Skip to main content
  • Nieuws
  • Ondernemers & Co: De Langhe Advocaten - Voornaamste wijzigingen in het nieuwe Frans-Belgisch Dubbelbelastingverdrag

Ondernemers & Co: De Langhe Advocaten - Voornaamste wijzigingen in het nieuwe Frans-Belgisch Dubbelbelastingverdrag

  • 28/01/2022

Eind 2021 werd tussen België en Frankrijk een nieuw dubbelbelastingverdrag gesloten. Dit nieuwe verdrag zal wellicht vanaf 2023 in werking treden. Wij lichten de belangrijkste wijzigingen toe.

Huidig Frans-Belgisch Dubbelbelastingverdrag

Eenieder met grensoverschrijdende belangen, kan het risico lopen om dubbele belasting te ondergaan. Teneinde dergelijke situaties te vermijden, sluiten de meeste landen een zogenaamd dubbelbelastingverdrag (hierna “DBV” genoemd). In een dergelijk DBV wordt onder meer vastgelegd welke landen heffingsbevoegd zijn met betrekking tot welbepaalde inkomstencategorieën. Het huidige Frans-Belgische DBV is inmiddels bijna 60 jaar in werking en heeft voor aanzienlijke discussies tussen burgers en de fiscus geleid. Zo werd de toepassing van de FBB op dividenden in hoofde van Belgische particuliere beleggers, onder druk van de rechtspraak van het Hof van Cassatie, pas zeer recent schoorvoetend aanvaard door de fiscus (zie ons eerder artikel hieromtrent in Voka Ondernemers West-Vlaanderen, 2021, afl. 10).

Nieuw Frans-Belgisch DBV

Antimisbruikbepaling

In lijn met het nieuwste OESOmodelverdrag, voorziet het nieuwe DBV in een antimisbruikbepaling. Krachtens die bepaling zijn zgn. “verdragsvoordelen” (zoals een vrijstelling) niet van toepassing wanneer een constructie of transactie opgezet werd met het verkrijgen van dergelijk voordeel als één van de voornaamste doelen. Verdragsvoordelen kunnen dus enkel toegekend worden wanneer de transacties in lijn zijn met het voorwerp en het doel van het DBV.

Belastingheffing van Franse dividenden

Onder het huidige DBV kan een Belgische natuurlijke persoon die Franse dividenden ontvangt, in België verrekening van de Franse bronheffing vragen op grond van de FBB-regeling.

Onder het nieuwe DBV zal dergelijke verrekening niet meer mogelijk zijn.

Dividenden van Franse oorsprong, toegekend aan een Belgische natuurlijke persoon, worden voortaan in Frankrijk onderworpen aan een bronheffing van 12,8%. Het saldo wordt vervolgens in België belast tegen een tarief van 30% en er wordt geen belastingkrediet verleend in België. Van een bruto-dividend van 100,00 euro, ontvangt de Belgische inwoner uiteindelijk dus 61,04 euro [ = (100,00 euro – 12,80%) – 30%]. Dividenden die ontvangen worden door een Belgische vennootschap, worden in Frankrijk vrijgesteld van bronbelasting wanneer de Belgische vennootschap minstens 10% van de aandelen van de Franse dochter aanhoudt en dit gedurende minstens 365 dagen. Vervolgens kunnen deze dividenden ook in België vrijgesteld worden onder het DBI-regime. Wanneer één van deze voorwaarden niet is voldaan, zijn ook deze dividenden onderworpen aan een bronheffing van 12,8%, doch in België wordt wel een belastingkrediet toegekend.

Dividenden toegekend door een Franse SCI (société civile immobilier) zijn in principe in België vrijgesteld van vennootschapsbelasting onder het DBIregime, aangezien het protocol bij het DBV voortaan voorziet dat een SCI geacht wordt te voldoen aan de taxatievoorwaarde. In Frankrijk zijn dividenden toegekend door een SCI aan een Belgische vennootschap tevens vrijgesteld van bronbelasting wanneer de Belgische moeder minstens 10% van de aandelen en gedurende minstens 365 dagen aanhoudt.

Kaaimantaks

In het DBV wordt voortaan vermeld dat de bepalingen van het DBV op geen enkele wijze de toepassing van de Kaaimantaks verhinderen in België. Inkomsten ontvangen door Franse fiscaal transparante entiteiten (zoals de SCI en SCP) die kwalificeren als “juridische constructies” zijn bijgevolg dus ook belastbaar in België op basis van de Kaaimantaks.

Meerwaarden op aandelen van vastgoedvennootschappen

Meerwaarden op aandelen van vastgoedvennootschappen (waarvan meer dan 50% van hun activa bestaat uit onroerende goederen) zijn voortaan belastbaar in het land waar de onroerende goederen gelegen zijn. Belgische inwoners die een meerwaarde realiseren bij de verkoop van hun Franse vastgoedvennootschap, ondergaan bijgevolg een Franse meerwaardebelasting.

Besluit

Vooraleer het nieuwe DBV in 2023 in werking treedt, is het aangewezen dat Belgen die economisch actief zijn in Frankrijk hun Franse bezittingen en investeringen tegen het licht van het nieuwe verdrag houden. Zo niet, dreigen zij mogelijk geconfronteerd te worden met onaangename fiscale verrassingen.

Robbe Dumont en Evert Moonen, De Langhe Advocaten

De Langhe Advocaten

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag

Artikel uit publicatie