Skip to main content
Windmolenparken zijn belangrijk voor Belgische economie
  • 13/01/2017

Windmolenparken zijn belangrijk voor Belgische economie

Voka - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen en BOC (Belgian Offshore Cluster), de vereniging die de Belgische toeleveranciers van de offshore-industrie samenbrengt, betreuren de ongenuanceerde berichtgeving over de Belgische windmolenparken op zee.

De media baseerden zich voor hun berekeningen op een studie van de CREG, de federale energieregulator. Die vergeleek de Belgische steun met de recente bieding voor de Nederlandse windmolenparken Borssele, vlak naast de Belgische parken. Het Deense Dong Energy zal die parken bouwen voor een gegarandeerde energieprijs van 72,70 euro, terwijl België voor de nieuwe parken van Rentel en Norther (in uitvoering)  een prijs tussen de 124 en 130 euro per megawattuur garandeert. Daardoor lijkt het alsof België 2 keer zoveel betaalt als Nederland, maar dat klopt niet.

123,5 euro per MWh in Nederland tegenover 124 in België

“Voor het Nederlandse windmolenpark Gemini dat momenteel wordt gebouwd, betaalt de Nederlandse overheid een LCOE-kost(levelized cost of energy)van 165 euro. Omgerekend naar Belgische omstandigheden (19-jarige concessie) komt dat neer  op een prijs van 123,5 euro per MWh. Dat is bijna identiek aan de Belgische steunverlening van 124 euro per MWh. De Belgische parken situeren zich qua steunverlening op het Europese gemiddelde. Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk betalen zelfs meer”, benadrukt Christophe Dhaene, voorzitter van BOC. “Er is dus geen sprake van oversubsidiëring, maar het klopt dat er door het Deense Dong Energy een dalende trend is ingezet. Dat opent perspectieven voor de windmolenparken die nog moeten worden gebouwd. Dankzij de pioniersrol die België heeft gespeeld in de ontwikkeling van de parken, hopen we straks met onze bedrijven in het toppeloton mee te rijden bij de wereldwijde expansie van windenergie. Dat zal een mooi terugverdieneffect opleveren voor onze economie.” 

Kosten en risico’s zijn groter voor Belgische parken

De ondernemingen die in de Belgische parken investeren, moeten heel wat meer kosten maken en risico’s nemen. Ook de CREG beaamt dat.

  • In Nederland staat de overheid zelf in voor devoorbereidende werkzaamhedenzoals zeebodemonderzoek, windstudies, meteorologische studies,... en vraagt vergunningen aan. In België duurt het ontwikkelingstraject voor een windmolenpark veel langer.
  • Denetaansluitingvan het park met het hoogspanningsstation wordt in Nederland door Tennet, de Nederlandse tegenhanger van Elia, uitgevoerd en onderhouden. Bovendien ontvangt de ontwikkelaar een vergoeding als de connectie niet tijdig wordt opgeleverd of als die niet beschikbaar is. Belgische windparken daarentegen moeten zelf de kabel tussen het windmolenpark en het land aanleggen en gedurende de volledige exploitatieperiode onderhouden. Zij nemen daarbij ook het volledige productie-risico op zich.
  • Er zijn ook groteverschillen in capaciteit en opbrengstvan de parken. De ruimere concessieoppervlakte van Borssele garandeert een hogere energieproductie. Er zijn geen (interne) parkeffecten. In de Belgische zone staan de windmolens dichter bij elkaar. Bovendien zijn ze in diepere zones gelegen, met een kleiige bodem tussen de zandbanken.
  • Er speelt ook eentiming-effect. De Borssele offshorewindmolenparken zullen pas over enkele jaren worden gebouwd, wat betekent dat de ontwikkelaars nieuwere (nog onbestaande) windturbinetechnologie kunnen inzetten die meer energie per windmolen genereert. 

Innovatieve sector met groot tewerkstellingspotentieel

“Voka is zich ervan bewust dat de kostenefficiëntie van de transitie naar duurzame energie moet bewaakt worden,” vult Bert Mons, algemeen directeur van Voka - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen aan. “Dat is noodzakelijk voor alle afnemers. De Belgische overheid zal dus veel doordachter moeten werken inzake tenders, studies, timing,… zodat men kostenbesparingen kan realiseren die finaal ten goede komen van de producent en de consument. Maar we moeten er ook op toezien dat we voldoende ontwikkelingskansen blijven behouden voor de Belgische windindustrie. Investeren in offshore windenergie is eveneens investeren in een koolstofneutrale en veilige energieopwekking, met bijkomende voordelen van jobcreatie en ontwikkeling van een nieuwe industriële activiteit in de maritieme en energiesector. Bovendien is windenergie onmisbaar geworden voor het Belgische klimaatbeleid en voor onze energiebevoorradingszekerheid.”

Accent
ING
Proximus
SD  Worx
CRM Group