Volgende week maandag 12 oktober bespreken de Europese ministers van Omgeving de herziening van het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) na 2030 voor het eerst op politiek niveau. Ook België en Vlaanderen werken momenteel aan hun positie. Voor Voka is de inzet duidelijk: behoud de Europese klimaatambitie, maar zorg ervoor dat het nieuwe ETS-kader industriële investeringen en transformatie in Europa mogelijk maakt in plaats van ze buiten Europa te duwen.
Voor Vlaanderen staat daarbij veel op het spel. Onze (energie-intensieve) industrie moet de komende jaren enorme investeringen doen in elektrificatie, Carbon Capture, Utilization, and Storage (CCUS) en nieuwe productieprocessen. De modernisering van onze industriële assets is noodzakelijk maar vindt tegelijk plaats in een internationale context waarin Europese bedrijven al kampen met hogere energieprijzen en een steeds ongelijker internationaal speelveld.
Net daarom moet de discussie over het ETS na 2030 over méér gaan dan alleen de snelheid waarmee het aantal emissierechten wordt afgebouwd. De centrale vraag moet zijn: hoe zorgen we ervoor dat de industrie haar emissies verder verlaagt en tegelijk voldoende competitief blijft om die investeringen hier te doen?
De vraag moet zijn: hoe zorgen we ervoor dat de industrie haar emissies verder verlaagt, en voldoende competitief kan blijven?
Daarom heeft Voka samen met sectorfederaties en werkgeversorganisaties over heel België een gezamenlijke industriële positie uitgewerkt. Daarbij schuiven we vijf prioriteiten naar voren.
Koppel het ETS-traject aan de aanwezigheid van de nodige randvoorwaarden
Bedrijven kunnen pas investeren wanneer competitieve koolstofarme energie, netcapaciteit en infrastructuur effectief beschikbaar zijn. Daarom moet Europa niet alleen de emissiereducties opvolgen, maar ook jaarlijks monitoren of die randvoorwaarden aanwezig zijn. Wanneer dat structureel niet het geval is, moet een automatische herzieningsclausule in lijn met de Europese klimaatwet toelaten om het ETS-traject tijdelijk aan te passen. Zo vermijden we dat bedrijven worden afgerekend op omstandigheden waarop ze zelf nauwelijks invloed hebben.
Bescherm bedrijven effectief tegen koolstoflekkage
Zolang producenten buiten Europa niet met een vergelijkbare koolstofkost worden geconfronteerd, blijft het ETS een extra kost voor onze industrie en is bescherming tegen koolstoflekkage voor hen noodzakelijk.
Het Commissievoorstel koppelt de gratis emissierechten echter aan bijkomende voorwaarden en zet daarmee die logica op zijn kop. Een bescherming wordt op die manier een investeringsverplichting. Dat dreigt de bescherming uit te hollen zonder dat daarmee automatisch meer investeringen worden gerealiseerd.
Zorg voor realistische benchmarks en voldoende emissierechten
Benchmarks zijn een logisch instrument: wie efficiënter produceert, wordt beloond. Maar die benchmarks moeten wel gebaseerd zijn op technologieën die representatief en industrieel toepasbaar zijn.
Pilootinstallaties of technologieën die afhankelijk zijn van lokaal niet-beschikbare infrastructuur mogen niet de norm worden voor een volledige sector. Bovendien moeten voldoende gratis emissierechten beschikbaar blijven om de bescherming die uit die benchmarks volgt ook in de praktijk te realiseren. Benchmarks die niet gebaseerd zijn op industriële realiteit, dreigen ons competitiviteitsprobleem enkel te verhogen.
Stem het reductiepad af op de industriële innovatiecurve
De Commissie stelt een sterke daling van emissierechten voor in de eerste helft van de jaren 2030. Ook hier staat de theorie te ver van de praktijk: nieuwe industriële technologieën kennen typisch een tragere beginfase: engineering, vergunningen, infrastructuur en eerste industriële projecten vragen tijd. Pas daarna kan de uitrol versnellen. Het reductiepad moet die werkelijkheid beter volgen: iets meer ruimte in 2030-2035, gevolgd door een snellere daling wanneer technologieën daadwerkelijk op grote schaal beschikbaar zijn.
Maak indirecte-kostencompensatie Europees
Elektrificering zal een grote rol spelen in de decarbonisatie van ons continent. Europese elektriciteitsprijzen bevatten echter via het ETS ook indirecte koolstofkosten. Voor internationaal concurrerende bedrijven kunnen die kosten zwaar doorwegen. Vandaag verschilt de compensatie sterk tussen lidstaten, wat ook binnen Europa het level playing field verstoort. Daarom pleit Voka ervoor om indirecte-kostencompensatie na 2030 Europees te verankeren en daarvoor middelen uit de ETS-inkomsten te voorzien. Dit lost een steeds terugkerende discussie op het niveau van de gewesten op en verkleint ook het ongelijk speelveld op Europees niveau.
Als op deze vijf zaken kan worden gewerkt, wordt een stap in de goede richting gezet. Het feit dat dit standpunt zo breed gedeeld wordt, is ook een oproep naar onze regeringen: leg eenzelfde eens gelijkheid aan de dag en start met een sterk onderhandelmandaat op Europees niveau.
Voka neemt samen met sectorfederaties en werkgeversorganisaties een gezamenlijke industriële positie in. De uitgeschreven positie is te downloaden via deze link.





