
  • bewijs van legaliteit volgens de wetgeving van het productieland, onder meer over landrechten, milieu, arbeid, mensenrechten, belastingen en de rechten van inheemse volkeren.

Een verklaring van je leverancier volstaat niet. Je moet de informatie zelf kunnen controleren en documenteren.

Stap 2 – Risico beoordelen (artikel 10)

Je beoordeelt of er een risico is dat het product niet in orde is. Artikel 10 noemt een reeks criteria, waaronder:

  • het risiconiveau van het productieland (laag, standaard of hoog);
  • de aanwezigheid van bossen en de mate van ontbossing in het gebied;
  • de aanwezigheid van inheemse volkeren en eventuele landconflicten;
  • corruptie, documentvervalsing en zwakke handhaving;
  • mensenrechtenschendingen, gewapende conflicten en sancties;
  • de complexiteit van de keten, met het risico op menging en omzeiling;
  • de betrouwbaarheid van de verzamelde informatie;
  • gegronde zorgen die derden gemeld hebben.

Certificaten zoals FSC of RSPO kun je als aanvullende informatie gebruiken, maar ze vervangen de beoordeling niet. Het resultaat moet een gedocumenteerde conclusie zijn.

Stap 3 – Risico beperken (artikel 11)

Is het risico meer dan verwaarloosbaar, dan neem je maatregelen tot het dat wel is. Bijvoorbeeld:

  • extra informatie of documenten opvragen;
  • onafhankelijke audits of veldonderzoeken laten uitvoeren;
  • leveranciers ondersteunen om hun gegevens op orde te krijgen;
  • als dat niet lukt, van leverancier veranderen of het product niet op de markt brengen.

Daarnaast moet je bedrijf passende beleidslijnen, controles en procedures hebben. Grote bedrijven moeten ook een compliance officer aanstellen en een onafhankelijke auditfunctie voorzien.

Pas als het risico verwaarloosbaar is, mag je de DDS indienen. Met die verklaring neem je de juridische verantwoordelijkheid op je.

Vereenvoudigde zorgvuldigheid (artikel 13)

Komen al je grondstoffen uit laag-risicolanden, dan verzamel je de informatie uit stap 1 en dien je een DDS in. Stap 2 en stap 3 hoeven dan niet, tenzij je aanwijzingen hebt van een risico of van omzeiling.

Doorlopende verplichtingen

  • Je herziet je zorgvuldigheidssysteem minstens één keer per jaar.
  • Je bewaart alle documentatie vijf jaar en legt ze op verzoek voor aan de bevoegde autoriteit. In België is dat de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
  • Grote bedrijven rapporteren jaarlijks publiek over hun zorgvuldigheidssysteem.

En als downstream operator of handelaar?

Je voert zelf geen volledige zorgvuldigheid uit. Je houdt wel je leveranciers en afnemers bij, bewaart als eerste afnemer het referentienummer van de operator, en grijpt in bij gegronde aanwijzingen dat een product niet in orde is.

Wanneer zijn er vereenvoudigde due diligence/zorgvuldigheidsvereisten mogelijk?

Goederen met als oorsprongsland een laag risico land binnen het EUDR risicoclassificatiesysteem. 

Wat zijn de laag risicolanden?

De lijst werd vastgelegd op 22 mei 2025 en is sinds 26 mei 2025 van kracht. Het richtsnoer van de Commissie van 20 juli 2026 bevestigt dat dit nog altijd de meest recente versie is.

RisicoLandenGevolg voor jou
Laag (ongeveer 140 landen)Alle EU-lidstaten, het VK, Noorwegen, Zwitserland, de VS, Canada, China, Japan, India, Vietnam, Thailand, Ghana, Chili, Uruguay, Oekraïne, Turkije, Zuid-Afrika, Australië, ...Vereenvoudigde zorgvuldigheid: geen risicobeoordeling en geen risicobeperking nodig. Minstens 1% van de operatoren wordt gecontroleerd
Standaard (alle landen die niet vermeld zijn)Onder meer Brazilië, Argentinië, Paraguay, Colombia, Peru, Indonesië, Maleisië, Ivoorkust en KameroenVolledige zorgvuldigheid. Minstens 3% wordt gecontroleerd
Hoog (4 landen)Wit-Rusland, Noord-Korea, Myanmar en RuslandVolledige zorgvuldigheid met strengere eisen. Minstens 9% wordt gecontroleerd

Om te onthouden

  • Er bestaat geen aparte lijst met standaardrisicolanden. Elk land dat niet in de bijlage staat, valt automatisch onder standaardrisico.
  • Gebruik alleen de officiële bronnen. Sommige websites verspreiden verouderde of foute lijsten, waarin bijvoorbeeld Indonesië en Maleisië als laag risico staan. Die landen hebben standaardrisico.
  • De lijst kan wijzigen. Het Parlement nam in juli 2025 een niet-bindend bezwaar aan tegen de methodologie, maar de lijst bleef van kracht. Een eerste herziening op basis van nieuwe FAO-data werd voor 2026 aangekondigd, maar is nog niet gepubliceerd.

Officiële bronnen

  1. Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1093. Dit is de juridisch bindende lijst, met in de bijlage de laag- en hoog-risicolanden.
    https://eur-lex.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1093/oj
  2. De “Country classification list” van de Europese Commissie. Dit is een overzichtspagina die naast de laag- en hoog-risicolanden ook de landen met standaardrisico vermeldt.
    https://green-forum.ec.europa.eu/countries-and-partnerships/country-classification-list_en
Hoe ziet de vereenvoudigde due diligence/zorgvuldigheid er precies uit?

Vereenvoudigde due diligence staat in artikel 13 van de EUDR. Je mag ze toepassen als alle grondstoffen in je product afkomstig zijn uit laag-risicolanden. Ze is lichter dan de volledige procedure, maar je bent nog altijd verplicht om zorgvuldig te werk te gaan.

Wat je wél moet doen

1. Aantonen dat alles uit een laag-risicoland komt
Je moet kunnen bewijzen dat de volledige grondstof uit een laag-risicoland komt. Zit er ook maar een deel uit een standaard- of hoog-risicoland in, bijvoorbeeld door menging, dan geldt de volledige procedure.

2. Alle informatie uit artikel 9 verzamelen
Dat is dezelfde informatie als bij de gewone procedure:

  • productomschrijving, hoeveelheid en land van productie;
  • geolocatie van alle percelen, of van de bedrijven bij rundvee;
  • productiedatum of -periode;
  • gegevens van je leverancier en je afnemer;
  • informatie die aantoont dat het product ontbossingsvrij en legaal geproduceerd is.

3. Je registreren en een DDS indienen
Je registreert je in het EU-informatiesysteem en dient een zorgvuldigheidsverklaring (DDS) in vóór je het product op de markt brengt of uitvoert. Het referentienummer vermeld je in je douaneaangifte en geef je door aan je afnemer.

4. Documenteren en bewaren
Je bewaart alle informatie vijf jaar en legt ze op verzoek voor aan de autoriteit.

Wat je níét hoeft te doen

  • Geen risicobeoordeling volgens artikel 10.
  • Geen risicobeperkende maatregelen volgens artikel 11.

Wanneer de vereenvoudiging wegvalt

Je moet alsnog de volledige procedure volgen, met risicobeoordeling en risicobeperking, als je informatie krijgt die wijst op:

  • een risico dat het product niet in orde is, zoals ontbossing of illegale productie;
  • omzeiling, bijvoorbeeld een product uit een standaard-risicoland dat via een laag-risicoland wordt doorgevoerd en als “laag risico” wordt aangeboden;
  • menging met grondstoffen van onbekende herkomst.

Dat kan bijvoorbeeld een gegronde klacht van een ngo zijn, een melding van de autoriteit, of tegenstrijdige gegevens van je leverancier.

Verwar het niet met de vereenvoudigde verklaring

 Vereenvoudigde due diligence (art. 13)Vereenvoudigde verklaring (art. 4a)
Voor wieElke operator die uit laag-risicolanden aankooptAlleen micro- en kleine primaire producenten in laag-risicolanden
IndieningEen DDS per zendingEén eenmalige verklaring
GeolocatieVolledigEen postadres van het perceel mag volstaan

In de praktijk

Ook bij vereenvoudigde due diligence blijft geolocatie het grootste werk. Je moet nog altijd tot op perceelsniveau weten waar je grondstof vandaan komt. Wat je uitspaart, is de risicoanalyse en het documenteren van maatregelen. Voor bedrijven die bijvoorbeeld hout uit Europa of de VS aankopen, scheelt dat wel aanzienlijk.

Wat houdt de DDS/zorgvuldigheidsverklaring in?

De zorgvuldigheidsverklaring (due diligence statement, DDS) is een elektronische verklaring die je als operator indient in het EU-informatiesysteem (TRACES) vóór je een product op de EU-markt brengt of uitvoert. Daarmee bevestig je dat je de zorgvuldigheid hebt uitgevoerd en dat het risico verwaarloosbaar is. Je neemt er ook de juridische verantwoordelijkheid mee op je.

Er bestaat geen sjabloon of formulier om te downloaden. Je vult de gegevens rechtstreeks in het systeem in.

Wat staat er in de DDS? (bijlage II)

  1. Je bedrijfsgegevens: naam, adres en, bij in- of uitvoer, je EORI-nummer.
  2. Het product:
    • de HS-code;
    • een omschrijving met handelsnaam; voor hout ook de wetenschappelijke naam van alle boomsoorten;
    • de hoeveelheid: bij in- en uitvoer in kg nettogewicht, eventueel aangevuld met een bijkomende eenheid.
  3. Het land van productie en de geolocatie van alle percelen, of voor rundvee van alle bedrijven waar het dier verbleef.
  4. Een vaste verklaring: je bevestigt dat de zorgvuldigheid volgens de EUDR is uitgevoerd en dat er geen of slechts een verwaarloosbaar risico is gevonden.
  5. Een handtekening: in naam van welk bedrijf, de datum, en de naam en functie van de ondertekenaar.

De productiedatum staat niet in de DDS zelf, maar moet wel in je dossier zitten.

Wat gebeurt er na het indienen?

  • Het systeem maakt een risicoprofiel aan dat jij niet te zien krijgt. Alleen de autoriteiten zien het.
  • Daarna krijg je een referentienummer en een verificatienummer.
  • Tot je het referentienummer hebt, kan de autoriteit de DDS weigeren. Dien ze dus niet pas in op de dag van inklaring.
  • Het referentienummer vermeld je in je douaneaangifte en geef je door aan je eerste afnemer.
  • Binnen 72 uur na ontvangst van het referentienummer kun je de DDS nog wijzigen of intrekken, tenzij je het nummer al aan de douane hebt gegeven of het product al op de markt is.
  • Na zes maanden wordt de DDS automatisch gearchiveerd. Ze blijft wel geldig en terug te vinden.

Praktische tips

  • Je hoeft niet per zending een DDS in te dienen. Eén DDS kan meerdere zendingen dekken, tot de opgegeven hoeveelheid op is, en voor maximaal één jaar.
  • Geef niet te veel percelen op. Je bent verantwoordelijk voor elk perceel dat je vermeldt. Is er één niet in orde, dan is de hele DDS niet in orde. Vermeld dus exact de percelen waar de hoeveelheid vandaan komt.
  • Zijn het te veel gegevens voor één DDS? Sinds juli 2026 kun je meerdere DDS’en bundelen in een geaggregeerde verklaring. Na die bundeling kun je de afzonderlijke DDS’en niet meer wijzigen.
  • Bewaar alles vijf jaar.

Wie dient geen DDS in?

  • Downstream operatoren en handelaars, ongeacht hun grootte. Zij bewaren alleen het referentienummer.
  • Micro- en kleine primaire producenten in laag-risicolanden. Zij dienen een vereenvoudigde verklaring in en krijgen een verklaringsnummer.
  • Expediteurs, vervoerders en douanevertegenwoordigers.

Op de website van Polygon One vind je een uitgewerkt voorbeeld van een DDS en een voorbereidingsblad in Excel. Die kunnen nuttig zijn voor bedrijven die hun eerste DDS voorbereiden.

Waar dien je de DDS/zorgvuldigheidsverklaring in?

Je dient de DDS in via het EUDR-informatiesysteem van de Europese Commissie. Technisch draait het op het TRACES-platform van de Commissie.

De links

WatLink
Productieomgeving: hier dien je echte DDS’en in, met juridische gevolgenhttps://eudr.webcloud.ec.europa.eu/tracesnt/login
Testomgeving: hier kun je oefenen zonder juridische gevolgenhttps://acceptance.eudr.webcloud.ec.europa.eu/tracesnt/login
Infopagina van de Commissie: toegang, handleiding (versie 3.0), opleidingen en API-documentatiehttps://green-forum.ec.europa.eu/nature-and-biodiversity/deforestation-regulation-implementation/information-system-deforestation-regulation_en

Bij technische problemen kun je mailen naar de helpdesk: sante-traces@ec.europa.eu.

Hoe registreer je je?

  1. Maak een EU Login-account aan. Je hebt één account per persoon nodig, met een professioneel e-mailadres en tweestapsverificatie.
  2. Registreer je bedrijf. Gebruik je EORI-nummer als je in- of uitvoert, en anders je btw-nummer. Kies daarna je rol: operator, gemachtigde vertegenwoordiger, of downstream operator of handelaar die geen kmo is.
  3. Voeg collega’s toe als gebruiker en koppel indien nodig een gemachtigde vertegenwoordiger.
  4. Oefen eerst in de testomgeving. Voor die omgeving moet je je apart registreren.

Goed om te weten

  • Het systeem controleert alleen of je gegevens formeel en technisch in orde zijn. Of je percelen echt ontbossingsvrij zijn, controleert het niet. Die zorgvuldigheid moet je zelf vooraf doen.
  • Per DDS geldt een maximum van 200 productlijnen en 25 MB.
  • Heb je veel DDS’en in te dienen, dan kun je die automatisch aanleveren via een API. Veel EUDR-softwarepakketten zijn rechtstreeks met het systeem gekoppeld.
  • Heb je je referentienummer, dan vermeld je het in je douaneaangifte met code C716.
  • Valt het systeem langer dan 60 minuten uit, dan krijg je een noodreferentienummer, zodat je goederen niet geblokkeerd raken.
Hoe werkt de handhaving en wat zijn de sancties?

In België is de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu de bevoegde autoriteit voor de EUDR. Die FOD was ook al bevoegd voor de Houtverordening (EUTR).

Wie doet wat?

InstantieRol
FOD Volksgezondheid, Federale Milieu-inspectie, cel Ontbossingsvrije productenVoert controles uit, stelt inbreuken vast en legt maatregelen op
Douane (AAD&A)Controleert bij in- en uitvoer het DDS-referentienummer. Op vraag van de FOD houdt ze goederen tegen of weigert ze de vrijgave of uitvoer
GewestenBevoegd voor landbouw. De federale sancties sluiten daarom rundvee uit; daarvoor zijn de gewesten bevoegd

Contact FOD: eudr@health.fgov.be, Galileelaan 5/2, 1210 Brussel. Op www.eudr.be vind je de Belgische informatie.

Hoe verlopen de controles?

  • De controles zijn risicogebaseerd. Jaarlijks wordt minstens 1% van de operatoren gecontroleerd bij laag-risicolanden, 3% bij standaard risico en 9% bij hoog risico.
  • Inspecteurs kunnen inzage vragen in je zorgvuldigheidssysteem: je risicobeoordeling, je maatregelen, je geolocatiedata en je documenten. Ze kunnen ook terreincontroles en laboanalyses laten uitvoeren.
  • Het informatiesysteem maakt voor elke DDS een risicoprofiel aan dat alleen de autoriteiten zien. De FOD kan een DDS laten weigeren zolang je je referentienummer nog niet hebt.
  • Er is geen overgangsjaar. Vanaf 30 december 2026 kunnen er meteen controles en sancties volgen. In de praktijk zullen de autoriteiten in het begin wel eerder begeleiden en laten corrigeren.

Welke sancties?

België heeft de EUDR in 2024 ingeschreven in de Productnormenwet (wet van 21 december 1998). De wijziging verscheen op 31 mei 2024 in het Belgisch Staatsblad. Bij een overtreding gaat het als volgt:

  1. Een ambtenaar stelt een proces-verbaal op en bezorgt het aan het parket.
  2. Het parket heeft drie maanden om te beslissen of het vervolgt.
  3. Vervolgt het parket niet of beslist het niet op tijd, dan kan een juridisch ambtenaar een administratieve boete opleggen. Je krijgt dan de kans om je te verdedigen.

Mogelijke straffen:

  • strafrechtelijk een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 jaar en/of een boete van €160 tot €4.000.000;
  • inbeslagname van producten. Die kunnen verkocht, geschonken of vernietigd worden;
  • terugroeping en vernietiging op jouw kosten, en verbeurdverklaring van de winst;
  • bij herhaling een tijdelijke sluiting van het bedrijf.

Daarnaast schrijft de EUDR zelf een maximumboete voor van minstens 4% van de EU-jaaromzet, plus uitsluiting van overheidsopdrachten en tijdelijke handelsverboden. Definitieve beslissingen tegen bedrijven worden ook met naam gepubliceerd op de website van de Commissie.

Aandachtspunten

  • De Belgische wetswijziging dateert van 2024. Ze vermeldt niet uitdrukkelijk de aanpassingen van 2025, en ze sluit uitvoer en rundvee uit van de federale sancties. Ook verhoudt het boeteplafond van €4 miljoen zich niet duidelijk tot de Europese minimumnorm van 4% van de omzet. Voor sluitende informatie over het actuele sanctiekader kun je het best rechtstreeks de FOD contacteren.
  • De FOD organiseerde al eerder infosessies voor bedrijven. Op www.eudr.be kun je nagaan of er nieuwe gepland zijn.
Interessante links

Hieronder de belangrijkste officiële links, gegroepeerd per onderwerp.

Wil je een overzicht van de Europese kant in één oogopslag, dan is de algemene EUDR-pagina van de Commissie een goed startpunt:
https://environment.ec.europa.eu/topics/forests/deforestation/regulation-deforestation-free-products_en

Wetgeving

  1. De EUDR, geconsolideerde versie van 18 september 2026 (Nederlands). Dit is de volledige tekst met alle wijzigingen, inclusief de nieuwe bijlage I (productlijst) en bijlage II (inhoud van de DDS).
    https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A02023R1115-20260918
  2. Verordening (EU) 2025/2650. Het tweede uitstel, met de nieuwe rollen en de vereenvoudigingen.
    //data.europa.eu/eli/reg/2025/2650/oj
  3. Gedelegeerde handeling over de productscope (2026/2102). De pagina van de Commissie over de nieuwe bijlage I: wat erin gaat en wat eruit gaat.
    https://environment.ec.europa.eu/publications/delegated-act-product-scope-eu-deforestation-regulation_en
  4. Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1565. De regels van het informatiesysteem, zoals de geaggregeerde verklaring en de noodprocedure bij een storing.
    //data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1565/oj

Landenrisico

  1. De landenclassificatie van de Commissie. Laag, standaard en hoog risico; de juridische basis is Uitvoeringsverordening 2025/1093.
    https://green-forum.ec.europa.eu/countries-and-partnerships/country-classification-list_en

Interpretatie en richtsnoeren

  1. De FAQ van de Commissie (versie 5, herzien in augustus 2026).
    https://environment.ec.europa.eu/publications/faq-eudr-implementation_en
  2. Het richtsnoer van de Commissie (C/2026/3896, derde editie, juli 2026, ook in het Nederlands).
    //data.europa.eu/eli/C/2026/3896/oj
  3. Het vereenvoudigingsrapport van de Commissie (COM(2026) 191 van 4 mei 2026), waarin ze bevestigt dat er geen nieuw uitstel komt.
    https://environment.ec.europa.eu/publications/report-european-parliament-and-council-simplification-review-eudr_en

Informatiesysteem en DDS

  1. De pagina van de Commissie over het informatiesysteem. Hier vind je de toegang tot de productie- en testomgeving, de handleiding, de opleidingen en de API.
    https://green-forum.ec.europa.eu/nature-and-biodiversity/deforestation-regulation-implementation/information-system-deforestation-regulation_en
  2. De technische beschrijving van het GeoJSON-formaat voor geolocatie.
    https://acceptance.eudr.webcloud.ec.europa.eu/tracesnt/help/eudr-documentation/operator/geojson-description.html

België

  1. De FOD Volksgezondheid, bevoegde autoriteit voor de EUDR. Contact: eudr@health.fgov.be
    https://www.eudr.be
  2. De Belgische douane (AAD&A) over de EUDR, met de rol van de douane en de aangifte.
    https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/beperking-en-verbodsmaatregelen/milieu-0/eudr-ontbossing

 

Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)

Wat houdt het "Omnibus I"-pakket in?
Onder druk van diverse stakeholders heeft de Europese Commissie het Omnibus I-pakket gepubliceerd, gericht op de vereenvoudiging van duurzaamheidsregels. Dit pakket moet overlappende, onnodige en onevenredige regelgeving aanpakken die bedrijven binnen de EU met buitensporige administratieve lasten confronteert. Het doel is een ondernemingsklimaat te bevorderen dat groei en concurrentievermogen ondersteunt.

Omnibus I focust specifiek op verduidelijking en vereenvoudiging van duurzaamheidseisen en stelt wijzigingen voor aan:

!EUDR & FLR vallen niet onder dit pakket!

!Belangrijk om te onderlijnen dat dit een voorstel is en het wetgevingsproces nog moet doorlopen. De exacte timing is onzeker, maar de commissie heeft aangegeven dat ze de procedures zo snel mogelijk wil afronden. Tot op heden is dit voorstel dus nog niet van kracht en is de huidige CSDDD vordening van toepassing!
Wat houdt het uitstel voor CSDDD in?

De implementatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) wordt op enkele punten uitgesteld:

  • Transpositie door lidstaten is uitgesteld van juli 2026 naar juli 2027.

  • Toepassing op de grootste bedrijven (EU-groepen >5.000 werknemers & €1,5 mld omzet, of niet-EU-groepen met €1,5 mld EU-omzet) verschuift met een jaar:

    • Substantiële verplichtingen vanaf juli 2028

    • Rapportage vanaf boekjaar 2029

  • Voor grote bedrijven (>3.000 werknemers & €900 mln omzet) blijven de verplichtingen vanaf juli 2028 en rapportage vanaf boekjaar 2029 ongewijzigd.

  • Voor middelgrote bedrijven (>1.000 werknemers & €450 mln omzet) blijven de verplichtingen vanaf juli 2029, maar de rapportage verschuift naar boekjaar 2030.

Wat zijn de belangrijkste mogelijke wijzigingen aan CSDDD onder Omnibus?

Voor CSDDD worden volgende wijzigingen besproken:

  • Beperking van due diligence-verplichtingen: Bedrijven hoeven geen systematisch grondig onderzoek te doen naar mogelijke nadelige gevolgen bij indirecte zakenpartners. Volledige due diligence is enkel vereist bij plausibele aanwijzingen van negatieve gevolgen voorbij de directe zakenpartners.

  • Vereenvoudiging voor grote bedrijven: 

    • De intervallen tussen periodieke beoordelingen en updates worden verlengd van één naar vijf jaar. Bedrijven moeten de effectiviteit van hun due diligence-maatregelen herzien en bijwerken wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat ze niet langer adequaat zijn. 

    • De verplichting om zakelijke relaties als laatste redmiddel te beëindigen, wordt geschrapt.

  • Beperking van trickle-down effect en informatieverplichtingen voor KMO’s: Grote bedrijven mogen enkel informatie opvragen bij KMO’s volgens de VSME-standaard, tenzij extra informatie strikt noodzakelijk is.

  • Aansprakelijkheid blijft nationaal geregeld: Lidstaten behouden hun eigen wetgeving over wettelijke aansprakelijkheid en schadeclaims.

  • Afstemming met de CSRD: Vereisten voor klimaattransitieplannen worden geharmoniseerd met de CSRD om dubbele verplichtingen te vermijden.

  • Maximale harmonisatie binnen de EU: Meer bepalingen worden op EU-niveau afgestemd om een gelijk speelveld te garanderen.

  • Schrapping van de herzieningsclausule voor financiële diensten: De richtlijn wordt niet uitgebreid naar de financiële sector.

Wat is CSDDD?

Na langdurige onderhandelingen heeft de Europese Raad op 24 mei 2024 de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) formeel goedgekeurd. De richtlijn is op 5 juli 2024 gepubliceerd in het Publicatieblad en treedt in werking op 25 juli 2024. Lidstaten van de EU krijgen vervolgens twee jaar de tijd om de CSDDD om te zetten in nationale wetgeving.

Deze Europese richtlijn verplicht (zeer grote) bedrijven om verantwoordelijkheid te nemen voor de impact van hun activiteiten op mens en milieu, zowel binnen als buiten de EU. De richtlijn heeft als doel bedrijven te verplichten om mensenrechten en milieunormen te respecteren in hun gehele waardeketen, van grondstoffenwinning tot eindproduct, inclusief de actviteiten van alle leveranciers en hun zakenpartner.

Welke bedrijven vallen binnen de scope van CSDDD?

De verplichting geldt voor grote bedrijven die in één van onderstaande categorieën vallen:

  • EU-bedrijven met meer dan 1000 werknemers en een netto wereldwijde omzet van ten minste €450 miljoen  
  • Niet-EU-bedrijven met een omzet van ten minste €450 miljoen gegenereerd op de Europese markt
  • Ultieme moederbedrijf van een grote groep die op basis van geconsolideerde cijfers in een van de bovengenoemde categorieën zou vallen.  
  • Bedrijven met een franchise- of licentiemodel waarvan de royalty’s meer bedroegen dan €22,5 miljoen en als het bedrijf, individueel of op geconsolideerde basis als het uiteindelijke moederbedrijf van een groep, een netto wereldwijde omzet van meer dan €80 miljoen heeft genereerd.  
Wat met bedrijven die niet binnen de scope vallen?

Voor kmo's is het belangrijk om te begrijpen dat ze niet buiten de impact van deze evolutie vallen, ook al vallen ze formeel buiten de CS3D-richtlijn. De roep om meer transparantie in toeleveringsketens gaat veel verder, en grote bedrijven zullen deze verwachtingen en verantwoordelijkheden doorgeven aan hun leveranciers. 

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat kleine lokale bedrijven zoals een dorpswinkel of bakker aan dergelijke vereisten moeten voldoen. Due diligence speelt vooral een rol in B2B-relaties waarbij kleine ondernemingen leveren aan grotere bedrijven. Dit geldt vooral in sectoren zoals de maakindustrie, voeding, technologie en kleding. In de dienstensector is het voorlopig minder van toepassing. Hoewel we due diligence vaak verbinden met internationale handel in producten zoals koffie, chocolade of metalen zoals kobalt en goud, is het net zo relevant in sectoren als transport, schoonmaak en de bouw, waar complexe ketens van onderaannemers veel uitdagingen met zich meebrengen.

Wat zijn de verplichtingen voor bedrijven in scope?

Bedrijven die onder CSDDD hebben twee belangrijke verplichtingen: 

  1. Bedrijven zullen een due diligence systeem moeten uitwerken waarbij ze hun eigen negatieve impact - en die van dochterondernemingen en partners in de volledige waardeketen - op mensen(rechten) en het klimaat, moeten identificeren, beoordelen, voorkomen, beperken, beëindigen of verhelpen.
  2. Een klimaatplan opstellen waarbij ervoor moet gezorgd worden dat het bedrijfsmodel en de strategie van het bedrijf compatibel zijn met het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C in lijn met het Akkoord van Parijs en met het doel om klimaatneutraliteit te bereiken. 

Deze due diligence verplichtingen zijn gebaseerd op en komen dus in hele grote lijnen overeen met de OESO-richtlijnen. Daarnaast heeft de OESO ook voor verschillende sectoren zoals (landbouw, kleding, mijnbouw, ... ) specifieke due diligence richtlijnen opgesteld. Bij gebrek aan extra praktische richtlijnen van de Europese Commissie vormen deze basiswerken een uitstekend vertrekpunt voor wie aan de slag wil met due diligence. Meer praktische handvaten rond due diligence zijn hier te vinden. 

Wat houden de due diligence verplichtingen in?

Op basis van de wettekst zijn hieronder de 8 stappen uiteengezet voor het opstellen van een due diligence-beleid. Bij elke stap staat het desbetreffende artikel vermeld. We raden aan om zeker ook eens door de wettekst te gaan. 

1.Integratie van due diligence in beleidsprocessen (Art. 5 & 7)

Bedrijven moeten een op risico gebaseerde zorgvuldigheidsprocedure integreren in hun bedrijfsbeleid. Dit omvat het aannemen en jaarlijks bijwerken van een due diligence-beleid dat de benadering van de onderneming beschrijft, inclusief een gedragscode die de regels en principes van de onderneming vastlegt, en specificeert welke processen worden toegepast voor due diligence.

2. Identificatie en prioritering van nadelige effecten (Art. 8 & 9)

Bedrijven moeten passende maatregelen nemen om nadelige effecten op mensenrechten en het milieu te identificeren en te prioriteren. Als onderdeel van dit identificatieproces moeten bedrijven in gesprek gaan met belanghebbenden die mogelijk gevolgen ondervinden van de activiteiten van het bedrijf. 

De plicht om due diligence uit te voeren strekt zich uit tot de keten van activiteiten van het bedrijf. Dit omvat zowel de upstream- als de downstreamactiviteiten van de onderneming. Dochterondernemingen en zakelijke relaties moeten ook worden opgenomen in het due diligence-proces.

Identificatie moet plaatsvinden vóór een nieuwe activiteit of relatie, vóór belangrijke operationele beslissingen of veranderingen, als reactie op of anticipatie op veranderingen in de operationele omgeving, en periodiek (ten minste jaarlijks) tijdens de levensduur van een activiteit of relatie. 

Bedrijven moeten zakelijke partners met een hoger niveau van risk identificeren en de bedrijfsmodellen en strategieën van hun zakelijke relaties evalueren. Het due diligence-proces is gebaseerd op risk: de mate van due diligence moet in verhouding staan tot de ernst en waarschijnlijkheid van een negatieve impact. Als het niet haalbaar is om alle geïdentificeerde negatieve impacts in één keer en in hun volledige omvang te voorkomen, beperken, elimineren of minimaliseren, moeten bedrijven prioriteit geven aan negatieve impacts op basis van ernst en waarschijnlijkheid.

3. Voorkomen of stoppen van daadwerkelijke en potentiële nadelige effecten (Art. 10 & 11)

Ondernemingen moeten passende maatregelen nemen om de geïdentificeerde potentiële negatieve effecten van haar activiteiten te voorkomen of te beperken. In voorkomend geval worden de volgende maatregelen verlangd:

(a) een preventief actieplan ontwikkelen en uitvoeren, met redelijke en duidelijk omschreven tijdschema's voor maatregelen en kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren;

b) contractuele garanties verkrijgen van directe zakelijke partners (cascadeovereenkomst), zodat compliance met de Gedragscode en, indien nodig, een preventief actieplan wordt gewaarborgd;

c) de nodige financiële of niet-financiële investeringen doen in bijvoorbeeld management- of productieprocessen en infrastructuur;

(d) gerichte en evenredige steun verlenen aan een kleine of middelgrote onderneming (kmo) die een zakenpartner van de onderneming is, indien compliance met de Gedragscode of het Preventief Actieplan de levensvatbaarheid van de kmo in gevaar zou brengen;

e) samenwerken met andere entiteiten om, onder andere, de bedrijven beter in staat te stellen de negatieve gevolgen te voorkomen of te beperken, vooral wanneer geen enkele andere maatregel doeltreffend is.

4. Zorgen voor herstel voor feitelijke negatieve effecten (Art. 12)

Als een bedrijf een feitelijk negatief effect heeft veroorzaakt of mede heeft veroorzaakt, moet het herstelmaatregelen aanbieden. Als het uitsluitend door de zakenpartner van het bedrijf is veroorzaakt, kan het bedrijf vrijwillige herstelmaatregelen aanbieden en/of gebruikmaken van zijn vermogen om de zakenpartner te beïnvloeden om herstel mogelijk te maken.

5. Betekenisvolle samenwerking met belanghebbenden (Art. 13)

Belanghebbenden moeten worden betrokken bij de bovengenoemde due diligence-stappen. Bij het raadplegen van belanghebbenden moeten ondernemingen belemmeringen voor betrokkenheid zoveel mogelijk wegnemen en ervoor zorgen dat deelnemers niet het slachtoffer worden van vergelding of represailles, onder meer door vertrouwelijkheid of anonimiteit te waarborgen. Bedrijven kunnen aan deze verplichtingen voldoen door middel van sectorale of multistakeholderinitiatieven, met uitzondering van het raadplegen van hun eigen werknemers en hun vertegenwoordigers.

6. Een kennisgevingsmechanisme en klachtenprocedure instellen en handhaven (Art. 14) 

Bedrijven zijn verplicht om een effectieve klachtenprocedure op te zetten die toegankelijk is voor (rechts)personen, NGO's en vakbonden. Dit stelt hen in staat om klachten in te dienen wanneer zij legitieme zorgen hebben over (potentiële) mensenrechtenschendingen en negatieve effecten van het bedrijf op het milieu.

7. Toezicht op de doeltreffendheid van het beleid en de maatregelen inzake zorgvuldigheidseisen (Art. 15)

Bedrijven moeten periodiek de effectiviteit beoordelen van hun beleid en maatregelen voor de identificatie, preventie, beperking, stopzetting en vermindering van de omvang van negatieve effecten. Dergelijke beoordelingen moeten ten minste eenmaal per jaar worden uitgevoerd. En ook wanneer er een belangrijke verandering heeft plaatsgevonden in de keten van activiteiten of wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat er nieuwe risico's kunnen ontstaan met betrekking tot negatieve effecten. Ondernemingen moeten hun due diligence-beleid aanpassen aan de resultaten van de beoordeling.

8. Openbaarmaking van informatie over passende zorgvuldigheidseisen (Art. 16)

Bedrijven zullen verplicht zijn om jaarlijks op hun website het gebruikte due diligence-proces en de resultaten ervan te publiceren. EU-bedrijven die onder Richtlijn 2013/34/EU vallen, moeten verslag uitbrengen in het jaarverslag. Communiceren over de bedrijfsactiviteiten en de gebruikte due diligence-benadering is van cruciaal belang om geloofwaardig te blijven voor de buitenwereld (met name richting direct betrokken partijen en belanghebbenden). Bedrijven moeten aantonen dat en hoe ze due diligence uitvoeren en wat de resultaten zijn.

Deze due diligence verplichtingen zijn gebaseerd op en komen dus in hele grote lijnen overeen met de OESO-richtlijnen. Daarnaast heeft de OESO ook voor verschillende sectoren zoals (landbouw, kleding, mijnbouw, ... ) specifieke due diligence richtlijnen opgesteld. Bij gebrek aan extra praktische richtlijnen van de Europese Commissie vormen deze basiswerken een uitstekend vertrekpunt voor wie aan de slag wil met due diligence. Meer praktische handvaten rond due diligence zijn hier te vinden. 

Wat houden de verplichtingen voor het klimaattransitieplan in?

Een tweede belangrijke verplichting binnen de CSDDD is het opstellen van een klimaattransitieplan, zoals beschreven in artikel 22 van de wet. Dit plan kan worden opgedeeld in vier hoofdfasen:

  1. Vaststellen van tijdsgebonden doelstellingen

    Doelstellingen voor 2030 en stappen van vijf jaar tot 2050, gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en absolute emissiereductiedoelstellingen voor scope 1, 2 en 3.

  2. Beschrijving van de ontkolingshefbomen

    Acties die gepland zijn om de tijdsgebonden doelen te bereiken. Dit kan onder andere aanpassingen in het product- en dienstenportfolio, het gebruik van nieuwe technologieën en veranderingen in de waardeketen omvatten.

  3. Kwantificeren van investeringen en financiering

    Uitleg en kwantificering van investeringen en financiering, met verwijzing naar KPI's van de Taxonomie, uitgelijnd met CapEx en waar relevant de investeringsplannen.

  4. Identificeren van management- en toezichthoudende organen

    Beschrijving van de rol van de administratieve, management- en toezichthoudende organen met betrekking tot het Klimaattransitieplan.

Zijn er andere regels voor hoge risicosectoren?

Neen, in het vorige akkoord was er een uitzondering op de omzet/groottevereisten opgenomen, waardoor bedrijven die niet aan bovenstaande drempels voldeden, maar die actief waren in bepaalde hoogrisicosectoren, toch onder CSDDD vielen. De huidige overeenkomst omvat enkel een bepaling waarbij de Commissie 6 jaar na de datum waarop CSDDD van kracht wordt, moet beoordelen of er toch een sector-specifieke benadering voor hoogrisicosectoren moet worden opgenomen. 

Waarin gaat deze wetgeving verder dan de traditionele verantwoordelijkheidsverplichtingen?

Naast de eigen activiteiten en die van de dochterondernemingen zal het bedrijf ook verantwoordelijk zijn voor de activiteiten van directe en indirecte zakenpartners.  

De verplichtingen hebben betrekking op onderstaande delen van de waardeketen:

  • De upstream-waardeketen, dat wil zeggen, de productie van goederen of het leveren van diensten door het bedrijf, inclusief het ontwerp, de extractie, de sourcing, de fabricage, het transport, de opslag en de levering van grondstoffen, producten of onderdelen van de producten en de ontwikkeling van het product of de dienst.
  • Sommige delen van de downstream-waardeketen, dat wil zeggen, de distributie, het transport en de opslag van een product, waarbij de zakenpartners die activiteiten uitvoeren voor het bedrijf of namens het bedrijf, met uitzondering van de distributie, het transport en de opslag van producten die onderworpen zijn aan exportcontrole (bijv. wapens)
Wanneer gaat CSDDD van kracht?

CSDDD gaat van kracht vanaf 2027 voor:

  • EU-bedrijven met meer dan 5000 werknemers en 1500 miljoen omzet  
  • Niet-EU Bedrijven met een Europese omzet van minstens 1500 miljoen euro  

CSDDD gaat van kracht vanaf 2028 voor:

  • EU-bedrijven met meer dan 3000 werknemers en minstens 900 miljoen euro omzet  
  • Niet-EU Bedrijven met een Europese omzet van minstens 900 miljoen euro  

CSDDD gaat van kracht vanaf 2029 voor:

  • EU-bedrijven met meer dan 1000 werknemers en 450 miljoen euro omzet  
  • Niet-EU bedrijven met een Europese omzet van minstens 450 miljoen euro 
Hoe werkt de handhaving en wat zijn de sancties?

De Europese Commisie zal een bevoegde nationale autoriteit (een ministerie van de lidstaat) aanstellen die de handhaving en het opleggen van sancties op zich zal nemen. Aangezien de wetgeving nog maar pas is goedgekeurd en de aanstelling van die bevoegde autoriteit dus nog moet gebeuren is er nog geen zicht op hoe de concrete handhaving in zijn werk zal gaan en wat de sancties zullen zijn. 

De verordening zegt echter wel dat de opgelegde sancties effectief, evenredig en afschrikwekkend moeten zijn en zowel financiële straffen als "naming and shaming"-maatregelen moeten omvatten. Lidstaten zouden bij non-compliance boetes kunnen opleggen van maximaal 5% van de netto wereldwijde omzet. Bovendien biedt de CSDDD-mogelijkheden voor civiele handhaving of “civil liability”, waarbij bedrijven die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen, aansprakelijk zullen zijn voor schade veroorzaakt door het niet nakomen van hun verplichtingen onder de CSDDD.  

Wat is het verschil tussen CSRD en CSDDD?

1. CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive):

  • Onder de CSRD moeten bedrijven processen implementeren om nauwkeurig informatie te verzamelen voor rapportagedoeleinden.
  • De European Sustainability Reporting Standards (ESRS) stellen regels vast die bedrijven helpen effectief te rapporteren over duurzaamheid en belangrijke risico-objectieven (IRO's). Dit verplicht geen specifiek gedrag, maar richt zich op wat bedrijven moeten weten en rapporteren.

2. CS3D (Corporate Sustainability Due Diligence Directive):

  • Het due diligence-proces onder CS3D is ontworpen om nadelige effecten in de hele waardeketen van een bedrijf te identificeren.
  • Zodra een bedrijf inzicht heeft verworven in de IRO’s in zijn waardeketen, zowel met betrekking tot mensen als milieu, kan het een due diligence-framework opstellen om de geïdentificeerde nadelige effecten aan te pakken.

Samenvattend: CSRD richt zich op het verzamelen en rapporteren van duurzaamheidsinformatie, terwijl CS3D bedrijven helpt om nadelige effecten in hun waardeketen te identificeren en aan te pakken.

Wat kan je als bedrijf nu al doen?

Van zodra de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) geformaliseerd is, krijgen Europese lidstaten twee jaar de tijd om deze om te zetten in hun nationale wetgeving. Ookal lijkt dat nog ver weg, raden we bedrijven aan om zich nu al voor te bereiden door onderzoek te doen naar je waardeketen en na te gaan welke interne beleidsprocessen en bestuursregelingen al van kracht zijn rond mensenrechten en milieu. 

Daarnaast is het ook aan te raden om de OESO-richtlijnen rond due diligence door te nemen aangezien ze als basis hebben gediend voor het opstellen van de zorgvuldigheidsverplichtingen van CSDDD. De Nederlandstalige versie van de OESO-richtlijnen vind je hier. De OESO heeft ook sectorspecifieke richtlijnen (landbouw, kleding, mijnbouw, ... ) opgesteld. 

Forced Labour Regulation (FLR)

Wat is FLR? 

De 'Forced Labour Regulation', afgekort FLR, verbiedt bedrijven om producten die zijn vervaardigd met dwangarbeid te importeren of verkopen op de Europese markt of vanuit de Europese markt te exporteren.  Met deze wetgeving beoogt de EU de strijd tegen dwangarbeid te intensiveren en verantwoorde bedrijfspraktijken te bevorderen. 

Wat is de definitie van dwangarbeid?

De Europese Commissie definieert dwangarbeid door te verwijzen naar de definitie die het “International Labour organization” (ILO) hanteert, zijnde: “alle arbeid of dienst die wordt opgelegd aan een persoon onder dreiging van een straf en/of waarvoor de persoon zich niet vrijwillig heeft aangeboden”. Het verwijst naar situaties waarin personen worden gedwongen te werken door middel van geweld of intimidatie, of door meer indirecte middelen zoals gemanipuleerde schulden, het vasthouden van identiteitspapieren of dreigementen van aangifte bij immigratieautoriteiten.  

Welke producten vallen binnen de scope van FLR?

Het verbod is van toepassing op elk product waarbij dwangarbeid wordt gebruikt en dat in gelijk welke fase van de toeleveringsketen van het product. Dit omvat de winning, oogst, productie, fabricage, bewerking of verwerking van elk onderdeel van het product. Producten die aangeboden worden op online platformen worden ook expliciet vermeld in de verordening en moeten dus ook volledig vrij zijn van dwangarbeid.  

Welke bedrijven vallen binnen de scope van FLR?

De verordening is van toepassing op alle ondernemingen die producten importeren of verhandelen op de Europese markt of exporteren vanuit de Europse markt. De verordening maakt geen onderscheid tussen KMO’s en grote ondernemingen. De Europese Commissie is zich echter wel bewust van de bijzondere situatie van KMO's en zullen bij handhaving hiermee rekening houden. Dit betekent dat de bevoegde autoriteiten de omvang en middelen van de bedrijven zullen overwegen tijdens hun evaluaties en onderzoeken. Ook online marktplaatsen vallen onder de scope van deze verordening. 

Wat zijn de verplichtingen voor bedrijven in scope?

Deze verordening legt geen verplichtingen op met betrekking tot "due diligence" of zorgvuldigheid. Dit is bewust gedaan door de Europese Commissie om overlap tussen wetgevingen te voorkomen. FLR moet worden gezien als aanvullend op andere verordeningen, zoals CSDDD en andere relevante wetgeving. Binnen het voorlopige wettelijke kader van CSDDD is het wel verplicht om een zorgvuldigheidsstelsel op te zetten. Als dat stelsel aantoont dat er sprake is van dwangarbeid, is FLR daar uiteraard ook op van toepassing. 

Bedrijven zijn wel verplicht om medewerking te verlenen als de bevoegde autoriteit een vooronderzoek start naar hun producten. Dan zal gevraagd worden informatie aan te leveren en te bewijzen dat hun producten niet vervaardigd zijn met dwangarbeid. Hoe dat wordt bewezen kan, maar moet dus niet met een zorgvuldigheidsstelsel. Als het bedrijf voldoende bewijs aanlevert wordt geen formeel onderzoek gestart. Zo niet, dan wordt een diepgravend onderzoek gestart naar de activiteiten binnen de waardeketen. 

Van zodra FLR formeel is goedgekeurd zal de Europese Commissie bijkomende richtlijnen opstellen - vooral gericht op KMOs - hoe ze kunnen bewijzen dat er geen dwangarbeid vervat is in de waardeketen. 

Hoe kan een onderzoek naar dwangarbeid bij een bedrijf gestart worden?

De bevoegde autoriteiten zullen een op risico gebaseerde aanpak hanteren om te bepalen of er al dan niet een onderzoek gestart wordt. Dit impliceert dat zij hun handhavingsinspanningen zullen richten op gebieden en bedrijven waar zij naar verwachting het meest doeltreffend zullen zijn. Drie factoren spelen daarin een rol: 

  1. De omvang en de ernst van het vermoede gedwongen arbeid
  2. De hoeveelheid of het volume producten die op de Europese markt zijn geplaatst 
  3. Het aandeel van het vermoedelijke deel dat met gedwongen arbeid is vervaardigd in het eindproduct. 

De bevoegde autoriteit baseert zich hiervoor op een database met betrouwbare en regelmatig bijgewerkte gegevens, waaronder rapporten van internationale organisaties zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Als deze op risico gebaseerde analyse aantoont dat er een "redelijk vermoeden van dwangarbeid" bestaat, zal de bevoegde autoriteit de voorbereidende fase van een onderzoek in gang zetten en zal het bedrijf in kwestie gevraagd worden om het tegendeel te bewijzen. 

Wat als je producten of productonderdelen zijn vervaardigd met dwangarbeid?

Als de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat een product is vervaardigd door middel van dwangarbeid gelden volgende verplichtingen: 

  • Onmiddelijk verbod om de betrokken producten nog te importeren, te verhandelen of te exporteren vanuit of op de Europese markt. 
  • Terugtrekking en vernietiging van de betrokken producten die reeds op de Europese markt zijn geïmporteerd of verhandeld. De kosten voor het verwijderen van de producten zijn voor het bedrijf. Indien slechts een deel van het product wordt beschouwd als vervaardigd met dwangarbeid en vervangbaar is, geldt het bevel tot verwijdering van de goederen alleen voor het niet-conforme deel. Als het deel van het product niet vervangbaar is, moet het volledige product weggegooid worden. Goederen die zich al bij de eindconsument bevinden moeten niet teruggetrokken worden. 

Producten die initieel verboden werden kunnen weer toegelaten worden als er kan aangetoond worden dat die niet meer vervaardigd zijn met dwangarbeid. 

Voorbeelden

  • Als een auto-onderdeel met dwangarbeid is geproduceerd, moet alleen dat specifieke onderdeel worden verwijderd, niet de hele auto. De autofabrikant moet ofwel een nieuwe leverancier zoeken voor dat onderdeel of ervoor zorgen dat het niet met dwangarbeid wordt geproduceerd. In dit geval is het mogelijk om alleen het onderdeel weg te doen in plaats van het hele product. 
  • Als de tomaten die worden gebruikt in de productie van een saus zijn geproduceerd door dwangarbeid, moet de hele partij saus worden weggegooid. In dit geval is het niet mogelijk om een deel van het product weg te gooien. 

 

Wanneer gaat FLR van kracht?

Op 19 november 2024 heeft de Europese Raad de FLR officieel goedgekeurd. Zodra de FLR wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, hebben de lidstaten drie jaar de tijd om de nieuwe regels in nationale wetgeving om te zetten. Dit betekent dat ondernemingen zich tegen eind 2027 aan deze regelgeving moeten houden. Het persbericht is hier te vinden.

Wat kan je als bedrijf nu al doen om dwangarbeid op te sporen in de waardeketen?

Het is nog wachten op de richtlijnen van de Europese Commissie, maar als bedrijf zou je je je nu al kunnen voorbereiden door de OESO-richtlijnen te implementeren. Dit is het internationale basiswerk wat betreft het opstellen van due-diligence procedures en dus om dwangarbeid in uw waardeketen op te sporen. De Europese due diligenve verplichtingen zijn hierop gebaseerd. De Nederlandstalige versie van de OESO-richtlijnen vind je hier. De OESO heeft ook sectorspecifieke (voor landbouw, kleding, mijnbouw, ... ) richtlijnen opgemaakt. 

Het is cruciaal om een risico-analyse van je volledige waardeketen uit te voeren om risico’s met betrekking tot geografische locaties, producten en leveranciers te identificeren. Op basis van deze geïdentificeerde risico’s kun je verder werken aan het voorkomen van dwangarbeid in je waardeketen. Daarnaast is het aan te bevelen om de bestaande leverancierscontracten te herzien en clausules toe te voegen die verwijzen naar de nieuwe wetgeving.

Contactpersonen

Mattis Caboor

Projectmanager Internationaal Ondernemen

Maarten Libeer

Expert EU Affairs

imu - vzw - hillewaere
imu - vzw 100jo
imu - vzw - bpost
Advertisement
ING
Orange
SDWorx