Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • De toekomst van onze mobiliteit ligt in het netwerk
Toekomst mobiliteit
  • 29/05/2018

De toekomst van onze mobiliteit ligt in het netwerk

“Zorg voor een omslag in het mobiliteitssysteem om er op lange termijn voor te zorgen dat Nederland bereikbaar blijft. Heb binnen de investeringsstrategie aandacht voor andere oplossingen zoals digitale mobiliteitsdiensten. En werk multimodaal en bestuurslaag-overschrijdend samen! De toekomst van onze mobiliteit ligt in het netwerk dat bestaat uit gekende en nieuwe mobiliteitsspelers.” Dat is de wake-upcall in het meest recente rapport van de Nederlandse Raad voor de leefomgeving en infrastructuur.

  • Mobiliteitsbeleid mToekomst mobiliteitoet zich richten op  het netwerken van gekende en nieuwe mobiliteitsspelers.
  • Ze moeten daarvoor over de muurtjes kijken: multimodaal en bestuurslaag-overschrijdend.
  • Er is een gezamenlijke inzet van middelen en er zijn overkoepelende investeringen nodig.

Technologische ontwikkelingen zorgen er op dit moment voor dat nieuwe spelers hun intrede doen in het mobiliteitsdomein. Bedrijven met hun wortels in de ICT-wereld, zoals Google en Tesla, hebben een disruptieve werking in de automotive, digitale platformen zoals Uber veranderen het speelveld in de taxisector. De Nederlandse overheden kijken al langer naar de veranderingen in het speelveld en participeren mee, bijvoorbeeld binnen de Verkeersonderneming werken private en publieke partijen samen om tot vernieuwende mobiliteitsconcepten te komen. Het ‘slim-naar-Antwerpen’-initiatief is daarop geïnspireerd.

De Raad stelt echter vast dat beleidsmakers in de praktijk nog al te vaak unimodaal denken en dat er nood is aan wet- en regelgeving die bevorderen dat nieuwe spelers een plek kunnen verwerven in de mobiliteitswereld. Doordat verantwoordelijkheden verdeeld zijn over verschillende spelers in functie van de vervoersmodus, gecombineerd met de verdeling van financiële middelen en de realiteit van het publieke besluitvormingsproces, wordt er enkel gefocust op het eigen speelveld. Voorbeelden zijn legio: regionale bestuurders voelen lokale en regionale politieke druk voor projecten in de eigen regio, afstemming tussen werken op het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet vraagt veel inspanningen en afstemming van de dienstregelingen tussen verschillende openbaar vervoersmaatschappijen loopt niet van een leien dakje.

“Bij ons speelt de problematiek nog meer door de versnipperde bevoegdheidsverdeling inzake mobiliteit.”

De inzet van publieke middelen wordt per modus en per bestuurslaag verantwoord. Elkeen laat de verantwoordelijkheid voor het eigen onderdeel primeren boven het functioneren van het mobiliteitsnetwerk als geheel. Bij ons speelt deze problematiek zowaar nog meer door de versnipperde bevoegdheidsverdeling inzake mobiliteit op federaal, regionaal en lokaal niveau. De bijhorende budgetten zijn even versnipperd. Het helpt zeker niet dat de verschillende vormen van mobiliteit (auto, openbaar vervoer, enz.) én de verschillende vormen van ruimte (omgeving, infrastructuur, vervoer, wonen, werken, enz.) allemaal uit verschillende potjes moeten eten.

Door de sterke focus op de verschillende modi worden de huidige spelers in de mobiliteitswereld onvoldoende uitgedaagd om samen een robuust, duurzaam en toekomstgericht mobiliteitssysteem te ontwerpen. De Nederlandse Raad pleit daarom voor een nieuw afwegingskader voor mobiliteitsinvesteringen waarbij zoveel mogelijk types mobiliteitsoplossingen betrokken worden en ruimte wordt geboden aan innovatie (wat kan beter en anders?). De besteding van de middelen uit het infrastructuurfonds moet dus een bredere invulling krijgen: naast infrastructuurinvesteringen moeten ook investeringen in een beter gebruik van bestaande infrastructuur (bijvoorbeeld door dynamische snelheidsbeperkingen) en in nieuwe mobiliteitsconcepten (bijvoorbeeld optimalisatie last mile) kunnen.

Daarnaast is er ook een uitdrukkelijk pleidooi om structureel voldoende middelen te reserveren voor duurzaam onderhoud en beheer van de bestaande infrastructuur. Een kwalitatief mobiliteitsnetwerk vraagt immers om voortdurend onderhoud, dat rekening houdt met toekomstig gebruik door veranderende voertuigen en mobiliteitsdiensten.

Ten derde is een verandering in het aanbod van vervoersmogelijkheden onvermijdelijk gelet op de veranderende behoeften. Succesvolle implementatie van nieuwe mobiliteitsconcepten (deeleconomie, Mobility as a Service, etc.) vragen stimulerende regelgeving en schaalgrootte en voorinvesteringen. De ambitie om mobiliteit te verduurzamen vraagt dan weer om duidelijkheid over de randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden.

Het gaat niet meer om de keuze tussen auto, openbaar vervoer of fiets maar om de vraag waar en wanneer welk vervoersmiddel het beste past om mensen daar te laten komen waar ze willen zijn. Het politieke discours vertaalt zich nog bijna altijd in de tegenstelling tussen de auto (‘rechts’) en het openbaar vervoer/de fiets (‘links’). Dit dominante denken over bekende mobiliteitsoplossingen moet volgens de Raad doorbroken worden. De realiteit ligt in het naar elkaar toegroeien van de verschillende modi waarbij het beleid moet inzetten op het verwezenlijken van fijnmazig en hoogfrequent vervoer. Concreet denkt men dan aan een betere integratie van het hoofdspoorwegennet met stedelijke spoorsystemen(zoals metro, tram, lightrail) in combinatie met feeders voor first en last mile in de vorm van bussen, deeltaxi’s of fietsconcepten om een verdere vernetwerking te realiseren. Anders betalen voor het gebruik van de infrastructuur met verhandelbare spitsrechten voor de weg of tariefdifferentiatie over de dag voor het spoor worden eveneens geopperd. En tot slot moet men ruimte geven aan nieuwe vormen van mobiliteit zoals smart mobility en deelsystemen.

En ja, met investeringscijfers waar wij alleen maar jaloers op kunnen zijn, houdt Nederland terecht de vinger aan de pols: met investeringen in enkel nieuwe infrastructuur zullen we er niet geraken om de mobiliteitsknoop te ontwarren. We moeten ook investeren in een ander en beter gebruik van onze infrastructuur en kansen geven aan de ontwikkelingen in het domein. Uiteraard geldt dit verhaal eveneens voor Vlaanderen. Helaas slepen wij nog een boel SOY (shit of yesterday) mee door jarenlang ondermaats te investeren, dus zal (ook) de volgende regering serieus uit haar pijp moeten komen met voldoende budgetten voor mobiliteit en openbare werken. Om onze regio bereikbaar te houden, is het nodig om ruimtelijk beleid en mobiliteit op de vervoersnetwerken en de hoofdnetwerken optimaal met elkaar te verbinden. Dat vraagt samenwerking tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus, over de verschillende modi heen, met een gezamenlijke inzet van middelen en overkoepelende investeringen.

Goedele Sannen - Adviseur Logistiek en Mobiliteit - goedele.sannen@voka.be - 0499 80 16 25

Contactpersoon

Goedele Sannen

Senior adviseur Logistiek en Mobiliteit

IMU_Altez_1/04
VZW - IMU - Multiburo
VZW_IMU_Orange
ING
SD  Worx