Skip to main content
  • Nieuws
  • Ondernemers & Co: De Langhe Advocaten - Vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden: wie is UBO?

Ondernemers & Co: De Langhe Advocaten - Vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden: wie is UBO?

  • 18/11/2022

Het Hof van Justitie heeft in zijn rechtspraak geoordeeld dat de vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden enkel uitwerking krijgt op voorwaarde dat het dividend wordt toegekend aan de moedervennootschap die als ‘uiteindelijke gerechtigde/Ultimate Beneficial Owner’ (hierna: UBO) kwalificeert. Deze rechtspraak sijpelt nu ook door in de rulings van de Rulingcommissie, waarbij belang wordt gehecht aan het beslissingsproces in hoofde van de moedervennootschap met betrekking tot de ontvangen dividenden.

Algemeen

Indien een moedervennootschap gedurende minstens één jaar een aandelenparticipatie van minimaal 10% of ten bedrage van 2.500.000 euro van een Belgische dochtervennootschap bezit, kan een dividenduitkering door de dochtervennootschap plaatsvinden met vrijstelling van roerende voorheffing voor zover er geen sprake is van misbruik. Het gebruik van zuivere doorstroomvennootschappen of complexe kunstmatige structuren die tot doel hebben deze bronbelasting te ontwijken, zijn volgens het Hof van Justitie een indicator die wijst op misbruik. Dit leidt tot het niet toepassen van de voormelde vrijstelling van roerende voorheffing op de door de dochtervennootschap uitgekeerde dividenden aan de moedervennootschap.

Het Hof van Justitie heeft op 26 februari 2019 geoordeeld dat deze vrijstelling slechts toepassing vindt als de moedervennootschap, aan wie de dividenden toekomen, ook de UBO van deze inkomsten is. De kwalificatie van UBO wordt verkregen wanneer deze persoon het volledige recht tot gebruik en genot heeft over de ontvangen dividenden en deze geen contractuele of juridische doorstortingsplicht ten aanzien van een derde heeft. De fiscale wetgeving met betrekking tot de vrijstelling van roerende voorheffing maakt echter geen melding van dit UBO-begrip.

De Rulingcommissie en het UBO-begrip

In navolging van de rechtspraak van het Hof van Justitie stelt de Rulingcommissie het UBO-begrip heden ook centraal in de beoordeling of er toepassing kan zijn van de vrijstelling van roerende voorheffing. In haar analyse hecht de Rulingcommissie belang aan substantie (bv. voldoende eigen vermogen om haar activiteiten uit te voeren en de daaraan verbonden risico’s te dragen) en de uiteindelijke gerechtigheid van de moedervennootschap aan wie de dividenduitkeringen toekomen. Wat betreft de uiteindelijke gerechtigdheid is het voor de Rulingcommissie cruciaal dat de moedervennootschap een vrije beslissingsbevoegdheid heeft over de ontvangen dividenden.

Relevante criteria voor UBO

Uit de recente rulings blijken de relevante criteria waaraan belang wordt gehecht om de ontvangende moedervennootschap als UBO te kunnen kwalificeren.

Indien de moedervennootschap zelf een analyse kan maken over hoe zij het ontvangen dividendinkomen zal aanwenden, namelijk:

  • als werkkapitaal; of
  • om haar liquiditeit te waarborgen; of
  • voor het aanleggen van reserves voor investeringen of kortetermijnbeleggingen; of
  • voor herinvestering in de dochtervennootschap(pen); of
  • om aan te wenden voor eigen dividenduitkeringen, kan worden besloten dat de moedervennootschap als UBO kwalificeert.

Ook wanneer het bedrag van de dividenduitkering door de moedervennootschap zelf wordt bepaald en losstaat van het ontvangen dividendbedrag van de dochtervennootschap, duidt dit opnieuw op de vrije beslissingsbevoegdheid van de moedervennootschap. De voormelde criteria zijn evenwel niet exhaustief, maar zijn positieve elementen om te besluiten dat de moedervennootschap UBO is van het ontvangen dividendinkomen. Dit houdt ook in dat hoe ruimer de beslissingsbevoegdheid van de moedervennootschap is geformuleerd, de kans reëler is dat zij als UBO zal kwalificeren.

Besluit

In haar rulings hecht de Rulingcommissie veel belang aan het beslissingsproces in hoofde van de moedervennootschap met betrekking tot de ontvangen dividenden. Een uitvoerig gedocumenteerd beslissingsproces waaruit de verschillende aanwendingswijzen van de dividenden blijken, is dan ook aangewezen om aan te tonen dat deze effectief UBO van de ontvangen dividenden is. Dit vermijdt eventuele discussies over de vrijstelling van roerende voorheffing.

Eline Depaepe en Evert Moonen, De Langhe Advocaten

De Langhe Advocaten

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag

Artikel uit publicatie