Zomerakkoord federale regering: belangrijkste elementen voor de bedrijven

04/08/2017 , Tom Demeyer - Woordvoerder Voka - tom.demeyer@voka.be

Op 26 juli 2017 stelde de federale regering haar Zomerakkoord voor. Dit akkoord combineert de opmaak van de begroting 2018 met een heleboel sociaal-economische hervormingen, waarbij de nadruk ligt op lastenverlagingen en meer flexibiliteit. Onvermijdelijk zijn ook wel een aantal lastenverhogingen voorzien om de begrotingsinspanning sluitend te maken.

Alles samen genomen beoordeelt Voka dit zomerakkoord als positief voor de Vlaamse ondernemingen:

  • Na meer dan een jaar politiek gebakkelei wordt de broodnodige hervorming van de vennootschapsbelasting dan toch doorgevoerd, voor àlle ondernemingen en dit zónder meerwaardebelasting bij aandelenverkoop door particulieren;
  • Inzake de arbeidsmarkt worden heel wat maatregelen doorgevoerd die lagere lasten en meer flexibiliteit voor ondernemingen realiseren; hier en daar wordt echter wel het omgekeerde gedaan voor specifieke doeleinden.

De druk van Voka op de federale regering de voorbije maanden om niet in gekibbel en lopende zaken te verzanden, heeft dus gerendeerd. We zijn al lang aan het lobbyen voor meer fiscale en sociale hervormingen en die zullen er nu vanaf 2018 ook komen, samen met de 2e schijf van de verlaging van de werkgeversbijdragen uit de eerder afgesproken tax shift. Voka is ervan overtuigd dat deze nieuwe golf maatregelen onze ondernemingen onder onze impuls nog meer zuurstof zal geven en zal leiden tot nog meer “jobs, jobs, jobs”.

Het Zomerakkoord is wel enkel een politiek akkoord: het bevat louter principiële, politieke beslissingen, die nog gedetailleerd technisch moeten worden uitgewerkt voor het einde van dit jaar.  Daarom zijn er nog veel onbeantwoorde vragen om de precieze implicaties voor ondernemingen in te schatten. Voka zal de uitwerking van de maatregelen uit het Zomerakkoord nauwgezet opvolgen, zodat de positieve punten ervan voor de ondernemingen ook maximaal worden waargemaakt en de negatieve, waar mogelijk, worden herroepen of afgezwakt. We zullen jullie ook regelmatig hierover informeren op onze website en in onze wekelijkse nieuwsbrieven.

Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de belangrijkste principiële beslissingen uit het Zomerakkoord voor de ondernemingen. Per thema kan u ook een gedetailleerdere toelichting vinden die regelmatig geactualiseerd wordt. 

 

Vennootschapsbelasting
 

De regering besliste in het Zomerakkoord tot een belangrijke hervorming van de vennootschapsbelasting. De grote lijnen van de verschillende maatregelen zijn bekend. Ze moeten in de loop van de volgende maanden echter nog concreet vertaald worden in regelgeving. Onderstaand overzicht is dus voorlopig en aan verandering onderhevig. De meest recente update van de hervorming van de vennootschapsbelasting, kan u hier downloaden.

Daling vennootschapsbelasting

Verlaging tarieven vennootschapsbelasting

 

2017

2018

2020

Huidig algemeen tarief

33%

 

 

Nieuw algemeen tarief

 

29 %

25 %

Huidig verlaagd, opklimmend tarief voor KMO’s in functie van hun fiscaal resultaat

24,25 à 34,5%

 

 

Nieuw verlaagd tarief

 

20 %

20 %

Huidige crisisbijdrage

3%

 

 

Nieuwe crisisbijdrage

 

2%

0 %

Bijkomende fiscale lastenverlagingen in 2018:

  • De bestaande investeringsaftrek voor KMO-vennootschappen van 8 % wordt in 2018 tot 20 % verhoogd;
  • Gefaseerde uitbreiding van de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijke onderzoekers naar bachelors;
  • Afschaffing belasting 0,4% op meerwaarden van aandelen gerealiseerd door grote ondernemingen;

 

Compenserende lastenverhogingen

  • •Notionele interestaftrek wordt nog slechts toegepast op incrementele stijging van het eigen vermogen. Om fluctuaties op te vangen zal bijkomend eigen vermogen worden berekend in vergelijking met het gemiddelde van de voorbije 5 jaar. Die toename vormt dan de basis voor de aftrek;
  • Beperking van de aanwending van “overgedragen aftrekposten” - vorige verliezen, overgedragen DBI-aftrek, overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten en overgedragen notionele interestaftrek . Ook de aanwending van de incrementele notionele interestaftrek van het jaar zou worden ingeperkt.
  • Afschaffing investeringsreserve; uitdovingsscenario voor bestaande reserves
  • Pro-ratering van aanrekening kapitaalsvermindering op het gestorte kapitaal en de belaste reserves. De mogelijkheid om kapitaalsvermindering bij voorrang aan te rekenen op het gestorte kapitaal vervalt
  • Elke vennootschap zal jaarlijks aan minstens 1 bedrijfsleider/natuurlijk persoon een bezoldiging moeten uitkeren van minstens 45.000 euro, ofwel een bedrag gelijk aan de winst vóór belastingen als die lager is dan 45.000 euro (uitzondering voor starters), zoniet volgt er een bijzondere aanslag van 10%;
  • De vrijstelling van meerwaarde op aandelen wordt gekoppeld aan de realisatie van de voorwaarden zoals die gelden om de DBI-vrijstelling te bekomen. Om van de vrijstelling in de vennootschapsbelasting te genieten zal de participatie minimaal 2,5 miljoen euro of 10 % van het aandelenkapitaal moeten bedragen;
  • Afschaffing van een aantal planningstechnieken:
  • Verhoging van penalisatie bij onvoldoende voorafbetalingen. Het vermeerderingspercentage zou verhogen van 2,25 naar 6,75 %.
  • Voorzieningen voor risico’s en kosten enkel nog vrijstelbaar indien ze verband houden met een contractuele verplichting die op balansdatum bestaat.
  • Hervorming fiscale behandeling inschakelingsbedrijven
  • Verhoging van de sanctie voor het niet of te laat indienen van de belastingaangifte. Indien naar aanleiding van een fiscale controle een belastingsupplement gevestigd wordt zou er voortaan effectief belasting verschuldigd zijn. De belastingplichtige zou dit niet meer kunnen verrekenen met bijvoorbeeld vorige verliezen.
  • Sanctie voor het niet of te laat indienen van de belastingaangifte. Verhoging forfaitaire minimumwinst van € 19.000 naar € 40.000

Vanaf 2020 zullen nog een aantal bijkomende compensaties worden doorgevoerd. Ook die moeten nog nader worden geconcretiseerd.

 

Arbeidsmarkt

De meest recente en volledige update van de maatregelen voor de arbeidsmarkt, kan u hier downloaden.

Lagere lasten en meer flexibiliteit

Winstpremie : Werkgevers zullen vanaf 2018 een fiscaalvriendelijke winstpremie aan hun werknemers kunnen betalen.  De premie zal buiten de loonnorm vallen. Indien alle werknemers dezelfde premie krijgen, volstaat een communicatie naar het personeel.  Indien de werkgever de hoogte van de winstpremie wenst te differentiëren, is een cao of toetredingsakte nodig. De toegekende premie mag niet hoger zijn dan 30% van de loonmassa.

Proefperiode : De opzeggingstermijn tijdens de eerste 3 maanden van de arbeidsovereenkomst wordt gehalveerd tot 1 week: dit komt neer op een de facto herinvoering van de proefperiode. Deze aanpassing geldt algemeen voor alle categorieën werknemers, zowel voor contracten van onbepaalde als bepaalde duur.

Anciënniteit

<1 maand

<2 maand

<3 maand

<4 maand

<5 maand

<6 maand

Huidig

2 weken

2 weken

2 weken

4 weken

4 weken

4 weken

Toekomst

1 week

1 week

1 week

3 weken

4 weken

5 weken

 

Starterjobs : De aanwerving van jonge werknemers van 18 t.e.m. 21 jaar zal worden bevorderd via een vermindering van de arbeidskost van de werkgever. Het nettoloon blijft ongewijzigd, maar de loonkost voor de werkgever daalt.

Studentenarbeid op zondag: Sectoren (onder meer de detailhandel) zullen vanaf 2018, na advies van het paritair comité, een uitzondering kunnen krijgen op het verbod op zondagwerk voor jonge werknemers (-18 jaar).  Jongeren zullen er met andere woorden vanaf 16 jaar ook op zondag als student kunnen werken.

Uitbreiding van de flexi-jobs : Het systeem van flexi-jobs, momenteel enkel mogelijk in de horeca, wordt uitgebreid. De flexi-jobs zullen ook mogelijk worden in de detailhandel (bakkers, slagers, krantenwinkels, kappers, … ). Vanaf 1 januari 2018 mogen ook gepensioneerden (met uitzondering van SWT’ers) voortaan een flexi-job uitoefenen.

Bijverdienen : Vanaf 2018 wordt het mogelijk om onbelast en vrij van sociale bijdragen 500 euro per maand (6.000 euro per jaar) bij te verdienen in het zogenaamde vrijetijdswerk en in specifieke functies in de non-profitsector.  Het betreft bijvoorbeeld sportcoaches en scheidsrechters, de dirigent van een lokale muziekgroep, naschoolse kinderopvang, etc.   Het stelsel zou ook mogelijk moeten worden voor activiteiten van burger tot burger.  Beide systemen worden, net als de flexijobs, opengesteld voor werknemers met minstens een 4/5de job en gepensioneerden.

E-commerce maatregelen : Er komt een soepelere regeling voor nacht- en zondagsarbeid in de sector van de e-commerce.  Het wordt mogelijk een cao te sluiten met minstens één syndicale organisatie.

Uitzendarbeid : Verboden op uitzendarbeid moet opgeheven worden zowel in de openbare sector evenals in alle privésectoren. Deze opheffing moet gebeuren na analyse van de veiligheidsvereisten.

Gedeeltelijk pensioen : De werknemer zal een deel van zijn pensioen kunnen opnemen en tegelijk kunnen blijven werken en bijkomende pensioenrechten opbouwen. Hiermee zal de werknemer een bijkomende mogelijkheid krijgen om te zorgen voor een vlottere overgang tussen voltijds werken en de definitieve uittreding uit de arbeidsmarkt.

Vrij aanvullend pensioen loontrekkenden :  Het idee is om nu een vrij aanvullend pensioen te voorzien dat zou gefinancierd worden door middel van bijdragen die door de werkgever op vraag van de werknemer van het loon worden ingehouden. Het initiatiefrecht zal dus bij de werknemer liggen.

Landingsbanen worden financieel gestimuleerd: er komt een compensatiepremie vrij van sociale bijdragen voor oudere werknemers die met loonverlies minder gaan werken of een lichtere functie opnemen.  De premie wordt door de werkgever of door een sectoraal fonds betaald.

Verruiming passende dienstbetrekking voor werkzoekenden : De definitie van een passend jobaanbod waarop een werkloze moet ingaan, zal niet enkel meer gebaseerd zijn op diens eerder beroep, maar zal ook rekening houden met de competenties van de werkzoekende, onder meer op basis van de opgedane beroepservaring.

 

Hogere lasten en minder flexibiliteit

Activeringsbijdrage : om te vermijden dat werkgevers oudere werknemers gewoon thuis laten zitten met gedeeltelijk behoud van loon, komt er een patronale activeringsbijdrage bij vrijstelling van prestaties van werknemers van 55 jaar en ouder.  De bijdrage zal variëren in functie van de leeftijd van de werknemer en zal lager zijn als de werkgever een opleiding voorziet.

Mystery calls : In het kader van de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt zal de Sociale Inspectie kunnen overgaan tot anonieme tests bij ondernemingen in geval van objectieve aanwijzingen van discriminatie. Voorafgaand moet de arbeidsauditeur wel zijn machtiging geven.

Het zoeken naar informatie en bewijzen door de administratie moet gebeuren op basis van correcte en loyale principes. Mystery calls zijn bedoeld om discriminatie aan het licht te brengen en niet om discriminatie te provoceren, te doen ontstaan of te versterken bij de vermoedelijke dader.

Welzijn op het werk : Er komt meer bescherming tegen psycho-sociale risico's (stress, burn-out, …).  Enerzijds door de verplichte aanduiding van een burn-outcoach in ondernemingen met meer dan 100 werknemers.  Anderzijds via afspraken in het arbeidsreglement rond de mogelijkheid om te deconnecteren voor de werknemers buiten de arbeidstijd.