Skip to main content

•    Europese verplichte natuurdoelen?

Om wilde planten en dieren te beschermen verplicht Europa elke lidstaat om op zijn grondgebied zones aan te duiden waarop Europese natuurdoelen moeten worden gehaald. In Vlaanderen zijn er zo 62 speciale beschermingszones (SBZ) afgebakend die ongeveer 12% van het Vlaamse grondgebied in beslag nemen. Belangrijk is dat de Habitatrichtlijn de lidstaten een resultaatsverbintenis oplegt tot het nemen van de passende maatregelen met twee doelen: (1) ervoor te zorgen dat de toestand van deze beschermde planten en dieren niet verslechtert, en (2) zorgen dat op termijn hun toestand evolueert naar een gunstige staat van instandhouding. 
En het probleem is dat onze natuur het niet altijd even goed doet. Tachtig procent van onze Natura 2000-gebieden kreunt immers onder te veel stikstof. Stikstof is namelijk tot op een zeker hoogte goed voor onze natuur maar te veel stikstof leidt tot verzuring of vermesting waardoor heidevelden gaan vergrassen, bossen verschralen, enz.

•    Wat is stikstof?

Met de stikstofproblematiek wordt vooral milieuvervuiling bedoeld van twee componenten, met name ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx). NOx ontstaat bij alle vormen van verbranding zodat logischerwijs verkeer en in mindere mate industrie hiertoe een belangrijke bijdrage leveren. Voor de uitstoot van ammoniak is de landbouwsector (veehouderijen) bijna volledig verantwoordelijk. 

Maar… de uitstoot van ammoniak en NOx hebben niet dezelfde impact op de natuur. NOx afkomstig van industriële bronnen wordt doorgaans verspreid via hogere schouwen en tegen hoge temperaturen waardoor de uiteindelijke neerslag veel diffuser gebeurt. Bij ammoniak is dat anders omdat het onder meer een andere concentratiedichtheid heeft waardoor het sneller neerdaalt dan NOx en de impact van ammoniak op de bodem ook sterker is. Voor de ammoniakuitstoot in Vlaanderen is landbouw met 95% nagenoeg volledig verantwoordelijk. Van de stikstofneerslag van Vlaamse bronnen is 78% afkomstig van de landbouw, 15% van verkeer en maar 4% van de industrie. Deze cijfers tonen alvast aan dat een verschil in aanpak tussen sectoren te verantwoorden is.

•    Stikstofarrest van 25 februari 2021

In 2021 haalden enkele milieuorganisaties hun slag thuis toen zij een vergunning aanvochten van een pluimveestel in Kortessem. De Raad volgde hen in hun stelling dat het louter verwijzen naar de drempelwaarden van de toenmalige significantiekaders (toen impactscore van 5% op wat natuur maximaal aankan) niet volstond om een project uit te sluiten van een individuele beoordeling van de betekenisvolle effecten op de nabijgelegen natuur. 

•    Ministeriële instructie van 2 mei 2021

Sinds dat arrest van 25 februari 2021 heerste er veel onduidelijkheid en stevenden we af naar een de facto vergunningsstop. Via een Ministeriële instructie van 2 mei 2021 gaf minister Demir aan verschillende adviesinstanties  richtlijnen mee hoe moet worden omgesprongen met vergunningsdossier met een stikstofuitstoot. Deze richtlijnen legde de drempel voor landbouw op 0 (wat betekende dat zij altijd een passende beoordeling moeten uitvoeren) en bij industrie op 1%. 

•    Akkoord Vlaamse regering van 23 februari 2022

De Vlaamse regering is op 23 februari 2022 een conceptnota overeengekomen. Deze nota geeft weer hoe de Vlaamse regering de invulling van de definitieve PAS (D-PAS) ziet. Zo’n D-PAS bestaat enerzijds uit maatregelen aan de bron (generieke en gebiedsspecifieke) en anderzijds uit maatregelen in de natuur (inrichting, beheer en herstel). Deze conceptnota zal nog samen met de plan-MER in openbaar onderzoek gaan, waarna alles nog in een regelgevend kader gegoten moet worden. 

De conceptnota trekt in de lijn van de Ministeriële instructie door. Dat betekent dat omwille van de beperkte bijdrage van industrie en de neerwaartse evolutie van de NOx-uitstoot een onderscheid wordt gemaakt tussen de aanpak van NOx en ammoniak.

De conceptnota van 23 februari 2022 voorziet nieuwe significantiekaders waaraan vergunningsaanvragen worden getoetst. Bestaande industriële bedrijven worden normaliter ongemoeid gelaten. Voor hen geldt het huidige vergunningbeleid (BBT) en de maatregelen zoals voorzien in het luchtbeleidsplan. Wel mogen zij tot en met 2030 door middel van uitbreidingen met bijkomende stikstofemissies hun impactscore maximaal verhogen met 1%. De voortoetsdrempel voor NOx blijft op 1% van de kritische depositiewaarde (KDW) van het meest gevoelige habitattype in de omgeving (of anders gezegd 1% van wat de natuur aankan). Onder die drempel is een project vergunbaar zonder passende beoordeling. Boven deze drempel is een passende beoordeling verplicht. 

Nieuw ten opzichte van de ministeriële instructie is wel dat boven de 1% de kosteneffectiviteitsdrempel verhoogd wordt voor nieuwe installaties en voor uitbreidingen. Tussen 1% en 5% wordt deze op 15 euro/kg bepaald, en boven de 5% op 20 euro/kg.

Belangrijke is ook om aan te stippen dat industriële procesemissies van ammoniak gezamenlijk met de NOx-emissies worden beoordeeld aan de hand van het NOx-kader. Voor de ammoniakuitstoot bij stationaire NOx bronnen die het gevolg is van de toepassing van deNOX-technieken (bv. SCR) gelden afzonderlijke beoordelingscriteria.
 
 

Contactpersoon

Steven Betz

Senior adviseur milieu & ruimtelijke ordening