Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Nieuws
  • Een hogere afvalwaterheffing vraagt een waterbeleidsvisie, geen louter budgettaire logica

Een hogere afvalwaterheffing vraagt een waterbeleidsvisie, geen louter budgettaire logica

  • 07/10/2026

De Vlaamse regering kondigt binnen de begrotingsoperatie van de Septemberverklaring een sterke verhoging aan van de afvalwaterheffing voor bedrijven die lozen op oppervlaktewater. Voka onderschrijft de noodzaak om de overheidsfinanciën structureel op orde te brengen. Maar een begroting in evenwicht vraagt ook een economie die kan blijven groeien. Een bijkomende, jaarlijks terugkerende belasting op industriële ondernemingen die al zwaar investeren in waterzuivering, ondergraaft die ambitie. 

Vandaag wordt de heffing op waterverontreiniging in essentie berekend door het aantal vervuilingseenheden te vermenigvuldigen met het toepasselijke eenheidstarief. De vervuilingseenheden drukken de berekende vuilvracht uit. Voor bedrijven kan die worden bepaald op basis van metingen van het afvalwater of via een forfaitaire berekening met sectorgebonden omzettingscoëfficiënten. Niet alleen de hoeveelheid afvalwater, maar ook de samenstelling ervan bepaalt dus de heffing.

Tariefstijging houdt onvoldoende rekening met eigen zuiveringskosten

Voor heffingsjaar 2026 bedraagt het eenheidstarief voor oppervlaktewaterlozers 45,70 euro per vervuilingseenheid, tegenover 91,91 euro voor rioollozers. Aanvankelijk was een volledige gelijkschakeling van beide tarieven voorzien. Bij een ongewijzigd aantal vervuilingseenheden zou de berekende brutoheffing daardoor meer dan verdubbelen, met een geraamde bijkomende opbrengst van 24 miljoen euro voor de Vlaamse overheid. Die volledige gelijkschakeling wordt uiteindelijk niet doorgevoerd. Wel blijft een forse tariefverhoging voorzien, die naar verwachting 18,22 miljoen euro extra moet opbrengen.

Een gelijkschakeling van tarieven houdt volgens Voka onvoldoende rekening met het verschil tussen beide lozingssituaties. Bedrijven die rechtstreeks op oppervlaktewater lozen, moeten hun afvalwater zelf voldoende zuiveren om aan hun lozingsvoorwaarden te voldoen. Zij dragen daarvoor de investeringskosten en de terugkerende kosten voor energie, onderhoud, chemicaliën, monitoring en slibverwerking. Rioollozers betalen eveneens voor afvalwaterbeheer, maar maken doorgaans gebruik van publieke infrastructuur voor de verdere afvoer en zuivering. 

Hogere heffing schaadt concurrentiekracht zonder gegarandeerde milieuwinst

De verhoging treft vooral grote industriële productievestigingen. Voor internationaal concurrerende bedrijven is dit een bijkomende kost die vaak moeilijk kan worden doorgerekend aan klanten. Zij komt bovenop de bestaande druk van energieprijzen, milieunormen en noodzakelijke investeringen in verduurzaming. Daarmee verslechtert de concurrentiepositie van Vlaamse vestigingen tegenover buitenlandse productielocaties en neemt hun ruimte voor nieuwe investeringen verder af.

Ook vanuit het waterbeleid ontbreekt een overtuigende onderbouwing. De bestaande heffing bevat al een prikkel om de vuilvracht te verminderen: wie minder vervuiling loost, betaalt minder. Een hoger tarief versterkt die financiële prikkel, maar garandeert geen bijkomende milieuwinst. Daarvoor moet verdere reductie technisch mogelijk en economisch haalbaar zijn. Wanneer ondernemingen al vergaand zuiveren en bijkomende reducties slechts tegen zeer hoge kosten kunnen realiseren, dreigt de verhoging vooral extra begrotingsinkomsten op te leveren. Zij onttrekt dan zelfs middelen aan precies de investeringen die nodig zijn voor betere zuivering, waterhergebruik en een robuustere watervoorziening.

Duidelijke waterbeleidsdoelstellingen

Voka vraagt daarom een hervorming die vertrekt van duidelijke waterbeleidsdoelstellingen. Welke bijkomende milieuwinst wil de regering bereiken? Een hogere heffing zonder antwoorden op die vragen is onvoldoende onderbouwd beleid.

Als bijkomende financiering noodzakelijk is, verdient een bredere, verbruiksgerichte bijdrage via de drinkwaterfactuur onderzoek boven een selectieve lastenverhoging voor industriële oppervlaktewaterlozers. Zo dragen alle watergebruikers bij en ontstaat een rechtstreeks signaal om zorgvuldig met drinkwater om te gaan. Waterprijzen moeten de waarde van een betrouwbare watervoorziening en de kosten van beschikbaarheid beter weerspiegelen. Een dergelijke aanpak vereist uiteraard wel een afzonderlijke beoordeling.

Waterkwaliteit en een betrouwbare watervoorziening verdienen een doordacht beleid. Een louter budgettaire belastingverhoging die de competitiviteit aantast en investeringsmiddelen wegneemt, biedt daarvoor onvoldoende perspectief.  

Contactpersoon

Jasmine De Rop

Expert Milieu

imu - ov - Adverteren bij Voka
imu - vzw - automotive
imu - vzw 100jo
imu - vzw - bpost
imu - vzw - redcorp
imu - vzw - breda