Skip to main content
  • Home
  • Zo schieten we de relance écht op gang
relance
  • 31/05/2021

Zo schieten we de relance écht op gang

De relance écht op gang schieten, dat willen we doen vanuit Voka. We zien 5 grote werven, waarbinnen we een resem voorstellen hebben. We presenteren er de komende weken 10 in evenveel korte filmpjes.

Ons doel? Groei waar iedereen beter van wordt.

 

Introfilmpje met Frank Beckx, Directeur Kennis- en Lobbycentrum

WERF 1: EXTRA OVERHEIDSINVESTERINGEN

Wat is het probleem?

De relanceplannen moet er niet alleen op gericht zijn om onze economie de komende weken en maanden terug op een normaal toerental te krijgen, maar vooral op het duurzaam sterker maken van onze economie voor de komende jaren.

Een cruciale rol daarvoor ligt bij de overheidsinvesteringen. Van alle overheidsuitgaven hebben productieve investeringen de grootste multiplicator. Dat betekent dat ze per euro die de overheid uitgeeft het meeste aan bijkomende economische activiteit opleveren

Bovendien investeren alle Belgische overheden samen al decennialang te weinig. Sinds midden jaren 80 zijn de overheidsinvesteringen nog net voldoende om de normale slijtage op de infrastructuur te compenseren. De netto-overheidsinvesteringen liggen al 35 jaar rond 0%. En dat terwijl onze economie natuurlijk wel gegroeid en geëvolueerd is.

Decennialang onderinvesteren vertaalt zich ook in een ondermaatse publieke infrastructuur: het IMF raamt de publieke kapitaalvoorraad in België op 50% van het bbp. Dat hoort samen met Duitsland (44%) bij de laagste van West-Europa. Ter vergelijking: in Nederland en Frankrijk is dat respectievelijk 69% en 75%. 

Belgische overheden investeren al decennialang te weinig

 

Wat is de oplossing?

De noodzaak van een inhaalbeweging inzake overheidsinvesteringen dringt zich al langer op. De coronacrisis is een bijkomende reden om die inhaalbeweging versneld in te zetten. 

Extra overheidsinvesteringen hebben een belangrijk multiplicatoreffect op de totale economische activiteit, en dat effect is nog sterker in crisisperiodes.

Terwijl de bedrijfsinvesteringen onder druk staan door onzekerheid rond het herstel en de aangetaste financiële positie van veel bedrijven, kunnen extra overheidsinvesteringen voor compensatie zorgen.

Meerdere federale ministers hebben al aangegeven dat de doelstelling voor de overheidsinvesteringen is om 4% van het bbp te halen tegen 2030, maar hebben vooralsnog niet aangegeven hoe ze dat willen realiseren.

Ook het huidige Plan voor Herstel en Veerkracht focust op extra overheidsinvesteringen, maar de bedragen blijven daarbij beperkt en doven bovendien uit tegen 2026.
 

Concrete investeringsinspanning blijft voorlopig beperkt

Wat stelt Voka onder meer voor?

Trek de overheidsinvesteringen op naar 4% bbp

Er is nood aan een concreet plan om de overheidsinvesteringen structureel te verhogen naar 4% van het bbp (en liefst al sneller dan 2030).

De keuze van de investeringsprojecten is essentieel. Het moet gaan om productieve overheidsinvesteringen die het groeipotentieel van onze economie versterken.

Voor de oriëntatie van die bijkomende investeringen blijft het investeringspact van de regering Michel valabel. De grote aandachtspunten zijn: transportinfrastructuur, digitale infrastructuur, duurzame transitie, energie.

Bij ongewijzigd beleid stabiliseren de overheidsinvesteringen na het einde van het Plan voor Herstel en Veerkracht op 2,7% van bbp. Om de doelstelling van 4% te halen, is dus een recurrente inspanning van 1,3% van het bbp nodig

In theorie kan dit gefinancierd worden met schulden. In het huidige lagerenteklimaat betalen productieve overheidsinvesteringen zichzelf terug.

Gezien ons overheidsbeslag (verwachte overheidsuitgaven van 56% van het bbp post-corona), onze overheidsschuld (116% van het bbp) en de budgettaire uitdagingen die op ons afkomen, is het aangewezen om ruimte te creëren binnen het huidige budget om de extra overheidsinvesteringen te financieren (dat lukt wel in landen als Nederland of Zweden).

Een beperkte verschuiving van lopende uitgaven naar investeringsuitgaven is aan de orde. 

Lees hier meer en bekijk ook onze video.
 

WERF 2: BETER WERKENDE ARBEIDSMARKT

Wat is het probleem?

In 2019 was in België zo’n 70% van de 20- tot 64-jarigen aan het werk. Twee miljoen 20- tot 64-jarigen werken niet. De Belgische werkzaamheidsgraad hoort bij de laagste van Europa. In landen als Zwitserland, Zweden, Duitsland en Nederland bedraagt die meer dan 80%.

80% werkzaamheidsgraad blijft veraf

Meer mensen aan het werk blijft een belangrijk deel van het antwoord op de vergrijzingsuitdaging en om onze welvaartstaat overeind te houden. Corona maakt dat alleen maar belangrijker.

De oorzaken van het lage aantal werkenden in België zijn gekend: de zware belastingdruk op arbeid, het weinig activerende uitkeringsbeleid, de skills mismatch, …Een minder vaak opgemerkte factor is het gebrek aan flexibiliteit op onze arbeidsmarkt.

Laaggeschoolden moeilijk aan de bak

De combinatie van zware belastingdruk op arbeid, een (te) klein financieel verschil tussen werken en niet-werken voor de laagste lonen en beperkte mogelijkheden op vlak van flexibiliteit zorgt er voor dat laaggeschoolden op onze arbeidsmarkt heel moeilijk aan de bak komen.

In 2019 werkte in België amper 46% van de laaggeschoolde 20- tot 64-jarigen, wat ons in het gezelschap van landen als Polen en Kroatië plaatst achteraan het Europese peloton. In Zwitserland werkt 70% van de laaggeschoolden.         
 

Wat is de oplossing?

Ondanks alle verklaringen en plannen op dat vlak zijn er in België nog altijd vrij weinig mensen aan het werk. Om meer mensen aan het werk te krijgen, moeten we onder inzetten op meer flexibiliteit en een bredere activering.

België hoort in Europa tot de landen waar flexibele arbeidsvormen als avond- en nachtwerk, weekendwerk of ploegenarbeid het minst voorkomen. Zonder meteen door te schieten naar absolute flexibiliteit liggen daar zeker kansen om meer mogelijkheden te creëren op onze arbeidsmarkt.

Daarnaast moeten de activeringsinspanningen veel breder gericht worden op de hele groep van inactieven, niet enkel op de officieel werkzoekenden.

Opmerkelijk weinig flexibiliteit op de Belgische arbeidsmarkt

 

Wat stelt Voka onder meer voor?

Zorg voor een activerende werkloosheidsuitkering

1 op 3 Belgen op beroepsleeftijd is niet aan de slag. Da’s ontzettend veel. We moeten de werkloosheidsuitkeringen aanpakken, om mensen vanaf dag 1 weer aan het werk te helpen. 

Ondanks de coronacrisis schreeuwen ondernemingen alweer om talent. Maar liefst twee op de drie bedrijven die willen aanwerven, vinden momenteel moeilijk geschikt personeel. Die krapte op de arbeidsmarkt dreigt het herstel van onze economie af te remmen. En dat moeten we voorkomen.

Wat kunnen we doen?
Werklozen en inactieven snel terug aan de slag krijgen via snel aflopende uitkeringen die prikkels geven naar werk. Plus snelle begeleiding naar een nieuwe job of een opleiding. 

Lees hier meer en bekijk ook de video.

Zet in op de jobbonus om werken lonender te maken

Nog geen 50% van onze laaggeschoolden is aan de slag. Quasi nergens in Europa zijn dat er zo weinig. Laat ons daarom inzetten op de jobbonus.

Voor velen met een uitkering is dat niet duidelijk of ze er met een job wel financieel op vooruit gaan. Werken moet lonend zijn zodat mensen willen werken en ook aan het werk willen blijven. 

We moeten werken wel stimuleren op een manier die het niet duurder maakt voor werkgevers, want anders vernietigen we jobs. 

Wat kunnen we doen?
Trek de lagere lonen op via de jobbonus. Zo geven we laaggeschoolden een duwtje om aan de slag te gaan én blijven ze aantrekkelijk voor werkgevers om aan te nemen. 

Laat meer flexibiliteit in werkuren toe 

50 jaar. Zo ver gaan de belangrijkste ingrepen in onze regels rond arbeidsduur terug. In de 21e eeuw vragen werkgevers en werknemers meer flexibiliteit, maak die dan ook mogelijk.

Onze ondernemingen hebben meer flexibiliteit nodig om te groeien, en concurrentieel te blijven. We moeten voorkomen dat alle vestigingen net over de grens worden opgericht.

En ook voor heel wat werknemers is meer flexibiliteit interessant. Bijvoorbeeld bij co-ouderschap. Misschien wil je in periodes zonder de kinderen wat meer werken, en de andere wat minder.

Wat kunnen we doen?
Laat meer flexibiliteit toe in de basiswetgeving toe, onder meer door de gemiddelde arbeidsduur echt per jaar te bekijken. Zo geven we meer ruimte voor maatwerk.

Maak werk van een leerrekening 

7% van de Belgen op beroepsleeftijd volgt een opleiding. In Zweden is dat 29%. Laat ons daarom een leerrekening invoeren om hier verandering in te brengen.

Onze economie en arbeidsmarkt zijn voortdurend in beweging. Jobs verdwijnen en nieuwe worden gecreëerd. Er worden voortdurend nieuwe skills gevraagd. Denk maar aan de coronacrisis, waarbij we met z’n allen veel meer met digitale tools werken.

Levenslang leren wordt dan meer dan ooit een must

Wat kunnen we doen?
We moeten werk maken om een doordachte leerrekening in te voeren, een virtueel portaal waar werknemers zien hoe het staat met hun loopbaan en rechten met betrekking tot opleiding. 

Een soort van Vlaamse 'MyPension', maar dan voor vorming dat de Vlaming ertoe aanzet om zijn loopbaan in handen te nemen. 

WERF 3: GROEI-ONDERSTEUNENDE FISCALITEIT

Wat is het probleem?

België heeft bij de zwaarste belastingdruk ter wereld, en die belastingdruk is dan ook nog eens in belangrijke mate gericht op werken en ondernemen.

zware belastingsdrukZware belastingsdruk op arbeid en kapitaal

 

 

Wat is de oplossing?

Nog los van een verlaging van de belastingen waarvoor budgettaire ruimte gecreëerd zou moeten worden, zouden we onze fiscaliteit groeivriendelijker kunnen maken door een verschuiving binnen de belastingen.

Wat stelt Voka onder meer voor?

Versterk de inzet van private spaarmiddelen

288 miljard op spaarboekjes. 100 miljard op zichtrekeningen. En nog eens 34 miljard deposito’s op ten hoogste 1 jaar. 

Dat is maar liefst 422 miljard euro quasi-cash die particulieren op allerlei rekeningen aanhouden. Laat ons daar voor de relance meer mee doen.

Het is niet zo dat er niets gebeurt met dat geld: banken gebruiken die deposito’s voor hun kredietverlening. Maar we kunnen op z’n minst een deel van die middelen effectiever inzetten.

Er zijn verschillende mogelijkheden zoals publieke en private middelen poolen in fonds voor investeringen in lokale bedrijven. De beurstaks bij kleine kapitalisaties afschaffen. Of de roerende voorheffing verminderen bij kleinere bedrijven.

Laat ons vooral een nieuwe mindset aanwakkeren bij spaarders, en hen meer de weg laten vinden naar onze Vlaamse bedrijven. 


 

WERF 4: BEDRIJFSVRIENDELIJKE REGELGEVING

Wat is het probleem?

Op allerlei internationale ranglijsten van ondernemerschap scoort België ondermaats. Dat heeft onder meer te maken met te hoge administratieve lasten, te strakke regulering en de relatief moeilijke afhandeling van faillissementen.

België blijft achterop hinken qua ondernemingsdynamiek

 

 

Wat is de oplossing?

Overregulering en afscherming van bepaalde activiteiten leiden tot een gebrek aan concurrentie, wat leidt tot een minder gezonde ondernemingsdynamiek, weinig starters, lagere productiviteitsgroei en uiteindelijk minder welvaart.

Minder of slimmere regulering zou onze economie versterken. Regelgeving moet zich ook sneller aanpassen aan nieuwe technologieën, en die omarmen in plaats van ze af te weren.
 

Wat stelt Voka onder meer voor?

Bedrijf opstarten moet volledig digitaal kunnen

3 uur. Zo snel kan je een bedrijf registreren in Estland. Door het gemak wordt maar liefst 98% van alle ondernemingen er online opgestart. Ook hier moet een bedrijf opstarten volledig digitaal kunnen.

Vergeleken met andere landen komen er in België relatief weinig nieuwe ondernemingen bij, en dat is een spijtige zaak. Want een goede startersdynamiek zorgt voor meer jobs, meer toegevoegde waarde, en een hoger concurrentievermogen. 
 
Het is dan ook belangrijk dat je snel en makkelijk een nieuwe onderneming kan opstarten in België. Er zijn al belangrijke stappen gezet om dit te verbeteren, maar toch blijft het te omslachtig en kan dit beter.

Digitaliseer het hele proces om een bedrijf te registeren in België. Dat kan het aanzienlijk sneller, efficiënter én goedkoper maken. Zoals bijvoorbeeld in Estland, waar het kostenplaatje 5 keer lager uitvalt.

Bekijk hier ook de video.
 

WERF 5: MEER INTERNATIONALE HANDEL

Wat is het probleem?

De Belgische handel heeft een serieuze impact ondervonden van de coronacrisis. Volgens een voorlopige raming van de Nationale Bank daalde de Belgische uitvoer met 8% tegenover 2019 en de invoer met 9,5%. Het is geleden van de financiële crisis in 2009 dat België zo'n substantiële vermindering van de buitenlandse handel heeft gekend.

De implicaties voor België kunnen amper overschat worden aangezien ons verdienmodel resoluut gestoeld is op internationale handel. Zo bedroeg in 2018 de Belgische export 82,6% van het bbp en onze import 82,7% van het bbp. 

'Koop lokaal'

De coronacrisis werd door sommigen al bestempeld als de finale doodsteek voor de globalisering, die trouwens al voor deze crisis onder druk stond. 

Die redenering gaat evenwel voorbij aan zowat de belangrijkste pijler van de Belgische economie. In essentie is de Belgische markt gewoon te klein om ons huidige welvaartsniveau enkel lokaal te realiseren.

Buitenlandse handel is dan ook een essentiële factor voor onze welvaart. Volgens het Planbureau is 30% van onze welvaart en onze jobs direct en indirect gelinkt aan die buitenlandse handel, neerkomt op 1,32 miljoen banen.

Bovendien horen de bedrijven die blootgesteld worden aan de internationale handel tot onze meest productieve.

Internationale handel cruciaal voor België/Vlaanderen

Wat is de oplossing?

Een relance van de Belgische economie is in sterke mate afhankelijk van een relance van de exportmotor.

Om een relance van de dienstenexport te verzekeren is het fundamenteel dat het vrij verkeer van personen binnen de EU zo snel mogelijk genormaliseerd wordt. Goederenexport is dan weer sterk gebaat bij een ambitieuze Europese handelsagenda.
 

Wat stelt Voka onder meer voor?

Geef het Mercosur-handelsverdrag definitief groen licht

Dat handelsverdrag tussen de EU en de 4 Mercosur-landen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay biedt enorme opportuniteiten voor onze bedrijven, en dus voor onze economie.

Want we voeren heel wat uit naar die landen. Denk maar aan chemische producten, goed voor zo’n 1,5 miljard aan uitvoer. Of aan machines en elektrische toestellen, zo’n 700 miljoen aan uitvoer. 

België moet op er dus voor pleiten dat het handelsakkoord tussen de EU en de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen nu snel definitief groen licht krijgt.

> Lees hier nog meer over dit voorstel en bekijk de video.

ING
SD  Worx