De vergunningsverlening in Vlaanderen zit in het slop, die diagnose kennen we al langer. Op Vlaams niveau worden belangrijke stappen gezet om daar verandering in te brengen, maar daarmee alleen geraken we er niet. Een belangrijk deel van de vergunningenknoop vindt zijn oorsprong in Europese regelgeving, Voka wees daar al in 2024 op. Twee jaar later klinkt die analyse ook buiten Vlaanderen steeds luider. Vanuit ondernemingen, havens, lidstaten en het Europees Parlement neemt de druk op de Europese Commissie toe. Het is tijd dat ook Europa de vergunningenknoop bij de wortel aanpakt.
De roep klinkt steeds luider
De vergunningverlening is al lang geen louter Vlaams probleem meer. Overal in Europa dreigen investeringen in industrie, energie, infrastructuur en woningbouw vast te lopen op een steeds complexer samenspel van Europese milieuregelgeving, strikte normen en jarenlange rechtspraak. Voka waarschuwde daar in 2024 al voor.
Natuurlijk moet Vlaanderen ook zelf zijn huiswerk maken. Dat gebeurt vandaag ook. Na de werkzaamheden van de Gemengde Expertencommissie Vergunningen heeft de Vlaamse regering een actieprogramma voor robuustere en rechtszekere vergunningen opgestart. Maar ook de Gemengde Expertenommissie maakte duidelijk dat Vlaanderen tegen grenzen botst die het zelf niet kan verleggen. Europese regels bepalen immers in belangrijke mate het kader waarbinnen vergunningen kunnen worden afgeleverd.
Die boodschap wordt ondertussen steeds breder gedeeld
- De havenkoepels van Antwerpen, Rotterdam en Hamburg trokken deze zomer collectief aan de alarmbel. Zij vragen Europa om meer ruimte te creëren binnen onder meer de Kaderrichtlijn Water en de Habitat- en Vogelrichtlijnen. Hun redenering is eenvoudig: een investering die op korte termijn een beperkte lokale impact heeft, maar op langere termijn de globale milieu-impact sterk vermindert, mag niet automatisch onmogelijk worden gemaakt. Dat is vandaag nog te vaak het geval.
- Ook de case Project One wordt eindelijk opgepikt in Europese media. Project One van INEOS in Antwerpen groeide ondertussen uit tot een Europese testcase voor de manier waarop investeringen, milieuwetgeving en rechtszekerheid met elkaar botsen. Het gaat daarbij allang niet meer alleen over de snelheid waarmee een administratie een dossier behandelt. De fundamentele vraag is of een vergunning voor een miljardeninvestering binnen het bestaande regelgevende kader nog voldoende voorspelbaar en juridisch robuust kan worden verleend.
Op politiek niveau begint het draagvlak eveneens te groeien. Minister Brouns nam eerder al het initiatief om de rigiditeit van de Europese regelgeving fundamenteel ter discussie te stellen. Via een Vlaamse non-paper stelde hij voor om verschillende Europese richtlijnen en verordeningen, waaronder de Habitat- en Vogelrichtlijnen en de Kaderrichtlijn Water, onder de loep te nemen en te bekijken hoe ze werkbaarder kunnen worden voor de vergunningverlening. De non-paper raakte binnen de Vlaamse regering evenwel niet finaal afgeklopt, waarop Voka opriep om het initiatief opnieuw te agenderen en alsnog tot een krachtig Vlaams standpunt te komen.
Ook Europarlementslid Wouter Beke verzamelde 45 Europarlementsleden uit EVP, Renew en ECR achter een oproep voor een horizontale Europese Permitting Omnibus. Die vraag werd ook al expliciet gesteld tijdens de competitiviteitstop van de staats- en regeringsleiders in Alden Biesen.
Ten slotte vroeg Nederland recent aan de Europese Commissie expliciet om meer flexibiliteit bij de toepassing van de Europese natuurregels. De Nederlandse stikstofcrisis blokkeert er al jaren woningbouw, landbouw en industriële investeringen, onder meer rond Eindhoven en de haven van Rotterdam. Volgens de Nederlandse regering kost die impasse de economie miljarden euro's per jaar.
Reden genoeg voor de Europese Commissie om in actie te schieten
Europa kijkt nog te veel naar de procedure
Reden genoeg voor de Europese Commissie om in actie te schieten, zou je denken. Toch blijven we hier op onze honger zitten. Voorlopig zien we nog te veel terughoudendheid en een verkeerde invalshoek.
Zo werden verschillende milieuwetgevingen tegen het licht gehouden via een zogenaamde stresstest. Maar de invalshoek zit daar voor ons meteen al verkeerd: er wordt alleen vertrokken vanuit het oogpunt van administratieve vereenvoudiging: minder documenten, digitale procedures, één loket en kortere termijnen zijn welkom. Een snellere procedure helpt weinig wanneer de vergunning op het einde van die procedure juridisch niet kan worden afgeleverd of alsnog wordt vernietigd.
De stresstest moet daarom verder gaan. Ook de proportionaliteit en werkbaarheid van de onderliggende normen moeten bespreekbaar zijn. Denk aan zeer strikte niet-achteruitgangsprincipes, de manier waarop cumulatieve effecten worden beoordeeld en de onmogelijkheid om economische, maatschappelijke en strategische belangen volwaardig mee te wegen.
Milieubescherming en economische ontwikkeling hoeven daarbij geen tegengestelden te zijn. Integendeel. Nieuwe industriële installaties, infrastructuurprojecten en investeringen in de energietransitie zijn vaak precies nodig om onze milieu-impact structureel te verminderen. Regelgeving moet daarom ruimte bieden om ook de globale en langetermijnimpact van een project mee te nemen, in plaats van enkel naar een tijdelijke of lokale achteruitgang te kijken.
Tijd om de gordiaanse vergunningenknoop door te hakken
Het holistisch bekijken van de globale impact is jammer genoeg nog niet mogelijk binnen het huidige wetgevingscarcan. Europa heeft daarom nood aan een horizontale Permitting Omnibus, die over beleidsdomeinen heen onderzoekt waar Europese regelgeving investeringen structureel blokkeert. We stellen met nadruk niet de Europese milieuambities in vraag, wel eisen we een werkbaar evenwicht tussen natuur- en milieubescherming, rechtszekerheid en de enorme investeringsopgave waarvoor Europa staat.
De Europese Commissie moet dringend de daad bij het woord voeren en de vergunningenknoop serieus nemen. Als zowel het Europees Parlement en de Raad deze oproep steunen, getuigt het van een gebrek aan respect aan de Europese co-legislatoren. Europa heeft de komende jaren ongeziene investeringen nodig in industrie, energie, infrastructuur en klimaattransitie. Wie die investeringen wil, moet er ook voor zorgen dat ze vergund kunnen worden.
Om de Commissie te inspireren, organiseert Voka samen met de informal coalition on permitting een seminarie over permitting en de rol van het EU-beleid hierin.



