Skip to main content
  • Nieuws
  • Voka ondertekent intentieverklaring Economisch Netwerk Seine-Schelde

Voka ondertekent intentieverklaring Economisch Netwerk Seine-Schelde

  • 06/10/2022

“Dit is veel meer dan een stukje papier”

Binnenvaart is een belangrijke schakel in de modal shift. Voka West- en Oost-Vlaanderen ondertekenden daarom onlangs de intentieverklaring ‘Economisch Netwerk Seine-Schelde’. Samen met 14 andere stakeholders geven ze daarmee aan een actieve rol op te nemen in het optimaliseren en ondersteunen van watergebonden, ruimtelijke, innovatieve en economische ontwikkelingen. Belangenbehartigers Matthieu Marisse (Voka West-Vlaanderen) en Jan Geers (Voka Oost-Vlaanderen) geven tekst en uitleg.

Voka ondertekent intentieverklaring Economisch Netwerk Seine-Schelde

Wat is het Seine-Scheldeproject precies?

Matthieu Marisse: “Dat is momenteel het grootste binnenvaartproject in Europa, waarbij Frankrijk, Vlaanderen en Wallonië samenwerken om een waterwegverbinding te realiseren tussen het bekken van de Seine en dat van de Schelde. Daarmee krijgen schepen met een groter laadvermogen (tot 4.500 ton) een vlotte doorgang. Vlaanderen is daarom volop bezig met de opwaardering van de waterwegen.”

Hoe belangrijk is dat?

Jan Geers: “Onze zeehaven North Sea Port zet al hard in op de binnenvaart: ongeveer de helft van de goederen die de haven verlaat, wordt getransporteerd via de waterweg. Er wordt ook meer en meer ingezet op de binnenvaart voor het vervoer van bulkgoederen, zoals granen, vloeibare producten en puin. Ondernemingen zoeken toch volop naar mogelijke alternatieven voor wegtransport, want de files in ons land zijn enorm. Maar Seine-Nord creëert bovendien ook heel wat extra potentieel. In Gent wordt wel eens grappend gezegd: ‘als Seine-Schelde rond is, worden wij Paris Nord’. En zo is het, want eigenlijk wordt de zeehaven in Gent dan een volwaardige binnenhaven voor de Parijse markt.”

Matthieu Marisse: “Het is dus niet zomaar een lokaal dossier, maar een internationaal. In Noord-Frankrijk wordt tussen Compiègne en Cambrai een volledig nieuw kanaal aangelegd van 107 kilometer lang. Men talmt daar al even mee, maar nu zijn de plannen wel in uitvoering. We rekenen op een 7-tal jaar voor dat kanaal af zal zijn. Wij moeten er in Vlaanderen vooral voor zorgen dat onze infrastructuur voorbereid is op dat Europese binnenvaartnetwerk. Daarvoor moet de Vlaamse regering prioritair keuzes maken en durven investeren in de waterwegen, zowel in de hoofdassen als in de zijarmen. Kijk maar naar het kanaal Bossuit- Kortrijk: we wachten al jaren op een definitieve beslissing over waar dat gaat komen en hoe het eruit gaat zien. Nochtans is het economische belang daarvan heel groot. Als er morgen een schip tegen de buitendeuren van de sluis in Sint-Baafs- Vijve botst, creëert dat een onvoorziene stremming en kunnen schepen niet uitwijken. Het Kanaal Bossuit-Kortrijk kan in zo’n geval wél een oplossing zijn. Er is nog een andere belangrijke zijarm, namelijk de verbinding tussen de Leie en onze kusthavens Zeebrugge en Oostende. Hier moet het gabarit in lijn gebracht worden met de rest van het Seine-Scheldeproject. Ook onze West-Vlaamse kusthavens moeten een volwaardige binnenvaartverbinding richting Parijs kunnen aanbieden, dus wij vragen de Vlaamse overheid om hier dringend werk van te maken.”

Wij moeten er in Vlaanderen voor zorgen dat onze infrastructuur voorbereid is op dat Europese binnenvaartnetwerk.

Matthieu Marisse

Jan Geers: “In Oost-Vlaanderen vragen we dan weer investeringen in de sluis in Denderbelle, voor een broodnodige gabarit- verhoging.”

Wat is het Economisch Netwerk dat nu is gelanceerd?

Matthieu Marisse: “Dat is een gebiedsgericht netwerk van publieke en private stakeholders, die samen het gebruik van de waterwegen binnen het werkingsgebied van Seine-Schelde stimuleren. Het doel is om zoveel mogelijk bedrijven gebruik te laten maken van de binnenvaart, ook al zijn ze niet rechtstreeks aan het water gelegen.”

Jan Geers: “eNES is ook het ideale platform om te blijven hameren op het belang van investeringen. Als we dat niet doen, kunnen we niet volgen in de trend van grotere schepen die een grotere diepgang nodig hebben. Dan wordt het onmogelijk om te blijven participeren in de binnenvaart. We lopen dan het risico op een ‘reversed modal shift’: bedrijven zullen dan opnieuw meer over de weg transporteren. Via dit partnership creëren we een korte lijn tussen alle partners die daar iets kunnen aan doen.”

Matthieu Marisse: “We geloven daar echt in: als we via de binnenvaart vrachtwagens van de weg halen, is dat goed voor de mobiliteit én voor het milieu. Het is ook een zeer betrouwbare transportmodus. Dit kan een wezenlijke impact hebben op de economische ontwikkeling van de waterwegen in de regio. Multimodaal ontsloten bedrijventerreinen zijn daarvoor cruciaal. We zullen onder meer op zoek gaan naar bedrijventerreinen die via het water ontsloten zijn, zowel in eerste als in tweede en derde lijn.”

Als we niet aan de bedrijven – de gebruikers – denken, hebben we wel een prachtige waterweg, maar zonder dat iemand erop vaart.

Jan Geers

Jan Geers: “We gaan in dat verband trouwens hameren op haalbare voorwaarden voor die watergebonden terreinen. Vaak worden de voorwaarden om een watergebonden terrein te ontwikkelen te hoog gelegd, waardoor het voor investeerders van goeie wil, vaak niet haalbaar is. Dat is toch een bezorgdheid, vind ik. Want als we niet aan de bedrijven – de gebruikers – denken, hebben we wel een prachtige waterweg, maar zonder dat iemand erop vaart. De Vlaamse Waterweg heeft op dat vlak de laatste jaren trouwens wel een positieve evolutie doorgemaakt. Vroeger was de organisatie vooral bezig met bruggen en sluizen, de zogenaamde kunstwerken, maar nu is er een mindshift bezig. Ik zie dat de organisatie in gesprek gaat met de gebruikers van de waterweg om er echt een succes van te maken.”

Waarom is samenwerking zo cruciaal?

Matthieu Marisse: “Ik geef graag een voorbeeld. Volgend jaar vinden aan de sluis van Ooigem grote onderhoudswerken plaats. De oorspronkelijke plannen gingen uit van een stremming van 8 weken. Een lange periode dus voor de bedrijven die via de binnenvaart bevoorraad worden. Samen met De Vlaamse Waterweg hebben we hard gewerkt om die werken te kunnen reduceren naar 5 weken, en worden ze bovendien gepland in de zomer. De afgelopen maanden is er met elk individueel bedrijf in gesprek gegaan om voor hen een oplossing te zoeken om toch bereikbaar te blijven tijdens de werken. Een prachtig voorbeeld van hoe we een liaisonrol kunnen opnemen tussen de waterweg en de bedrijven.”

Wat zijn de volgende stappen?

Jan Geers: “Die intentieverklaring is nu ondertekend. Natuurlijk mag het daar niet bij blijven. Maar kijk wie rond de tafel zit: naast Voka Oost- en West-Vlaanderen ook de provincies en Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen, de Vlaamse Waterweg, de intercommunales,… Dat zijn toch de juiste actoren, die echt overtuigd zijn van het belang van de binnenvaart en die ook on the field iets kunnen doen. We hebben niet zomaar onze handtekening gezet: we helpen bedrijven die vragen hebben of opportuniteiten zien graag om hen op het juiste spoor te zetten.”

Matthieu Marisse: “Er komt nog veel op ons af; er is zoveel potentieel. Laat ons over een jaar zeker nog eens een gesprek inplannen!”

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag

Artikel uit publicatie